Dynamiek en stagnatie in de Republiek

Beoordeling 10
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • 6e klas vwo | 297 woorden
  • 8 mei 2010
  • 1 keer beoordeeld
Cijfer 10
1 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview
Urbanisatie
Verstedelijking. Steden groeiden door bevolkingsgroei en economische groei (werk).

Desurbanisatie
Geleidelijk verliezen van het grootstedelijk karakter doordat mensen uit de stad wegtrekken. Dit gebeurde na 1670, vooral in steden waar de nijverheid terugliep (bijv. Leiden)

Gecommercialiseerde landbouw
Landbouw die gewassen produceert voor de handel, bijv. vlas, hop (bier), hennep (touw) of voeder (veeteelt)

Trafiek
Handelsbedrijf dat zich bezig houdt met het veredelen of bewerken van grondstoffen.


Handelskapitalisme
Scheiding tussen arbeid en productiemiddelen. Koopmanondernemer staat centraal, deze investeert in producten en maakt winst. Arbeider krijgt (laag) loon.

Stapelmarkt
Een markt, waar goederen worden opgeslagen met het doel verkocht te worden.
Voordeel: altijd aanbod voorradig.

Kapitaalmarkt
Uitwisseling van vraag en aanbod betreffende lange termijnkrediet

Kaapvaart
Het op zee aanvallen en buitmaken van koopvaardijschepen van de vijand. Er is alleen sprake van kapen wanneer de kaper in bezit is van een kaperbrief van de overheid. Kaapvaart is deel van de oorlogvoering.

Voorbijlandvaart
Schepen met goederen gingen direct van Oostzeegebid naar eindbestemmingen in West-Europa, zonder dat de geoderen werden opgeslagen in Amsterdamse stapelmarkt.

Europese expansie
Machtsuitbreiding van Europese landen buiten Europa (overzeese expansie). Al vanaf eind 15e eeuw, bijv. Portugezen – Afrika, Spanjaarden - Amerika. VOC en WIC.


Generaliteitslanden
Landen die na Twaalfjarig Bestand op Spanje zijn veroverd (Limburg, Brabant, Vlaanderen). Bleven tot 1796 onder bestuur van Staten-Generaal.

Mercantilisme
Economische politiek die erop gericht is de financiële rijkdom van een land te vergroten.Export van eigen goederen bevorderen en groter maken dan de import. Import: aanvoer goedkope grondstoffen, Export: dure product.

Particularisme
Particulier belang (gewesten) gaat voor gezamenlijk belang (staat)

Statenbond
Los verbond van soevereine staten. Gewesten hadden macht en deelden alleen enkele belangen (bijv. defensie).

Moedernegotie
Handel (negotie) tussen de Republiek (Amsterdam) en het Oostzeegebied. In Oostzeegebied werd goedkoop graan gekocht en met winst verkocht op Amsterdamse stapelmarkt. (moeder :basis. eerste en voornaamste handel).




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.