WIN EEN STUDIEBEURS T.W.V. €1.500 MET JE PWS!

Stuur voor 1 februari je profielwerkstuk in naar de Junior Fellowship wedstrijd van het Rijksmuseum. 

 


Meer info


Economie Begrippen Hoofdstuk 1.

Productieve inspanning: Werkzaamheden die leiden tot een resultaat, dienst of product

Primair inkomen: Beloning voor de activiteit in vorm van een inkomen

Secundair inkomen: Inkomen / beloning zonder iets te doen. Uitkeringen bij ziekte/ arbeidsongeschiktheid

Onbetaald werk: Activiteiten doen zonder inkomen. Huishoudelijk werk, vrijwilligerswerk bij clubs

Wit inkomen: Het loon dat je verdiend is bekend bij de belastingdienst



Zwart inkomen: Het loon dat je verdiend is niet bekend bij de belastingdienst

Grijs inkomen: Het loon dat je verdiend is gedeeltelijk bekend bij de belastingdienst

Concrete markten: Vraag naar arbeid door werkgevers en het aanbod van arbeidskrachten op een concrete plaats en tijdstip bij elkaar gebracht. Vb arbeid- / uitzendbureaus.

Abstracte markt: De hele Nederlandse arbeidsmarkt. Totale aanbod + totale vraag

Heterogeen product: Iedere werkende is anders, niet spreken van één markt. Arbeid is een heterogeen product

Arbeidsaanbod (beroepsbevolking) Mensen die een baan zoeken, en mensen die werken

Potentiële beroepsbevolking 15-64 jaar. Werkenden, werkzoekende, arbeidsongeschikten, studenten

Officiële beroepsbevolking 15-64 jaar. Werkt / officieel ken te willen werken bij Arbeidsbureau

Geregistreerde werkloze: Bij Arbeidsbureau laten weten te willen werken

Afhankelijke beroepsbev./werknemers: Mensen die een dienstbetrekking hebben bij een particulier bedrijf, of bij de overheid.

Zelfstandige beroepsbevolking: Geen werkgever, ongeveer 12 % in Nederland. Vb slagers, notarissen, belastingconsulenten

Absoluut: Qua getallen. 12 miljoen in Duitsland is 2keer zoveel.

Arbeidsparticipatie / arbeidsdeelname: De werkende beroepsbevolking in verhouding tot bijvoorbeeld de totale bevolking of de potentiële beroepsbevolking

Vergrijzing: Meer ouderen en minder jongeren

Ontgroent: Minder kinderen. Nederland wordt ouder

Minimumloon: Laagste wettelijk vastgestelde loon

Institutionele factoren: Regels, wetten en instellingen

Ontmoedigingseffect: Veel werklozen of slechte economische vooruitzichten, daardoor blijven mensen langer op school en laten zich niet meer inschrijven als werkzoekende

Aanzuigeffect: Als het goed gaat met de economie, mensen laten zich dan eerder inschrijven als werkzoekende. Het omgekeerde van het ontmoedigingseffect.

Arbeidsvraag: Alle werkenden en alle openstaande arbeidsplaatsen

Vacatures: Openstaande arbeidsplaatsen

Bestedingen / effectieve vraag: Totale vraag van goederen en diensten

Arbeidstijdverkorting (ATV): Korter werken. Bijvoorbeeld 38 urige werkweek.

Arbeidsduurverkorting (ADV): Werkweek verkorten. Bijvoorbeeld 4 dagen in de week.

Substitutie: Vervanging van arbeid voor kapitaal

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.