Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

They do it with Mirrors door Agatha Christie

Beoordeling 9.3
Foto van een scholier
Boekcover They do it with Mirrors
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 2522 woorden
  • 30 oktober 2015
  • 8 keer beoordeeld
Cijfer 9.3
8 keer beoordeeld

Boekcover They do it with Mirrors
Shadow
They do it with Mirrors door Agatha Christie
Shadow

Gegevens van het boek

Auteur: Agatha Christie (1890 – 1976)

Oorspronkelijke titel: They do it with Mirrors

Voor het eerst gepubliceerd in: 1952

Nederlandse titel: Een goochelaarstruc

Vertaling: onbekend (geautoriseerde vertaling)

Omslagontwerp: Lambert van Kasteren

Uitgever: A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij BV, Leiden, 1976, 5e druk, Speciale Agatha Christie Serie 9

Aantal pagina’s: 190

Genre: detectiveroman

 

Samenvatting van het boek

Miss Jane Marple brengt een bezoek aan haar oude vriendin Ruth van Rydock. Ruth vertelt Miss Marple dat ze zich zorgen maakt om haar zuster Carrie Louise Serrocold. Carrie woont op een groot Victoriaans landgoed - Stonygates geheten - dat door haar en haar (derde) echtgenoot, Lewis Serrocold, veranderd is in een soort opvanghuis voor jeugdige delinquenten. Ruth denkt dat Carrie op de een of andere manier in gevaar is, hoewel ze daar geen concreet bewijs voor heeft. Ruth vraagt Miss Marple om Carrie op te willen zoeken om te kijken of alles in orde is. Miss Marple stemt toe, mede omdat ze Carrie ook nog van vroeger kent.

 

Carrie verwelkomt Miss Marple hartelijk. Ze legt uit dat Lewis degene is die het landgoed veranderd heeft en er de dagelijkse leiding over heeft. Overdag worden de jonge delinquenten bezig gehouden met allerlei activiteiten en ’s-avonds moeten ze binnen blijven in een paar gebouwen die op het terrein bijgebouwd zijn. Carrie en Lewis wonen zelf in het centrale gedeelte van het landhuis met enkele huisgenoten, onder wie Mildred Strete, de dochter uit het eerste huwelijk van Carrie. Mildred is weduwe en daarom weer bij haar moeder komen wonen. Gina Hudd is de dochter van de inmiddels overleden geadopteerde dochter van Carrie. Gina woont met haar man Walter eveneens op het landgoed.

 

Verder regelt de ongetrouwde Juliet (“Jolly”) Bellever, een oude vriendin van Carrie, het huishouden op het landgoed. Ook verblijven Carrie’s twee stiefzoons uit haar tweede huwelijk, Steven en Alexis Restarick, regelmatig op Stonygates. Miss Marple merkt overigens onmiddellijk dat Steven verliefd is op Gina. Tot slot is Edgar Lawson – die zich assistent noemt van Lewis – ook regelmatig aanwezig in het landhuis. Edgar is een wat vreemde jongeman die nogal arrogant overkomt. Volgens Gina is Edgar gewoon geschift. Miss Marple ervaart dat al snel want op een dag vertelt Edgar haar dat hij de zoon van de Engelse staatsman Winston Churchill is.

 

Walter Hudd bevestigt tegenover Miss Marple dat Edgar ze niet allemaal op een rijtje heeft. Miss Marple merkt dat Walter het op Stonygates niet zo naar zijn zin heeft. Hij vertelt haar dat hij uit een eenvoudig milieu komt en eigenlijk in zijn woonplaats – in Amerika – een pompstation wilde beginnen. Maar Gina wilde terug naar Engeland. En nu voelt hij zich gevangen zitten in een “gekkenhuis”. Vervolgens spreekt Miss Marple met Mildred. Mildred vint Walter absoluut geen partij voor Gina. Ze had nooit met hem moeten trouwen, vindt ze. Ook vertelt Mildred dat ze een moeilijke jeugd gehad heeft. Haar geadopteerde zusje – Pippa – was veel mooier dan zij en werd daarom ook voorgetrokken, terwijl Mildred toch de “echte” dochter van Carrie was.    

 

Dan arriveert onverwachts Christiaan Gulbrandsen op Stonygates. Hij is de stiefzoon van Carrie uit haar eerste huwelijk en een van de beheerders van het Gulbrandsen Fonds dat een belangrijk deel van het geld fourneert waarop Stonygates draait. Hij wil Lewis dringend spreken. Dat gebeurt buiten voordat het diner plaatsvindt. Toevallig hoort Miss Marple flarden van het gesprek, omdat het gesprek onder haar raam plaatsvindt. Waar het exact over gaat, weet Miss Marple niet, maar ze begrijpt wel dat het over iets ernstigs gaat. Na het diner trekt Gulbrandsen zich terug in zijn kamer om enkele brieven te schrijven.                                                      

 

De rest van het gezelschap verzamelt zich in de grote zaal. Dan gaan opeens enkele lampen uit. Walter gaat de zaal uit om de stoppen te controleren. Op dat moment stormt Edgar verwilderd de zaal binnen en begint te schreeuwen dat Lewis zijn echte vader is. Lewis neemt Edgar vanuit de grote zaal mee naar zijn studeerkamer – die er naast ligt – en sluit de deur achter zich. Iedereen in de grote zaal kan vervolgens horen hoe Edgar en Lewis in een heftige discussie verzeild raken. Daarna horen de aanwezigen twee schoten. Als ze de deur van de studeerkamer uiteindelijk open gekregen hebben, blijkt de hevig hijgende Lewis ongedeerd te zijn. Edgar zit in tranen op de grond en in de muur zitten twee kogelgaten. Edward wordt door een arts afgevoerd naar de bijgebouwen en Lewis wil aan deze zaak verder geen aandacht meer besteden.

 

Als Juliet later gaat kijken of Gulbrandsen nog iets nodig heeft, komt ze tot de ontdekking dat hij vermoord is. Hij is doodgeschoten terwijl hij achter zijn bureau een brief zat te tikken. De brief blijkt later overigens niet meer in de tikmachine te zitten. Lewis vertelt de politie daarover dat hij de brief uit de machine genomen heeft om te voorkomen dat Carrie achter de inhoud ervan zou komen. Lewis vertelt de politie ook dat Gulbrandsen naar Stonygates kwam om hem te vertellen dat hij vermoedde dat iemand bezig is Carrie te vergiftigen. Inmiddels is ook Alexis Restarick op het landgoed aangekomen. Hij wordt door de politie direct verdacht omdat hij gemakkelijk ongezien van buitenaf de kamer van Gulbrandsen zou hebben kunnen bereiken. Ten tijde van de moord zat hij immers niet in de grote zaal.

 

Lewis vertelt Miss Marple de volgende dag dat de politie in de medicijnen van Carrie arsenicum heeft aangetroffen. Het vermoeden van Gulbrandsen was dus juist. Lewis vraagt Miss Marple een oogje op Carrie te willen houden omdat zij de enige is die geen motief heeft voor een eventuele moord op Carrie en hij haar dus volledig vertrouwt. Miss Marple vraagt Lewis naar het testament van Carrie en daaruit blijkt dat de meeste mensen in het gezelschap financieel beter zouden worden van haar dood. Er zijn dus veel verdachten. Lewis zelf denkt dat Walter Hudd de dader wel eens zou kunnen zijn. Hij is immers niet gelukkig op het landgoed en met geld zou hij terug kunnen keren naar Amerika.  

 

Inspecteur Curry van de lokale politie ondervraagt alle betrokkenen. Hij weet inmiddels dat Miss Marple een grote reputatie heeft op het gebied van het oplossen van misdaden en daar maakt hij dan ook graag gebruik van. Curry beschouwt Walter Hudd voorlopig als de voornaamste verdachte. Hij verliet de grote zaal immers vóór de moord om een stop te vervangen. Maar ook Alexis is een goede verdachte. Hij deed er namelijk wel erg lang over om van de toegangspoort van het landgoed naar het huis te komen. Naar zijn zeggen kreeg Alexis onderweg inspiratie voor een decor en heeft hij daar in zijn auto een tijdje over zitten nadenken. Hij zou de moord dus hebben kunnen plegen.

 

Steven zat achter de piano ten tijde van het gedoe tussen Lewis en Edgar. Maar hij zou ook ongezien hebben kunnen wegsluipen uit de grote zaal om Gulbrandsen te vermoorden. Als Curry later een klein pistool in de pianokruk verborgen vindt – praktisch zeker het wapen waarmee Gulbrandsen vermoord is –, versterkt dat zijn vermoeden tegen Steven. Gina gelooft geen moment dat er in de studeerkamer tussen Lewis en Edgar iets ergs had kunnen gebeuren. Ze vindt Edgar volkomen ongevaarlijk. Mildred denkt dat Walter de dader is. Hij past namelijk helemaal niet in de familie. Mildred denkt dat Gulbrandsen iets negatiefs over Walter te weten is gekomen, daarom teruggekeerd is naar Stonygates en door Walter het zwijgen opgelegd is. Edgar beseft dat hij te ver gegaan is, maar hij had helemaal geen kwade bedoelingen. Hij weet eigenlijk niet zo goed meer hoe hij ertoe gekomen is om ruzie te maken met Lewis.

 

Dan worden er bonbons bezorgd voor Carrie. Er zit een kaartje van Alexis bij, maar deze ontkent de bonbons gestuurd te hebben. Miss Marple denkt dat de bonbons vergiftigd zijn en dat blijkt na onderzoek te kloppen. Ze vindt dat Carrie nu gewaarschuwd moet worden en Lewis is dat met haar eens. Ze waarschuwen Carrie dat iemand haar wil vergiftigen maar Carrie kan dat maar moeilijk geloven. Door een opmerking van inspecteur Curry over toneeldecors begint Alexis opeens na te denken. Hij maakt Miss Marple deelgenoot van zijn gedachten over ensceneringen en daardoor valt bij haar opeens het kwartje. Ze snapt plotseling hoe de moord in elkaar zit.

 

Walter vertelt Gina intussen dat hij terug wil naar Amerika. Hij wil zijn leven niet in Engeland vergooien. Als Gina niet met hem mee wil, vindt hij dat verder best. Dan worden Alexis en Ernie Gregg achter in de toneelzaal dood gevonden. Hun schedels zijn verbrijzeld. Ernie is een jongen uit het gesticht die beweerde op de avond van de moord op het terrein rondgelopen te hebben en bepaalde dingen gezien te hebben. Waarschijnlijk heeft de moordenaar van Gulbrandsen deze twee nieuwe moorden ook op zijn geweten. Miss Marple licht vervolgens inspecteur Curry in over haar theorie. Ze stelt dat de ruzie tussen Lewis en Edgar niet echt was. Het was een toneelstuk. Edgar imiteerde Lewis die intussen achter uit het raam geklommen was om Gulbrandsen te vermoorden. Gulbrandsen had namelijk ontdekt dat er veel geld uit het Gulbrandsen Fonds verduisterd was door Lewis. De zogenaamde vergiftiging van Carrie was niet waar en diende slechts als afleidingsmanoeuvre, net zoals goochelaars bij het opvoeren van hun trucs doen. Zo kon Lewis ook de aanwezigheid van Gulbrandsen op Stonygates verklaren. 

 

Edgar schoot zelf twee gaten in de muur van de studeerkamer die het doodschieten op hetzelfde moment van Gulbrandsen door Lewis moesten verhullen. Als de politie Edgar wil arresteren, ontsnapt deze via een bootje op het nabijgelegen meer. Het bootje is echter lek en Edgar raakt te water. Hij kan niet zwemmen. Lewis wil hem redden en springt ook in het meer. Beiden raken echter verstrikt in de waterplanten en verdrinken. Achteraf blijkt dat Edgar in werkelijkheid een zoon van Lewis was. Dat verklaart zijn verknochtheid aan Lewis en ook zijn bereidheid om Lewis te helpen bij zijn moorddadige plannen.

 

Beoordeling van het boek

Christie staat bekend als de beroemdste Engelse schrijfster van detectiveromans en -verhalen ter wereld. Haar bekendste detectives zijn Hercule Poirot, Miss Jane Marple – die in dit boek de hoofdrol speelt – en het speurdersechtpaar Tommy en Tuppence Beresford. Christie schreef overigens ook enkele toneelstukken, “gewone” romans (onder het pseudoniem van Mary Westmacott) en gedichten. Christie’s boeken zijn in meer dan honderd talen vertaald en er zijn meer dan een miljard exemplaren van verkocht. Dat maakt Christie tot een van de meest gelezen (detective)schrijfsters ter wereld.

 

Christie begon overigens met het schrijven van detectiveverhalen naar aanleiding van een weddenschap met haar zuster. Christie was in 1914 getrouwd met de man wiens achternaam ze voortaan altijd zou blijven gebruiken – ondanks hun scheiding in 1928 – en werkte vervolgens als oorlogsvrijwilligster in een ziekenhuisapotheek. Daar leerde ze heel veel over allerlei soorten vergiften en die kennis zou ze later in haar boeken op een slimme manier toepassen. In 1916 schreef Christie haar eerste detectiveroman (“The Mysterious Affair at Styles”), maar slaagde er niet in het gepubliceerd te krijgen. Pas in 1920 was er een uitgever die het aandurfde en vanaf dat moment was het succes van Christie’s boeken niet meer te stoppen.     

 

Opvallend in dit boek is dat de geest van de Tweede Wereldoorlog er nog behoorlijk in rondwaart. Zo worden bijvoorbeeld de namen van Hitler en Duinkerken expliciet genoemd. Ook wordt ergens aan het eind van het boek gezegd dat het huwelijk tussen Walter en Gina typisch een “oorlogshuwelijk” was. Deze oorlogssfeer is, denk ik, niet zo heel vreemd. Het boek is in 1952 gepubliceerd. Dat is nog vrij kort na de oorlog. Het is dus niet zo raar dat de oorlog en alle ellende die daaruit voortgekomen is, nog in de geest van de schrijfster speelden tijdens het schrijven van deze detectiveroman. Overigens noemt Christie in het begin van het boek ook nog expliciet de jaartallen 1928 en 1938. Daarmee dateert ze het boek ook duidelijk in de (pre)oorlogsperiode.

 

De verklaring van de titel van het boek is te vinden in hoofdstuk zeventien. Daar ontdekt Miss Marple hoe de misdaad eigenlijk in elkaar steekt. Ze maakt dan de vergelijking met goochelaars. Die doen het namelijk met spiegels – lees: ze leiden het publiek af – en dat is de letterlijke vertaling van de titel. Heel mooi gevonden van Christie! Het hele verhaal is een knappe toepassing van de regel dat schijn bedrieglijk kan zijn. Je denkt door de stemmen in de studeerkamer immers dat zowel Lewis als Edgar daar aanwezig zijn. In feite is alleen Edgar in de studeerkamer. Door middel van stemverdraaiing speelt hij tevens de rol van Lewis die op datzelfde moment bezig is Gulbrandsen te vermoorden. Lewis krijgt op die manier het perfecte alibi voor de moord op Gulbrandsen.

 

Toch heb ik ook wel een paar kritiekpunten. Zo komt het verhaal nogal langzaam op gang. Het duurt even voordat de (eerste) moord plaatsvindt. Tot dat moment wordt het boek gevuld met allerlei bladvulling. Verder komt de persoon van Carrie Louise niet helemaal goed uit de verf. Aan de ene kant is ze naïef en aan de andere kant, zo suggereert het einde van het boek, had ze kennelijk wel direct door dat de tweede en derde moord gepleegd waren door haar echtgenoot. Ik kan dat niet helemaal met elkaar rijmen. De tweede en derde moord zijn op zich overigens nogal melodramatisch, vind ik. Niet echt geloofwaardig, gewoon een beetje té. Ook de utopie van het stichten van een gemeenschap van jonge delinquenten – waar Lewis naar streefde en waar hij kennelijk veel geld voor nodig had – is moeilijk te geloven. En zou nu echt helemaal niemand van het bestuur van het Gulbrandsen Fonds de malversaties van Lewis in de gaten gekregen hebben? Tot slot vind ik de verdrinking aan het eind van zowel Edgar als Lewis geforceerd overkomen. Zoiets gebeurt m.i.niet in de realiteit.   

 

Per saldo vind ik het overigens allemaal heel knap verzonnen. Het verhaal wordt verder ook spannend en goed beschreven. Als lezer valt er dus zeker veel te genieten met dit boek. Ik had trouwens al wel snel door hoe de oplossing waarschijnlijk zou moeten zijn, want bij mij begon een belletje te rinkelen toen Lewis in de studeerkamer de deur achter zich in het slot draaide. Dat is vreemd als je met iemand naar binnen gaat voor het voeren van een kalmerend gesprek. Toen had ik door dat dat een specifieke betekenis had. En dat bleek wel te kloppen.

 

 

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.