Poëzie stijlfiguren, metrum en strofen.

Beoordeling 3.8
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • 6e klas vwo | 554 woorden
  • 29 maart 2012
  • 44 keer beoordeeld
Cijfer 3.8
44 keer beoordeeld

Strofen:
• Distichon
• Terzine (aba, bcb, cdc, of dad als slot)
• Kwatrijn (vaak abba of aaba)

Sonnet:
1. Twee kwatrijnen (octaaf) met twee rijmklanken.
2. Wending/Volta/Chute
3. Twee terzinen (sextet) met twee/drie rijmklanken.

Referein: Gedicht waarvan elke strofe eindigt op dezelfde versregel. Dit is de kern en heet een stok/princestrofe. De eerste regel begint vaak met Prince. (O, dood…)

Ballade: kent ook stok/Princestrofes. (Met uitzondering van romantische ballades, deze hebben alleen een verhalende inhoud.)

Vrij vers: Gedichten zonder regelmaat in strofebouw. Meestal ook geen metrum of rijm.

Halfrijm: Assonantie: Gelijke klinkers, rijmt voor het oog, hoewel de eind letters verschillen.
Volrijm: Laatste beklemtoonde lettergrepen rijmen.
Rijkrijm: Rime Riche: Hele lettergrepen of hele woorden rijmen. Vooral in ME.

Drie mogelijk heden voor rijm:
1. Mannelijkrijm: Na de beklemtoonde rijmende lettergreep is het woord uit.
2. Vrouwelijkrijm: Na de beklemtoonde rijmende lettergreep heeft het woord nog een lettergreep.
3. Glijdend rijm: Na de beklemtoonde rijmende lettergreep heeft het woord nog meerdere lettergrepen.

Voorrijm: Begin, klinker, vol of rijkrijm aan het begin van de versregels
Binnenrijm: Begin, klinker, vol of rijkrijm binnen één versregel
Middenrijm: Begin, klinker, vol of rijkrijm in het midden van twee/meer versregels
Eindrijm: Begin, klinker, vol of rijkrijm aan het eind van de versregels

Slagrijm: aaaa
Gepaard rijm: aabb
Gekruist rijm: abab
Omarmend rijm/ Chiasme: abba
Gebroken rijm: abcb (dit is vooral onverwacht, dus ook aaab, abbc of aaba)

Versvoet: vaste combinatie van heffingen en dalingen.

Jambe v-
Anapest vv-
Trochee -v
Dactylus v- -
Amfibrachys v-v
Spondee - -

Elisie: Weglaten van klanken of letters vanwege het metrum.
Cesuur: Duidelijke rust in een versregel
Enjambement: zin loopt over de versregel heen.

Heffingsvers/toppenvers: vast aantal heffingen, variërend aantal dalingen.
Lettergreeptellend vers: Heffingen en dalingen maken niet uit, het gaat om het aantal lettergrepen
Woordentellend vers: Aantal woorden per vers is gelijk
Woordgroeptellend vers: Aantal woordgroepen in vers altijd gelijk.
Knittelverzen: Geen enkel maatsysteem.

Vergelijking: Beeld naast bedoelde, met een over eenkomst.
Homerische vergelijking: Een zeer uitgewerkt beeld van de vergelijking.
Metafoor: Het beeld wordt opgeschreven zonder het bedoelde te noemen, maar er is een overeenkomst.
Metonymia: Metafoor, alleen er is geen spraken van overeenkomst maar van een zekere relatie:
• Maker-gemaakte
• Afkomst-product
• Pars pro toto
• Totum pro parte

Synthesie: Combinatie van indrukken van verschillende zintuigen: Schreeuwende kleuren.
Personificatie: Voorstelling doodse dingen als levend.

Enummeratie:
• Climax
• Anticlimax
• Asyndeton
• Polysyndeton
• Klassieke opsomming in drieën
Repetitio: Letterlijk herhalen
Tautologie: Met een synoniem herhalen.
Pleonasme: Bijvoeglijk naamwoord toevoegen aan een werkwoord die die eigenschap al had.
Parallellisme: Parallel lopen van zinsdelen.
Zelfcorrectie: Fout maken en deze weer verbeteren.
Chiasme: Overeenkomende zinsdelen worden in omgekeerde volgorde geplaatst.
Hendiadys: Aan duiden van begrip door twee zelfstandig naamwoorden met en er tussen
Antithese: Tegenstelling voor nadruk.
Ironie: Spotten met de werkelijkheid door het tegenovergestelde te zeggen van wat je bedoelt.
Sarcasme: Bijtende ironie
Cynisme: Hondse, schaamteloze ironie
Paradox: Schijnbare tegenspraak. De lezer gaat het onderzoeken, ziet dat poëet gelijk heeft.
Hyperbool: Overdrijving.
Eufemisme: Verzachtende uitdrukking.
Litotes: Tegenovergestelde ontkennen.
Perifrasis: Omschrijving gebruiken van een woord
Praeteritio: Zeggen dat je niet op een onderwerp ingaat maar dat wel doen.
Retorische vraag: Lezer hoeft geen antwoord te geven. Hierdoor voel jij jou als lezen aangetrokken.
Inversie: Het omkeren van de woordvolgorde zodat het woord met nadruk vooraan komt.
Proleps: woord(groep) met nadruk geïsoleerd vooraanzetten.
Hystrichon proteron: Het later gebeurde, eerder noemen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.