Bijbaantjes voor scholieren

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Betoog door een scholier
  • 5e klas vwo | 1169 woorden
  • 27 juni 2002
  • 133 keer beoordeeld
Cijfer 6.2
133 keer beoordeeld

School als fulltime job?

Scholieren, het woord zegt het al, gaan naar school. Waarom doen ze dit? Eerst omdat het verplicht is. Later in de hoop een goede en leuke baan te vinden. Vinden ze het leuk om naar school te gaan? Sommigen wel, anderen niet. Wat doen scholieren het liefst na schooltijd? Sms-en, bellen, scooter rijden, in de kroeg hangen, ‘los’ gaan in de disco, de bioscoop bezoeken. Hoe ze dit allemaal denken te financieren? Door een bijbaantje te nemen natuurlijk!

De stelling is:’scholieren mogen geen bijbaantje hebben’. Hier ben ik het niet mee eens. Ik zal uitleggen waarom leerlingen zelf beter af zijn met bijbaantje en op wat voor manier de maatschappij profiteert van de werkende jongeren.

We beginnen met de scholier zelf. Jongeren willen graag ‘deel van iets zijn’. Het zijn kuddedieren. Ze proberen op allerlei manieren deel van een groep te worden en te blijven. In de eerste plaats moet je daarvoor leuk en aardig gevonden worden. Maar alleen op je gedag word je niet beoordeeld door je mede-groep-zoekers. Er wordt van je geëist dat jij de juiste mobiele telefoon en merkkleren bezit, een ook een scooter doet je sterk in aanzien stijgen. Deze dingen worden door ouders vaak als overbodig bestempeld, simpelweg omdat er thuis geen geld voor is. De enige manier voor de scholieren om aan de spullen te komen is een bijbaantje nemen. Zo maken ze de meeste kans op een plaatsje in DE groep.
Ten tweede houden de meeste jongeren van uitgaan. En dit uitgaan, of het nou de kroeg of de discotheek betreft, kost geld. Een hoop geld. Bakken vol geld. Eerst betaal je de entree. Deze entree is meestal redelijk hoog. Dan de drank. De meeste jongeren houden wel van een alcoholische versnapering en het blijft dan meestal niet bij één drankje. En als laatste, misschien tegenwoordig wel grootste kostenpost, de taxi. De scholieren hebben of geen rijbewijs, geen BOB, of geen welwillende ouders die voor taxi willen spelen. Er moet dus een flinke prijs betaald worden om weer veilig thuis te komen. Zonder bijbaantje zou het voor hen bijna onmogelijk worden een keer echt ‘helemaal los’ te gaan.
Ook de vakanties van de studenten kosten veel geld. Of het nou Lloret de Mar of Terschelling wordt, er moet en er zal gefeest worden. Ook hier geldt, zonder bijbaantje geen vakantie.
Maar naast het luxeleventje dat de gemiddelde scholier door zijn bijbaantje heeft levert het baantje nog wat op. De leerling staat midden in de maatschappij. Van een bijbaantje leer je veel dingen die je op school, zittend in je stoel, nooit leert.
Het aanpassingsvermogen van de leerling, nu dus werknemer, wordt op de proef gesteld. Het risico ontslagen te worden ligt altijd op de loer. De verhouding van baas tot werknemer is een geheel andere dan die van leraar tot leerling. Voor een baas ben je een goede of een slechte werknemer en vindt hij of zij je slecht, dan kun je meteen op zoek gaan naar een ander baantje. Voor jou tien anderen. Terwijl op school met een paar vijf-en-een-halfjes nog wel wegkomt.
Een brutale mond tegen je baas of je collega’s en al helemaal tegen klanten is uit den boze. Op school moet je hiervoor voor straf slechts het plein aanvegen, wat soms zelfs als gezellig ervaren wordt. Het lijkt zelfs wel alsof de leerling door een grote mond te geven tegen leraren meer respect krijgt van zijn of haar medeleerlingen.
Verder leer je, afhankelijk van wat voor soort werk je doet nog andere vaardigheden. Bijvoorbeeld: op tijd komen, sociale vaardigheden zoals goed communiceren, leren met je handen te werken en het beoordelen en inschatten van mensen en hun intenties. Je maakt kennis met mensen uit verschillende lagen van de bevolking, met verschillende culturen en verschillende leeftijden. Dit in tegenstelling tot school, waar het verschil in leeftijd tussen de oudste en de jongste studenten slechts zeven jaar bedraagt.
Werk en school zijn twee compleet andere werelden. Met beide hun eigen leermomenten. De één is zeker niet beter dan de ander. Maar voor de toekomst is het handig als je je ook in die andere wereld kan redden. De wereld van het werk, voor de student die van het bijbaantje.
De maatschappij profiteert volop mee van de leerlingen met bijbaantjes. Er wordt beweerd dat scholieren het werk voor de neuzen van de werklozen wegkapen. Hier ben ik het niet mee eens. Ze kunnen namelijk alleen ongeschoold werk doen. De mensen met diploma’s zullen dus altijd een baan kunnen vinden die niet door scholieren bezet kan worden.
Ook kunnen leerlingen slechts parttime werken, ze moeten immers nog naar school. Hierdoor blijven er genoeg fulltime banen over voor de ongeschoolde werklozen.

Scholieren zijn erg populair bij werkgevers. Dit niet alleen vanwege hun hoge motivatie/prestatievermogen maar vooral vanwege hun lage salaris. Dit is niet alleen voordelig voor de werkgever. De producten die aangeboden worden zullen, door de lage salarissen, voor een redelijke prijs worden verkocht. Van deze prijzen profiteert de consument.
Ik vind het complete onzin om te zeggen dat Nederland het uiteindelijk moet hebben van de hoogopgeleide mensen. Wat moeten we met al die knappe koppen? Berekenen hoe je het best een nieuwe snelweg aanlegt zonder dat er ooit iemand is om deze ook daadwerkelijk aan te leggen? Thuis achter de computer met natte voeten zitten omdat niemand meer een lekkende waterleiding kan repareren? Ook mensen die met hun handen kunnen werken zijn nodig voor het functioneren van de maatschappij. Met alleen knappe koppen zijn we nergens.
Studenten met bijbaantjes zijn bovendien goed voor de economie. Zij geven veel geld uit aan kleren, telefoons, elektronica en c.d.’s. Ook pompen zij geld in discotheken en cafés, wat per slot van rekening ook bedrijven zijn. Dit geld is voor een groot gedeelte afkomstig uit hun bijbaantjes. Zonder dit werk zouden zij nooit zoveel geld te besteden hebben, wat zeer nadelig zou zijn voor onze ‘consumptiemaatschappij’.
Tot slot wil ik iets noemen dat zowel voor de scholier zelf als voor de maatschappij voordelig is. Jongeren die zich vervelen gaan hangen. En vernielen. En stelen. En andere mensen lastig vallen. Dit gaat vaak van kwaad tot erger. Door hun bijbaantje houden ze minder tijd over om zich te gaan vervelen. Ze zullen hierdoor minder snel kleine misdrijven begaan of in het echte criminele circuit belanden. Mensen voelen zich veilig op straat en de jongeren hebben nu genoeg tijd en geld om echt leuke dingen te doen. Wat wil je nog meer?
Ik ben het dus niet eens met de stelling ‘scholieren mogen geen bijbaantje hebben’. Een bijbaantje is voordelig voor jongeren omdat: zij bij een groep willen horen, uit willen gaan, op vakantie willen en bovendien heel veel leren van een bijbaantje. De maatschappij profiteert hier ook van omdat: er genoeg banen overblijven voor werklozen, de producten voor de redelijke prijs aangeboden kunnen worden, de jongeren zelf veel geld uitgeven en omdat de jongeren zo uit de criminaliteit blijven. Kortom, scholieren met een bijbaantje… werkse!

REACTIES

M.

M.

het is ook slecht voor je school

7 jaar geleden

H.

H.

ik had een 10!!

7 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.