Meer presidentialisering in de politieke berichtgeving is geen goede zaak

Politieke communicatie & journalistiek, Communicatiewetenschap, Uva, 2018

Op de avond van 15 maart 2017 kijkt een mensenmassa met groene campagnejasjes naar een scherm dat in de grote zaal van de Melkweg in Amsterdam te zien is. Voor dat scherm staat een man met witte bloes. Bovenste knoopje los en mouwen opgestroopt. Deze avond wint GroenLinks met frontman Jesse Klaver maar liefst tien zetels (van 4 naar 14) tijdens de landelijke verkiezingen. Een dag later verschijnt de krantenkop ‘Historische zege Klaver na moderne campagne’ (NRC, 2017). In de berichtgeving rond de verkiezingen wordt de campagne van Klaver flink uitgemeten. ‘Jesse Klaver onthaald als popster in Utrecht’ kopt het Algemeen Dagblad (AD, 2017). Ook De Volkskrant beschrijft hoe Klaver zijn verhaal voor een uitverkochte zaal en voor heel Nederland vertelt (De Volkskrant, 2017). Daarnaast is ‘Klaver bereid te onderhandelen over klimaatplannen’ (NU.nl, 2017) en ‘ziet Klaver unieke kans om grootste partij te worden.’ (NOS, 2017). Klaver, Klaver, Klaver. De berichtgeving over GroenLinks leek bijna meer over Jesse te gaan dan over de partij zelf, over zijn verhaal in plaats van over dat van de partij. Dit verschijnsel wordt ook wel presidentialisering genoemd. Deze term verwijst naar een centralere rol van de minister-president en in (voornamelijk) verkiezingstijden op een groeiende focus op de lijsttrekkers van de verschillende partijen, zoals het geval bij GroenLinks (Poguntke & Webb, 2005). Het gaat dus om een verschuiving van aandacht voor de partij naar aandacht voor de individuele politicus (Vliegenthart, Boomgaarden & Baumans, 2011). Dit verschijnsel is ook terug te zien in de politieke berichtgeving en speelt daarbij een rol in de nieuwsvoorziening van de burger wat dit topic dan ook relevant maakt om nader te bestuderen (Hofer e.a., 2013; Takens, 2013). Er kan gesteld worden dat deze presendentialisering een toenemend verschijnsel is en dat deze toename juist goed is (NRC, 2014). Hieraan twijfel ik echter en ik ben het dan ook met de stelling ‘Meer presidentialisering van politiek nieuws is een goede zaak’ oneens.

Ten eerste zal een stijging van de presidentialisering in de politieke berichtgeving een bedreiging zijn voor de diversiteit aan stemmen in het politieke debat (Van Aelst, Sheafer & Stanyer, 2012). Uit onderzoek blijkt dat vanaf de jaren negentig de lijsttrekkers in campagnetijd steeds meer centraal staan en dat dit ten koste gaat van de aandacht voor andere politici (Hofer, Van den Brug & Van Praag, 2013; Kleinnijenhuis, Takens, Van Hoof, Van Atteveldt & Walter, 2013). Het publiek komt op deze wijze voornamelijk in aanraking met de visie van de grote spelers in het politieke spel, maar dat betekent niet dat de mening en visie van kleinere onderbelichte politici minder belangrijk zijn. Zeker op internationaal gebied komt het sterk voor dat enkel de politieke leider van een land bekend is in het buitenland (Van Aelst, Sheafer & Stanyer).We noemen Merkel als we het over Duitsland hebben, maar het noemen van andere Duitse politici wordt al een stuk lastiger (Poguntke & Webb, 2015).

Deze diversiteit zal daarbij ook niet worden gestimuleerd omdat de presidentialisering de kans van nieuwe partijen vermoeilijkt. De aandacht verplaatst nauwelijks van de gevestigde leiders op het verhaal van de nieuwkomers waardoor zij minder stemmen krijgen en minder vaak in de kamer terecht komen (Wauters, Thijssen, Van Aelst, & Pilet, 2018).Op deze manier ontstaat er een nauwer beeld van de politieke gedachten wat de diversiteit van het publieke debat doet dalen.

Daarnaast krijgt de minister-president, naarmate er sprake is van meer presidentialisering in de berichtgeving, ook meer invloed in het kabinet en over het kabinetsbeleid (Bäck, 2009). Zweedse onderzoekers onderzochten dit verschijnsel bij de Zweedse minister-president en zagen dat de presidentialisering de illusie van een probleemoplossende sterke leider wekt. Vanuit die gedachte krijgt de minister-president onbewust meer verantwoordelijkheden toegeschoven (Bäck, 2009). Wanneer deze trend zich doorzet, betekent dit dat de feitelijke rol van minister-president in steeds mindere mate overeenkomt met het ambt zoals dat is vastgelegd in het Reglement van Orde van de Ministerraad en tast daarmee de democratie aan. De minister-president krijgt zo meer autonomie dan waar de kiezer democratisch voor gekozen heeft.

Ook zorgt de toename van presidentialisering in het politieke nieuws voor het in standhouden van de sekseongelijkheid tussen mannen en vrouwen in politieke functies. In de huidige Tweede Kamer bekleden slechts 2 vrouwen een functie als lijsttrekker in tegenstelling tot de 11 mannelijke lijsttrekkers (Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2017). Omdat deze lijsttrekkers door de presidentialisering meer aandacht krijgen in het nieuws, raakt het beeld van het aantal vrouwen in de politiek vertekend (Walter, 2013). Eén derde van de politici in de Tweede Kamer is namelijk vrouw (Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2017). Wanneer juist een overschot aan mannen in topfuncties wordt getoond in het politieke nieuws, zal dit de sekseongelijkheid in standhouden (Meeks, 2012).

Aan de andere kant kan gesteld worden dat de kiezer door een verhoogde presidentialisering binnen de politieke berichtgeving meer betrokken is bij de politiek waardoor deze kiezer ook sneller naar de stembus zal gaan. Uit onderzoek blijkt dat er bij de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen van 2010 sprake was van een hogere mate van presidentialisering van het nieuws dan bij de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2009 (Schuck, Xezonakis, Elenbaas, Banducci, & de Vreese, 2011). Dit is terug te zien in de opkomst. Bij de Tweede Kamerverkiezingen stemde 75,4% van de Nederlanders, terwijl slechts 36,8% van de Nederlanders naar de stembus ging voor de Europese verkiezingen (CBS, 2017).

Toch kunnen er vraagtegens gezet worden bij een verhoogde opkomst veroorzaakt door de presidentialisering van het nieuws. In hoeverre is dit stemgedrag nog gebaseerd op politieke kennis? Van Santen en Van Zoonen (2009) noemen dat juist die politieke aandacht door toegenomen presidentialisering in het nieuws naar de zijlijn verdwijnt en plaatsmaakt voor charismatische speeches, korte pakkende slogans en zeer geliefd gedrag van politici. De verhoogde opkomst van stemmers wordt geleid door welke politicus het best kan campagnevoeren in plaats van wie het beste het land kan leiden of wie de inhoudelijkste punten heeft (Van Santen en Van Zoonen, 2009). Aan de verhoogde opkomst is dus geen tot weinig waarde te hechten.

Ook wordt genoemd dat de mate van presidentialisering van de media slechts op zo’n laag niveau aanwezig is, dat dit geen grote negatieve gevolgen kan hebben voor de democratie (Kriesie, 2012). Echter, een lage mate van presidentialisering kan wellicht geen kwaad, maar de vraag is of het meer moet worden. En daarop is het antwoord simpel: nee.

Al met al zal door een toename van de presidentialisering in de politieke berichtgeving namelijk de diversiteit van het politiek debat worden aangetast, wordt er een illusie gecreëerd dat de minister-president een sterke leider is waardoor hij meer autonomie krijgt toegeschoven en zal de sekseongelijkheid in de politiek in stand worden gehouden. De waarde die aan de door presidentialising veroorzaakte hogere opkomst bij verkiezingen wordt gehecht, is onterecht aangezien deze kiezers hun beslissing maken op basis van de daadkracht van de campagne. De lage mate van presidentialisering geeft daarnaast ook geen zekerheid over de toekomst. Dus hoe goed de presidentialisering ook paste binnen de ‘moderne’ campagne van Klaver, hoe positief de effecten misschien voor zijn politieke positie zijn geweest. Ik blijf ik het oneens met de stelling dat meer presidentialisering van het politieke nieuws een goede zaak is.

 

Zie bijlage voor bronnenlijst

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.