Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Begrippenlijst pluriforme samenleving hoofdstuk 2

Beoordeling 8.2
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • 4e klas vwo | 307 woorden
  • 4 juni 2018
  • 26 keer beoordeeld
Cijfer 8.2
26 keer beoordeeld

Cultuur:
Alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken die de leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en als vanzelfsprekend beschouwen.

Cultuurverandering:
Het veranderen van verschillende aspecten in een cultuur.

Referentiekader:
Het geheel van je persoonlijke waarden, normen, standpunten, kennis en ervaringen.

Regulering van gedrag:
Doet het gedrag van mensen geordend en voorspelbaar verlopen.

Dominante cultuur:
Het geheel van waarden, normen en kenmerken dat door de meerderheid binnen een samenleving wordt geaccepteerd.

Subcultuur:
Specifieke groep ontwikkelt waarden, normen en andere kenmerken die afwijken van de dominante cultuur.

Tegencultuur:
Groepen die zich verzetten tegen (delen van) de dominante cultuur / daar een bedreiging voor vormen.

Socialisatie:
Proces waarbij iemand bewust en onbewust waarden, normen en andere cultuur kenmerken van zijn groep krijgt aangeleerd.

Imitatie:
Het nadoen (kopiëren) van gedrag van bijv: je ouders.

Socialiserende instituties:
Instellingen, organisaties en overige collectieve gedragspatronen waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt.

Formele sociale controle:
De manier waarop mensen anderen stimuleren / dwingen om zich aan de geldende normen te houden => via wetten en regels (formeel)

Informele sociale controle:
De manier waarop mensen anderen stimuleren / dwingen om zich aan de geldende normen te houden => beleefdheidsvormen / ongeschreven regels (informeel)

Sancties:
Straffen of beloningen die ervoor zorgen dat de normen worden nageleefd.

Groepsidentificatie:
Door socialisatie voelen mensen zich verwant met de dominante cultuur en kleinere groepen.

Individualisme:
Veel eigen initiatief, banden tussen mensen vrij los, ieder voor zich.

Collectivisme:
Mensen vanaf geboorte al bij sterke en hechte groep, groep weegt zwaarder dan individu.

Masculiniteit:
Wereld van mannen en vrouwen duidelijk gescheiden.

Feminiteit:
Vrouwelijke en mannelijke taken lopen in elkaar over.

Etnocentrisme:
Een manier van kijken waarbij de eigen groep het middelpunt is en alles hieraan wordt afgemeten.

Vooroordeel:
Een vooropgezette mening over andere groepen, culturen, enz.

Xenofobie:
Vijandigheid ten opzichte van mensen die niet tot de etnische groep behoren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.