Titel: De bekoring
Auteur: Hans Münstermann
Jaartal eerste druk: januari 2006
A1 Verwachting
Ik verwachtte dat het over een vrouw zou gaan die ergens weg ging. Ik dacht dat het zich ergens vroeger af zou spelen, aangezien er een foto van een vrouw met een ouderwetse jurk en een koffer op de kaft staat.
A2 Je eerste reactie
Ik vond het een heel moeilijk boek. Het is moeilijk bij te houden omdat er steeds perspectiefwisselingen zijn zonder dat er duidelijk aangegeven is door wiens ogen je nu weer kijkt. Ik moest mezelf er toe zetten om het boek weer te pakken om het te gaan lezen, omdat ik er niet gemakkelijk doorheen kwam.
B1 Samenvatting
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken:
I Laatste kleinigheid (blz. 7-37)
II De dag valt uit de hemel (blz. 41-97)
III Een bed voor Sneeuwwitje (blz. 101-136)
IV Het Dolen (blz. 139-161)
V Halte Samarra (blz. 165-205)
I Laatste kleinigheid
Andreas Klein komt met zijn zoontje van de bakker en hij hoort van zijn vrouw dat zijn moeder plotseling is overleden. Het komt hard aan en ze gaan op weg naar het ouderlijk huis. Alle kinderen zijn er en ze krijgen uitleg over de plotselinge dood van hun moeder van de Fransman Alain die de laatste jaren met hun moeder samenwoonde. Als ze weer in de auto terug zitten, moet Andreas denken aan de hoofdpersoon van zijn roman die hij aan het schrijven is. Deze architect Van Epen heeft hij al bijna laten overlijden, maar hij is van mening dat hij hem weer tot leven moet roepen.
De tweede lijn is de dag waarop Andreas jarig was in juli 1960. Zijn moeder kwam in zijn kamer en had een koffer bij zich. Ze kwam afscheid nemen: ze ging het gezin verlaten. De kinderen beseften het allemaal nauwelijks. Er waren zeven kinderen in het gezin Klein en de moeder voelde zich een sloof van haar gezin. Aangezien ze in de nacht ervoor door haar man mishandeld is, neemt ze zich voor de volgende dag te vertrekken. Stap voor stap wordt elke trede beschreven die de vrouw zich verwijdert van haar gezin. Buiten wordt ze geobserveerd door Van Epen, de architect van de woning die ze in Amsterdam hebben bewoond. Hij legt de lezer uit wat hem bezield heeft de woningen waarin Marianne woont te bouwen. Hij vraagt zich af waar de vrouw naar toe gaat: waarschijnlijk naar de Bijenkorf om inkopen te doen.
II De dag valt uit de hemel
Marianne Klein neemt de tram, lijn 24. Tegelijkertijd valt een motorrijder met zijn motor en is er nogal wat opwinding op straat. In de tram denkt ze aan haar relatie met haar man Joachim die slecht is. Ook vindt ze haar leven in die zestiger jaren gewoon te saai: het huishouden kent weinig uitdaging. Ze wil ontsnappen aan dat saaie leven.
Minutieus beschrijft ze alles vanuit de tram wat ze ziet: de mensen, de winkels. Ze denkt terug aan haar huwelijk sinds het op 10 mei 1940 werd gesloten. Vooral de manier waarop haar man haar in bed bejegent, vindt ze verschrikkelijk. Ze denkt aan haar eerste ontmoeting met haar minnaar Arie, die heel wat liefdevoller tegen haar is. Omdat haar huwelijk zo slecht was, zag ze het op een bepaald moment niet meer zitten en wou ze zelfmoord plegen, maar op het ogenblik dat ze haar hoofd in de oven wilde steken, kwam haar dochter Brunhilde binnen.
De architect Van Epen wil de vrouw weer terughalen, maar hij schrikt als ze lijn 7 pakt, want die gaat niet naar de Dam en De Bijenkorf.
Andreas kan maar niet begrijpen dat z’n moeder er vandoor gegaan is. De kinderen vragen het meeste aan de oudere Brunhilde. Die geeft op een moment aan dat moeder in zekere zin dood is, want ze zal niet terugkomen.
Intussen is Andreas in 2004 weer naar het huis waar zijn moeder opgebaard ligt, teruggegaan. Alle kinderen zijn er weer en er moet een beslissing genomen worden wat ze met het lijk zullen doen. Intussen worden de ontwikkelingen in Beslan ook nauwkeurig op de televisie gevolgd. De meest opstandige zoon is "Etter". Hij praat ook in beledigende termen over zijn moeder ("het oude lijk"). Marianne had nooit mogen besluiten bij de kinderen weg te gaan. Ze verdient in zijn ogen geen mooie begrafenis. Andreas moet een grafrede bedenken.
III Een bed voor Sneeuwwitje
Marianne Klein zit in lijn 7 en beschrijft nog steeds de zaken die ze buiten aan haar voorbij ziet trekken.
Van Epen heeft plaats genomen in de tram om haar te volgen. In de buitenlandse politiek speelt de kwestie Belgisch Kongo met de afgezette president Loemoemba. Deze zwarte dictator wordt ook in de tram gezet, wat eigenlijk een feitelijke onmogelijkheid is, en een surrealistisch trekje in deze roman is.
Andreas moet zijn verjaardag met zijn vriendjes vieren, maar zijn moeder is er niet. Zijn vriendjes vragen natuurlijk wel waar zijn moeder is en Andreas kan daarop geen antwoord geven. Een ander probleem is de schuldeiser die deze dag aan de deur komt. Zijn moeder heeft grote schulden openstaan bij de kruidenier. De kinderen wimpelen hem af, maar hij belooft terug te keren als vader weer thuis is.
Andreas vraagt aan Brunhilde of zijn moeder soms bij tante Door is, een vriendin van zijn moeder. Ook tante Door weet niet waar ze is. Als zijn vader van zijn werk thuis komt, krijgt hij een brief van zijn vrouw overhandigd door Brunhilde.
In 2004 maken de kinderen maken ook een wandeling door hun oude buurt en vragen zich nog steeds af wat het moet worden cremeren of begraven. Andreas' vrouw vraagt zich af of hij die brief ooit gelezen heeft. "Nee", zegt Andreas, hij weet niet wat erin heeft gestaan, hoewel hij hem veertig jaar na dato in zijn bezit had gekregen.
IV Het dolen
Marianne is bijna aan het einde van haar rit. Ze passeert de dierentuin Artis en stapt uit om zich naar de garage van haar minnaar, de automonteur Arie, te begeven. Die is verrast haar te zien en neemt haar mee naar zijn huis. Het leidt allemaal tot een geweldige seksuele uitspatting. Daarvoor, weet Marianne, heeft ze haar kinderen verlaten. Brunhilde vertelt aan Andreas dat zijn moeder bij een garage hoort en dan gaat hij een keer kijken, maar hij wordt door Arie min of meer weg gekeken.
In het heden horen de kinderen Klein van deze situatie. De discussie barst los of die escapade van hun moeder het allemaal wel waard was. Etter is het meest uitgesproken in zijn mening: "Dat ik uit dat kutwijf geboren ben." (blz. 160)
V Halte Samarra
Arie en Marianne gaan op een avond naar een mentalist. Arie wordt een beetje voor gek gezet en Marianne mag op het toneel komen en wat trucs uithalen. Ze raakt onder de indruk van de charmante Cospètto. Die laat hun na afloop niet los en probeert Marianne onder de ogen van Arie te versieren. Die is daar minder van gecharmeerd. Het gaat dan ook niet lang meer goed tussen de beide geliefden. Arie stuurt korte tijd daarna Marianne de straat op omdat hij zogezegd het huis van zijn vriend bewoonde, die nu weer terugkeert. Ten einde raad (ze staat op straat!) gaat Marianne op zoek naar Cospètto. Ze weet hem te vinden en kan na afloop van een voorstelling mee naar zijn hotelkamer, krijgt waarop ze had gehoopt (seksuele bevrediging), maar de volgende dag is de vogel gevlogen. De desillusie wordt steeds groter voor Marianne. Onder het toeziende oog van de architect Van Epen keert ze terug naar haar woonbuurt. Ze is bang dat er iemand thuis is, hoe moet ze haar kinderen onder ogen komen?
Intussen is wel het besluit gevallen om moeder te cremeren en in dit laatste hoofdstuk wordt ze naar het crematorium gebracht. Andreas moet de grafrede uitspreken.
Hij beschrijft haar laatste stervensuur. Ze geeft aan wat ze had gedacht, toen ze haar gezin in de steek liet. Ze wist dat het leven tot op dat moment haar niet het geluk bracht en ze was daarom opgestapt. Ze stelt zich ook voor hoe haar kinderen over haar praten als ze overleden is. Waarom heeft ze ons destijds in de steek gelaten? Ze beschrijft wat de kinderen met haar doen, het eerste halfuur na haar dood. Ze spreekt nog over haar bijzondere band met Andreas, die haar nooit belde omdat ze hem in de steek gelaten had, maar met wie ze van de kinderen het het beste kon vinden.
Andreas leest zijn grafrede voor, de muziek speelt. Ze werpen nog een laatste blik in de kist. Zelfs Etter begint ineens te janken. Bij het voor de laatste keer bekijken van hun nog steeds mooie moeder, begrijpen ze haar vlucht.
In 1960 keert Marianne terug naar huis. Andreas staat in de keuken en ziet zijn moeder terugkeren. Zijn vader kocht kort daarop een tv en een grammofoon. Dat was haar grootste wens geweest.
B2 Analyse
Genre:
Psychologische roman.
Titel en ondertitel:
De bekoring, dit betekend de verleiding. Ik denk dat dit slaat op de verleiding om weg te gaan, wat Marianne niet kon weerstaan. Marianne gaat weg van haar slavenleven en haar slechte huwelijk.
Andere uitleg: Iemand kan je niet bekoren. Arie kan haar niet meer bekoren en daarom gaat ze naar huis. Ook haar man Joachim kan haar niet meer bekoren.
Motto en opdracht:
Er is geen opdracht. Het boek heeft geen motto.
Motieven en onderwerp:
Moeder vlucht uit haar slavenleven omdat ze het thuis niet meer aankan de sloof te zijn en door haar man verkracht te worden.
Hoofdgedachte:
Het is ‘buiten’ altijd mooier en beter.
Thema:
De thematiek van de roman is de moeder-zoonverhouding.
De moeder van Andreas sterft en Andreas denkt terug aan de dag in 1960 dat zijn moeder haar gezin verliet. Andreas hoorde van zijn zusje Brunhilde dat zijn moeder nooit meer terugkwam. Het was zijn verjaardag en voor dit gebeurde keek Andreas altijd op naar zijn moeder. Op deze dag echter is zijn moeder voor hem een soort van gestorven (je laat je gezin toch niet zomaar achter). Marianne’s huwelijk was echter zo slecht dat Marianne naar haar minnaar vlucht, de monteur Arie. Maar als hij haar dan wegstuurt, weet ze niet wat ze moet doen. Dan herinnert ze zich de entertainer, met wie ze gesproken heeft na zijn voorstelling te hebben gezien. Ze gaat naar hem op zoek, maar het blijkt dat ze bij hem ook niet kan blijven. Ze gaat ten einde raad naar huis.
Toch blijft Andreas al die jaren van zijn moeder houden.
Een ander thema in het boek is desillusie, want Marianne, komt gedesillusioneerd van haar reis terug naar huis. Alle mannen lijken haar op dezelfde manier te behandelen en ze zal moeten accepteren dat vrouwen toen eigenlijk alleen maar goed waren voor het huishouden en het krijgen van kinderen.
Ze dacht dat het leven veel mooier en beter was daarbuiten, maar haar reis heeft haar het echte leven laten zien. Dat ze het dus ook niet zo slecht had in haar eigen huis.
Personages:
Het uiterlijk van de personages wordt niet beschreven.
Andreas Klein:
Andreas is schrijver, hij is getrouwd en heeft een zoontje. Hij is een boek aan het schrijven over een architect die zijn moeder op haar vlucht uit haar gezin volgt. Als kind is Andreas op zoek gegaan naar zijn moeder, maar toen hij haar niet kon vinden werd hij woedend. Later raakte hij aan haar afwezigheid gewend.
Marianne Klein:
Marianne kan het slavenleven dat ze leidt in haar gezin niet meer aan en vertrekt. Ze wil een mooi leven leiden en ze denkt dat dat ‘buiten’ kan. Daarom gaat ze naar Arie, haar minnaar. Het blijkt echter dat alle mannen die ze tegenkomt haar hetzelfde behandelen en gaat gedesillusioneerd weer terug naar huis. Ze leefde in de verkeerde tijd.
Van Epen:
Van Epen is de architect van de wijk waar de familie Klein woont en volgt Marianne Klein op de voet, omdat hij niet kan begrijpen waarom iemand uit zo’n fijne wijk weggaat. Hij wil weten wat deze vrouw uit zijn wijk drijft. Hij is een oude man.
Etter Klein:
Etter begrijpt het vertrek van zijn moeder nog steeds niet. Hij is woedend op haar en spreekt vol disrespect over haar. Naarmate het boek vordert wordt hij minder fel en huilt zelfs op de begrafenis.
Arie:
Arie is automonteur en de minnaar van Marianne. Hij leek zo lief in het begin, maar hij stuurt Marianne weg omdat ze al een paar weken bij hem bivakkeert. Het was niet zijn bedoeling om Marianne bij hem te laten wonen.
Tijd:
Er zijn twee tijdlagen in de roman aanwezig.
De eerste tijdlaag is die van de dagen waarop de moeder van Andreas overleden is tot aan haar crematie. Dit duurt ongeveer een week en speelt zich in 2004 af aangezien ze steeds op het nieuws de gijzeling van de schoolkinderen in Beslan zien.
De tweede tijdlaag is vanaf de dag waarop de moeder van Andreas haar koffers pakt om bij haar gezin weg te gaan tot ze weer terugkomt. Dit duurt ongeveer 3 weken. Op de radio hoort men over het afzetten van de Kongolese president Loemoemba. Dit gebeurde in juli 1960.
Deze tijdlijnen worden door elkaar heen verteld en duren het hele boek lang (205 blz.).
Ruimte:
In de eerste tijdlaag speelt het verhaal zich af in het huis van moeder Marianne en het crematorium. Het huis is belangrijk, omdat de broers en zussen hier herinneringen over hun moeder ophalen en praten over de tijd dat ze weg was.
De ruimte van de tweede tijdlaag is voornamelijk de tram, waarin Marianne een groot deel van het verhaal zit. Hier denkt ze na over haar leven dat ze heeft achtergelaten en over het avontuur dat ze tegemoet gaat bij Arie.
Ook de Harmoniehof, de wijk waarin de familie Klein woont. Dit klinkt als een heel fijne plek, totdat Marianne weggaat. Alles in de Harmoniehof líjkt perfect.
Vertelperspectief:
Het verhaal wordt verteld uit drie verschillende vertelperspectieven.
- Door de ogen van Andreas: Hij krijgt te horen dat zijn moeder is overleden en denkt terug aan zijn belevingswereld toen hij kind was en zijn moeder wegging.
- Door de ogen van Marianne: De moeder van Andreas Klein vertelt over de dag dat ze haar gezin verlaat (dit is de fantasie van Andreas)
- Door de ogen van de architect Van Epen: Hij volgt de moeder van Andreas Klein in haar vlucht uit haar gezin. Hij wil dat de mensen die in zijn wijk wonen gelukkig zijn en snapt niet waarom deze vrouw uit zo’n fijne wijk weggaat (dit is een personage uit het boek dat Andreas aan het schrijven is).
Spanning:
Het is niet echt een spannend boek. De enige ‘spanning’ die er in zit is dat je te weten wilt komen is waarom Marianne teruggaat naar haar gezin. Het lijkt in het begin allemaal zo leuk bij Arie en toch gaat ze terug, want de kinderen zijn er nu ze dood is.
Stijl:
“De geur van hop en gist is zelfs hier in de tram te ruiken, al een abnormale uitnodiging aan de huisvrouwen voor ware dronkenschap. Een vreemd tijdstip om te borrelen, en toch dringt het zich op. Is het niet te vroeg? Laat je gaan! Hef het glas! Maar hoe langer het verkeer stilstaat hoe moeilijker het wordt het glas te heffen. Alsof er hier te weinig ruimte is voor brede glazen en schuimende kragen. De passagiers zijn niet voorbereid op dit feest, ze kijken er niet naar uit. Maar het moet, zo is de sfeer nu eenmaal, hier, op dit punt van de rit. Alle hoofden in het rijtuig vullen zich met herinneringen aan feesten en drankgelagen. Het is alsof er hier in de tram, tussen de stangen en lussen, gebrouwen wordt. Ze proeft schuimend pils. Het enige wat ze hoeft te doen is haar lippen te openen. Ze drinkt. Daar gaat toch het glas weer omhoog. Proost. En nog een keer. De Ferdinand Bolstraat stroomt vol met bruisend bier. Het klotst tegen de ramen van de tram.“ (blz. 74)
Ik heb dit citaat gekozen, omdat ik dit een vreemd stukje vind. Dit is een goed voorbeeld van een fantasie van een van de personages, wat er ineens tussendoor kwam. Het was niet echt goed aangegeven. Ik wist in het begin dus ook niet waar het over ging. Dit had ik vaak en daarom las het boek ook niet lekker.
C Verwerkingsopdracht
1. Andreas Klein is een willoos slachtoffer, omdat hij er niet voor kiest om ineens geen moeder meer te hebben. Marianne kiest voor de rol van slachtoffer, want ze maakt twee keer dezelfde fout. Ze gaat namelijk telkens naar een andere man en gaat er dan vanuit dat hij voor haar zal zorgen. Uiteindelijk loopt het allebei op hetzelfde uit, ze wordt weggestuurd.
2. Marianne verlaat haar gezin voor Arie, omdat ze het niet meer aankan thuis. Ze heeft het zo druk met het verzorgen van de kinderen, boodschappen doen, ze hebben schulden bij de supermarkt en haar man doet niets in het huishouden. Ze kon het niet meer aan om dat leven te leiden. Arie stuurt haar de straat op en dan Cospètto ook nog, dus is ze noodgedwongen weer terug naar huis gegaan. Dit wegsturen is bepalend voor het lot van Marianne, namelijk dat ze weer teruggaat naar huis.
3. Marianne draagt zelf aan haar problemen bij door zo naïef te zijn om te denken dat ze bij Arie een toekomst had en bij hem kon wonen, terwijl hij geen serieuze relatie met haar wil. Hij had niet gevraagd of zij bij hem kwam wonen. Dus zet hij haar uit zijn huis en komt ze zonder onderdak te zitten.
4. Ze had dit kunnen voorkomen door niet zo naïef te handelen. Nadat ze bij Arie weggestuurd was gaat ze naar Cospètto (de entertainer) die haar ook wegstuurt. Tot twee keer toe maakt ze deze fout dus. Het is nogal sowieso nogal naïef om te denken dat iemand (Cospètto) die je een keer hebt ontmoet meteen een relatie met je wilt.
D Eindoordeel
Ik vond het over het algemeen een saai boek, waar ik me doorheen heb moeten worstelen. Ik vond het moeilijk te volgen, omdat de perspectieven wisselen zonder nadere aankondiging. Hierdoor wist ik vaak niet wie er aan het woord was. Daarnaast werd er nogal wat gefantaseerd in het boek door Marianne en Andreas, wat het nog moeilijker maakte. Het onderscheid tussen echt en verzonnen was niet echt duidelijk. Dit gaf mij een nogal verwarrend beeld van het verhaal.
De hoofdlijn van het verhaal vind ik wel goed: een moeder kan het gezinsleven niet meer aan en gaat weg. Alleen het hele verhaal eromheen, eigenlijk gewoon de rest vind ik niet goed. Het is niet realistisch, Marianne gaat naar Arie, maar eigenlijk is hij helemaal niet zo aardig tegen haar, waarom ze voor hem valt is mij een raadsel. Marianne gaat naar Cospètto, waarom? Ze moet weten dat ze bij hem niet kan blijven: ze heeft hem pas een keer ontmoet. Dan nog zoiets: Marianne komt op het eind weer terug bij haar gezin. Waarom zou ze dat doen, ze heeft ook nog haar vriendin Door, waarom gaat ze daar niet heen? Of andere vriendinnen of familie?
Al met al vond ik het dus een boek met een moeilijk te volgen verhaallijn. Hierdoor kon je niet lekker doorlezen en pakte ik het boek niet even tussendoor.
E Bronvermelding
Boek: Hans Münstermann, De bekoring, 2006, Amsterdam
Internetsites: http://www.scholieren.com/boekverslagen/21026

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.