Woordenschat - Alle woorden + betekenis

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • havo | 1468 woorden
  • 8 februari 2014
  • 395 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 395 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Tolerantie: alles (veel) toestaan



Poldermodel: groepen met verschillende overtuigingen werken samen



Elite: bovenste klasse



Conservatief: behoudend



Geglobaliseerd: internationaal



Hypothese: veronderstelling



Plausibel: geloofwaardig



Postoperatieve: van na de operatie



Geëscaleerd: uit de hand gelopen



Placentazoogdier: zoogdier dat in de baarmoeder gevoed wordt via de placenta



Binoculair gezichtsvermogen: twee naar voren gerichte ogen (en daardoor afstanden kunnen schatten)



Drogreden: verkeerd argument



Contaminatie: twee woorden door elkaar gehaald



Exterieur: buitenkant



Postcommunistisch: van na het communisme



Openbaar Ministerie: instantie die bepaalt wie voor de rechter moet verschijnen



Vervolgen: voor een strafbaar feit voor de rechter laten komen



Voorarrest: gevangen zetten voor de veroordeling



Seponeren: niet vervolgen



Transactie: boete betalen of taakstraf uitvoeren



Lik op stuk: meteen bij de overtreding de boete moeten betalen



Sepot: besluit tot niet-vervolging



Dagvaarding: brief waarin staat wanneer en waarvoor iemand voor de rechter moet verschijnen



Tenlastelegging: opsomming van feiten waarvoor iemand terecht moet staan



Openbare aanklager: officier van justitie



Requisitoir: betoog van openbare aanklager waarin hij een straf eist



Taakstraffen: bij wijze van straf onbetaalde arbeid moeten verrichten



Leerstraf: bij wijze van staf een cursus moeten volgen



Pluk-ze-actie: winsten van misdadigers afnemen



TBS: dwangverpleging



Aansprakelijk: financieel aansprakelijk voor schade



Alibi: bewijs dat je op een andere plaats was ten tijde van een misdrijf



Amnestie: iemand die zich schuldig maakt aan herhaling van een misdrijf



Bij verstek veroordelen: bij afwezigheid veroordelen



Billijk: rechtvaardig en redelijk



Een strafblad hebben: al eerder veroordeeld zijn



In beroep gaan: herziening van een vonnis vragen bij een hogere rechtbank



Legaal: wettelijk, rechtmatig



Maffia: misdaadorganisatie



Op heterdaad betrappen: betrappen tijdens het plegen van de misdaad



Pleidooi: betoog in het voordeel van iets of iemand



Recidivist: iemand die zich schuldig maakt aan herhaling van een misdrijf



Reclassering: organisatie die ex-gevangenen begeleidt bij de terugkeer in de maatschappij



Witteboordencriminaliteit: criminaliteit bedreven door burgers van achter hun bureau



Witwassen: zwart geld legaal maken door investeringen



Gedetineerden: gevangenen



Gedoogd: toegestaan



Geliquideerd: vermoord



Hechtenis: gevangenisstraf



Gratie: kwijtschelden van straf



Mediation: bemiddeling



Sterke arm: politie



Legitiem: wettelijk



Willens en wetens: opzettelijk en bewust



Delinquenten: misdadigers



Geassimileerd: helemaal aangepast



Gastarbeiders: arbeidskrachten uit andere landen



Gezinshereniging: gezin over laten komen om met zijn allen te zijn



Multiculturele samenleving: samenleving waarin verschillende groepen vreedzaam met elkaar samen leven



Geïntegreerd: ingeburgerd



Segregatie: scheiding



Polarisatie: verder uit elkaar groeien



Autochtone: oorspronkelijke



Allochtone: vreemde



Xenofobie: angst voor vreemdelingen



Antisemitisme: racisme gericht tegen de joden



Braindrain: wegtrekken van hoger opgeleiden uit ontwikkelingslanden naar de geïndustrialiseerde landen



Chauvinisme: overdreven vaderlandsliefde



Economische vluchteling: iemand die om economische redenen zijn vaderland verlaten heeft



Eerwraak: wraak om de familie-eer te herstellen



Fundamentalisme: teruggaan naar de basis van een geloof en alles wat daarvan afwijkt, streng afwijzen



Halal: voor moslims toegestaan



Imam: hoofd van een moskee of mohammedaanse rechtsschool



Inburgeren: burger van een land worden, integreren



Nationalisme: eigen land en volk bewonderen



Participatie: deelname



Radicaliseren: in een bepaalde opvatting zó ver gaan, dat geweld gebruikt kan worden om je doel te bereiken



Ramadan: negende maand van het mohammedaanse jaar waarin gevast wordt



Remigratie: terugkeren naar land van herkomst



Seculier: wereldlijk, onkerkelijk



Algemene beschouwing: bespreking in de tweede kamer van het voorgenomen regeringsbeleid



Kanttekening: puntje van kritiek



Oppositiepartijen: partijen die niet in de regering zitten



In het gedrang komen: in de knoei komen, er op achteruit gaan



Het gros: het merendeel



Kiezersbedrog: beloftes aan de kiezers doen en die niet nakomen



Te berde brengen: naar voren brengen, zeggen



Demagogie: volksmennerij



Premier: minister-president



Lijsttrekker: nummer 1 op de verkiezingslijst van een partij



Achterban: leden van een partij of vakbond



Afromen: door hoge belasting verminderen



Een proefballonnetje oplaten: door het doen van een uitspraak de mening van andere peilen



Formateur: samensteller van een kabinet



Informateur: politicus die onderzoekt of een kabinet kans van slagen heeft



Interruptie: het onderbreken van iemand die aan het woord is



Kaasschaafmethode: iets financieren door kleine bezuinigingen op vele onderdelen



Klokkenluider: iemand uit een organisatie die misstanden binnen die organisatie naar buiten brengt



Koehandel: afspraak waarbij de ene partij de ander tegemoetkomt, op voorwaarde dat de andere partij dat ook doet



Lijstduwer: iemand die als stemmentrekker op een kieslijst wordt gezet, maar niet verkozen wil worden



Nepotisme: familie en vrienden bevoordelen bij benoemingen



Parlementaire enquête: onderzoek naar een belangrijk onderwerp ter informatie van de tweede kamer



Petitie: schriftelijk verzoek van een grote groep



Speerpunten: onderwerpen waaraan op dit moment het meeste belang wordt gehecht



Amper: nauwelijks



Associëren: in verband brengen met, door het denken aan het ander



Beducht: bang, bevreesd



Blijkens: zoals blijkt uit



Cruciaal: heel belangrijk, doorslaggevend



Dynamisch: veranderlijk, steeds in beweging, niet statisch



Esthetisch: kunstig, kunstzinnig



Expliciet: in duidelijke woorden, uitdrukkelijk, niet impliciet



Gedogen: toestaan, dulden



Hiërarchie: rangorde, volgorde van belangrijkheid



Intrinsiek: wezenlijk, innerlijk, niet extrinsiek



Meewarig: met een beetje medelijden



Offensief: aanval



Oneigenlijk: voor iets anders dan waar het voor bedoeld is



Pragmatisch: uitgaand van de mogelijkheden die er zijn



Randvoorwaarden: absolute noodzaak, zonder welke iets niet bereikt kan worden



Steevast: iedere keer weer, volgens een vaste gewoonte



Ten spijt: ondanks



Uitwijzen: aantonen, aan het licht brengen



Vergen: vragen omdat het nodig is, eisen



Arsenaal: verzameling (oorspronkelijk van wapens), grote hoeveelheid



Begiftigd (met): in het bezit zijn van



Derhalve: daarom, dus



Eenduiding: voor slechts één uitleg vatbaar



Evenzeer: in dezelfde mate, eveneens, ook



Exponentiële: zeer sterk, snel stijgend



Gestaag: onophoudelijk en in een vast tempo



Idealiter: in het beste (ideale) geval



Invalshoek: manier om een probleem te benaderen/bekijken



Karikatuur: belachelijke voorstelling van iets



Memoreren: in herinnering brengen



Ogenschijnlijk: zoals het lijkt



Ontaarden: uitlopen op iets wat slechter is



Preventie: maatregel om iets vervelends te voorkomen



Relaas: verslag van iets wat je hebt meegemaakt



Taboe: onbespreekbaar onderwerp, iets wat niet mag



Teloorgang: ondergang



Uniform: helemaal gelijk, helemaal hetzelfde



Verloedering: verslonzing, verrotting, achteruitgang



Weerzin: hekel, afschuw, aversie



Anderszins: op een andere manier



Bejegenen: behandelen, omgaan met



Dimensies: afmetingen



Effect sorteren: resultaat, uitwerking hebben



Expanderen: groeien, uitbreiden



Fenomeen: opvallend verschijnsel



Halfslachtig: onzeker, niet krachtdadig



Ideologische: gebaseerd op publieke overtuiging of geloof



Inventiviteit: vindingrijkheid



Kennelijk: blijkbaar, klaarblijkelijk



Middels: door middel van



Niet aflatend: zonder op te houden, steeds volhoudend



Omwille van: omdat het nodig/goed is voor



Paradox: uitspraak die tegenstrijdig lijkt



Permanent: blijvend, voortdurend



Repressieve: onderdrukt



Ten deel vallen: krijgen, ontvangen



Urbane: stedelijke



Vermeende: waarvan men denkt dat hij… is



Wezenlijk: essentieel, heel belangrijk



Appelleren: een beroep doen op



Bespiegelingen: overdenkingen, beschouwing



Doemscenario: voorspelde gang van zaken met noodlottige afloop



Efficiënt: doelmatig, snel en effectief



Evident: heel duidelijk, zonneklaar



Fungeren: de taak hebben van, dienst doen als



Handzaam: gemakkelijk in het gebruik, handig



Impliciet: tussen de regels door gezegd, niet openlijk



Inzake: betreffende, aangaande, te maken hebben met, omrent, over



Kentering: verandering, ommekeer



Latent: verborgen, onzichtbaar aanwezig



Lijdzaam: zonder verzet, berustend



Naarmate: naargelang, ‘geeft een verhouding aan’



Onderkennen: onderscheiden, constateren



Perceptie: waarneming



Prognose: voorspelling



Resistent: bestand tegen, immuun



Trachten: proberen



Urgent: dringend, spoedeisend



Voorbarig: te vroeg, op de gebeurtenissen vooruitlopen



Ambitieus: eerzuchtig, strevend naar iets beters/hogers



Arbitrair: willekeurig, zoals het toevallig uitkomt



Authentiek: echt, niet nagemaakt



Elitair: niet voor de gewone man



Gedijen: groeien



Hang: verlangen, vorderend



Heimelijk: stiekem



Innovatie: vernieuwing, modernisering



Jegens: ten opzichte van, tegenover



Lotgevallen: belevenissen



Louter: enkel en alleen, puur, zuiver



Oeverloze: zonder einde, tot niets leidend



Ondermijnen: aantasten, verzwakken



Pril: pas ontstaan, jong (en onbedorven)



Prominente: vooraanstaande, belangrijke



Schaars: slechts in kleine hoeveelheden beschikbaar



Triviaal: gewoon, onbeduidend, alledaags, banaal



Ultieme: allerlaatste



Vergaren: verzamelen



Voortschrijdend: verdergaand, vorderend



Aan de kaak stellen: duidelijk laten zien dat iets verkeerd is



De kroon spannen: de beste zijn



De schijn tegen hebben: het lijkt erop dat je schuldig bent of niet de waarheid spreekt



Een hoge vlucht nemen: zich goed ontwikkelen



Afbreuk doen aan: minder goed/mooi maken



Geen hout snijden: ergens niets aan hebben



Gepaard gaan met: samen gaan met



Goede sier maken: pronken, genieten, bewonderd worden



Hoog aangeschreven staan: een goede naam hebben



Met argusogen bekijken: met wantrouwen bezien



In strijd zijn met: niet samengaan met, niet in overeenstemming zijn met



Op de koop toe nemen: een (nadelig) neveneffect er extra bij nemen



Over één kam scheren: op dezelfde manier beoordelen, geen onderscheid maken



Te hoop lopen tegen: protesteren



Van de hand wijzen: weigeren, niet accepteren



Aan banden leggen: beperken, verminderen



Bij de pakken neerzitten: moedeloos zijn



De spuigaten uit lopen: te ver gaan, te erg zijn



Een brug slaan: met elkaar in contact brengen



Gebaat zijn bij: voordeel hebben van



Geen been zien in: geen bezwaar hebben tegen, niet terugschrikken voor



Geen zoden aan de dijk zetten: geen effect hebben, niet helpen



Gelijke tred houden met: zich in hetzelfde tempo ontwikkelen



Haaks staan op: totaal anders zijn, tegengesteld zijn



Hand in hand gaan met: samengaan, gepaard gaan



In het gedrang komen: verdrukt dreigen te worden



Op zijn beloop laten: laten gebeuren



Op gespannen voet staan met: moeilijk samengaan met, niet overeenkomen met



Te kampen hebben met: last hebben van



Zich neerleggen bij: berusten, accepteren


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

Amnestie is het vrijstellen of herroepen van strafvervolging voor bepaalde daden door het hoogste gezag van een staat.

6 jaar geleden

P.

P.

recidivist
Webdefinities

Recidive betekent letterlijk herhaling. De term recidive wordt hoofdzakelijk gebruikt waar het gaat om strafbare feiten ofwel: gaan mensen die ooit veroordeeld zijn opnieuw in de fout? Recidivecijfers geven aan in welke mate mensen na een veroordeling in herhaling vallen. .

6 jaar geleden

D.

D.

Het waren niet zulke hele goede woorden ofzo. Ik heb er helemaal niks aan gehad eigenlijk.

5 jaar geleden

H.

H.

slecht

5 jaar geleden

A.

A.

goed

4 jaar geleden