Desiderius Erasmus (ca. 1466-1536)

Een belangrijke naam in de geschiedenis van het humanisme is Desiderius Erasmus. In de verkiezing van Grootste Nederlander eindigde hij op de vijfde plek. Erasmus is dus nog niet vergeten. Of is het alleen de naam die we nog kennen? Deze korte biografie geeft een beschrijving van zijn leven en werken. Daarbij wordt het leven van Erasmus geplaatst in de tijd waarin hij leefde.

Erasmus is verbonden aan Rotterdam, toch heeft hij hier maar vier jaar gewoond. Na zijn vertrek is hij er nooit meer terug geweest. Het grootste deel van zijn jeugd brengt hij door in Gouda. Erasmus wordt geboren in de late middeleeuwen. Zijn geboortejaar is niet exact bekend. De verhalen lopen uiteen van 1466 tot 1470. Wel bekend is zijn geboorte op de vroege ochtend van 28 januari. Zijn vader Gerard is priester en zijn moeder heet waarschijnlijk Margaretha. Erasmus sterft kort na middernacht op 12 juni 1536 in Basel. In zijn leven experimenteerde Erasmus veel met zijn naam. Hij wordt geboren als Gerrit Gerritszoon. In 1506 neemt hij de naam ‘Desiderius Erasmus’ aan. Daarvoor gebruikt hij verschillende variaties hierop. In zijn naam gebruikt hij ook wel eens een verbastering van Rotterdam (Rotterdammus, Rotterdammensis) wat duidt op zijn afkomst. Erasmus lijdt een rondtrekkend bestaan. Hij noemt zichzelf ook een wereldburger: “Ik wil een wereldburger zijn, aan allen te behoren. Of meer nog een niet-burger te zijn.” Na zijn jeugd in Rotterdam en Gouda trekt hij door heel Europa om steden te bezoeken. Zeker in vijfentwintig steden woont hij, of verblijft hij voor langere tijd. Het reizen in de Middeleeuwen is niet makkelijk en daarom was het juist zo bijzonder dat Erasmus al deze steden aandoet. Of er ooit een vrouw in zijn leven is geweest is onbekend. Mogelijk heeft hij zelfs nooit seks gehad. Er zijn geruchten dat Erasmus homoseksueel zou zijn, maar ook dat is niet zeker. Erasmus staat te boek als een vriendelijke man, hardwerkende man. Veel vijanden heeft hij niet, al maakt hij ook geen vrienden door zijn boeken. Ondanks zijn vele vrienden leeft Erasmus een eenzaam bestaan. Doordat zijn moeder sterft aan de pest als Erasmus zeventien is, houdt hij zijn leven lang een grote angst voor de pest. Daarbij had hij last van smetvrees en verschillende andere kwalen. Het is onbekend waaraan hij uiteindelijk sterft.

In 1487 treed Erasmus in bij de Augustijner koorheren en in 1492 ontvangt hij de priesterwijding. Later wordt hij door paus Leo X van zijn kloosterbeloften ontslagen. Van 1495 tot 1499 studeert Erasmus in Parijs. Daarna verblijft hij tot 1506 in Engeland en sluit daar vriendschap met Thomas More en John Colet, twee bekende humanisten. Hier richt zijn interesse zich tot de bijbelse geschriften van de apostelen en de christelijke oudheid. Erasmus staat aan het begin van de ontwikkeling van de klassieke filosofie. Zij uitspraken (Adagia) en samenspraken (Colloquia familiaria) zijn lang gerenommeerde schoolboeken geweest. Zijn vertaling van het Nieuwe Testament vanuit het Grieks bleef drie eeuwen lang de grondslag voor studies over het Nieuwe Testament. In 1511 schrijft hij zijn bekendste werk: Lof der Zotheid. Erasmus ontwikkelt een bijbelshumanistische theologie. Hij pleit voor verdraagzaamheid en hij houdt zoveel mogelijk afstand van de godsdienststrijd van die dagen. Hervormingsgezinden zien in Erasmus, door zijn kritiek op kerkelijke toestanden, een man die aan hun zijde staat, maar Erasmus blijft de Rooms-katholieke Kerk trouw. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een strijdschrift dat hij in 1524 tegen Luther opstelt.

· Tijdsgeest

Erasmus leeft in een belangrijke tijd in de kerkelijke geschiedenis. Hij is een tijdgenoot van Maarten Luther. Aan het eind van de 15e en in de 16e eeuw groeit het verzet tegen de katholieke kerk als machtig bolwerk. Kerkdiensten zijn in het Latijn, waardoor het gewone volk niet begrijpt wat er gezegd wordt. Priesters vergroten hun macht door zaken aan te halen die niet eens in de bijbel staan. De kerk verrijkt zichzelf door de verkoop van aflaatbrieven. Iemand die zich ergens schuldig aan maakt, kan zijn zonde afkopen door een aflaatbrief te kopen bij de priesters. In die brief staat dat de zonden vergeven zijn. Dat aflaatbrieven een verzinsel van de kerk zijn, heeft de gewone burger niet door. Zij geloven dat dit in de bijbel staat.

In de tijd van Erasmus ontstaat er twijfel over de rol van de priesters als tussenpersoon tussen de mens en God. Steeds meer geleerden besluiten zelf de bijbel te bestuderen om erachter te komen wat er nu werkelijk in staat. Hierin vind je een basisbeginsel voor het humanisme. Mensen moeten zelfstandig kunnen zijn. Voor hun geloof mogen ze niet afhankelijk zijn van wat een priester zegt. Ze moeten hun eigen verstand gebruiken en flink studeren. Humanisten uit die tijd grijpen ook terug op boeken van Romeinen, Grieken en de eerste christenen om daarin naar het ware christelijk geloof te zoeken. Ook Erasmus is een actief humanist.

De Duitse monnik Maarten Luther gaat nog een stap verder. In 1517 spijkert hij een groot vel aan de kerkdeur van zijn woonplaats met daarop een lange lijst met bezwaren tegen de kerk. Vooral de handel in aflaatbrieven stuit hem tegen de borst. Hij eist van de paus dat hij de kerk gaat verbeteren, maar vind daar geen gehoor, de paus doet hem in de ban. Omdat hij binnen de katholieke kerk geen gehoor vindt, sticht Luther zijn eigen kerk. Doordat die kerk er komt door zijn protest tegen de katholieken, wordt dit de protestante kerk genoemd. Luther krijgt veel aanhangers en op andere plekken in Europa staan ook hervormers op, zoals Calvijn uit Frankrijk, naamgever van de calvinisten.

Niet alleen humanisten grijpen terug op werken uit de Oudheid. Ook beeldhouwers, schilders en andere kunstenaars doen dat. ‘In onze tijd wordt de kunst uit de Oudheid opnieuw geboren.’ Ze zetten zich af tegen de kunst uit de Middeleeuwen. Het is het begin van de Renaissance.

· Erasmus en het humanisme

Humanisten in de tijd van Erasmus zijn geleerden met een grote waardering voor literatuur en vooral voor schrijvers uit de Oudheid. Zij dromen van de filosofie, de literatuur en de kunst van het oude Griekenland en Rome. De Middeleeuwen betekenen een tijd van barbaarsheid en verval, een donkere periode. Volgens de humanisten de hoogste tijd voor de mensen om weer op nieuwe krachten te komen. Belangrijk hiervoor is de kennis van de bronnen uit de Oudheid. Erasmus is een belangrijk humanist, maar hij is niet de grondlegger van deze stroming. De oorsprong van het humanisme gaat terug tot in de twaalfde eeuw. Aan Italiaanse en Franse universiteiten zijn in die tijd namelijk geleerden verbonden die zich speciaal bezig houden met praktische vragen als: Hoe schrijf ik een goede brief? en Hoe houd ik een goede redevoering?. De regels voor een goede brief of toespraak ontlenen ze aan antieke voorbeelden als Cirero. In eerste instantie is die aandacht vooral op de vorm gericht. In de loop van de dertiende en veertiende eeuw krijgt men meer belangstelling voor wat die antieke schrijvers allemaal te vertellen hebben. En hoe meer de geleerden zich op de inhoud van de oude werken richten, hoe enthousiaster ze worden. Francesco Petrarca (1304-1374) wordt vaak genoemd als de eerste humanist. Hij betreurde dat hij nooit in Rome had geleefd.

Humanisten hebben naast kritiek op de kerk, ook kritiek op het scholastieke denken. Volgens hen moeten mensen niet eindeloos zoeken naar het ‘wezen der dingen’, maar kennis moet vooral nuttig zijn. Kennis moet er uiteindelijk in resulteren dat het gedrag van mensen beter wordt. Ook de scholastieke opvatting dat de hoogste bestemming van de mens in het beschouwelijk leven ligt verwerpen de humanisten. Volgens hen moeten mensen zich niet van de samenleving vervreemden, maar er juist onderdeel van uitmaken. Iedereen moet bij het reilen en zeilen van de samenleving betrokken worden. De kritiek op de kerk uit zich vooral in de afschuw van het machtsmisbruik door de kerk.

Erasmus wordt meer dan een eeuw na de dood van Petrarca geboren. Het is dus onzin om te zeggen dat hij de grondlegger van het humanisme is. Toch is zijn invloed wel van belang geweest op het humanistisch denken. Hij wordt gezien als de motor achter het humanisme. Hij is van groot belang voor de verspreiding en ontwikkeling van nieuw gedachtegoed. Kernbegrippen van zijn humanisme: klassieken als autoriteit, terug naar de bronnen, herstel van het Latijn en de bijbel opnieuw vertaald.

Tegenwoordig kenmerkt het humanisme zich door een niet- of antigodsdienstig karakter. In het klassieke humanisme is hiervan geen sprake. Er is kritiek op de kerk, maar tegelijkertijd is het klassiek humanisme nauw verweven met het geloof.

· Erasmus en het geloof

Vaak wordt gedacht dat Erasmus humanist en dús tegen het geloof was. Dat is niet zo. Erasmus is voortdurend op zoek naar de zuivere bron voor een zuivere geloofshouding. Daarom is het belangrijk bronnen uit de Oudheid te bestuderen. Erasmus vindt deze studie niet noodzakelijk, maar denkt wel dat bestudering van oude bronnen leidt tot een beter geweten. Erasmus streeft naar verinnerlijking van het geloofsleven. Het nastreven van zoveel mogelijk geleerdheid om het gevoelsmatige geloofsleven te ondersteunen en diepgang te geven. Uitwendige vormen van het geloof als relieken, rituelen, bedevaarten en overdreven zichtbaar bidden veracht hij.

Erasmus wil dat geestlijken de bijbel op de juiste manier laten spreken. Daarom maakt hij een vertaling van het Nieuwe Testament in het Latijn. Hij kijkt hierbij naar de historische context waarin de bijbel is ontstaan. Hij biedt het verhaal aan in heldere duidelijke taal, maar wijst er ook op dat het vooral gaat om de beleving van de eeuwige, goddelijke wereld. Alleen via het nastreven van een zuiver hart kan deze wereld ervaren worden. Navolging van Christus is daarvoor de goede weg. Christus is de bemiddelaar tussen God en de mensen, niet de kerkelijke autoriteiten. Erasmus benaderd het geloof op een realistische manier en moet weinig hebben van mystieke poespas.

In 1517 begint Luther zijn strijd tegen de katholieke kerk. In eerste instantie staat Erasmus positief tegenover de opvattingen van Luther. Hij deelt de afschuw over de handel in aflaatbrieven. Na verloop van tijd veranderd zijn mening over Luther. Toch wil Erasmus zich niet in de discussie mengen, maar hierdoor is hij in beide, maar doordat hij zo vaag is over zijn standpunt is hij in beide kampen verdacht. Erasmus streeft naar eenheid in de kerk en vindt dat Luther te vel en teveel gevuld met passie is. Dat past niet bij de vrome christen. Luther schrijft op zijn beurt dat hij, elke keer als hij Erasmus’ werk leest, hij de man meer gaat haten. Uiteindelijk kiest Erasmus na hevig aandringen partij voor de katholieke kerk. Dat neemt niet weg dat hij het op veel punten eens is met Luther. Erasmus staat daarom positief tegenover een hervorming van de katholieke kerk, maar wil de eenheid bewaren. Dit lukt uiteindelijk niet, er komt een scheuring in de kerk. Erasmus blijft katholiek: “Ik weet mij katholiek, niet zozeer omdat ik in vrede leef met de Paus, met de keizer, met Ferdinand (de Duitse koning), met mijn bisschoppen, maar juist omdat de lutheraanse partij niemand meer haat dan Erasmus.”

· Pacifisme en Feminisme

“Het is veel mooier een stad te bouwen, dan ze te verwoesten.” Naast humanist en christen was Erasmus ook pacifist en feminist. Erasmus heeft een aantal argumenten tegen de oorlog (pacifisme). In de eerste plaats vindt hij christendom en oorlog twee onverenigbare dingen. Verder constateert Erasmus dat bijna alle dieren op aarde zijn gekomen met middelen om zich te wapenen, maar de mens niet. Die is geschapen voor liefde en vriendschap. De mens is ook als enig wezen langdurig afhankelijk van hulp van buiten. Het duurt jaren voordat een mensenkind op eigen benen kan staan. We moeten elkaar dus helpen in plaats van bestrijden. Toch moet het pacifisme van Erasmus genuanceerd worden. Hij vindt dat christenen elkaar niet mogen bestrijden, maar denkt heel anders over de bestrijding van moslims. Zo zegt hij dat de oorlog tegen de Turken zo lang mogelijk uitgesteld moet worden, maar dat deze wél rechtvaardig is. En verder zegt hij dat de Turk als mens gekerstend moet worden, maar de Turk als Turk gedood moet worden. Het pacifisme van Erasmus kent, net als zijn tolerantie, dus wel grenzen.

In zijn boek ‘Samenspraken’ ontkracht Erasmus dat de vrouw zwakker is dan de man. Meerdere malen breekt hij een lans voor de vrouw in een tijd dat dit zeer ongebruikelijk is. In de zestiende eeuw wordt veel leed toegeschreven aan vrouwen. Het is de tijd dat de heksenvervolging hoogtijdagen viert. Erasmus is ook in zijn feminisme niet altijd even consequent, maar kiest toch meestal voor de weg van de meeste weerstand.

· Erasmus’ werken

Erasmus heeft in zijn leven veel geschreven. Een kleine greep uit zijn oeuvre.

1500 – Adagia
Adagia is een verzameling van antieke spreekwoorden. De eerste uitgave is ongeveer het eerste gedrukte werk van Erasmus. Uiteindelijk is Erasmus zijn hele leven met deze bloemlezing bezig en steeds breidt hij het verder uit. Velen zien in Adagia een toegangspoort naar de Oudheid. De spreekwoorden zijn toegankelijk, waardoor een breed publiek kennis kan maken met de Oudheid.

1511 – Lof der Zotheid
Het is één van de weinige werken die je voor jezelf kunt lezen. Veel van zijn andere werk gaat over Erasmus zelf of over de tijd waarin hij leeft. Het is het meest gelezen boek van Erasmus. In zijn tijd wordt Erasmus geprezen en verguist vanwege dit boek. Geestelijken oordelen dat het boek schadelijk en godslasterlijk is en de kerk verbied het dan ook. In het boek drijft Erasmus de spot met een aantal serieuze zaken, maar daarbij stelt hij altijd het gedrag, en niet de reputatie van mensen aan de kaak. Erasmus voert in zijn boek de Zot op om kritiek te kunnen leveren op de maatschappij, zonder daarvoor zelf verantwoordelijk te zijn. Hierdoor dekt hij zich in tegen aanvallen van tegenstanders. In de Middeleeuwen is het opvoeren van de Zot een vaak gebruikt middel voor de legitimering van vrijheid van meningsuiting. In het boek voert de Zotheid het woord. De Zotheid zegt: “Zonder Stultitia (benaming voor de Zotheid) kan de wereld niet bestaan. Haar ‘gevolg’, zoals het in de Moriae heet, bestaat uit: eigenliefde, vleierij, vergeetachtigheid, werkschuwheid, afstandelijkheid, genotzucht, onverstand, weelderigheid, drinkgelag en vaste slaap. Uit dwaasheid komt alles voort: politiek, oorlog, vriendschap, liefde, jachtpartijen, het huwelijk, voortplanting etc. Wie geen dwaasheid heeft leeft niet. Dwaasheid is onmisbaar om gelukkig te zijn. Zij is de bron van alle leven en liefdesgenot.”

Het boek heeft ook veel kritiek op de maatschappij. Rangen en standen komen er slecht vanaf. Ook schrijvers van boeken die denken dat hun naam hierdoor onsterfelijk wordt krijgen er van langs en over kooplieden wordt ook weinig positiefs vermeld. Erasmus beschrijft ook de afschuw voor de materialistische samenleving, hoewel hij er altijd voor zorgde dat hij zelf niets te kort kwam. Tot slot predikt de Zot over de kerk. “Ook het christendom heeft de dwaasheid in zich.”

1522 – Colloquia
De ‘Samenspraken’ (vertaling van Colloquia) zijn bedoeld als oefeningen voor het leren van behoorlijk Latijn. Het is een humoristisch werk, en mede daardoor wordt het nog steeds gelezen. Tevens is het een moralistisch werk. Erasmus heeft wel degelijk proberen uit te drukken wat hij van de wereld en de mensen verwacht. “Een gezuiverde christelijke samenleving van goede zeden, eenvoud, welwillendheid, verdraagzaamheid en vrede.” In zijn tijd hebben de Samenspraken nog meer negatieve reacties opgeroepen dan de Lof der Zotheid. Reden daarvoor is dat Erasmus niet alleen zaken, maar ook personen aanvalt. Vooral geestelijken en kloosterlingen komen er slecht vanaf. Bijzonder is dat veel Samenspraken uitgesproken worden door vrouwen die zeer verstandige taal gebruiken. Dat is zeer ongebruikelijk voor die tijd.

Naast deze boeken heeft Erasmus nog veel meer geschreven. Andere boeken, maar ook een heel aantal kleinere werken en veel brieven. Erasmus is één van de grootste brievenschrijvers uit de Europese geschiedenis. Brieven golden als gebruikelijk communicatiemiddel tussen intellectuelen. Verder schreef Erasmus ook brieven om te publiceren. Dit waren pamfletten of betogen. Als hij ouder is beseft hij de waarde van zijn brieven en gaat ze beter bewaren. Van de periode na 1516 zijn veel brieven overgeleverd. De bewaarde brieven zijn uitgegeven door de universiteit van Oxford.

· Erasmus tegenwoordig

Een vijfde plaats in de verkiezing van grootste Nederlander aller tijden bewijst dat Erasmus nog altijd voortleeft in de geschiedenis. Zijn vernieuwende kijk op de maatschappij, de kerk, de rol van de vrouw en het leven maken hem tot een aansprekend persoon. Voor velen staat Erasmus voor tolerantie. Hoewel hij kritiek heeft op alles en iedereen, laat hij iedereen in zijn waarde. Lang heeft Nederland gelooft een tolerante natie te zijn, al wordt dit door sommigen juist nu hardnekkig betwist. Nog altijd worden de boeken van Erasmus gelezen en nog altijd herkennen mensen zich in zijn denkwijze. Hoewel het moderne humanisme wezenlijk anders dan het klassieke humanisme, zijn er ook veel gemeenschappelijke opvattingen.

In het straatbeeld is Erasmus ook nog niet verdwenen. Talloze straten, parken, gebouwen en winkels zijn naar hem vernoemd. In zijn geboortestad Rotterdam is de universiteit naar Erasmus vernoemt.

· Waarom Erasmus?

Erasmus spreekt mij aan omdat hij er vrij moderne opvattingen op na houdt in een tijd waarin dat niet gebruikelijk was. Hij durft een onbegaanbaar pad in te slaan en te zoeken naar nieuwe, betere manieren van leven. Hoewel niet al zijn standpunten de mijne zijn kan ik me vinden in zijn manier van denken. Het schrijven van deze biografie bood mij de mogelijkheid dieper in te gaan op de persoon Erasmus om zo een beter beeld van hem te krijgen. Dat is gelukt. In grote lijnen is mijn visie op Erasmus niet veranderd. Wel heb ik meer van zijn menselijke kant gezien. Het is niet meer de geniale man die al die werken schrijft, maar ook een mens met de daarbij behorende gebreken. Dat maakt het verhaal completer. Ik heb nog meer bewondering voor hem gekregen.

· Bronnenlijst

http://www.erasmus.org/ De meest complete digitale biografie van Erasmus.
http://humanisme.pagina.nl/
http://www.luminarium.org/renlit/tmore.htm Informatie over Thomas More
http://www.humanistischverbond.nl/

· A. Wilschut e.a., Sporen 2, geschiedenis voor de onderbouw, 1999, Groningen
· J.J. Bijlsma, Logos, een kennismaking met het westerse denken over mens, maatschappij en godsdienst, 2003, Zwolle (boek in readervorm, uitgave van Hogeschool Windesheim)
· Grote Winkeler Prins, 1977-1984, deel 6
· D.E.H. de Boer, J. van Herwaarden, J. Scheurkogel, Middeleeuwen 1989, Groning
· J. van Herwaarden, `Erasmus van Rotterdam: beeld en werkelijkheid', Rotterdams Jaarboekje XI.6, 1998, Rotterdam.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

O.

O.

dis handie :)

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

Bert heeft gelijk <3

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast