Ook deze week is het nog 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


Gegevens van het boek
Auteur: Charlotte Brontë (1816 – 1855)
Oorspronkelijke titel: Jane Eyre
Voor het eerst gepubliceerd in: 1847
Nederlandse titel: Jane Eyre
Uitgeverij: L.J. Veen’s Uitgeversmaatschappij NV, Amsterdam, zonder jaar, 6e druk, Amstel Pocket 12/13
Aantal pagina’s: 445
Genre: roman

Samenvatting van het boek
De tienjarige Jane Eyre werd negen jaar geleden na de dood van haar ouders door haar rijke oom van moeders zijde, John Reed, liefdevol in zijn eigen gezin opgenomen. Hij overleed echter korte tijd later. Jane woont nog steeds op Gateshead Hall - het landgoed van haar overleden oom -, maar zowel haar tante als haar kinderen John, Eliza en Georgiana mogen Jane niet. Ze wordt dan ook veel geplaagd en achtergesteld. Jane wordt door John zelfs regelmatig geslagen. Zowel mevrouw Reed als het personeel - met uitzondering van het kindermeisje Bessie Lee - trekken altijd partij voor John en zijn zusjes. Jane zou het liefst willen weglopen, maar ze kan nergens heen. De locale apotheker, meneer Lloyd, vraagt Jane of ze niet naar school wil gaan. Dat wil Jane wel, want dan kan ze eindelijk het huis en haar familie verlaten. Lloyd praat hierover met mevrouw Reed en die stemt maar al te graag toe. Jane wordt naar Lowood School gestuurd, een school waar tachtig meisjes, die allemaal wees zijn, opgeleid worden. De school is gevestigd in Brocklehurst Hall, een landgoed van de familie Brocklehurst. De penningmeester van de stichting die het landgoed beheert is de zure dominee Robert Brocklehurst die een hekel heeft aan Jane, omdat mevrouw Reed slechte dingen over haar verteld heeft.
Als Jane op Lowood arriveert, wordt ze vriendelijk ontvangen door de directrice, Maria Temple. Het leven op school is echter hard. De meisjes moeten vroeg op en de lessen duren lang. Het eten is er matig van kwaliteit en in ieder geval karig. Toch heeft Jane het op Lowood wel naar haar zin. Ze sluit vriendschap met de veertienjarige Helen Burns die zelf nogal te lijden heeft van de lerares Frans die haar niet mag. Helen blijft echter altijd gelijkmatig en draagt haar lot geduldig. Miss Temple stimuleert zowel Helen als Jane om zich goed te gedragen en vlijtig te zijn. Als dominee Brocklehurst de school weer eens komt inspecteren, houdt hij tegen Miss Temple een donderpreek. Ze moet de meisjes vooral niet te veel verwennen; het is ook niet erg als ze af en toe honger lijden. Als Jane op dat moment per ongeluk haar lei laat vallen en Brocklehurst haar daardoor opmerkt, laat hij Jane op een kruk midden in de zaal zetten. Vervolgens gaat hij tegen haar te keer en maakt hij haar zwart. Jane is hierdoor erg verontwaardigd, omdat ze goed haar best doet en iedereen haar graag mag. Als Brocklehurst is vertrokken, is Jane erg terneergeslagen, maar zowel Helen als Miss Temple beuren haar weer op. Jane’s goede naam wordt daarna ook weer gezuiverd doordat Miss Temple een onderzoek laat instellen en meneer Lloyd Jane’s goede naam bevestigt.
Dan breekt op Lowood een tyfusepidemie uit die door de slechte woonomstandigheden en de slechte voeding verergerd wordt. Diverse meisjes sterven, waaronder ook Helen. Helen sterft echter niet aan tyfus, maar aan tuberculose. Jane zoekt Helen op de avond van haar sterven op en Helen waardeert dat enorm, want ze weet, dat ze zal sterven. Ze is echter niet bang, want ze weet, dat ze naar de hemel zal gaan. Nadat de tyfusepidemie voorbij is, wordt Lowood School verplaatst naar een gezondere plek en worden de leefomstandigheden aanmerkelijk verbeterd. Jane blijft er nog acht jaar, waarvan zes als leerling en twee als lerares. Ze ontwikkelde zich namelijk tot de beste leerlinge van de klas en kon daardoor lerares op Lowood worden. Als Jane achttien jaar is, neemt Miss Temple afscheid als directrice. Ze gaat met een dominee trouwen en verhuist naar een ander graafschap. Voor Jane is dit vertrek een groot gemis. Ze wil dan ook haar vleugels uitslaan en plaatst een advertentie in de krant, waarin ze zich aanbiedt als privélerares. Ze krijgt een antwoord van Alice Fairfax die huishoudster is op Thornfield Hall in Millcote. Jane kan daar als gouvernante van een klein meisje komen werken. Jane besluit het aanbod aan te nemen en neemt afscheid van Lowood. Bessie - die inmiddels met de koetsier op Gateshead Hall getrouwd is en twee kinderen heeft - komt nog afscheid van Jane nemen en constateert, dat Jane inmiddels een echte dame is geworden.
Jane wordt op Thornfield Hall zeer vriendelijk ontvangen door mevrouw Fairfax. Het landgoed blijkt eigendom te zijn van de rijke Edward Rochester. Jane moet zijn pupil, de achtjarige Adèle Varens, les gaan geven. Jane kan het goed met Adèle vinden. Jane vindt het wel eenzaam in het grote huis. Naast mevrouw Fairfax zijn er namelijk maar weinig bedienden. Als Jane op een keer in het huis een vreemd gelach hoort, zegt mevrouw Fairfax, dat Grace Poole dat doet. Grace is een stugge vrouw die als naaister in het landhuis werkt. Wanneer Jane in het naburige dorp een brief gaat posten, ontmoet ze Rochester die te paard op weg is naar zijn huis. Hij komt te vallen en Jane helpt hem. Pas later thuis ontdekt ze, dat het Rochester is die ze geholpen heeft. Langzaam beginnen Jane en Rochester elkaar beter te leren kennen en te waarderen. Rochester vertelt haar dan ook, dat Adèle het dochtertje is van Céline Varens, een operadanseres uit Parijs. Rochester heeft daar een tijd gewoond en had toen een affaire met Céline. Omdat Céline hem niet trouw bleef, keerde Rochester weer terug naar Engeland. Hij nam Adèle toen mee, omdat Céline stelde, dat het zijn dochter was, maar Rochester ontkent dat. Op een avond hoort Jane weer het mysterieuze lachen. Als ze gaat kijken, vindt ze een kaars voor haar deur. Ze ziet vervolgens, dat er brand is in de slaapkamer van Rochester. Ze weet het vuur te blussen en Rochester het leven te redden. Als Jane hem van het lachen vertelt, vraagt Rochester haar hier niets over te vertellen. Jane doet dat, maar ze vindt het wel vreemd allemaal, vooral ook omdat Grace Poole niet gearresteerd wordt en gewoon kan blijven werken. Kennelijk is er een geheim, dat Jane niet kent en de rest van het personeel wel.
Een tijd later geeft Rochester een feest op Thornfield Hall. Jane geniet van de drukte daaromheen, hoewel ze als ondergeschikte natuurlijk geen genodigde is. Via Adèle ontmoet ze wel een aantal van de gasten. Jane is inmiddels verliefd geworden op Rochester, maar maakt zich geen illusies op dit gebied, vooral niet omdat een van de gasten, de mooie Blanche Ingram, nogal moeite doet om Rochester te veroveren. Het lijkt erop of ze wel zullen gaan trouwen. Als er een waarzegster langs komt, laat ook Jane zich haar toekomst voorspellen. De waarzegster blijkt echter niemand anders te zijn dan Rochester. Jane is blij, dat ze zich niet te veel bloot heeft gegeven. Kort daarop ontvangt Jane bericht, dat haar neef John Reed zelfmoord heeft gepleegd. Hij was aan lager wal geraakt. Ook zijn moeder is hierdoor in financiële problemen gekomen en heeft een beroerte gehad. Mevrouw Reed wil Jane graag spreken en Jane reist naar Gateshead Hall. De sfeer is daar nog steeds negatief, maar Jane wil dat verder laten rusten. Uiteindelijk vertelt mevrouw Reed Jane, dat ze een brief gekregen heeft uit Madeira van John Eyre, een oom van Jane. Hij is inmiddels rijk geworden en heeft geen andere verwanten dan Jane. Hij wil haar adopteren en haar te zijner tijd zijn vermogen nalaten. Uit jaloezie heeft mevrouw Reed hem geschreven, dat Jane op Lowood aan tyfus is overleden. Mevrouw Reed heeft spijt van deze daad, maar blijft Jane vijandig gezind. Jane is niet boos en vergeeft haar. Enkele uren later sterft mevrouw Reed.
Na de begrafenis keert Jane weer terug naar Thornfield Hall, waar ze door een gelukkige Rochester ontvangen wordt. Hij verklaart Jane zijn liefde en wil met haar trouwen. Jane kan dit haast niet geloven, maar Rochester geeft aan haar inderdaad de voorkeur boven Blanche Ingram. Rochester wil Jane met juwelen en dure japonnen overladen, maar dat wil Jane niet. Ze wil eenvoudig en onafhankelijk blijven. Voordat het huwelijk plaats zal vinden, ziet Jane 's-nachts een vreemde vrouw in haar slaapkamer die de voile van haar trouwjapon kapot maakt. Wanneer Jane dit aan Rochester vertelt, wuift hij alles weg. Hij zegt, dat het Grace Poole is. Als Jane en Rochester in de kerk zijn voor de huwelijksvoltrekking, zegt een van de aanwezigen - Richard Mason, de zwager van Rochester -, dat het huwelijk geen doorgang kan vinden, omdat Rochester al vijftien jaar getrouwd is met zijn zuster Bertha Mason. Rochester geeft dat toe, maar stelt, dat Bertha krankzinnig is en zich gedraagt als een wild dier. Daarom houdt hij haar opgesloten op Thornfield Hall en wordt ze bewaakt door Grace Poole die hij speciaal daarvoor aangenomen heeft. Rochester nodigt iedereen uit om Bertha zelf te komen aanschouwen en het blijkt volledig waar te zijn wat hij gezegd heeft. Desondanks kan Rochester niet met Jane trouwen; hij zou anders bigamie plegen.
Jane is erg teleurgesteld door het niet doorgaan van het huwelijk. Ze wil Thornfield Hall verlaten. Rochester probeert haar van dit voornemen af te brengen. Hij legt uit, dat hij onder min of meer valse voorwendselen met Bertha getrouwd is. Met zo'n krankzinnig iemand valt gewoon niet te leven. Vandaar dat hij haar opgesloten heeft en aan de bewaking van Grace Poole toevertrouwd heeft. Jane raakt overtuigd van de wroeging van Rochester, maar besluit toch te vertrekken. Ze sluipt 's-nachts stiekem weg en loopt zo ver mogelijk weg van Thornfield Hall. Op een gegeven moment is haar geld op en komt ze in de problemen. Ze zwerft rond, moe, vuil en hongerig. Op een gegeven moment is ze 's-nachts op een heideveld en wil gaan liggen om te sterven. Ze ziet dan in de verte een lichtje en gaat erop af. Het is een huis. Eerst wordt ze door de huishoudster wantrouwig bejegend, maar als de heer des huizes terugkeert en Jane doorweekt en uitgeput op de stoep vindt, nodigt hij haar binnen en geeft haar te eten. Jane krijgt vervolgens onderdak in het huis van dominee St. John Rivers en zijn beide zusters Diana en Mary Rivers. Jane kan het goed met de zusters vinden en ook met de huishoudster Hannah sluit ze vrede. Jane vertelt de familie Rivers in grote lijnen haar verhaal, maar niet haar echte naam en ook niet haar precieze persoonlijke omstandigheden. Jane wil overigens graag weer aan de slag. Dominee Rivers zal kijken of hij een betrekking voor Jane kan vinden. Daarin slaagt hij, want Jane kan als onderwijzeres op de dorpsschool voor meisjes in Morton aan de slag. Bij de functie hoort een klein huisje en dertig pond salaris. Jane neemt het aanbod graag aan. Ze weet na een moeilijke start een succes van de school te maken.
Door een toeval ontdekt dominee Rivers de werkelijke naam van Jane. Hij meldt haar dan, dat hij een brief heeft gekregen van een advocaat uit Londen. Deze is namelijk op zoek naar een zeker Jane Eyre. John Eyre, haar oom, is namelijk overleden en heeft haar zijn hele vermogen - twintigduizend pond - nagelaten. Verder is dominee Rivers een neef van Jane, want zijn moeder is een zuster van Jane’s vader. Jane geeft toe, dat zij Jane Eyre is en ze is buitengewoon verheugd over de erfenis en het bestaan van haar neef en twee nichten. Jane besluit om de erfenis te delen met haar nieuwe familieleden. Ze geeft haar werk als onderwijzeres op en gaat op Moor House wonen, het familiehuis van de familie Rivers. Ze knapt het samen met Hannah helemaal op. Jane beleeft er een gelukkige tijd met haar nieuw ontdekte familieleden. Wel merkt Jane, dat dominee Rivers niet gelukkig is. Hij blijkt als zendeling naar India te willen gaan en hij wil, dat Jane als zijn vrouw meegaat. Jane houdt echter niet van hem en weigert dan ook. Ze wil wel als hulpzendelinge meegaan, maar niet als zijn vrouw. Dominee Rivers probeert Jane op alle mogelijke manieren van gedachten te doen veranderen, maar Jane blijft standvastig, hoewel ze op een keer door een preek van domineer Rivers bijna overstag ging. Op dat moment hoorde ze in gedachten echter de stem van Rochester haar naam roepen. Jane raakt daardoor in de war, denkt na en weet dan opeens wat haar te doen staat. Ze besluit terug te gaan naar Thornfield Hall om te kijken hoe het met Rochester gaat. Als ze op Thornfield Hall aankomt, treft ze er slechts een zwartgeblakerde ruïne aan. Het kasteel blijkt door brand geheel verwoest te zijn. Van de locale herbergier hoort Jane wat er precies gebeurd is. Na haar vertrek ging Rochester als een kluizenaar leven. Hij stuurde mevrouw Fairfax en Adèle weg. Op een nacht wist Bertha uit haar kamer te ontsnappen, waarna ze het kasteel in brand stak. Rochester probeerde haar te redden, maar ze sprong van het dak af en overleed vervolgens. Toen Rochester daarna zelf probeerde te ontsnappen, raakte hij ernstig gewond. Hij werd blind en moest een hand missen. Hij is vervolgens met zijn koetsier en diens vrouw op een ander landgoed van hem - Ferndean - gaan wonen.
Jane huurt een rijtuig en rijdt naar Ferndean toe. De ontmoeting met Rochester is hartelijk. Rochester is buitengewoon verbaasd en kan maar niet geloven, dat Jane bij hem teruggekomen is. Hij is ook bang Jane weer te zullen verliezen, maar Jane geeft direct aan, dat ze zal blijven om hem te verzorgen en te begeleiden. Rochester vraagt Jane vervolgens met hem te trouwen en Jane stemt toe. In het achtendertigste en laatste hoofdstuk geeft Jane aan inmiddels tien jaar met Rochester getrouwd te zijn. Ze zijn beiden zeer gelukkig met elkaar. Aan het einde van het tweede jaar van hun huwelijk kreeg Rochester het zicht van een oog praktisch geheel terug, zodat hij zijn eerstgeboren zoon ook zelf kon aanschouwen. Jane haalt Adèle terug en laat haar naar een goede school gaan. Diana en Mary trouwen eveneens en onderhouden een goed contact met Jane. Met dominee Rivers onderhoudt Jane een schriftelijke correspondentie. Rivers blijft ongetrouwd en verricht goed werk in India.

Beoordeling van het boek
Charlotte Brontë was afkomstig uit een literair nest. Ze was de oudste van drie zusters. Haar andere twee zusters - Anne (1820 – 1849) en Emily (1818 – 1848) - werden ook bekend als schrijfster.
Dit boek bevat heel veel autobiografische elementen. Net als Jane heeft ook Charlotte het als kind niet gemakkelijk gehad. Net als Jane is ook Charlotte lerares geweest. Net als Jane werd ook Charlotte verliefd op een oudere man. Verder geeft het boek goed de tijdgeest van de negentiende eeuw weer. Zo wordt bijvoorbeeld voor Jane en het personeel, als ze ziek zijn, alleen de hulp van een apotheker ingeroepen, terwijl als het om mevrouw Reed en haar kinderen gaat een echte arts ingeschakeld wordt. Dat geeft wel goed aan hoe tegen het standsverschil aangekeken wordt. Ook krijgt Jane constant van de familie Reed en het personeel te horen, dat ze niet moet klagen, maar blij mag zijn, dat ze onderdak bij haar familie heeft, omdat ze verder “niets voor de kost doet”. Voorts wordt er veel verwezen naar de Bijbel. Vreemd is dat niet, omdat Charlotte de dochter was van een geestelijke en in die tijd de Bijbel een vrij centrale plaats innam in het dagelijkse leven. Opvallend is ook de vrijmoedigheid waarmee Jane haar opponenten tegemoet treedt. Zo zegt ze mevrouw Reed voor haar vertrek ongezouten de waarheid en ze komt er nog mee weg ook. Jane is eigenlijke een feministe “avant la lettre”, want ze pleit voor een meer gelijkwaardige positie tussen man en vrouw. Dat is een standpunt dat in het Engeland van de negentiende eeuw natuurlijk vrij gewaagd was.
Het boek is hier en daar natuurlijk gedateerd. Zo zijn de beschrijvingen van kleding en meubels volstrekt niet meer van deze tijd. Zo kennen we geen jurken van “mousseline” (een dunne, geweven stof van katoen, wol of zijde) meer en evenmin “ottomanes” (lange en laagzittende beklede banken). Ook stoffen als “krip” en “bombazijn” zijn tegenwoordig onbekend. Verder zit er vaak weinig vaart in het verhaal en zijn sommige beschrijvingen eindeloos lang. Ook de vele verwijzingen naar de Bijbel en de vele christelijk-moraliserende overwegingen zijn soms storend. Tot slot is het voor een moderne lezer een hele kluif om vierhonderdvijfenveertig dichtbedrukte bladzijden te moeten lezen, vooral nu moderne romans vaak gemiddeld tweehonderd pagina’s tellen.
Ondanks de genoemde kritiekpunten vind ik het een prachtig boek. Dat komt vooral door de sterke en onafhankelijke persoonlijkheid van Jane, de kracht van het verhaal - dat psychologisch gezien goed uitgebalanceerd is - en de uitstekende sfeertekening. Terecht wordt dit boek daarom tot de wereldliteratuur gerekend.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.