Overzicht Stromingen Nederlandse literatuur

Realisme:  een realistische roman presenteert zijn inhoud als vanzelfsprekend. Het realisme bevestigt bestaande hiërarchische verhoudingen en reproduceert allerlei stereotypen, zoals hardnekkig in de cultuur ingesleten man- of vrouwbeelden en conventionele vooroordelen over etnische groepen. De lezer wordt verleid de gerepresenteerde verhoudingen en stereotypen over te nemen en niet om deze te bekritiseren of te problematiseren.

Naturalisme: een naturalistische roman gaat ervan uit dat de mens een product is van erfelijkheid, opvoeding en omgeving/milieu; hierdoor heeft hij weinig tot geen invloed op zijn eigen leven, dat grotendeels bepaald lijkt te worden door het (nood)lot.

Nieuwe zakelijkheid: romans die binnen deze stroming vallen worden gekenmerkt door zakelijke en doelmatige beschrijvingen met korte zinnen en weinig bijvoeglijke naamwoorden. Het is eerder een stijlprocedé dan een stroming.

Oorlogsliteratuur:  romans die zich afspelen rondom de Eerste of Tweede Wereldoorlog. De karakterontwikkeling van de hoofdpersoon wordt in belangrijke mate bepaald door het oorlogsgebeuren. In deze stroming wordt een anti-idealistische visie op mens en maatschappij gegeven. Verder wordt er veel aandacht aan seksualiteit en lichamelijkheid geschonken.  De toon is anti-intellectueel. De visie op de liefde is weinig verheven.

Bekentenisroman: in een bekentenisroman legt een auteur/personage zijn persoonlijke leven bloot. Meestal spreekt uit deze romans een negatief wereldbeeld. Enkele veel voorkomende motieven zijn: afkeer van het ouderlijk milieu, het zich maatschappelijk een mislukkeling voelen, onvermogen tot liefde en homoseksualiteit. De nadruk ligt op belevenissen, gedachten en gevoelens van de vertellende ik-figuur. Een ander belangrijk kenmerk is, dat bij deze romans waarneming en weergave samenvallen. De roman of het verhaal is de directe neerslag van het zojuist beleefde.

Existentialisme: in deze stroming staat de mens en zijn bestaan centraal, waarbij wezenlijk is dat de mens vrijheid heeft, maar ook verplicht is in elke nieuwe situatie keuzes te maken, waarbij hij alleen zelf de verantwoordelijkheid draagt voor zijn eigen leven en niet bijvoorbeeld God of een andere bovennatuurlijke macht. De mens leeft in  een gruwelijke wereld, maar houdt toch zijn lot in eigen hand.

Modernisme: de personages in een modernistische roman hebben moeite met het maken van (politieke) keuzes; door het wegvallen van oude maatschappelijke en religieuze zekerheden en door de ontwikkelingen binnen de technologie doet de werkelijkheid zich meer dan ooit als onbegrijpelijk voor. De vraag is of we de wereld wel helemaal kunnen kennen en of de taal wel toereikend is om haar te beschrijven. Er wordt in modernistische romans veel gedacht en weinig gehandeld. Het gaat niet zozeer om het zo waarheidsgetrouw mogelijk weergeven van gebeurtenissen en handelingen, maar om het innerlijk leven van de personages. Dat innerlijk leven wordt op een heel directe manier getoond met de techniek van de ‘bewustheidsstroom’. In plaats van de objectieve waarheid gaat het om de subjectieve beleving van de wereld. Een laatste aspect heeft te maken met de onkenbare werkelijkheid die als chaotisch wordt ervaren en die de auteur in zijn roman tot een denkbeeldige eenheid wil herscheppen.

Postmodernisme: volgens deze stroming wordt kunst gezien als een ontsnappingsmogelijkheid uit de beperkingen van de werkelijkheid. Verteller/auteur en personages zijn niet altijd strikt gescheiden: personages houden zich vaak bezig met vraagstukken die ook in het leven van de auteur een rol spelen. Ook neemt het onderscheid tussen de genres af; het verschil tussen fictie en non-fictie is niet meer zo relevant. Vaak zijn er verschillende stemmen aan het woord die verschillende visies op een zaak vertegenwoordigen, zelfs ook tegenstrijdige visies. Schrijvers erkennen dat niemand de wijsheid in pacht heeft en proberen daarom alle mogelijke invalshoeken in kaart te brengen. De romans zijn niet strikt realistisch; dat betekent echter niet dat de buitenwereld er geen rol in speelt. Het gaat altijd om vragen die de actualiteit overstijgen. Centraal staat wat het teweegbrengt als je ergens over schrijft. Bijvoorbeeld: een schrijver schrijft een verhaal over een bomaanslag die jaren later daadwerkelijk  wordt uitgevoerd. Heeft de schrijver dan schuld? Een ander kenmerk is intertekstualiteit: literatuur bestaat soms uit een collage van allerlei bestaande teksten in de vorm van citaten. liedjes, spreekwoorden of krantenartikelen. Verder is chronologie in postmoderne romans vaak ver te zoeken. Er wordt veel  gesprongen in de tijd en dit wordt vaak nog versterkt door het meervoudig perspectief.  Postmoderne romans bieden geen antwoorden maar ze stellen wel veel vragen over ethische kwesties.

Literaire autobiografie/autofictie: schrijvers kunnen hun persoonlijke leven tot literatuur maken, waarbij het echte leven van de schrijver minder belangrijk is dan de literaire verwoording van dat leven.  Je zou zelfs kunnen zeggen dat sommige schrijvers de dingen beleven óm ze op te kunnen schrijven. De vraag hierbij kan zijn of je persoonlijke ervaringen in woorden kunt vangen en wat het effect ervan is. Wellicht onder invloed van de openbaarheid van privé-ervaringen op tv en op internet is literatuur intiemer geworden dan ooit tevoren. Volgens critici speelt dit soort literaire werken te veel in op de eisen van het grote publiek en word je als lezer een voyeur. Hierdoor wordt de commercialisering van de literatuur in de hand gewerkt. Autofictie draait niet om gebeurtenissen maar om gevoelens en onderscheidt zich hierdoor van de traditionele autobiografie.

 

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

mees

mees

welke literaire stroming speelde er rond 1800 in nederland?

5 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast