De dans van de drummers door Hans Hagen

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • groep 7 | 5611 woorden
  • 31 januari 2007
  • 59 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 59 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2003
Pagina's
109
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Prijzen
Gouden Griffel (2004 Winnaar)

Boekcover De dans van de drummers
Shadow
De dans van de drummers door Hans Hagen
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: De dans van de drummers
Auteur: Hans Hagen
Illustrator: Philip Hopman
Uitgever: Van Goor
Plaats van uitgave: Amsterdam
Bekroning: Gouden Griffel 2004
Aantal bladzijden: 109 bladzijden
ISBN: 90-00-03459-0
Uitgavejaar: 2003
Leeftijd: 9 jaar en ouder
Onderwerp: Afrika, Ghana, trommels, drumles

Inleiding:
In de Kinderboekenweek 2004 had onze boekwinkel alle boeken die waren bekroond met een Griffel of Penseel op een speciale tafel uitgestald. Daar zag ik het boek ‘De dans van de drummers’ voor het eerst. Het had de Gouden Griffel gewonnen, dus moest het wel een goed boek zijn. En natuurlijk trok ook het woord ‘dans’ in de titel mijn aandacht. Daarom ben ik dat boek maar eens gaan lezen.

Het is een bijzonder boek. Wat direct opvalt, is de aparte tekst. Het lijkt af en toe wel een gedicht (maar dan zonder rijm) of tromgeroffel. Hierdoor is het boek niet saai en langdradig. Er staat geen woord teveel in. Het boek begint ook gelijk verrassend met getrommel. Het is prettig leesbaar. In het boek staan eigenlijk meerdere verhalen. Toch is het niet dik. Al die verhalen gaan over het leven in Afrika. Dat kom je niet vaak tegen. Door die verschillende verhalen is het een afwisselend boek. En ieder verhaal is opnieuw weer spannend. De tekeningen zijn erg mooi, met veel kleur en lekker groot.


Over dit boek kan ik wel wat vertellen en mooie tekeningen laten zien. En door die Gouden Griffel zal er vast wel iets over op Internet staan. Een prima boek voor mijn boekverslag en boekbespreking.

Samenvatting van het verhaal:
‘De dans van de drummers’ is het verhaal van de oude meester-drummer Dudu Addi, die voelt dat hij niet lang meer te leven heeft. Zes kinderen uit het dorp hopen dat het nu eindelijk zover is dat hij hen leert trommelen. Daarom zijn ze alle zes naar de hut van Dudu Addi gekomen. Vier jongens en twee meisjes.

Het is nacht. De maan zweeft langs de hemel. In de hut van Dudu Addi staan zes trommels, verborgen onder kleurige doeken. De kinderen mogen allemaal een kleur kiezen. Maar ze moeten wel de goede kleur kiezen. Anders moeten ze weg.

Om de kinderen te helpen, vertelt Dudu Addi verhalen. Elk verhaal past bij een van de zes kinderen. Daarna begrijpt dat ene kind welke kleur hij moet kiezen. Tenminste, als hij goed heeft geluisterd.

Na elk verhaal weet je meer. Niet alleen over Sidi’s oog, maar ook over Lissa’s geboorte, over de jakhals en de hyena’s, over Oboo’s wensboom en de spin Anansi, over Hina die probeert de priester te slim af te zijn, over de bijl van de beul, de domme koning, en hoe Ten-Ten en Fatush tot hun keuze komen.

Aan het eind van het boek zijn er zes kinderen met elk hun eigen trommel. Op iedere trommel staat een teken. Het symbool dat hoort bij dat kind. Tenslotte vertelt Dudu Addi ook zijn verhaal. Hoe hij zijn trom heeft gekregen en van wie hij les heeft gehad. Dan verbleekt de nacht en begint de drumles. En wordt Oboo’s wens vervuld.


Hans Hagen:
Schrijver Hans Hagen woont met zijn vrouw Monique (bekend als presentatrice van ‘Klokhuis’) en zijn twintigjarige dochter Imme in Kortenhoef, in de buurt van Hilversum. Kortenhoef ligt ook vlakbij ’s Graveland, het dorp waar hij op 10 september 1955 is geboren en zijn jeugd doorbracht.

Na de middelbare school studeerde hij Geschiedenis en Nederlands in Utrecht. Een paar jaar lang stond hij ook voor de klas. In 1980 schreef hij zijn eerste boek, ‘Elke dag een hokje’, over een jongen die zijn vader, een zeeman, erg mist. Zijn belangstelling voor geschiedenis blijkt uit de boeken die hij over vroegere tijden heeft geschreven. ‘Koning Gilgamesj’ en ‘Het gouden oog’ spelen zich bijvoorbeeld 4500 jaar geleden af.

In 1981 zette hij met wat vrienden een jeugdtheatergroep op, waarmee ze voorstellingen gaven op scholen door heel Nederland. Ook nu nog bezoekt Hans regelmatig scholen. Ook in het buitenland, zoals in Singapore, Indonesië, Ghana, Tanzania, Ethiopië, Kenia, Egypte, Aruba, Bonaire, Curaçao, Letland, Brussel, Parijs, Budapest en Dubai. Hij vindt dat zulke reisjes het schrijven nog leuker maken. Maar soms, als het niet erg lukt, vindt hij schrijver het stomste baantje dat er is en is hij liever landmeter, taxichauffeur, voetballer Dennis Bergkamp, schaatser Gianni Romme of domweg Stinkend Rijk.

Vanaf 1987 wijdde Hans zich helemaal aan het schrijven. Hij heeft al zo’n veertig boeken geschreven. Sommige daarvan zijn vertaald en in elf verschillende landen verschenen. De boeken die Hans schrijft zijn heel verschillend. Allemaal voor kinderen, maar wel voor kinderen van diverse leeftijden. Prentenboeken, avonturenboeken, historische verhalen, poëzieboeken. Zijn beroemdste boeken zijn waarschijnlijk die over ‘Jubelientje’ en het prentenboek ‘Jij bent de liefste’, dat hij samen met zijn vrouw Monique schreef. Hij schrijft niet alleen boeken, maar ook hoorspelen, verhalen voor jeugdtijdschriften en liedjes en verhaaltjes voor ‘Sesamstraat’. Hans Hagen hoort bij de beste Nederlandse jeugdauteurs.

Over zijn eigen werk heeft Hans eens gezegd: “Tijdens het schrijven van het ene boek borrelt het andere vaak al op. Toch is juist het begin van ieder verhaal lastig. Alles moet worden beslist en uitgeprobeerd en bijna niets is goed. Na verloop van tijd gaat het schrijven soepeler en tot nu toe eindigt elk boek geheel onverwacht. Ik denk nog weken nodig te hebben, maar ben ineens vanmiddag klaar.”

Hans is dol op schaatsen en op zijn hondje Wooley, met wie hij er graag op uit trekt als het schrijven weer eens een keer niet wil vlotten en hij denkt dat hij nooit meer een boek kan verzinnen.

Gouden Griffel 2004:
‘De dans van de drummers’ is in 2004 bekroond met de Gouden Griffel door de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. De Gouden Griffel voor het best geschreven kinderboek kan gewonnen worden door een auteur uit Nederland of Vlaanderen. In de jury zitten volwassenen die het leuk vinden om kinderboeken te lezen en daar ook verstand van hebben. Naast een Gouden Griffel bestaat er nog een Zilveren Griffel. Die ‘tweede’ prijs kan ook gaan naar vertaalde boeken. Een Gouden of Zilveren Penseel wordt uitgereikt voor het boek met de mooiste plaatjes. En dan zijn er nog de Vlag en Wimpels voor boeken die op de jury wel indruk maakten, maar net ietsje te weinig voor een hoofdprijs.

Hans Hagen won dit jaar, naast de Gouden Griffel, ook een Zilveren Griffel voor ‘Zwaantje en Lolly Londen’. Dit boek heeft hij, net als ‘De dans van de drummers’, gemaakt met illustrator Philip Hopman. Eerder had hij al drie Zilveren Griffels ontvangen voor ‘Het gouden oog’ (1992), ‘Het is nacht, we gaan op jacht’ (1992) en ‘De kat en de adelaar’ (1998).

Toch blijft Hans bescheiden onder zijn eigen succes. “Kinderboeken met elkaar vergelijken is appels en peren naast elkaar leggen. Eigenlijk niet te doen. Blijkbaar hield de jury dit jaar meer van appels dan van peren, zodat ik tweemaal in de prijzen viel.”

Alle boeken van Hans Hagen:
2004 Wilde beesten - Bundeling van ‘Maliff en de wolf
Het spoor van de panter
Maar jij

2003 De dans van de drummers - Gouden Griffel 2004
Jubelientje draaft door
Zwaantje en Lolly Londen - Zilveren Griffel 2004

2002 Jubelientje speelt vals - Getipt door de Kinderjury 2003

2001 Ik schilder je in woorden - Gouden Penseel 2002
Drie keer Jubelientje - Bundeling van ‘Jubelientje’ deel 4, 5 en 6
Ik zie lichtjes in je ogen - Met Monique Hagen. Bundeling van ‘Daar komt de tijger’ en ‘Misschien een olifant’

2000 Ik wil er twee!
Jubelientje wil winnen
Jij bent de liefste - Met Monique Hagen. Pluim van de Maand 2000, Glimworm 2001, Kinderboekwinkelprijs 2001

1999 Rec. Play

1998 Iedereen min één - Pluim van de Maand 1999
Jubelientje ontploft - Pluim van de Maand '98 - Getipt door Kinderjury '99
Het grote boek van Jubelientje - Bundeling van ‘Jubelientje’ deel 1, 2 en 3

1997 De kat en de adelaar - Zilveren Griffel 1998
Jubelientje vangt een vriendje
Het water kust

1996 Kwaad bloed - Enuma Elisj

1995 Jubelientje legt een ei - Getipt door de Kinderjury 1996
Stilte a.u.b. ik denk aan de kip
Kom terug

1994 Salto natale
Maliff en de wolf - Vlag en Wimpel 1995
De opruimspin - Met Monique Hagen

Banaan - Met Monique Hagen

1993 Jubelientje leert lezen - Getipt door de Kinderjury 1994
De prins en de slak

1992 De weg van de wind - Vlag en Wimpel 1993

1991 Het gouden oog - Zilveren Griffel 1992
Jubelientje en haar liefste oma - Vlag en Wimpel 1992
Het is nacht, we gaan op jacht - Zilveren Griffel 1992
Het spoor van de panter

1990 Hina en het mes
Misschien een olifant - Met Monique Hagen. Pluim van de Maand 1990

1989 De stem van de schildpad
Kom terug / Als je van een wolk valt

1988 Daar komt de tijger - Met Monique Hagen

1987 De man met de rode jas

1986 Dag opa van de pop

1985 Koning Gilgamesj

1980 Elke dag een hokje

Philip Hopman:
Tekenaar Philip Hopman is in 1961 in Egmond geboren. Net als zijn vader, opa en al zijn ooms was hij voorbestemd om tulpenbollenboer te worden. Maar al op de basisschool zat hij te tekenen, hele (reken)schriften vol.

In 1988 verscheen het eerste boek waarvan Philip de tekeningen had verzorgd. Inmiddels heeft hij al meer dan 150 kinderboeken van Nederlandse en buitenlandse auteurs geïllustreerd. Hij werkt veel samen met Hans Hagen, bijvoorbeeld in ‘Jubelientje’ en ‘De dans van de drummers’. Maar ook met andere schrijvers zoals Tjibbe Veldkamp (‘Een ober van niks’), Nanine Kuiper (‘Het ABC Rijmboek’), Wouter Klootwijk (‘De brug, de oom en Adri’), Carry Slee (‘Hebbes’ en ‘Vals’), Jacques Vriens (‘O, mijn lieve Augustijn …’) en Francine Oomen (‘De computerheks’). Zijn prentenboek ‘Temmer Tom’ kreeg een Vlag en Wimpel en ‘22 Wezen’ een Zilveren penseel.

Philip Hopman werkt meestal met pen en inkt en in aquarel. Hij heeft een voorkeur voor het tekenen van rommelige volle situaties, zoals keukens, werkplaatsen, dierenwinkels en erven.

Het hoe en waarom:
Over de hele wereld verspreid staan Nederlandse scholen. Want soms gaan ouders een tijdje in een ander land werken en dan moeten de kinderen mee. Op een aantal van die scholen was schrijver Hans Hagen om over zijn boeken te praten. Hij ging dan samen met zijn vrouw Monique of met zijn vriend Erik Karsemeijer, een muzikant.

Op hun eerste Afrikaanse reis gingen Erik en Hans naar Ghana. Naar de Nederlandse school in de hoofdstad Accra. Ze traden op voor de ouders en kinderen. Bij maanlicht, in een sprookjesachtige tuin. De dag erna wilde Erik naar een drumschool gaan om les te krijgen van een meester-drummer. Ze reden naar het dorp en... drumschool gesloten! Er mocht een maand niet worden getrommeld van het dorpshoofd. Het was een soort vasten. Na die maand zou er een feest zijn. Maar dan waren Hans en Erik al weer weg, helaas.

Vanaf die dag zat er in het hoofd van Hans een meester-drummer die een tijdlang geen les kan geven. Drie jaar lang heeft hij daarmee rondgelopen. Toen pas schreef hij het boek ‘De dans van de drummers’. In de tussentijd was het idee wel gegroeid. Er was van alles bij gekomen. Hans bezocht meer buitenlandse scholen. Zijn dagboekjes groeiden. Hij kreeg stapels ideeën door alles wat hij zag.

Uiteindelijk heeft Hans het boek in ongeveer vijf maanden opgeschreven. Als hij eenmaal achter de computer zit, blijft hij net zo lang zitten tot het af is. Dat is geen straf. Schrijven is eigenlijk heel langzaam lezen, vindt Hans. Hij houdt van lezen, dus is schrijven ook leuk. Bovendien is het heel spannend. Want als hij begint te schrijven weet hij nog niet hoe het afloopt.

Vijf jaar na zijn eerste kennismaking met Ghana is Hans met tekenaar Philip Hopman teruggegaan. Om hem al die plekken aan te wijzen waar het verhaal zich afspeelt. Want Philip was nog nooit in Ghana geweest. Hij wilde er heen om de sfeer te proeven. Om alles te zien en foto’s te maken. Hij kwam thuis met een schetsboek en een hoofd vol ideetjes. Zo heeft hij voor de omslagtekening bijvoorbeeld de baai van Elmina gebruikt.

Hans Hagen schrijft vaak over de dingen die hij meemaakt. Veel van zijn verhalen spelen zich af in de verre landen waarin hij rondreist. “Als ik op reis ben, maak ik overal foto’s van en schrijf ik van alles op. Ik koop bloemen en muziek op de markt, en die neem ik mee naar huis. Al die dingen stal ik op mijn werkkamer uit. Zo kom ik tijdens het schrijven in de juiste stemming.”

Tijdens zo'n reis ziet Hans van alles dat hij later terug laat komen in zijn boek. Dingen die opvallen, die er om vragen om in een verhaal terecht te komen. Met Philip Hopman was hij bijvoorbeeld in het dorpje Winneba, een plaatsje aan de kust. Daar was een festival aan de gang, waarbij verschillende groepen mensen meededen aan een antilopenjacht. Hij had zijn boek eigenlijk al af, maar dat verhaal over de jacht heeft hij toch nog toegevoegd in het verhaal van Hina. Hij zag ook een keer in Kenia een blinde man die werd rondgeleid door een klein jongetje. In die streek waren veel mensen blind en daar wilde hij iets over schrijven. In ‘De dans van de drummers’ heeft Oboo een blinde moeder, oma en tante. Zo duiken er meer mensen op die Hans Hagen ontmoette tijdens zijn reizen door Afrika. Zoals een vrouw op straat met een schaal pelpinda's op haar hoofd. Dat leverde het beroep op van de moeder van Dudu Addi. “Ik denk altijd, ik kom die mensen niet voor niets tegen. Zoals een autohandelaar let op auto’s, let ik altijd op mooie beelden en bijzondere mensen. Die sla ik op om later te gebruiken. Ik meng dan de fantasie en werkelijkheid door elkaar.”

Hans Hagen luistert veel naar muziek als hij schrijft. “Bij ‘De dans van de drummers’ had ik alleen maar Afrikaanse muziek op staan. Veel percussie en bekende artiesten als Youssou N' Dour en Babaa Maal. Maar ook de cd van de drummeester uit Ghana waarop het verhaal gebaseerd is, Mustafa Tettey Addi.” Muziek speelt sowieso een grote rol in het werk van Hans. “In ‘De dans van de drummers’ is de drummer belangrijk als figuur. Maar het is meer dat muziek heel belangrijk is als drager, als ondersteuner van woorden, dan als muziek op zich.”

Of zonder deze reizen ook een drummeester in het boek centraal zou hebben gestaan, weet Hans niet. Toen hij in een bus van Kenia naar Tanzania reed, stond er een jongetje langs de weg. Op dat moment dacht hij zeker te weten dat hij ook in het boek voor zou komen. Maar goed, die doet uiteindelijk helemaal niet mee. Je hebt best kans dat hij in een volgend boek, wat helemaal niet in Afrika speelt, wél terugkomt. Het gaat om het beeld. Misschien niet letterlijk. Meer hoe iemand daar helemaal verlaten in het landschap staat. De energie die daar in zit. Dat probeert hij terug te halen.

Hans is tijdens een reis ook niet echt bewust op zoek naar een verhaal. “Als ik op reis ben zie ik dingen die ik gebruik. Dingen die ik interessant vind of waar ik meer van wil weten. Maar dat heb ik ook als ik hier in Noordwijk over het strand loop. Ik zie beelden die me bijblijven. En misschien komen die wel een keer terug in een verhaal. Soms duurt dat jaren. Het moet dan lang in mijn kop broeien. Gelukkig zit er nog heel veel in mijn hoofd.”

Raamvertelling:
‘De dans van de drummers’ is geschreven als een raamvertelling. Dat is een verhaal dat de omlijsting vormt voor een aantal verschillende vertellingen en dat die vertellingen samenbindt. Een bekende raamvertelling is bijvoorbeeld ‘Duizend-en-één-nacht’. Maar ook ‘De griezelbus’ van Paul van Loon.

In het boek vertelt meester-drummer Dudu Addi een aantal verhalen over belangrijke gebeurtenissen uit het leven van zijn zes nieuwe leerlingen. Iedere vertelling is een apart verhaal. Ze gaan over lot en noodlot, moed en lafheid, trouw en ontrouw, geluk en verdriet. Hans Hagen geeft daarin af en toe ook nog wijze raad aan de lezer mee: muziek tovert van alles tevoorschijn, zonder zorg gaat alles dood, met een dichte mond vang je geen vliegen, de wijsheid woont niet in één huis én denk na voor je iets doet. Deze vertellingen worden ‘samengebonden’ door het verhaal van de kinderen die er uiteindelijk in slagen de juiste kleur trommel te kiezen, waardoor ze drumles van Dudu Addi krijgen.

Hoofdpersonen:
De oude meester-drummer Dudu Addi is de hoofdpersoon in de raamvertelling. Elk kind speelt daarin ook een rol, evenals in zijn of haar eigen verhaal. Er zijn ook vertellingen waarin Dudu Addi en de kinderen niet voorkomen, zoals in het verhaal over de jakhals en de hyena’s en het raadsel over de koning en de beul.

- Dudu Addi
Dudu Addi is de oude meester-drummer. Hij heeft zes kinderen uitgekozen als zijn laatste leerlingen. Tenminste, als ze de goede trommel weten te kiezen. Hij is drie dagen doodziek geweest, maar nu weer de oude. Maar zijn tijd nadert. Hij helpt de kinderen kiezen door allerlei verhalen te vertellen over belangrijke gebeurtenissen uit hun leven. Hij vertelt ook zijn eigen verhaal.

Toen Dudu Addi zijn drum-meester voor het eerst zag, was Babaa Youssou al oud en zwak en leed veel pijn. Van de medicijnman moest hij onder de toverboom gaan liggen met zijn grote trom. Als die uit zichzelf zou gaan spelen, zou Babaa Youssou genezen. Dagenlang gebeurde er niets. Babaa Youssou werd steeds zieker. In de boom zat al een gier te wachten tot hij dood zou gaan. Opeens begon het hard te waaien. Al flapperend stootte de gier tegen een boomvrucht. Die barste open. De zaden en pitten vielen op het trommelvel. De grote trom begon te roffelen … en Babaa Youssou genas. Die dag kreeg Dudu Addi zijn eerste drumles.

De naam ‘Dudu Addi’ is een samenvoeging van twee namen van bestaande personen. ‘Dudu’ komt van ‘Doudou Ndiye Rose’, een fantastische meester-drummer uit Senegal. ‘Addi’ is afgeleid van ‘Mustafa Tettey Addi’. Hij leidt een muziekschool in Ghana, waar je ook drumles kan krijgen.

- Sidi
Sidi’s vader is visser. Hij vaart ’s nachts op zee. Behalve op dinsdag, want dan is de zee niet veilig. Een keer ging hij toch, omdat zijn kinderen zo’n honger hadden. Sidi liet zijn vader niet alleen gaan en verloor die nacht z’n oog. Daarom kiest hij voor de trommel onder het zwarte doek. Daar staan twee ogen op; eentje open en eentje dicht.

Wat Hans Hagen in Ghana en Sri Lanka zag, gebruikte hij voor Sidi’s verhaal. De vissers in Ghana vertelden hem dat ze thuis bleven op dinsdag. In Sri Lanka gingen de vissers rond zes uur het water op. Ze stuurden hun bootjes om scherpe rotsen heen door de branding. Nagekeken door kinderen en vrouwen, koeien en honden. Bij zonsopkomst kwamen ze met soms maar vijftien vissen thuis.

- Lissa
Toen haar moeder op weg was naar de dokter, is Lissa op de achterbank van de auto geboren. Ze woont met haar ouders in de dierentuin, in een blauwe kooi. Dat was vroeger het hok van de hyena’s. Om Lissa te leren dat ze eerst moet nadenken voordat ze iets doet, vertelt Dudu Addi het verhaal van de jakhals en de hyena’s. Zij krijgt de kleur blauw en een staart (van de jakhals) op haar trommel.

In de hoofdstad van Ghana, Accra, ging Hans naar de dierentuin. Vroeger kregen de dieren beter te eten dan de oppassers, vertelde een vrouw. Hans schreef dat in zijn dagboek en gebruikte het bij Lissa. Het verhaal van de jakhals en de hyena’s is eigenlijk een Mexicaans volksverhaal. Maar in Mexico speelt een wolf de hoofdrol. Hans verzon er van alles bij, zoals een leeuw en een kudde zebra’s. De wilde Mexicaanse honden werden bij hem woeste hyena’s.

- Hina
Het verhaal van Hina gaat over een heilig mes. De priester heeft verboden het aan te raken. Toch doet Hina het. Hij probeert de priester vervolgens te slim af te zijn, maar verraadt zich toch. Uiteindelijk wordt met het mes een geitje geslacht. Hina’s kleur is rood en zijn teken een mes.

Het avontuur van Hina is een bewerking van een Zuid-Afrikaans volksverhaal. Hans maakte er al eens een klein boekje van, ‘Hina en het mes’. Toen heette Hina’s vriendje Dudu. Om verwarring met Dudu Addi te voorkomen, veranderde hij de naam ‘Dudu’ in ‘Zorki’. Toen Hans het verhaal schreef, dacht hij dat ‘Hina’ een jongensnaam was. Het klinkt ook behoorlijk Afrikaans. Later hoorde hij dat ‘Hina’ een meisjesnaam uit India is.

- Oboo
De oma van Oboo was zwanger van een tweeling. Ze vroeg aan de wensboom om eten. Ze kreeg een tovertrom die de honger in het hele dorp verjoeg. Op voorwaarde dat ze dit geheim niet verklapte. De spin Anansi kwam het echter toch te weten. Voor straf werden Oboo’s oma en haar twee pasgeboren dochters blind. Oboo wenst dat ze weer kunnen zien. Dat zal pas gebeuren als zijn oma tijdens de val van een ster een witte bloem uit de wensboom kan plukken. Oboo kiest groen, naar de kleur van de vruchten aan de wensboom, en zijn symbool is de ster.

Oboo’s verhaal begon bij de heilige boom in Dar es Salaam in Tanzania. Schuin tegenover de plaats waar de schrijver Roald Dahl (van onder andere ‘De GVR’ en ‘De reuzenkrokodil’) een huis had. Hans Hagen zag hoe mensen briefjes aan de stam hingen en wensen uitspraken. Later las hij een verhaal van het Ewe-volk in Togo. Het ging ook over een wensboom. Oogziektes zijn een
groot probleem in arme landen. Hans zag op zijn reizen veel blinde mensen. Daardoor wist hij waarover zijn boomverhaal zou gaan.

- Ten-Ten
Ten-Ten let al de hele nacht op het vuur. Dat doet hij ook altijd als zijn vader aan het werk is met glas. Ten-Ten en Fatush kunnen maar niet kiezen. Om ze nog even bedenktijd te geven vertelt Dudu Addi het raadsel van de koning en de beul. Na dit verhaal kiezen uiteindelijk hun voeten voor de juiste trommel. Voor Ten-Ten wordt het geel, de kleur van vuur. Op zijn trommel staan vlammen.

Vijftien jaar geleden vertelde iemand aan Hans een wreed mopje. ‘Er was eens een koning die rustig wilde slapen. “Wie ik in mijn droom zie, gaat eraan,” dreigde hij. De volgende dag werden alle meisjes gedood.’ Deze drie regels heeft hij altijd onthouden. In het boek is de mop uitgegroeid tot het raadsel van de koning en de beul.

- Fatush
Fatush heeft leren schrijven op velletjes blanco papier. Maar dat helpt haar niet met kiezen. Haar voeten kiezen voor de trom onder het witte doek. Daar blijft zij ook bij. Op haar trommel staat een pen en een stapeltje papier.

Fatush is een meisje dat Hans zag op een school in Nairobi, Kenia. Haar moeder kwam uit Somalië, haar vader uit Nederland. Hij heeft haar naam altijd onthouden. Hij klinkt zo geheimzinnig en zacht. Hans hoopt dat de echte Fatush het goed vindt dat hij haar naam heeft gebruikt. En dat zij zich in de rol van haar naamgenote kan vinden.

Plaats:
Toen Hans Hagen ‘De dans van de drummers’ schreef, zag hij vooral Ghana in zijn hoofd. Ghana is een land in West-Afrika. Daar spelen alle verhalen in het boek zich af. Ook illustrator Philip Hopman is in Ghana gaan kijken. Er staan nu zoveel mooie verhalen en tekeningen in het boek, dat de lezer het gevoel heeft ook in Ghana te zijn geweest.

"Ghana was voor mij heel indrukwekkend,” zegt Hans. “Het was mijn eerste keer in 'zwart' Afrika. De mensen op
straat waren heel vriendelijk en open. Vanaf het moment dat je jezelf openstelt tenminste. Je moet gewoon de straat op gaan in je ouwe kloffie. Zonder kostbare dingen bij je en je fototoestel in een plastic tasje van de plaatselijke supermarkt. Als je daar als typische toerist rondloopt, leg je een stuk minder makkelijk contact. Later ben ik ook in Kenia, Tanzania en Ethiopië geweest. Maar Ghana was voor mij heel speciaal. Ik ga dan ook zeker een keer terug.”

Muziek in Afrika:
Overal in Afrika is muziek: van een moeder die een slaapliedje zingt voor haar pasgeboren baby tot grote dorpsfeesten vol met kleuren en kostuums, muziekinstrumenten en zang. Muziek vormt een belangrijk onderdeel van de Afrikaanse levenswijze. De mensen gebruiken de muziek om de sleur van de werkdag te doorbreken. Een boer kan tijdens het schoffelen en zaaien een lied zingen om zijn gewassen te laten groeien. De over uitgestrekte gebieden verspreide herders en jagers in plattelandsgebieden ‘praten’ met elkaar door op een fluit muzikale boodschappen te blazen.

Bepaalde soorten muziek, zoals de muziek van groepen krijgers, of liederen voor bij het bier drinken of voor de jacht, kunnen alleen door mannen worden gezongen. Andere muziek is voorbehouden aan vrouwen en wordt bijvoorbeeld gespeeld tijdens de geboorte van een kind.

Er zijn veel verschillende muziekinstrumenten in Afrika en ze variëren van zeer fijn bewerkte ceremoniële trommels tot de meest eenvoudige rammelaars, die van enkele stukjes schroot of boomschors zijn gemaakt.

Afrikaanse trommels kunnen eenvoudige kookpotten zijn waaroverheen schorten van huid zijn gespannen, maar ook heel fijn afgewerkte instrumenten. Sommige trommels zijn klein genoeg om onder een arm te worden gehouden, terwijl andere bijna net zo hoog zijn als de drummer. De trommel wordt meestal uit een massief blok hout gesneden, of hij wordt van houten stroken gemaakt die met behulp van ijzeren hoepels bij elkaar worden gehouden. Kinderen maken vaak speelgoedtrommels van lege blikjes en olievaten of van harde schalen van vruchten.

Belangrijkste gebeurtenissen:
In ‘De dans van de drummers’ staan veel belangrijke en spannende gebeurtenissen. Dat komt door al die verschillende verhalen. De volgende drie gebeurtenissen in de raamvertelling vind ik het belangrijkst.

- Het tromgeroffel, midden in de nacht, door de oude meester-drummer Dudu Addi, die drie dagen lang doodziek is geweest. Hiermee roept hij de zes kinderen eindelijk op om die nacht een trommel te kiezen. Doen ze dat goed, dan krijgen ze hun eerste drumles.

- De zes kinderen kiezen om de beurt een trommel. Allemaal twijfelen ze. Meerdere kleuren zijn mogelijk. Het is steeds weer spannend of ze goed naar het verhaal van Dudu Addi hebben geluisterd en daardoor de juiste keuze kunnen maken. De gekozen kleuren gaan van donker (zwart) naar licht (wit). Het verhaal begint ook in het donker, midden in de nacht als de maan opkomt, en eindigt in het licht, bij zonsopgang.

- Het begin van de langverwachte drumles.
“Ze hebben niet geslapen die nacht.
Maar niemand voelt zich moe.
Stijf als een beeld staat Dudu Addi klaar.
Langzaam gaan zijn armen omhoog.
Zijn handen wijzen naar de zon en dan …
Dan vallen ze als zwepen omlaag.
Tak, tak-dong.
Tak-dong-kadong, tak-dongdongdong …
Sidi valt in, Lissa, Oboo, Hina, Ten-Ten, Fatush.
Tak-dong-kadong-dong.
Taka-taka-dongdongdong …”

Taalgebruik:
Het volgende stukje komt uit het rapport van de Griffeljury.
“Dong-kadong!
Dong-kadong!
De trom, de grote trom!

Het is niet de eerste keer dat tromgeroffel wordt gebruikt om spanning op te bouwen. Maar in een boek zie je het niet vaak.

Het klinkt als een hartslag.

Laag-kadong, diep-kadong, traag-kadong.

Minstens zo mooi als de spanning is de taal. De heldere, korte zinnen zijn opgebouwd uit woorden van een wonderschone eenvoud, krachtig en vol sfeer. De woorden werden zorgvuldig uitgekozen. De auteur laat zien dat je met eenvoudige en begrijpelijke taal een poëtisch verhaal kunt vertellen.”

Hans Hagen is een echte woordentrommelaar. De korte zinnen geven ritme aan het verhaal. De trommels worden nog niet eens gebruikt en toch dreunt en roffelt het verhaal al door je hoofd. Je voelt het Afrikaans getrommel. Door het ritmische taalgebruik van de korte zinnen leest het boek als een muziekstuk. Dat is de kracht van de taal en vooral ook de kunst van het schrijverschap. Ook de bladzijden zien er ook prettig uit. Eén zin op een regel. Hierdoor is het boek ook voor minder ervaren lezers goed te doen.

Bij het schrijven is Hans Hagen bewust bezig geweest met hoe het zou klinken als het wordt voorgelezen. “Ik lees alles over. In mijn hoofd of hardop. In ‘De dans van de drummers’ gebruik ik heel korte zinnen. Dan kun je snel vervallen in zo’n ritme van onderwerp, persoonvorm met nog wat er achteraan. Dus steeds dezelfde zinsopbouw en woorden van twee of drie lettergrepen op steeds dezelfde plek. Door het vaak over te lezen voorkom je dat. Dan zie je of het ritmisch goed in elkaar steekt. Het komt ook voor dat je een zin leest en denkt ‘dat zit niet lekker’. Wanneer je dan een woord vervangt omdat het een lettergreep meer of minder heeft, loopt het ineens wel. Maar het is ook een kwestie van gevoel. De eerste regels van het boek zijn ‘Dong-kadong! Dong-kadong!’ Op dat soort klanken zit ik heel lang te puzzelen. Of er vier of drie keer dong moet staan luistert heel nauw.”

Hans Hagen heeft ooit gezegd: “Je kunt makkelijk boeken vol schrijven over wat je om je heen ziet. Maar pas als je dingen op een hele speciale manier zegt, wordt het bijzonder.” En daar heeft hij helemaal gelijk in.

Tekeningen:
Philip Hopman heeft al veel werk van Hans Hagen van illustraties voorzien. Ze begrijpen elkaar goed. Hij liet zich voor ‘De dans van de drummers’ in Ghana inspireren, net als Hans. De geuren en kleuren van Afrika zijn regelrecht terug te vinden in zijn prachtige tekeningen. Die dragen zeker bij tot de sfeer van het boek. Ze passen perfect in het verhaal en geven een mooi en eerlijk beeld van Ghana. Hans Hagen mag dan een woordentrommelaar zijn, Philip Hopman is een echte kleurenmeester.

Aan de bekroning met de Gouden Griffel is dus maar één ding mis, namelijk dat Philip Hopman met zijn fenomenale tekeningen niet ook in de prijzen viel!

Onderwerp:
Het is niet zo gemakkelijk vast te stellen wat het onderwerp van ‘De dans van de drummers’ is. Dat komt omdat het boek is geschreven als een raamvertelling en dus eigenlijk bestaat uit meerdere verhalen die allemaal een ander, eigen onderwerp hebben. In het ‘samenbindende’ verhaal spelen de trommels en de eerste drumles een belangrijke rol. De korte zinnen in het boek lijken geschreven in het ritme van tromgeroffel. Daarom denk ik dat ‘muziek’ het belangrijkste onderwerp in het boek is.

‘Muziek’ was ook het thema van de Kinderboekenweek 2004. In die week werden alle boeken die iets met dit thema te maken hadden, onder de aandacht van de lezers gebracht. Een paar dagen daarvóór won Hans Hagen met ‘De dans van de drummers’ de Gouden Griffel. Die bekroning kwam dus op een heel gunstig moment. Zijn boek stond daardoor dubbel in de schijnwerpers.

Door alle verhalen in het boek komt de lezer veel te weten over het leven in Ghana. Dat is leuk en interessant. Die verhalen zijn erg mooi en beslist niet zielig. Dat vind ik goed. Ghana is méér dan honger en ellende.

Boeken met hetzelfde onderwerp:

- Hina en het mes
Hans Hagen heeft het verhaal uit zijn boek ‘Hina en het mes’ uit 1990 als een vertelling in ‘De dans van de drummers’ opgenomen. Het verhaal gaat over een heilig mes, dat Hina wil aanraken om te voelen hoe scherp het is. Maar dat is streng verboden. Alleen de priester mag het mes aanraken. Hina denkt de priester te slim af te zijn.

- De spin Anansi
In ‘De dans van de drummers’ komt ook een verhaal voor over de beroemde spin Anansi. Die houdt van lekker eten maar is te lui om te werken. Hij maakt daarom altijd plannetjes om andere dieren te bedriegen om zo aan geld of eten te komen. Anansi is een slimmerik en redt zich er altijd weer uit. De Anansi-verhalen komen oorspronkelijk uit West-Afrika. In de volgende twee kinderboeken komt de spin Anansi ook voor. Ze spelen zich ook in Ghana af.
- ‘Anansi’s web’ door Lydia Rood.
- ‘Amanfi’s Goud’ door J.O. de G. Hanson

Muziekinstrumenten:
Tot slot nog een paar kinderboeken over muziekinstrumenten.
- ‘De pianomeester’ van Rita Verschuur
- ‘Eén dag zonder viool’ van Lida van Hees en Christine Scholten
- ‘Een keyboard voor Beethoven’ van Reina ten Bruggenkate
- ‘Fluiten in het donker’ van Gonneke Huizing

Slotwoord:
‘De dans van de drummers’ is een erg mooi en bijzonder boek. Daar is iedereen het wel over eens. Het heeft terecht een Gouden Griffel gewonnen.

Toch heb ik een klein puntje van kritiek. Dat gaat over het woord ‘dans’ in de titel. Daarmee zegt de schrijver als het ware dat dansen een belangrijk onderdeel uitmaakt van het verhaal. Maar dat is eigenlijk niet het geval.

Tijdens het trommelen bewegen de drummers achter hun instrumenten mee op het ritme van de muziek. Maar meer wordt er in het boek niet gedanst, áls je dit al dansen kan noemen. En zoveel wordt er ook weer niet getrommeld. Alleen in het eerste hoofdstuk door meester-drummer Dudu Addi. Om de kinderen midden in de nacht naar de drumles te roepen. En aan het eind, tijdens die drumles. In de tussenliggende hoofdstukken moeten de kinderen met behulp van allerlei verhalen de juiste trommel kiezen. Ze moeten wachten met trommelen tot de zon opkomt en de drumles begint.

Omdat er in het boek nauwelijks wordt gedanst, vind ik het woord ‘dans’ in de titel niet goed. Hans Hagen had beter kunnen kiezen voor bijvoorbeeld ‘Het ritme van de drummers’ of ‘De keuze van de drummers’. Dat klinkt wel niet zo lekker als ‘De dans van de drummers’ (een alliteratie, zoals ook de titels van de Suske en Wiske-stripalbums), maar het past wel veel meer bij de verhalen in het boek. Nu wordt de lezer toch een beetje op het verkeerde been gezet.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

ik heb het boek gelezen heel leuk en ik doe mijn boekbespreking erover doei!

10 jaar geleden

T.

T.

Het is ook gwn plagiaat

2 jaar geleden

T.

T.

Moet je niet doen in de middelbare

2 jaar geleden