Ademnood door Marion van de Coolwijk

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
Boekcover Ademnood
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vmbo/havo | 1917 woorden
  • 10 december 2014
  • 13 keer beoordeeld
Cijfer 5.3
13 keer beoordeeld

Boekcover Ademnood
Shadow
Ademnood door Marion van de Coolwijk
Shadow

1. Biografie

Het boek is geschreven door Helene Bakker, maar er is helaas geen informatie over Helene Bakker te vinden op internet.

Bij de zakelijke gegevens (op 1 van de eerste bladzijdes) staat dat het boek een idee was van Helene Bakker en Marian Hoefnagel. Daarom besluit ik de biografie van Marian Hoefnagel te doen.

 

Marian is getrouwd, heeft drie kinderen (2 jongens en 1 meisje), een hond (Golden Retriever) en een lapjespoes. Ze is lerares Nederlands en psycho-linguïst.

Na haar studie heeft zij lange tijd gewerkt in het volwassenenonderwijs.

Daar heeft zij zowel hoog-opgeleide zakenmannen als analfabete vrouwen Nederlands geleerd.

Na een opleiding tot remedial teacher is zij zich meer gaan richten op leerlingen uit het voortgezet onderwijs met taal- en leesproblemen.

Zo kwam zij in 1989 terecht op de A.G. Bellschool in Amsterdam, een school voor dove en slechthorende tieners.

Op de A.G. Bellschool viel haar op dat er weinig leuke boeken worden geschreven voor tieners met taal- en leesproblemen. De meeste makkelijk lezen boeken zijn te kinderachtig voor hen, en de interessante boeken zijn veel te moeilijk. Geen wonder dus, dat zij niet van lezen houden.

En dat is jammer, want door te lezen vergroot je niet alleen je kennis van de wereld, maar ook je kennis van het Nederlands!

Om de leerlingen van de A.G. Bellschool toch aan het lezen te krijgen, is Marian zelf verhalen gaan schrijven. De verhalen gaan over gewone tieners die met alledaagse en minder alledaagse problemen te maken krijgen en daarvoor een oplossing moeten zoeken.

De verhalen werden en worden meestal in de klas gelezen, waarna erover gepraat wordt.

Omdat de leerlingen kunnen praten over de personen uit het verhaal, blijven de onderwerpen enigszins op afstand.

Marian Hoefnagel is in 2001 begonnen met schijven, na een auto-ongeluk.

Zij kon toen een paar maanden niet werken en had ineens tijd voor het plan dat zij al jaren had: boeken schrijven voor haar leerlingen.

De boeken werden op de A.G. Bellschool meteen uitgeprint, van een kaftje voorzien en in de bibliotheek gezet.

De eerste reactie van de leerlingen was een begrijpelijke: wat zien die boeken er stom uit!

Maar omdat de titels wel pakkend waren en de boeken niet zo dik, wilden ze het toch wel eens proberen.

Er zijn inmiddels 25 boeken voor tieners van Marian Hoefnagel gepubliceerd.

Voor tieners, volwassenen en NT2'ers heeft ze 4 boeken zelf geschreven en 15 boeken bewerkt of hertaald.

Verder zijn er 3 boeken naar het Duits vertaald, 1 naar het Engels en 1 naar het Spaans.

2. Verwerkings opdracht

 

Ik kies voor de opdracht om van een open einde boek, een gesloten einde te maken. Ik heb deze opdracht vorig jaar ook gedaan, maar ik mag het nogmaals doen. Bedankt daarvoor, en ik hoop dat u een beetje blij kunt zijn met het resultaat.

 

Het boek eindigd met de volgende 5 zinnen.

 

In de taxi worden ze een paar uur later naar huis gereden, Jim zijn vader en moeder. Ze praten aan één stuk door.

Er is ook zoveel om met elkaar te bespreken.

Maar als de taxi bij hun huis stopt, worden ze stil.

De gordijnen bij de buren zijn dicht.

Jim stapt uit de taxi terwijl zijn vader en moeder hem volgen. Hij loopt naar de achtertuin van zijn buren en kijkt of Susan in haar tuinhuisje ligt.

Nee, daar ligt ze niet.

‘Ik denk dat ze in het ziekenhuis ligt, Jim’ zegt zijn moeder.

‘Ik.. Ik hoop het’ antwoord Jim.

 

Ze lopen naar huis toe. Jim loopt regelrecht door naar zijn kamer en houd het huis van de buren in de gaten. Hij hoopt dat Susan straks weer terug komt. Dat ze misschien wel even voor een controle moest. Hij hoopt het.

Zijn vader en moeder hoort hij praten. Zijn vader vertelt alles aan zijn moeder. Alles wat hij heeft meegemaakt in de gevangenis. Alle leuke, onprettige en rare momenten. Zo vertelde hij bijvoorbeeld dat hij en zijn ‘maatje’ een bewaker zagen die een hele grote snotbongel had. Zijn maatje begon meteen te braken vertelde hij. En nog veel meer. Jim boeide het niet. Hij had nog steeds niet veel met zn vader. Hij dacht alleen maar aan Susan.

Die avond word Jim gebelt door Anne.

‘Ik stond vanmiddag aan de deur bij Susan. Alle gordijnen enzo waren dicht en er werd niet open gedaan. Weet jij wat er is?’ vraagt Anne.

‘Nee.’ antwoord Jim.

Het blijft stil. Anne merkt dat Jim het heel moeilijk heeft, en hoort hem zijn neus ophalen.

‘Jim, huil je?’ vraagt ze.

Jim blijft stil en vraagt zich af hoe ze dat weet.

‘Jim, ik weet zeker dat ze het gaat redden. Weet je waarom? Omdat ze jou heeft ontmoet. Ze gaat vechten voor je. Ze gaat zo hard vechten als ze kan. Ze houd echt van je. Ik ken Susan al 8 jaar, en weet wanneer ze echt van iemand houd.’

‘Ik hou ook zielsveel van haar. Ik ben zo van slag. Ik kwam thuis, en zie alle gordijnen dicht. Ik heb zelfs nog in haar tuinhuisje gekeken. Daar was ze ook niet. Ik wil haar niet kwijt. Ik wil haar absoluut niet kwijt.’ zegt Jim met tranen in zijn ogen.

‘Ik weet het en ik snap je. Ik zie je morgen op school. Ik zal zometeen haar moeder nog een keer bellen. Kijken of ze nu wel opneemt. Ik bel je als ik nieuws heb.’ zegt Anne, en de verbinding word verbroken.

Jim ligt op zijn bed en hoort zijn ouders nog steeds vrolijk praten en lachen.

 

 

Na een vreselijke nacht rijd Jim het schoolplein op. Anne heeft nog steeds niks van Susan haar moeder gehoort. Jim zit in de les en heeft steeds de neiging om naar Susan te kijken. Maar ze zit er niet. Waarom moet ze nou perse die rotziekte hebben? Waarom heb ik die niet? Waarom? Terwijl hij dat denkt valt hij bijna in slaap. Hij is zo moe.

 

Jim komt thuis van school en hij ziet een klein kiertje tussen de gordijnen van de buren. Meteen belt hij aan. Susan haar moeder opent de deur.

Jim ziet dat ze heeft gehuilt. Haar ogen zijn opgezwollen, vochtig en hebben een rode gloed.

‘Jim, het gaat niet goed met Susan. Ze ligt aan zware apparatuur.’ zegt Susan haar moeder.

‘Is ze stabiel?’ vraagt Jim.

‘Ja, ik ga zo nog even naar haar toe. Wil je mee?’

‘Ja heel erg graag.’ antwoord Jim.

 

Een halfuurtje later zitten Jim en Susan haar moeder in de auto. Op weg naar het ziekenhuis.

Het is stil in de auto. Ze zeggen niks tegen elkaar.

Jim denkt; Ik hoop niet dat ze er nog slechter uit ziet dan laatst. Goh, wat was dat vreselijk om te zien zeg. Hoe je toegetakelt kan worden door zo’n ziekte.

 

Ze lopen het ziekenhuis in. Jim volgt de moeder van Susan naar haar kamertje.

Daar ligt ze dan... En ja, ze ziet er nog veel slechter uit dan laatst. Ze is bleek. Alsof er een witte voetbal ligt met ogen, neus en een mond. Maar wel een hele mooie voetbal.

Ze ligt op haar bed, en overal liggen slangetjes. Slangetjes in haar neus, handen en buik. Jim gaat op haar bed zitten.

‘Hey liefje.’ zegt hij.

‘Schat...’ mompelt Susan.

‘Lieverd ik hou van je. Ik wil je niet kwijt. Vecht.’

‘Ik vecht harder dan ik kan.’ antwoord ze met moeite.

Susan pakt zijn hand en sluit haar ogen.

‘Jim, wil je wat drinken?’ vraagt haar moeder.

‘Ja graag. Doe maar water.’ antwoord hij, en haar moeder vertrekt naar beneden.

 

Jim kijkt naar Susan. Hoe ze daar ligt. Dan opent ze haar ogen en zegt

‘Jim, ik heb nog nooit zo van iemand gehouden. Ik ben smoorverliefd op je. Maar ik kan het niet. Ik mag het niet. Ik wil je geen verdriet doen als ik dood ga.’ zegt ze.

‘Je gaat niet dood’ zegt Jim. ‘Je gaat niet dood Susan. Ik beloof het.’

Hij gaat naast haar liggen en hij valt in slaap.

 

Een paar uur later word Jim wakker gemaakt. Door Susan.

Susan lacht, heeft vochtige ogen met een rode gloed. Hij weet wat dat betekent. Ze heeft gehuilt. Om blijdschap of verdriet?

Susan zegt tegen hem dat de oplossing gevonden is.

‘Ze hebben een behandeling Jim!’

‘Wat? Sinds wanneer?’

‘2 weken geleden. Ze hebben het eerst getest, en het blijkt te werken. Deze week word het bij mij uitgevoerd!’

Er schieten meteen tranen in Jim zijn ogen van blijdschap. Maar hij kan het eigenlijk niet geloven.

‘Hoe kan dat nou.’ zegt hij vol ongeloof.

‘O mijn god. Wat ben ik blij Susan.’

Hij pakt haar vast en zoent haar.

 

Een week later is de behandeling bij Susan uitgevoerd. Ze ligt nog wel in het ziekenhuis, omdat ze 1 van de eerste patienten is waarbij het is uitgevoerd. Ze willen haar toestand in de gaten houden en de gevolgen bekijken. Ze krijgt veel onderzoekjes, waaruit blijkt dat het daadwerkelijk heeft geholpen.

Ze moet nogwel medicijnen slikken, maar over een paar maanden hoeft dat niet meer. En wat is ze daar blij mee. Nooit meer die stomme vernevelaar en medicijnen.

 

Jim komt die middag langs en gaat weer bij haar liggen. Terwijl ze druk aan het praten zijn over school en over alles wat er is gebeurt kom er een dokter binnen.

‘Je mag vandaag nog naar huis als je wil Susan, maar dan moet het infuus wel mee. Voor de zekerheid.’ zegt de dokter.

‘Meent u dat?!’ roept Susan.

Jim pakt haar meteen vast en knuffelt haar zo hard, dat ze bijna geen lucht meer kan halen.

Hij is zo blij.

‘Susan, ik raak je nooit meer kwijt. Wij horen bij elkaar. Ik hou van je.’ zegt Jim.

‘Liefje, ik hou ook van jou’ zegt ze.

4. Eigen mening

Van mij had het boek ten eerste wat gedetailleerder gemogen. Het bevat korte zinnen, en alles is heel simpel gezegt. Ik heb liever dat het wat moeilijker is. Ik had misschien ook een ander boek moeten kiezen, maar het is nooit verkeerd om een boek te lezen die misschien te makkelijk voor je is. Ook zijn deze boeken bedoelt voor kinderen die niet van lezen houden, en dat er daarom korte duidelijke zinnen in staan. Geen moeilijke details enzo. (Waar ik toch een voorkeur aan heb.)

Het is een intressant boek. Er worden dingen uitgelegd over biologie. De voortplanting van planten. Ook word er uitgelegt wat taaislijm ziekte precies inhoud, en hoe klote het is om de ziekte te hebben. In mijn verwerkings opdracht is het niet verzonnen dat er een behandeling is. Ik heb het opgezocht. De behandeling is er sinds 2013, en het boek komt uit 2013. Dus dat komt goed uit J.

Ik vind het heel leuk hoe ze het hebben gedaan met de vader van Jim. Dat die ineens ook een rol krijgt in het verhaal. En dat de laatste wens van Susan is om de vader van Jim een groot kunstenaar te maken. Dat vind ik mooi. Dat ze toch wat bereikt heeft voordat ze dood gaat. Tenminste, voordat ze denkt dat ze dood gaat. 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Ademnood door Marion van de Coolwijk"