Originele titel: Le petit Nicolas
Titel: De kleine Nicolaas
Auteur: René Goscinny en Jean-Jacques Sempé (illustraties)
Vertaling door: Marijke Koekoek en Uitgeverij Atlas
Eerste druk: 1960
Gebruikte druk: Nieuwe uitgave, 2005
Aantal bladzijden: 165
Oorspronkelijke uitgever: Éditions Denoël, Parijs
Uitgegeven bij: Uitgeverij Atlas – Amsterdam/ Antwerpen
Samenvatting
In 1959 besluiten schrijver Goscinny en illustrator Sempé samen een reeks korte verhaaltjes over een ondeugend jongetje en zijn minstens zo ondeugende vriendjes te schrijven. Nicolaas zit op de basisschool en samen met zijn vriendjes maakt hij van alles mee. Ze beleven geen grootse avonturen. De verhaaltjes zijn een verslag van de dagelijkse realiteit van de kinderen beschreven vanuit hun oogpunt. Dit boek is een bundel van 19 korte verhalen met de daarbij behorende tekeningen.
Korte samenvatting per verhaaltje
Een herinnering die we zullen koesteren
Nicolaas en zijn vriendjes zijn reuze opgetogen want de schoolfotograaf komt langs. De juf zegt dat de foto een herinnering zal zijn die ze zullen koesteren voor de rest van hun leven. Helaas verloopt niet alles volgens plan. Er komt het nodige geduw en getrek aan te pas om allemaal op een goede plaats te staan, een aantal kinderen wordt vies en een aantal van hen begint te vechten. Uiteindelijk gooit de juf het op een akkoordje met de klas. Als iedereen zich netjes opstelt, zal ze alle straffen die ze zojuist heeft uitgedeeld intrekken. Zo gezegd, zo gedaan, maar van de herinnering komt niets terecht want als ze eenmaal in het gelid staan, blijkt de fotograaf uit wanhoop vertrokken te zijn.


De cowboys
Nicolaas heeft zijn vriendjes gevraagd om cowboytje te komen spelen. Al snel ontstaat er ruzie over de rolverdeling (wie is de goede, wie is de slechte etc.). De vader van Nicolaas komt kijken waarom ze zo’n lawaai maken en stelt dan voor dat hij wel de gevangene zal spelen. De kinderen binden hem aan een boom en al snel mengt ook de buurman zich in het spel. De moeder van Nicolaas roept de kinderen voor de thee. Zijn vader en de buurman blijven buiten. Pas als het al donker is, komen de kinderen naar buiten waar papa nog steeds aan de boom gebonden zit. De buurman is nergens meer te bekennen.
Bouillon
Meneer Bouillon - die eigenlijk meneer de Goede heet – is de surveillant op school. ’s Ochtends vertelt hij dat de juf ziek is. Zelf moet hij een aantal andere klusjes doen dus hij vraagt het braafste jongetje van de klas om op de rest te letten. Hij zal dan zo nu en dan langskomen om te kijken of alles goed gaat. Zoals was te verwachten, wordt het een enorme puinzooi. Als meneer Bouillon langskomt, zegt hij dat ze allemaal moeten nablijven, maar daar wordt het alleen nog maar onrustiger van. De directeur komt toevallig langs en wordt boos op meneer Bouillon omdat hij geen orde houdt.
De volgende dag is de juf gelukkig terug op school, maar meneer Bouillon is nergens te bekennen.
Voetballen
Een vriendje van Nicolaas heeft een nieuwe voetbal gekregen en daarom gaan de kinderen met z’n achttienen voetballen in de buurt. Er ontstaat een hoop gedoe omdat er eerst moet bepaald worden wie de scheidsrechter wordt, dan zijn ze met een oneven aantal dus moet er nog een grensrechter worden aangesteld en ten slotte ontstaat er ruzie over de verdeling van de spelers en de posities binnen de teams zelf. Als dat alles is uitgevochten, ontstaat er weer ruzie omdat het ene team het niet eerlijk vindt dat ze tegen de zon in moeten spelen. Uiteindelijk blijkt alle gedoe voor niets geweest, omdat het jongetje dat de bal mee zou nemen die thuis heeft laten liggen.
Vandaag was de inspecteur op school
De juf waarschuwt dat de inspecteur op school komt en dat de klas heel braaf moet zijn. Natuurlijk loopt dit compleet in het honderd. Er wordt een pot inkt gemorst, de directeur komt binnen als de hele klas op z’n kop staat en de kinderen kunnen simpele vragen niet goed beantwoorden. Als de inspecteur weggaat, maakt hij de juf een compliment omdat hij nu weer inziet dat werken in het onderwijs echt een roeping is. Als de inspecteur weg is, geeft de juf de kinderen straf. De kinderen vinden dat heel oneerlijk omdat ze dankzij hen een compliment kreeg.


Rex
Nicolaas heeft een hondje gevonden op straat. Hij noemt hem Rex. Zijn moeder wordt boos wanneer hij met de hond binnenkomt dus gaat hij met de hond naar buiten waar hij begint te huilen. Zijn vader zegt eerst dat zijn moeder gelijk heeft en dat ze geen hond kunnen houden, maar al snel valt hij voor de charmes van het hondje en besluit met zijn vrouw te overleggen. De moeder van Nicolaas houdt voet bij stuk, maar Nicolaas komt op het idee om Rex in de tuin te houden. Zijn vader vindt het een goed idee en begint direct enthousiast een hok voor hem te bouwen. Als de moeder van Nicolaas daar achterkomt, is ze in eerste instantie weer boos maar ook zij raakt gecharmeerd van Rex.
Dan komt er een man de tuin in die het baasje van Rex – die Kiki blijkt te heten – is. Nicolaas en zijn vader worden boos als hij Rex mee wil nemen, maar de meneer laat zien dat zijn adres op de halsband staat en neemt de hond mee. De moeder van Nicolaas is ontroostbaar en dus belooft vader dat hij snel een andere hond mee naar huis zal nemen.
Djoodzjo
Er is een nieuwe jongen in de klas die uit Groot-Brittannië komt. Hij spreekt geen Frans en de kinderen spreken geen Engels. De juf vertelt dat hij ‘Zjorzje’ heet, maar de jongen verbetert hij en zegt dat hij ‘Djordzje’ heet (George). De kinderen spreken het uit als ‘Djoodzjo’. Ondanks de taalbarrière (of wellicht juist dankzij de taalbarrière?) vindt de klas de nieuwe jongen reuze interessant. In de pauze leren de anderen hem allemaal ongepaste woorden. Terug in de klas roept hij ineens: ‘Malloot, stomme hansworst, leugenaar!’. De juf vraagt zich bezorgd af wat de ouders van de nieuwe jongen hier wel van moeten denken, maar Nicolaas denkt dat ze zich niet druk hoeft te maken. Waarschijnlijk dachten zijn ouders dat hij al het Frans had geleerd dat hij nodig zou hebben, want hij kwam nooit meer op school terug.
Het hartstikke mooie boeket
De moeder van Nicolaas is jarig. Van zijn spaargeld wil hij een mooi boeket bloemen kopen, maar hij heeft niet genoeg geld. De vrouw van de bloemenwinkel vindt hem echter schattig en besluit hem toch een mooie bos te geven. Opweg naar huis komt hij een paar vriendjes tegen die zeggen dat hij er stom uitziet met zijn bloemen. Het loopt op een vechtpartij uit waarbij een deel van de bloemen kwijtraakt en het cellofaan scheurt, maar al met al is het nog steeds een aardig boeket. Verderop komt hij nog een vriendje tegen waarmee hij ruzie krijgt over het knikkeren. Na deze ruzie is er nog minder van het boeket over. Als hij weer een ander vriendje tegenkomt, is hij vastbesloten om niet te gaan vechten. Als zijn vriendje hem gedag zegt, schiet Nicolaas meteen in de verdediging over de bloemen en slaat zijn vriendje ermee op zijn hoofd. Zijn vriendje gooit daarop de bloemen op het dak van een auto waardoor Nicolaas uiteindelijk maar met één bloem thuis en begint te huilen. Zijn moeder is hartstikke blij met de bloem en zegt dat ze nog nooit zo’n mooi boeket gehad heeft.
De rapporten
De kinderen krijgen hun rapporten en op het beste jongetje van de klas na is het bar en boos. Nicolaas en zijn klasgenoten zien er heel erg tegenop om naar huis te gaan, omdat hun ouders de rapporten moeten ondertekenen. Wanneer Nicolaas eindelijk thuis is, hebben zijn ouders ruzie over hun uitgavenpatroon. Eigenlijk hebben ze helemaal geen belangstelling voor het rapport van Nicolaas, zijn vader zet zijn handtekening zonder echt te kijken. Al was Nicolaas bang om naar huis te gaan, dit was toch ook weer niet de bedoeling. Als zijn ouders van hem hielden, zouden ze – zo redeneert hij – hem wel wat harder mogen aanpakken.
Louisette
De moeder van Nicolaas vertelt dat er een vriendin van haar met haar dochtertje op de thee zal komen. Ze drukt hem op het hart dat hij heel aardig tegen het meisje moet zijn en dat hij zich netjes moet gedragen. Wanneer Nicolaas en Louisette (het meisje) eenmaal zonder ouderlijk toezicht op zijn kamer zijn, blijkt het meisje zelf helemaal niet zo netjes. Ze zegt nare dingen tegen Nicolaas en slaat hem. Als de moeder van Nicolaas komt kijken of alles goed gaat, is Louisette nogal schijnheilig. Dan stelt Louisette voor om te gaan voetballen. Ze trapt de bal zo hard dat de bal dwars door een ruit gaat. De moeder van Nicolaas is heel boos op hem, omdat ze denkt dat hij heeft gedaan. Voor straf krijgt hij geen toetje, maar dat maakt hem niet uit. Hij is zo onder de indruk van het feit dat een meisje zo hard kan trappen dat hij besloten heeft dat hij later met haar zal trouwen.
We hebben gerepeteerd voor de minister
De minister zal een bezoek aan de school brengen omdat hij een oud-leerling is. Er wordt een onthaal gerepeteerd waarbij wordt gezongen en bloemen zullen worden uitgedeeld. Aangezien de repetities niet geheel volgens plan verlopen (de klas van Nicolaas weet geen maat te houden in het lied en er ontstaat weer een hoop ruzie), besluit de directeur ze in het washok op te sluiten als de minister langskomt.
Ik rook
Een vriendje van Nicolaas heeft een sigaar gevonden. De twee besluiten hem te gaan roken, maar ze hebben geen vuur en de winkelbediende weigert het ze te verkopen. Net als ze het op willen geven, vinden ze een pakje lucifers op de stoep. De jongens gaan naar een verlaten stukje land en beginnen te roken, maar ze worden er ontzettend misselijk van. Als Nicolaas thuiskomt, klaagt zijn moeder over de lucht die de pijp van zijn vader verspreidt. Nog misselijk van de sigaar, begint Nicolaas over te geven. Hij vertelt dat het door de rook komt, maar omdat hij zo moet overgeven kan hij niet vertellen over de sigaar. Zijn moeder wordt boos op zijn vader die van haar niet meer in huis mag roken.
Klein duimpje
Omdat de directeur met pensioen gaat, studeert iedere klas iets in. De klas van Nicolaas zal 'Klein duimpje en de Gelaarsde kat' spelen. Er ontstaat eerst ruzie over de rolverdeling en daarna tijdens het repeteren. De juf wordt wanhopig en besluit dat ze het toneelstuk niet gaan spelen. Nicolaas en zijn klasgenoten weten niet wat hen overkomt, want in hun ogen straft de juf op die manier de directeur en zoiets hebben ze nog nooit meegemaakt.
De fiets
Nicolaas wil heel graag een fiets, maar zijn vader wil er geen voor hem kopen. Daar komt verandering in wanneer Nicolaas tiende wordt bij een proefwerk. Dat ze maar met z’n elven waren op de dag van het proefwerk, vertelt hij er niet bij. Als de fiets er eenmaal is, krijgt de vader van Nicolaas het aan de stok met de buurman. Ze worden het er niet over eens wie van hen de beste fietser is en door alle gedoe, komt Nicolaas helemaal niet aan de beurt om een rondje te fietsen. De buurmannen besluiten een tijdrit te houden om te zien wie van hen de beste wielrenner is. Na een kwartier wachten zien de buurman en Nicolaas zijn vader met de fiets aan de hand terugkomen. Van de fiets is niet veel over want de vader van Nicolaas is tegen een vuilnisbak opgereden. De volgende dag vertelt Nicolaas het verhaal aan één van zijn vriendjes. Bij hem is het ongeveer hetzelfde gegaan. Ze concluderen dat papa’s nu eenmaal zo zijn.
Ik ben ziek
Nicolaas is ziek omdat hij te veel gesnoept heeft. De dokter zegt dat hij in bed moet blijven en zich aan een dieet moet houden. Het vraatzuchtige vriendje van Nicolaas komt langs met een hele doos chocolaatjes maar de moeder van Nicolaas zegt dat hij er geen aan hem mag geven. Als zijn moeder weg is, krijgen Nicolaas en zijn vriendje ruzie waarbij er een aantal chocolaatjes tussen de lakens wordt geplet. De moeder van Nicolaas is boos, stuurt het vriendje naar huis en maar Nicolaas schoon. Later heeft hij zo’n honger dat hij stiekem de koelkast plundert, maar zijn moeder betrapt hem. Nicolaas schrikt zo dat hij alles laat vallen en er weer een bende ontstaat. Dan besluit Nicolaas in bed wat te gaan tekenen, maar de vulpen waarmee hij dat doet lekt en opnieuw ontstaat er een troep die zijn moeder op moet ruimen. Als de dokter weer komt, verklaart hij dat Nicolaas beter is, maar dat zijn moeder er niet best uitziet. Hij schrijft haar hetzelfde ‘recept’ voor als hij Nicolaas deed: ze moet in bed blijven en zich aan een dieet houden.
We hebben toch een lol gehad!
Nicolaas en een vriendje besluiten te spijbelen. In eerste instantie verkneukelen ze zich er enorm over dat zij lekker buiten zijn terwijl de rest aan hun sommen zit, maar na een tijdje is de lol er wel af. Nicolaas wordt er verdrietig van dat ze zich de hele tijd moeten verstoppen en dat hij nu geen speelkwartier heeft waarin hij met de rest kan spelen. Als hij thuiskomt, merkt zijn moeder op dat hij erg bleek ziet. Ze zegt dat hij morgen niet naar school hoeft, maar dat wil hij helemaal niet. Hij verheugt zich erop om de anderen te vertellen wat een lol hij en zijn vriendje wel niet hebben gehad, omdat ze vast heel jaloers zullen zijn.
Ik ga bij Agnanus spelen
Nicolaas gaat bij het braafste jongetje van de klas spelen, al heeft hij daar niet zoveel zin in. Hij stelt voor om boten te vouwen van de bladzijden uit het rekenboek en daarmee in het bad te spelen. Ze zullen ze voorzichtig vouwen zodat het jongetje ze later gewoon nog kan gebruiken. Het brave jongetje vergeet het dure horloge, dat hij heeft gekregen omdat hij zo’n hoog cijfer had gehaald, af te doen waardoor het stuk gaat. Als ze er geen zin meer in hebben, stelt Nicolaas voor om met de wereldbol van het jongetje over te gooien, maar daarbij sneuvelt een spiegel. Daarna besluiten ze met het scheikundespel te gaan spelen, maar het experiment loopt uit de hand en het wordt een enorme rommel. De moeder van het jongetje wordt boos en belt de moeder van Nicolaas omdat ze wil dat ze hem meteen komt ophalen. Ook de moeder van Nicolaas is boos en dat kan hij best begrijpen. Toch zou hij best nog eens bij het jongetje willen spelen, maar het moeder van het jongetje wil niet dat hij nog met Nicolaas omgaat.
Meneer Boordevol houdt niet van zon
Meneer Boordevol is de overblijfhulp op school en hij houdt niet van mooi weer. Nicolaas begrijpt daar niets van, want met mooi weer kunnen ze buiten spelen en dan past meneer Boordevol op de kinderen. Het wordt duidelijk dat meneer Boordevol juist daarom niet van mooi weer houdt. Het is een hel om op de losgeslagen kinderen te passen omdat ze elkaar constant in de haren vliegen.
Ik loop van huis weg
Nicolaas heeft ruzie met zijn moeder gehad en besluit daarom weg te lopen. Zijn ouders zullen heel verdrietig zijn en hij zal pas terugkomen als hij heel rijk is. Na een poosje op straat rondgezworven te hebben, gaat hij toch maar naar huis omdat het donker begint te worden. Zijn moeder is boos op hem, omdat hij te laat is voor het eten, daarom belooft Nicolaas de lezers dat hij morgen echt weg zal lopen en pas terug zal komen als hij heel rijk is.
Titelbeschrijving
De verhaaltjes zijn vanuit het personage Nicolaas geschreven. De titel is dus behoorlijk eenduidig.
Hoofdpersonages
Nicolaas is behoorlijk ondeugend en neemt een tamelijk neutrale plaats in de groep in. Hij heeft een typisch kinderlijke kijk op zaken en is zich vaak van geen kwaad bewust.
Verder zijn er nog zijn klasgenootjes die ieder een stereotype vertegenwoordigen. Zo is een vraatzuchtige, een bullebak, iemand die altijd de laagste cijfers haalt en iemand die altijd braaf is en de hoogste cijfers haalt.
Daarnaast zijn er nog personages zoals de juf en de ouders van de kinderen die ook voldoen aan het klassieke beeld dat kinderen van deze figuren hebben. De karakters zijn allemaal vrij plat en voorspelbaar. Voor kinderen werkt dat waarschijnlijk goed, omdat juist de voorspelbaarheid en de verwachting waaraan telkens weer voldaan wordt, die doelgroep aanspreekt.
Genre
Korte verhaaltjes voor kinderen van 6 tot 9.
Plaats en tijd
Frankrijk in de jaren 60 van de vorige eeuw. Hoewel het niet wordt benoemd, komt het over alsof de verhalen zich in een kleine gemeenschap afspelen.
Schrijfstijl
De schrijfstijl is heel kinderlijk. Het is echt alsof Nicolaas aan het einde van de dag vertelt wat hij heeft meegemaakt. De logica (of eigenlijk, de ‘onlogica’) is daardoor vaak heel kinds. Zo zegt Nicolaas bijvoorbeeld vaak dat ze zich ontzettend vermaakten en heel veel lol hadden, terwijl hij net verteld heeft dat iedereen met elkaar op de vuist ging.
Perspectief
Nicolaas treedt op als de verteller vanuit de ik-persoon. We beleven de verhaaltjes vanuit zijn oogpunt en logica.
Thema
De alledaagse realiteit van kinderen op de basisschool.

Eigen mening
Ik kan me voorstellen dat de verhaaltjes voor kinderen leuk zijn om te lezen. De kinderen in het boek zijn behoorlijk ondeugend en doen dingen waarover de lezers misschien stiekem fantaseren. Voor mezelf vond ik er niet heel veel aan. De verhaaltjes zijn wel vermakelijk en bevatten zo nu en dan een leuke twist, maar komen veelal telkens op hetzelfde neer. Het maakt niet zoveel uit of je er nou drie of twintig leest. Het algemene idee blijft hetzelfde. Juist dat werkt echter voor kinderen denk ik juist wel.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

leuke samenvatting kan ik zeker gebuiken
thanx :)

9 jaar geleden

A.

A.

enige samenvatting waarin alle samenvattingen vermeld en samengevat zijn.

Goed werk

8 jaar geleden

A.

A.

De laatste drie hoofdstuken zijn nergens anders vermeld in anders samenvattingen.

8 jaar geleden

A.

A.

Thanxx!

8 jaar geleden

I.

I.

En van de film?

8 jaar geleden

P.

P.

Mercikes nu moet ek em nimmer leze xD

7 jaar geleden

M.

M.

Mooie samenvatting die ik heb gebruikt om mijn toets te leren!
Ik heb wel één opmerking: bij 'Rex', de laatste zin, papa belooft niet dat hij vlug een hond zal kopen maar hij zegt dat Nicolaas op een dag weeral een hond zal meebrengen.

5 jaar geleden