Reacties op de examens, het laatste examennieuws, je voorlopige cijfer berekenen en de antwoorden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


Begrippenlijst module 4: I have a dream
Amendement: een aanvulling op de grondwet.
Assimileren: gelijkschakelen, opgaan in. Immigranten uit verschillende landen passen zich aan elkaar aan zodat ze uiteindelijk één volk worden.
Autochtone bevolking: De oorspronkelijke bevolking, de mensen die in een bepaald land geboren zijn.
Burgerrechten: De rechten van een burger in een land, die zij vastgelegd in de grondwet.
Confederate states of America: naam van zuidelijke deelstaten van de VS, die zich verenigden om zich te verzetten tergen de afschaffing van de slavernij.
Confederatie: Verbond. Het verbond van de zuidelijk deelstaten van de VS, die zich afscheidden.
Congres: Amerikaans parlement. Dit bestaat uit de Senaat en het Huis van Afgevaardigden.
Constitutie:L grondwet.
Ellis Island: Naam van het eilandje bij New York.
Emigranten: mensen die uit hun eigen land naar een ander land verhuizen.
Etnische getto’s : woonwijken in grote steden waar mensen uit hetzelfde volk bij elkaar wonen,
Fair deal: eerlijke aanpak. Mislukt plan van Truman om de sociale wetgeving uit te bereiden en de rechten van de zwarten vast te leggen.
First new nation: letterlijk: de eerste nieuwe staat. Benaming van de VS na het verkrijgen van de onafhankelijkheid.
Frontier: grens tussen de gevestigde kolonies en het land van de indianen.
Geboortecijfer: het aantal geborenen in een bepaalde periode een bepaald land of gebied.
Geïntegreerd: opgegaan in: verschillende volken kunnen in elkaar opgaan en dan één volk worden.
Gesegregeerde samenleving: samenleving waarin sprake is van segregatie: eens scheiding tussen rassen en volken.
Homogeniteit: het eigen karakter van een nederzetting, een land, een volk.
Immigratie: het verhuizen in/ naar een ander land.
Immigratiewetgeving: wetgeving die regels opstelt voor immigratie in het eigen land.
Kolonisatie: mensen uit bepaalde landen gaan ergens anders wonen met de bedoeling om het gekoloniseerde land te gebruiken om er beter van te worden. Kolonies worden vanuit het moederland bestuurd.
Liberalisme: politieke stroming, ontstaan in de 18e eeuw, die streeft naar zoveel mogelijk individuele vrijheid voor burgers en zo weinig mogelijk staatsbemoeienis.
National association for the advancement of coloured people (NAACP): het nationaal verbond voor de vooruitgang van gekleurde mensen. Een verbond van zwarten die de rassenscheiding ongedaan wilde maken.
New deal: Nieuwe aanpak. Pakket maatregelen van Roosevelt, om de economische crisis in de VS aan te pakken.
Onderklasse: groep mensen die aan de onderkant van de samenleving leeft.
Plantagesamenvleving: samenleving in de Zuidelijk staten van de VS, die gebaseerd was op de aanwezigheid van grote plantages.
Pogrom: Uitbarsting van jodenhaat waarbij joden en hun ebzittingen worden aangevallen. Niet zelden van bovenaf georganiseerd,
Trust: samenwerkingsverband tussen bedrijven, met één centrale leiding, waarbij de concurrentie zoveel mogelijk wordt beperkt.
Unie: eenheid. Alle deelstaten van de VS samen.
Volkssoevereiniteit: de macht van de staat wordt gebaseerd op het volk en niet op de erfelijke koning. Het volk vertrouwt de staatsmacht toe aan een gekozen regering.
Vrijemarkteconomie: economie waarin vraag en aanbod de prijzen bepalen.
Vrijheid: niet gebonden zijn, onafhankelijk zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.