Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Economie Begrippen Hoofdstuk 1.

Productieve inspanning: Werkzaamheden die leiden tot een resultaat, dienst of product

Primair inkomen: Beloning voor de activiteit in vorm van een inkomen

Secundair inkomen: Inkomen / beloning zonder iets te doen. Uitkeringen bij ziekte/ arbeidsongeschiktheid

Onbetaald werk: Activiteiten doen zonder inkomen. Huishoudelijk werk, vrijwilligerswerk bij clubs

Wit inkomen: Het loon dat je verdiend is bekend bij de belastingdienst



Zwart inkomen: Het loon dat je verdiend is niet bekend bij de belastingdienst

Grijs inkomen: Het loon dat je verdiend is gedeeltelijk bekend bij de belastingdienst

Concrete markten: Vraag naar arbeid door werkgevers en het aanbod van arbeidskrachten op een concrete plaats en tijdstip bij elkaar gebracht. Vb arbeid- / uitzendbureaus.

Abstracte markt: De hele Nederlandse arbeidsmarkt. Totale aanbod + totale vraag

Heterogeen product: Iedere werkende is anders, niet spreken van één markt. Arbeid is een heterogeen product

Arbeidsaanbod (beroepsbevolking) Mensen die een baan zoeken, en mensen die werken

Potentiële beroepsbevolking 15-64 jaar. Werkenden, werkzoekende, arbeidsongeschikten, studenten

Officiële beroepsbevolking 15-64 jaar. Werkt / officieel ken te willen werken bij Arbeidsbureau

Geregistreerde werkloze: Bij Arbeidsbureau laten weten te willen werken

Afhankelijke beroepsbev./werknemers: Mensen die een dienstbetrekking hebben bij een particulier bedrijf, of bij de overheid.



Zelfstandige beroepsbevolking: Geen werkgever, ongeveer 12 % in Nederland. Vb slagers, notarissen, belastingconsulenten

Absoluut: Qua getallen. 12 miljoen in Duitsland is 2keer zoveel.

Arbeidsparticipatie / arbeidsdeelname: De werkende beroepsbevolking in verhouding tot bijvoorbeeld de totale bevolking of de potentiële beroepsbevolking

Vergrijzing: Meer ouderen en minder jongeren

Ontgroent: Minder kinderen. Nederland wordt ouder

Minimumloon: Laagste wettelijk vastgestelde loon

Institutionele factoren: Regels, wetten en instellingen

Ontmoedigingseffect: Veel werklozen of slechte economische vooruitzichten, daardoor blijven mensen langer op school en laten zich niet meer inschrijven als werkzoekende

Aanzuigeffect: Als het goed gaat met de economie, mensen laten zich dan eerder inschrijven als werkzoekende. Het omgekeerde van het ontmoedigingseffect.

Arbeidsvraag: Alle werkenden en alle openstaande arbeidsplaatsen

Vacatures: Openstaande arbeidsplaatsen

Bestedingen / effectieve vraag: Totale vraag van goederen en diensten

Arbeidstijdverkorting (ATV): Korter werken. Bijvoorbeeld 38 urige werkweek.

Arbeidsduurverkorting (ADV): Werkweek verkorten. Bijvoorbeeld 4 dagen in de week.

Substitutie: Vervanging van arbeid voor kapitaal

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.