Konig Salomo door Gabriel Mandel

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 3489 woorden
  • 29 januari 2015
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Boek
Vertaald als
Koning Salomo
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1978
Pagina's
254
Oorspronkelijke taal
Duits

Boekcover Konig Salomo
Shadow
Konig Salomo door Gabriel Mandel
Shadow
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Gegevens van het boek



Auteurs: Gabriel Mandel (1924 – 2010) / Petra Eisele  



Oorspronkelijke titel: König Salomo



Voor het eerst gepubliceerd in: 1978



Nederlandse titel: Koning Salomo



Vertaling: Hans Vlaanderen



Omslagontwerp: Willem Raymann / Nico Dresmé



Uitgever: BV Uitgeversmaatschappij Elsevier Focus, Amsterdam / Brussel, 1980, 1e druk



Aantal pagina’s: 254



Genre: biografie





Samenvatting van het boek



Salomo regeerde zo’n drieduizend jaar geleden over Israël (ook wel Kanaän of Palestina genoemd). Er is weinig over die tijd bekend en al helemaal niet over Salomo zelf. Er zijn echter twee belangrijke hulpbronnen om meer over Salomo te weten te kunnen komen: de Bijbel en de archeologie. Deze twee bronnen spreken elkaar overigens ook wel eens tegen. Dat is op zich niet onlogisch, omdat de Bijbel primair een religieus boek is dat een geloofsgetuigenis inhoudt. Het is geen geschiedenisboek. Toch zijn met behulp van de archeologie veel feiten uit de Bijbel wel op hun historische juistheid te controleren en - haast nog belangrijker - ook te dateren.





Salomo komt slechts in twee Bijbelboeken voor: het eerste boek van Koningen en het tweede boek van Kronieken. Historisch gezien bevat het boek Koningen de meest betrouwbare informatie. Een vergelijking met Assyrische spijkerschriften liet namelijk zien, dat veel informatie in het genoemde bijbelboek klopt. En omdat deze spijkerschriften gedateerd konden worden, kon daardoor ook de regeerperiode van Salomo met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid teruggerekend worden. Deze blijkt te liggen tussen de jaren 970 en 931 voor Christus. Het eerste jaar is dan het kroningsjaar en het laatste het sterfjaar van Salomo. Het is overigens frappant dat met behulp van niet-Bijbelgeschriften uit andere landen dan Israël de historische juistheid van uitgerekend de Bijbel zelf vastgesteld kon worden.





Maar heel vreemd is dat aan de andere kant ook weer niet. De Bijbel is geen geheel op zichzelf staand en geïsoleerd boek. Veel verhalen uit de Bijbel zijn direct afkomstig uit andere culturen die rondom Israël lagen. Zo komt het zondvloedverhaal rechtstreeks uit het veel oudere Mesopotamische Gilgamesj-epos. De Bijbel vermeldt zelf trouwens ook expliciet dat de stamvader Abraham afkomstig was uit die streek. Het verhaal van Mozes in de rieten mand op de Nijl is direct afkomstig uit de veel oudere Akkadische literatuur. In de Psalmen zijn sporen en bezweringsformules terug te vinden die stammen uit de Mesopotamische en Kanaänitische literatuur. De Israëlitische cultuur stond in verbinding met de omringende culturen en onderging daar ook de invloed van. Dat is een belangrijk historisch gegeven dat in dit boek overvloedig bewezen wordt.   





De culturen die Israël omringden waren al heel oud. Syrië en Palestina (dat tegenwoordig Israël heet) waren al rond het jaar 10000 voor Christus bewoond. De stad Jericho werd omstreeks 9000 voor Christus gesticht. Rond 3000 voor Christus bestonden in Palestina al geciviliseerde kernen met een stedelijke structuur. Maar omdat het grootste gedeelte van Palestina nog dunbevolkt was, stroomden constant allerlei nomadenstammen het land binnen om er zich te vestigen. De twee grootste machten rond Palestina vormden het Egyptische en het Mesopotamische rijk. Egypte was tussen 3000 en 2000 voor Christus de baas in Palestina. Dat blijkt uit Egyptisch bronnenmateriaal dat in overvloedige mate bewaard gebleven is. Rond 2000 vond een enorme volksverhuizing plaats die veel stammen naar het Middellandse Zeegebied deed trekken. De Hyksos begonnen hun veroveringstocht. Ze onderwierpen Palestina en Egypte. Ze voerden het Babylonisch als officiële ambtstaal in. Na de Hyksos kwamen de Hettieten (afkomstig uit Anatolië). Ook de Filistijnen - die zich rond 1200 voor Christus in Palestina vestigden - veroverden grote stukken land.





Tussen 1200 en 1000 voor Christus vestigen de Israëlieten (ook wel Hebreeën genoemd) zich in Palestina. Ze trokken vanuit Egypte via de woestijn naar Palestina. In de Bijbel wordt deze “uittocht uit Egypte” uitvoerig beschreven. Het is het overbekende verhaal van het volk van Israël dat in slavernij verkeert en door Mozes weggeleid wordt. Mandel en Eisele gaan uitvoerig in op de figuren van Abraham, Jozef, Mozes, Jozua en de zogenaamde Richteren. Met name kijken zij daarbij naar de historische juistheid van deze personen en hun daden. Zo is het niet erg waarschijnlijk dat Mozes echt bestaan heeft. Een belangrijk argument voor deze stelling is het feit dat in de Egyptische literatuur helemaal niets over hem gezegd wordt (en dat terwijl de Egyptenaren van nature geneigd waren veel vast te leggen). Mozes past uitsluitend in het verhaal om de eenheid van het volk van Israël te benadrukken - die er in werkelijkheid trouwens niet was - en om als representant van God te fungeren. Mozes was immers degene die bemiddelde bij het sluiten van het verbond tussen God en zijn volk. Zo symboliseerde hij de eenheid van staat en godsdienst.





Na de dood van Mozes leidde Jozua het volk van Israël Palestina binnen. Dat gebeurde niet zo maar in een paar jaar. Het nam zeer waarschijnlijk in totaal een of twee eeuwen in beslag. En ook gebeurde het waarschijnlijk niet met alle twaalf stammen van Israël tegelijk. Het ging in groepjes. Een paar stammen vestigden zich in een bepaald gebied door de daar reeds wonende stammen te verdrijven of door zich met hen te vermengen. Het ging dus allemaal heel geleidelijk. In zoverre is wat in de Bijbel staat onjuist. De archeologie heeft daar duidelijk andere resultaten laten zien. Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor de stad Jericho. Vondsten tonen aan dat Jericho al in puin lag toen Jozua er arriveerde. Het verhaal dat Jericho ingestort zou zijn door het eromheen trekken van het volk Israël is dus duidelijk een fabeltje. Maar opgravingen in de stad Hasor daarentegen tonen de juistheid van wat daar in de Bijbel over staat geschreven juist weer wel aan. Zo stemmen Bijbel en archeologie voor wat betreft de verovering van Palestina door het volk Israël niet altijd met elkaar overeen.





De Israëlieten lagen regelmatig overhoop met de Filistijnen. De Filistijnen kenden het ijzer en dat verschafte hun een belangrijk voordeel op hun tegenstanders. Om de Filistijnen de baas te kunnen worden moesten de twaalf stammen van Israël zich verenigen. Tot dan toe was er geen sprake van een volledige eenheid. Saul, de eerste koning van Israël, begon met de eenwording van het land en boekte successen tegen de Filistijnen. Uiteindelijk werd Saul door de Filistijnen verslagen en gedood. Zijn opvolger, koning David, had meer succes. Hij versloeg alle vijanden, verenigde de rijken van Juda en Israël en breidde de landsgrenzen fors uit. David was een uitstekend legeraanvoerder en een verstandige monarch. Zijn rijk bloeide. David veroverde Jeruzalem en maakte deze stad tot hoofdstad van Israël. Hij begon met de voorbereidingen voor de bouw van de tempel, maar het was zijn zoon Salomo die deze voltooide en het schitterende gebouw aan Jahweh (God) wijdde.





Salomo was Davids tiende zoon en als zodanig dus niet automatisch de troonopvolger. Het erfopvolgingsrecht was in het oude Israël nog niet duidelijk geregeld. Meestal wees de koning zelf zijn opvolger aan. Toen David oud geworden was, ontbrandde de strijd om zijn opvolging. Uiteindelijk wees David Salomo aan, zij het pas na smeekbeden ter zake van zijn vrouw Bathseba (de moeder van Salomo) en de profeet Nathan (Salomo’s opvoeder). Salomo werd gezalfd en tot koning van Israël gekroond. Korte tijd daarna stierf David; hij was ongeveer veertig jaar koning geweest.





Salomo was een wijs vorst. Hij was niet uit op veroveringen, maar consolideerde de landsgrenzen en sloot bondgenootschappen met zijn buren, onder wie Egypte en Fenicië. Zo trouwde Salomo met de dochter van de Egyptische farao en later ook met een dochter van de koning van Tyrus. Door het huwelijk met de dochter van de farao verkreeg Salomo de voor hem belangrijke strategisch gelegen stad Gezer (ten westen van Jeruzalem). Zo was de toegang naar de voor de handel belangrijke Middellandse Zee veilig gesteld. Uit Tyrus haalde Salomo de bouwmaterialen voor zijn bouwprojecten (o.a. de bouw c.q. versteviging van diverse vestingen in Israël).





Tegenslagen ondervond Salomo echter ook. Zo moest hij Damascus afstaan aan de opstandeling Rezon die daar een Aramees koninkrijk stichtte. Voor Salomo was dit echter een gering verlies. In heel het rijk heerste nu rust en vrede en daar was het Salomo ook om te doen. Intussen verwaarloosde Salomo zijn legers niet. Naast volks- en huurlegers gebruikte hij ook strijdwageneenheden. Hij had er daar heel veel van en zij vormden een geducht wapen. Salomo was, naast natuurlijk Jeruzalem, ook in het bezit van nog een paar andere belangrijke vestingen: Megiddo en Hasor. Megiddo lag in het midden van Salomo’s rijk en Hasor in het noorden. Salomo had zijn rijk op deze wijze goed beschermd tegen aanvallen van buitenaf.





Maar Salomo reorganiseerde zijn rijk ook van binnenuit. Hij zorgde voor een goed binnenlands bestuur en een prima functionerend ambtenarenkorps. Israël werd verdeeld in twaalf districten met aan het hoofd een gouverneur die op zijn beurt weer verantwoording schuldig was aan Salomo. De districten kwamen ongeveer overeen met de leefgebieden van de twaalf stammen van Israël. Zo ontstond een eenheid. De enige fout van Salomo was dat Juda een uitzonderingspositie behield. Hierin lag ook de kiem voor de toekomstige scheuring tussen Juda en (de rest van) Israël na de dood van Salomo. Het bestuurssysteem keek Salomo waarschijnlijk af van de Egyptenaren. Zijn systeem van ambtenaren lijkt daar tenminste nogal veel op.





Salomo had zijn rijk goed georganiseerd, maar de vele kostbare bouwprojecten - denk bijvoorbeeld aan de befaamde tempel van Jeruzalem - slokten enorme sommen geld op. De belastingen waren daarvoor niet voldoende. Salomo zocht en vond daarom aanvullende inkomsten in de handel. Zo werkte hij samen met de koning van Tyrus om schepen te bouwen en lucratieve zeereizen te ondernemen. Salomo moet een haven aan de Rode Zee hebben gehad, van waaruit deze reizen ondernomen werden. Archeologisch gezien is hier nogal wat over te doen geweest. Hoe dan ook, de reizen leverden Salomo het nodige op aan goud, zilver, specerijen, kostbare gewaden en meer van dit soort zaken. Veel hiervan kwam uit het land Ofir. Het is tot op de dag van vandaag niet geheel zeker waar Ofir nu precies gelegen heeft. Er is een relatie gelegd met het mysterieuze land Punt waar de Egyptenaren grote rijkdommen vandaan haalden, maar dit staat niet vast. Ook de bijbelse legende van de koningin van Seba speelt hier een rol. De vraag is of ze echt bestaan heeft, maar ook vanuit Seba - waarschijnlijk gelegen in het huidige Jemen - werden kostbaarheden naar Salomo gebracht.





Door het absolutisme van Salomo, de hoge belastingen en de verplichte tewerkstellingen van het volk op de grote bouwprojecten was het leven voor de gewone Israëliet zwaar. Hij leefde en woonde in eenvoudige omstandigheden, terwijl de koning en zijn hofhouding in grote weelde leefden. Ook lukte het veel ambtenaren en aristocraten zelf eveneens rijk te worden. Het is dan ook niet zo vreemd dat er onvrede onder het volk ontstond. Opstanden werden echter genadeloos onderdrukt. Er ontstonden ook spanningen tussen Juda en de rest van het rijk, omdat Juda bijvoorbeeld geen belastingen hoefde te betalen. Dit vormde eveneens een toekomstige splijtzwam voor het verenigde koninkrijk van Juda en Israël.





Een van de grootste bouwprojecten van Salomo was het bouwen van de tempel voor Jahweh (God) in Jeruzalem. Deze moest de eenheid van staat en religie symboliseren. Salomo’s vader was al met de voorbereidingen voor de bouw begonnen. Salomo gebruikte Fenicische architecten en bouwmaterialen. Het feitelijke bouwwerk werd echter uitgevoerd door Israëlieten. Het is dus niet zo heel vreemd dat een van de kritiekpunten op Salomo’s tempel was dat het een heidense tempel was. De indeling leek namelijk nogal veel op die van andere - heidense! - tempels in de omringende landen. Die namen de heidense architecten natuurlijk tot voorbeeld. Er is veel geschreven over de vorm en inrichting van de tempel. In de Bijbel is daar ook het nodige over te vinden. In de tempel bevond zich het Heilige der Heiligen, waarin de Ark van het Verbond stond opgesteld. Slechts een keer per jaar betrad de hogepriester dit vertrek. Niemand anders mocht daar komen. Na zeven jaar bouwen was de tempel klaar - in 961 voor Christus - en werd deze door Salomo ingewijd.





Na de tempel begon Salomo nog aan de bouw van zijn eigen prachtige paleis. De bouw hiervan duurde dertien jaar. Het was een prachtig gebouw dat direct naast het tempelcomplex lag. Het was rijkelijk versierd en bestond uit meerdere gebouwen. De Bijbel zegt hier verder bijzonder weinig over. Ook de archeologie helpt ons niet veel verder, omdat er door de huidige bebouwing in Jeruzalem niet veel opgegraven kan worden. Na de bouw van de tempel kwam de nodige kritiek los op Salomo. Velen vonden tempel en paleis te luxueus en wel erg afgedwaald van de eenvoud van de voorvaderen die oorspronkelijk nomaden geweest waren. Verder had Salomo erg veel vrouwen en hij stond hun toe aan hun eigen goden te offeren. Dat viel natuurlijk slecht bij de priesters van Jahweh en bepaalde sektarische geledingen in het volk. Salomo stierf in het jaar 931 voor Christus op ongeveer zestigjarige leeftijd. Er brak een burgeroorlog uit en Israël maakte zich vervolgens los van Juda. Zo waren er weer twee koninkrijken onder verschillende koningen. Ze bleven elkaar eeuwenlang bevechten en zo was er van de eenheid onder Salomo nog maar bitter weinig overgebleven.





In het laatste hoofdstuk gaan de auteurs in op waarheid en legende rondom Salomo. Er zijn schrijvers die Salomo als een historische figuur zien en er zijn er ook die dat ontkennen. Dat laatste gebeurt dan vaak op grond van het feit dat er zo weinig geschriften over Salomo overgebleven zijn. Als hij echt bestaan zou hebben, zou dat niet het geval zijn geweest. Hoe dan ook, de legenden over Salomo zijn talrijk. Zijn wijsheid was legendarisch, maar veel voorbeelden uit de Bijbel zijn ook in andere - en vaak oudere - culturen te vinden. Dat geeft al aan, dat veel over Salomo ook aan andere culturen ontleend is. Dat is met name te zien in de zogenaamde boeken die Salomo geschreven zou hebben. Neem bijvoorbeeld het boek Spreuken. Heel veel hieruit is rechtstreeks terug te voeren op wijsheidsliteratuur uit Egypte. Sommige teksten blijken zelfs letterlijke vertalingen van Egyptische teksten te zijn! Ook het literaire Hooglied van Salomo is niet van Salomo. Het boek spreekt vrijmoedig over de lichamelijke liefde en grijpt terug op Egyptische en Kanaänitische liefdesliederen.





De figuur van Salomo is ook gebruikt in de astrologie, het gnosticisme, de magie en de esoterica. Een voorbeeld is het boek “Sleutel van Salomo” dat over de bezwering van geesten en andere magische praktijken gaat. Alchemisten gebruikten het zegel van Salomo en zijn naam als symbolen van hun kennis over het diepste wezen van de “oermaterie”. Tot slot gebruiken ook de vrijmetselaren heden ten dage nog symbolen die met Salomo verbonden zijn, zoals zijn tempel en de beide zuilen Jachin en Boaz. Veel van de Salomolegenden hebben een Arabische c.q. Perzische achtergrond. Maar er zijn ook Indiase invloeden in te vinden. Dat is overigens niet moeilijk te verklaren: er was een intensief handelsverkeer van het Midden-Oosten met het Verre Oosten. Het is natuurlijk ook duidelijk dat veel van de historische Salomo in deze legenden verloren is gegaan. Iedereen voegde immers zelf weer wat toe aan de legenden. En zo ontstond de legendevorming over koning Salomo die tot op de dag van vandaag voortduurt.                                                    





Beoordeling van het boek



Het is jammer dat het boek in het geheel geen informatie geeft over de beide auteurs. Behalve hun namen wordt er verder helemaal niets over hen of hun achtergrond verteld. Via het internet kon ik achterhalen dat Gabriele Mandel - zijn voornaam is in het boek kennelijk verduitst - een Italiaanse psycholoog en schrijver was die Afghaanse voorouders had. Hij was moslim maar pleitte zijn leven lang voor een interreligieuze dialoog. Oorspronkelijk studeerde Mandel muziek aan het conservatorium van Vicenza, waar hij als violist afstudeerde. Na de Tweede Wereldoorlog studeerde hij klassieke talen en literatuur en verrichtte hij vervolgens archeologische werkzaamheden in India en het Midden-Oosten, waarover hij ook publiceerde. Mandel kreeg tot slot nog interesse in psychologie en geneeskunde. In beide vakken studeerde hij ook daadwerkelijk af.





Volgens een artikel op het internet heeft Mandel zo’n tweehonderd boeken geschreven die in verschillende talen vertaald zijn. Als ik dat zo lees, krijg ik het idee dat Mandel een enorm erudiet man geweest moet zijn. Daarom vind ik het zo jammer dat over zo iemand helemaal niets in het boek verteld wordt. Over Petra Eisele heb ik op het internet ook bijzonder weinig bio– en bibliografische gegevens kunnen vinden. Ook dat betreur ik. Ik vind het gewoon prettig iets meer over een auteur te weten wiens boek ik lees. Ook blijft nu onduidelijk hoe de onderlinge taakverdeling voor wat betreft het schrijven van het boek tussen Mandel en Eisele er uit gezien heeft. Wie heeft nou precies wat in het boek voor zijn of haar rekening genomen?





Ik stel deze vraag ook niet voor niets, omdat ik op het internet las dat het onderhavige boek oorspronkelijk in het Italiaans (onder de titel “Salomone”) geschreven werd door Mandel alleen. Het werd toen in het Duits vertaald (niet door Petra Eisele overigens) en van daaruit weer in het Nederlands. Ik vraag me dan ook echt af wat de rol van Petra Eisele in dit geheel is (geweest). Jammer dat de uitgever hier niets over vertelt. Een paar regels tekst op de achterflap van het boek zou een hoop helderheid verschaft hebben!          





Toen ik dit boek begon te lezen, wist ik niet goed wat ik zou kunnen verwachten. Maar het is me gelijk al vanaf het begin enorm meegevallen. De auteurs gaan namelijk grondig en wetenschappelijk te werk. Ze baseren zich op de Bijbel en op de wetenschap en mijden allerlei vage verhalen. Ze geven precies aan hoe ze tot hun oordelen en conclusies komen en dat is uitermate prettig. Voor mij persoonlijk was het eerste hoofdstuk echt een openbaring. Glashelder wordt daarin beschreven hoezeer de Bijbel en het volk van Israël onder de culturele invloed van de Israël omringende landen en volken stonden. Ik had dit eerder ook al gelezen in het boek van Dr. James B. Pritchard, Archeologie en het Oude Testament (“Archeology and the Old Testament”), uitgegeven in 1962 bij Het Wereldvenster te Baarn. Mandel en Eisele doen dit echter nog iets uitgebreider dan Pritchard - wiens boek overigens ook in de literatuurvermelding van dit boek opgenomen is -, zodat hun verhaal uitermate geloofwaardig overkomt. Door ook met bewijs te komen voor die culturele verwevenheid ga je als lezer de Bijbel toch in een iets ander licht zien. Het is duidelijk een product van die tijd en cultuur dat niet op zichzelf staat, maar er juist een onderdeel van uitmaakt. Buitengewoon boeiend!





De titel van het boek vind ik wel enigszins misleidend. Het boek is immers niet uitsluitend een biografie van Salomo zelf. Deze biografie is er slechts een klein onderdeel van. In feite is het de geschiedenis van het volk Israël als geheel. Het boek gaat namelijk uitgebreid in op de (cultuur)geschiedenis van geheel Palestina (Israël) in relatie tot die van de overige landen van het Midden-Oosten. Het gaat dus veel verder dan de levensgeschiedenis van slechts een persoon. Pas op ongeveer de helft van het boek gaat het specifiek over Salomo zelf. Heel erg vind ik dat overigens niet, omdat juist die bredere culturele horizon zo boeiend beschreven wordt.





Ik ben erg positief over dit boek. Het is goed geschreven en goed gedocumenteerd. Het boek bevat een register, notenapparaat en uitvoerige bibliografie. Een aanhangsel over de semitische talen en een chronologisch overzicht completeren het. Hiermee heeft het boek een duidelijk wetenschappelijke basis en kan het de toets van de kritiek goed doorstaan. Ik kan het aanbevelen aan iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van het oude Palestina/Israël en omgeving. En passant wordt ook het nodige verteld over de Bijbel en de daarin voorkomende belangrijke personen. Zo is het boek ook voor gelovigen interessant.






REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.