Begrippen economie

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • vmbo/havo | 401 woorden
  • 18 februari 2016
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Begrippen economie hoofdstuk 1





Behoefte



Is iets wat je nodig hebt.



Basisbehoeften



Heb je nodig om te kunnen overleven.



De basisbehoeften zijn :  zorg , onderwijs , kleding , een dak boven je hoofd , eten en drinken en aandacht/liefde.



Overige behoeften



Deze behoefte komen op de 2e plaats je kan zonder ze leven en ze vervangen door iets anders.



Goederen



Dingen die je vast kunt houden en meenemen , sommige gaan niet lang mee zoals een blikje drinken.



Duurzame consumptiegoederen



Zijn goederen die langer me gaan zoals een fiets.



Dienst



Al betaal je iemand anders om iets voor jou te doen is dat een dienst.



Een dienst kan je niet meenemen.



Consument



Iemand die iets koopt.



Consumeren



Iets kopen



Prioriteiten



Kiezen wat je het belangrijkst vindt en die behoefte als eerst vervullen.



Koopbeslissing



Beslissen welk product je gaat kopen.



Budgetteren



Van tevoren nadenken hoeveel geld je kunt uitgeven of gaat uitgeven.



Inkomsten



Hoeveel geld je binnenkrijgt



Uitgaven



Hoeveel geld je uitgeeft



Verwachte inkomsten



Weten/denken hoeveel geld je binnenkrijgt



Verwachte uitgaven



Weten/denken hoeveel geld je uitgeeft



Dagelijkse uitgaven



Geld dat wordt uitgegeven aan dagelijkse zaken , zoals eten en drinken.



Vaste lasten



Vaste uitgaven die je met regelmaat doet.



Incidentele uitgaven



Grote uitgaven die je af en toe doet vaak leg je hier geld voor apart.



Reserveer



Geld apart leggen en opsparen voor een incidentele uitgaven.



Sparen



Geld sparen



Spaarmotieven



Reden waarom je spaart.



Sparen voor een doel



Sparen voor iets wat je wilt ( zoals een fiets )



Sparen voor de rente



Sparen voor de vergoeding van de bank ( doen rijken mensen meestal )



Uitvoorzorg



Geld sparen en apart houden voor al moet je onverwachts iets betalen.



Rente ( sparen )



De vergoeding die je krijgt van de bank.



Leenmotief



Reden om geld te lenen van de bank.



Aanschaf van een duurzaam consumptiegoed



Het kopen van iets wat lang mee gaat zoals een auto.



Looptijd



Hoelang de afbetaling duurt.



Levensduur



Hoelang een product meegaat.



Onverwachte tegenslagen opvangen



Geld lenen voor iets waar je niet voor hebt gespaard zoals een reparatie.



Tijdelijk tekort aan geld opvangen



Een klein bedrag lenen die je volgende maand kan aflossen al heb je je salaris weer.



Aflossen



Maandelijks een deel van het bedrag betalen tot dat de bank het bedrag terug heeft met rente.



Rente ( lenen)



De vergoeding die je aan de bank betaalt bovenop het bedrag dat je leent. De vergoeding betaal je omdat je van de bank leent.








REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.