In my enemy's home door Carol Matas

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas havo | 692 woorden
  • 28 juli 2006
  • 18 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 18 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
Bij de vijand thuis
Auteur
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2001
Pagina's
176
Oorspronkelijke taal
Engels

Boekcover In my enemy's home
Shadow
In my enemy's home door Carol Matas
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Marisa is een joods meisje van 15 jaar in de tweede wereldoorlog,

De Duitsers hadden Polen al maanden bezet, vele razzia’s had de familie van Marisa overleefd maar dit maal was het raak.
Alle joden moesten het huis uit. Er werden een aantal mensen door de Duitsers meegenomen maar de familie van Marisa niet.
Marisa houdt veel van haar “vriend” Sjemoeëel, maar dat vindt haar vader niet goed. Marisa krijgt ruzie met haar vader over Sjemoeëel. Marisa loopt boos weg en valt dan in haar kamer in slaap.
De volgende ochtend wordt ze wakker en ziet ze haar moeder huilend op de bank zitten.

Ze vraagt wat er is en haar moeder zegt dat haar vader is meegenomen. Plotseling komt er een enorm schuldgevoel in Marisa op omdat ze niet eens afscheid heeft kunnen nemen en het enige afscheid wat er was, was een ruzie.
Marisa besluit samen met Sjemoeëel bij de boeren te gaan bedelen voor eten.
Als ze terug komen met wat eten zien ze dat het huis leeg is en iedereen is meegenomen.
Plots ziet ze tot haar verbazing dat haar kleine broertje en zusje uit de struiken tevoorschijn komen en ze vertellen het hele verhaal.

Ze bedenken zich dat het bij hun huis niet meer veilig is en ze vluchten en proberen onderdak te vinden bij de boeren. Het is moeilijk om onderdak te vinden omdat de mensen ook weten dat als ze betrapt worden op onderduikers ze gestraft worden.
Uiteindelijk vonden ze onderdak en mochten Yehuda, Fanny, Sjemoeëel, en Marisa in een hooischuur overnachten. Die avond waren Yehuda en Fanny van mening dat ze Marisa en Sjemoeëel alleen maar tot last waren.

De volgende morgen toen Sjemoeëel en Marisa wakker werden merkten ze dat de kinderen weg waren. Ze waren ten einde raad en gingen terug naar hun leegstaande huis.

Toen ze eindelijk bij hun huis aankwamen zagen ze de buurman die tijdens de razzia’s zat ondergedoken. Marisa was een joods meisje en de buurman bood haar aan om als een Poolse arbeider naar Duitsland en als een soort kindermeisje in een gezin te verblijven. Dat was het moment dat ze Sjemoeëel nooit meer zou zien.

Marisa vertrok naar Duitsland per trein, ze komt aan in Weimar en van daaruit werd ze geplaatst in een vreselijk gezin waar ze na een aantal dagen vandaan vlucht.

Ze keert terug naar Weimar en wordt daarna in een ander gezin geplaatst van een Duitse onderofficier. Daar heeft ze het goed naar haar zin en leert van een van de kinderen heel erg goed Duits praten en zelfs zo goed dat haar accent ook verdwijnt.
Een paar dagen later zegt de vader dat er in Berlijn een grote vraag is naar mensen die zowel Duits als Pools kunnen praten, en de vader stuurt Marisa naar Berlijn met de belofte dat als ze het daar niet naar haar zin zou hebben dat ze terug kon komen.

Eenmaal in Berlijn aangekomen komt ze in een fabriek te werken als een soort tolk om de Poolse arbeiders te vertellen wat ze moeten doen.
In de fabriek sloot ze vrienden met een ander Pools meisje, Renatta.

Op een avond vroeg Renatta of Marisa mee ging naar de film. Natuurlijk wilde Marisa het aanbod niet weigeren en ging mee. Toen ze eenmaal in de bioscoop zaten ging het luchtalarm.
Iedereen rende de bioscoop uit en richting de schuilkelders in ook Renatta en Marisa.
Toen het bombardement voorbij was gingen ze naar buiten en zagen dat alles brandde behalve de straat. Samen liepen ze terug naar de fabriek en zagen dat ook daar alles met de grond gelijk was gemaakt.

Marisa besefte dat ze ook in Berlijn niet veilig was dus is ze weer naar Weimar gegaan.
Daar heeft ze contact gezocht met die familie waar ze eerst zat en is daar weer naartoe gegaan.

Daar aangekomen werd ze behandeld als een echt familielid, en was weer helemaal gelukkig.
Die nacht in haar slaap besefte ze zich dat ze zoveel in andere talen had gepraat dat ze zich geen Jood meer voelde en ook geen Joods meer kon praten.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "In my enemy's home door Carol Matas"