Bezonken rood door Jeroen Brouwers

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
Boekcover Bezonken rood
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 2067 woorden
  • 19 april 2001
  • 26 keer beoordeeld
Cijfer 6.8
26 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1981
Pagina's
152
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Bezonken rood
Shadow

Samen met zijn moeder bracht Jeroen Brouwers zijn kleuterjaren door in het Japanse interneringskamp Tjideng op Java. In de roman Bezonken rood heeft hij op aangrijpende wijze zijn herinneringen verwerkt aan deze periode uit zijn jeugd.

Bezonken rood werd door de critici unaniem lovend besproken. Inmiddels zijn er vertalingen verschenen in Frankrijk, Duitsland, Enge…

Samen met zijn moeder bracht Jeroen Brouwers zijn kleuterjaren door in het Japanse interneringskamp Tjideng op Java. In de roman Bezonken rood heeft hij op aangrijpende wijze zijn …

Samen met zijn moeder bracht Jeroen Brouwers zijn kleuterjaren door in het Japanse interneringskamp Tjideng op Java. In de roman Bezonken rood heeft hij op aangrijpende wijze zijn herinneringen verwerkt aan deze periode uit zijn jeugd.

Bezonken rood werd door de critici unaniem lovend besproken. Inmiddels zijn er vertalingen verschenen in Frankrijk, Duitsland, Engeland, de Verenigde Staten, Zwitserland, Noorwegen, Zweden, Polen, Portugal, Turkije en Servië.

Bezonken rood werd in 1995 in Parijs bekroond met de prestigieuze Prix Fémina Étranger.

Bezonken rood door Jeroen Brouwers
Shadow

Algemene Gegevens
De titel van het boek is Bezonken Rood en is geschreven door Jeroen Brouwers. De eerste druk van het boek was in november 1981, het boek dat ik gelezen heb, kwam uit de schoolbibliotheek en is de 22e druk, uit februari 1997. Genre van het boek is autobiografische oorlogsroman. Het gaat over de herinneringen en gebeurtenissen die de hoofdpersoon heeft meegemaakt in de 2e Wereldoorlog in Indonesië in een Jappenkamp. Naast romans heeft Jeroen Brouwers ook verhalen, drama’s, essays en biografieën geschreven. Het boek bevat ongenummerde hoofdstukken, die je kan herkennen aan de grote openingen aan het begin van de bladzijde. Bijna elk hoofdstuk begint met iets over zijn moeder. Motto van het boek is:

1e Motto: Er aber, in seiner gewöhnlichen Art, hüllte sich in Geheimnisse, indem er mich mit grossen Augen anblickte un mir die Worte wiederholte: Die Mütter! Mütter! ’s Klingt so wunderlich! – Johann Peter Eckermann, Gespräche mit Goethe
2e Motto: Zoek mij terwijl ik er ben. Leer mij kennen, omdat ik er ben. Ik ben er immers. En toch is zeker dat ik er niet ben. – Dodenlied (Zuid-Celebes)

Handeling
Samen met zijn moeder bracht Jeroen Brouwers zijn kleuterjaren door in het Japanse interneringskamp Tjideng. In het boek vertelt hij over zijn herinneringen daaraan en de gebeurtenissen. Een grote rol speelt zijn moeder, waarvan hij op een gegeven moment niet meer houdt. Het verhaal draait om zijn moeder, de oorlog en de gebeurtenissen rond de dood van zijn moeder. Thema van het boek is de relatie tussen moeder en zoon. Doordat zijn relatie met zijn moeder steeds minder wordt, vindt hij het heel moeilijk om een relatie met een andere vrouw te hebben. Motieven in het boek zijn de mist, het alleen zijn, de dood, schuld, de vliegen.

Ruimte
Het verhaal speelt zich grotendeels af in het kamp Tjideng. Ook zijn er gebeurtenissen die zich afspelen bij Liza en in het huis van de ik-persoon, in de Achterhoek. In het verhaal wordt vaak gesproken over mist, dit geeft de geest weer van de ik-persoon.

Tijd
Het verhaal, zoals het wordt verteld speelt zich af in de 2e Wereldoorlog, dus rond 1940 – 1945. Het verhaal dat zich afspeelt in het heden speelt zich eind januari, eind februari van 1981. Ook gebeuren er dingen in bij Liza, die zich rond 1974/1975 plaatsvinden. Het verhaal is niet-chronologisch verteld, vaak lees je dingen die je later pas begrijpt en dingen worden verwisseld, die eerder of later zijn gebeurd. Het boek begint met de mededeling dat de moeder van de ik-persoon is overleden. Als je kijkt naar de bladzijde voor het boek begint, gaat het over een stukje over de wind, wat de ik-persoon erg boeit. De wind is iemands leven, en je kan niet bestaan als je niet iets anders aanraakt. Het boek eindigt dat de ik-persoon thuis zit en luistert en ziet wat er om zich heen gebeurd. De laatste zinnen van het boek gaan weer over de wind en de andere ik, die hij in het raam ziet, alsof hij zich bevindt in de mist.

Personages
Jeroen Brouwers is schrijver van beroep. Hij is voor de tweede keer getrouwd. De eerste twee jaren van zijn leven brengt hij onbezorgd door temidden van zijn broers en zusjes. Na de Japanse inval in Nederlands-Indië wordt hij met zijn grootmoeder, moeder en zusje ondergebracht in Jappenkamp Tjideng. Daar ontwikkelt zich zijn afkeer van vrouwen en leert hij zijn gevoelens te onderdrukken. Jeroen is een rond karakter.

De andere figuren zijn bijfiguren en hier wordt vrij weinig over vermeld.

Perspectief
Het boek bevat een ik-perspectief. Je ziet het hele verhaal door de ogen van Jeroen Brouwers, de schrijver en hoofdpersoon van het boek.

Titel
De titel verwijst naar het bloed dat ooit vloeide in het Jappenkamp, het rood van de ondergaande tropenzon. De Jappen gebruikten de zon als een middel om de kampleden te kwellen, midden in de zon op het heetste van de dag moesten ze dingen doen die de Jappen zeiden. Straffen die de kampleden kregen hadden ook bijna allemaal te maken met de zon. De rode zon, die Brouwers ziet als een bloedspat, op de Japanse vlag. Bezonken slaat op de herinneringen die Brouwers heeft, die heel diep in zijn geheugen liggen. Het gevoel dat hij wil verdwijnen. Een aantal keer wordt de term bezonken rood in het verhaal gebruikt: ‘Er zakt een waas van bezonken rood voor mijn ogen.’ ‘het bezonken rood van haar lichaam’ als hij over Liza praat. Het eerste motto heeft betrekking op de verhouding van de ik-persoon ten opzichte van zijn moeder en andere vrouwen in zijn leven. Het tweede motto heeft betrekking op de verhouding die de ik-persoon duidelijk probeert te maken nadat zijn moeder is overleden.

Bijzondere Passages
Jeroen Brouwers schrijft heel helder, je moet wel goed bij de les blijven om het verhaal te snappen. Je moet niet even ergens anders aan gaan denken, want dan ben je meteen de draad kwijt. Hij schrijft erg makkelijk over gevoelens. Het verhaal bevat geen dialogen. Soms staan er zinnen in het Indonesisch.

Literatuurgeschiedenis
Het boek behoort tot de moderne Nederlandse literatuur.

Samenvatting
De gebeurtenissen in Bezonken rood spelen zich afwisselend af in het verleden en in het heden. Voor de duidelijkheid zullen in deze samenvatting de gebeurtenissen zoveel mogelijk in chronologische volgorde weergegeven worden.

Op een winterse dag in 1981 krijgt Jeroen een telefoontje. Het blijkt dat zijn moeder is overleden in het verzorgingstehuis. Naar aanleiding van het telefoontje komen er allerlei herinneringen bij Jeroen boven over het interneringskamp Tjideng. Na de inval van de Jappanners in Nederlands-Indië, brengt hij er drie jaar van zijn leven door, samen met zijn grootmoeder, moeder en zusje. Het kamp staat onder leiding van Kenitji Sone. Vader verblijft in de oorlogstijd als een krijgsgevangene in Japan. Jeroens twee oudere broers blijken, achteraf, op Java in mannenkampen opgesloten te hebben gezeten. Jeroen bewoont samen met de andere gezinsleden een gedeelte van een keuken. Als kind heeft hij moeite met bidden. Hij kan wel alle gebeden opzeggen, maar echt bidden doet hij nooit. Zijn moeder laat eveneens het bidden over aan andere mensen, waaronder haar eigen moeder. Jeroen kan alleen zien dat zijn oma nog leeft, als ze de kralen van de rozenkrans door haar vingers laat lopen. Dagelijks wordt Jeroen geconfronteerd met de dood en zelfs al voor hij kan lezen, weet hij er alles vanaf. De vrouwen in het kamp worden mishandeld, vernederd en verkracht. Er zijn dagelijks appèls, waarbij alle vrouwen en kinderen worden geteld. Ze moeten bevelen opvolgen als: in de houding staan, buigen, blijven staan in gebogen houding, ‘lang leve de keizer’ roepen en met kwakende geluiden kikkeren (in hurkhouding kikkersprongen maken). Jeroen is, gelukkig voor zijn moeder, eenvoudig te herkennen tussen alle kleine kinderen. Hij draagt een tropenhelm, waar hij bijzonder trots op is.

Op zijn vijfde verjaardag, 30 april 1945, krijgt hij het boek Daantje gaat op reis. Aan de hand van dit boek leert zijn moeder hem lezen. Vier dagen later overlijdt Jeroens grootmoeder. In juni van dat jaar krijgt Jeroens zus dysenterie als ze met een rolschaats in het open riool terechtkomt. Ze wordt tot haar genezing opgenomen in het kampziekenhuis. Eind juli overlijdt Jeroens opa. In de eerste helft van augustus sterft Nettie Stenvert, Jeroens vriendinnetje. Jeroen heeft geen emoties meer en denkt alleen maar aan het inpikken van Netties pop. Om zelf in leven te blijven oefent hij elke dag de woorden, die zijn moeder hem leert. Iemand die stervende is, is niet meer in staat om vliegen van zich af te slaan en daarom jaagt Jeroen elke dag op vliegen. Ze worden voor hem symbolisch voor de dood.

Begin augustus van 1945 worden twee atoombommen afgeworpen op Japan (Hirosjima en Nagasaki). Voor straf moeten de gevangenen twaalf uur in de houding staan en kikkeren. Al hun schamele bezittingen worden verbrand, maar Jeroen draagt zijn boek van Daantje onder zijn kleren. Het voedsel van een Rode Kruis-hulpwagen, wordt in een door de vrouwen gegraven gat geworpen. Jeroens moeder heeft stiekem rijst achter haar BH verstopt, maar wordt mishandeld zodra ze betrapt wordt. Hierover zegt hij: “Mijn moeder was de mooiste moeder, op dat moment hield ik op van haar te houden.” Drie dagen lang krijgen de gevangenen geen eten of drinken. Op 2 september 1945 capituleert Japan, maar de gevangenen moeten nog enkele maanden in het kamp verblijven.

Na de oorlog wordt het gezin herenigd. Ze emigreren naar Nederland. Op 10-jarige leeftijd wordt Jeroen ondergebracht in kostscholen om opnieuw opgevoed te worden. Hij voelt zich verraden door zijn moeder en wenst haar dood.

Zes à zeven jaar voor zijn moeders overlijden, ontmoet Jeroen een vrouw. Ze heet Liza en een uur na hun kennismaking gaan ze met elkaar naar bed. Liza loopt mee in de optocht, terwijl Jeroen vanuit het slaapkamerraam kijkt en denkt: “ik voel niets meer voor haar”. Na een verblijf van drie dagen vertrekt hij om haar weer te vergeten. Een maand voor zijn moeders overlijden, ontmoet hij Liza opnieuw. Jeroen is inmiddels getrouwd en vader geworden van een dochter. Het gesprek is weinig diepzinnig. Jeroen vraagt zich intussen af hoe hij geworden is, zoals hij is.

De avond voor het overlijden van zijn moeder krijgt Jeroen bezoek van de schrijver Ger Verrips. Ze praten over literatuur en politiek. Later op de avond kijkt Jeroen TV. Hij ergert zich aan de Duitse nasynchronisatie van een Japanse film. Terwijl hij het eelt van zijn voeten vijlt, vraagt hij zich af waarom iedereen altijd denkt dat de Duitse onderdrukking ‘erger’ was, dan de Japanse.

Jeroen heeft al lange tijd geen contact meer met zijn moeder en wenst ook niet bij haar crematie aanwezig te zij. Wel wil hij een uitgebreid verslag hebben van de plechtigheid. Jeroen besluit als hommage op het tijdstip van de crematie voor te lezen uit ‘Daantje gaat op reis’. Hij kan het boek helaas niet meer vinden. Jeroen voelt zich ellendig en kan de gedachte aan zijn moeder niet van zich afzetten. Hij neemt een pil om wat te kalmeren en besluit dat hij zijn naam niet in de rouwadvertentie vermeld wil zien. Voor zijn gevoel is zijn moeder al lange tijd geleden overleden. Jeroen raakt verward. Hij herinnert zich de tijden met Liza en voelt zich opnieuw verliefd. Daarnaast heeft hij toch rouwgevoelens voor zijn moeder. Dit verwart hem. Eigenlijk wil hij helemaal niks voelen. Hij wacht bij de telefoon en hoopt dat zijn moeder belt, met de stem van Liza.

Jeroen vraagt zich af naar welke televisieprogramma’s zijn moeder heeft gekeken, kort voor har overlijden. Hij krijgt wederom een telefoontje van het verzorgingstehuis. De persoon vraagt of hij belang heeft bij een erfstuk. Hij heeft geen belangstelling. Wel krijgt hij enkele weken later haar fotoalbums te zien. Om zijn gedachten te verzetten, rijdt Jeroen op de dag van de crematie uren rond. Als hij weer thuis komt, werkt hij verder aan zijn boek over zelfmoord in de Nederlandstalige literatuur.

Jeroen besluit een boek te schrijven oven zijn tijd in Tjideng. Eigenlijk vindt hij dat hij geen boek màg schrijven over het leven in Tjideng, omdat hij daar een onbezorgde tijd heeft gehad. Hij was levenslustig en leed géén honger, omdat zijn moeder regelmatig eten smokkelde. De enige reden die hij noemt om dit boek te schrijven is ‘octaviteit’.

Mening
Ik vond Bezonken rood een goed en vooral mooi boek. Ik vond het niet makkelijk om te lezen, maar je leest het wel snel uit. Ik moest niet met mijn gedachten afdwalen, want dan ben je meteen de draad van het verhaal kwijt en moet je de bladzijde weer opnieuw lezen. Door de boek ben ik leer ik eindelijk een beetje kennen wat er in het Oosten is gebeurd, want je weet zo ongeveer wel alles van wat de Duitsers hebben gedaan met hun gevangenen, maar eigenlijk niets van wat de Japanners hebben gedaan. Als ik dit boek zo lees, krijg ik toch wel medelijden met de mensen die dit hebben meegemaakt en moeten wij allemaal eigenlijk hartstikke blij zijn met wat we hebben. Ik vind de tocht die Jeroen maakt naar een vrouw, die het ideale moederbeeld zou kunnen vervullen, heel mooi. Door één gebeurtenis, houdt hij niet meer van zijn moeder, maar blijft eeuwig op zoek naar een moeder. Ook al zegt hij dat hij niet meer van zijn moeder houdt, hij voelt toch een zeker verlies als zij is overleden. Ik vond dit echt een aangrijpend boek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Bezonken rood door Jeroen Brouwers"