ADVERTENTIE
Hoe neem je netjes ontslag bij je bijbaantje?

Je vindt je bijbaantje niet meer leuk of je hebt iets anders gevonden, maar hoe neem je dan netjes ontslag? Je leest alle tips over het nemen van ontslag op Youngpwr.nl, het nieuwe platform met alle informatie over werken en starten met ondernemen.

Check de tips van Youngpwr!

bederven = verderben-verdarb-verdorben
bedriegen = betrügen-betrog-betrogen
beginnen = beginnen- begann- begonnen
beloven = versprechen-versprach-versprochen
bergen= bergen-barg-geborgen
beslissen = entscheiden- entschied-entschieden
bevelen = befehlen-befahl -befohlen
bijten = beißen - biss-gebissen
binden = binden - band-gebunden
blazen = blasen-blies-geblasen
blijven = bleiben-blieb-geblieben
breken = brechen-brach-gebrochen
buigen = biegen-bog - gebogen
creëren, scheppen = schaffen- schuf -geschaffen
dragen = tragen-trug-getragen
drijven = treiben - trieb- getrieben
drinken = trinken-trank-getrunken
dwingen = zwingen- zwang-gezwungen
eten = essen-aß- gegessen
fluiten = pfeifen-pfiff-gepfiffen
gaan = gehen-ging-gegangen
gebeuren = geschehen- geschah - geschehen
gelden = gelten-galt-gegolten
gelijken = gleichen-glich-geglichen
genezen = genesen-genas-genesen
genieten = genießen- genoss-genossen
geven = geben-gab-gegeben
gieten = gießen-goss-gegossen
glijden = gleiten-glitt-geglitten
gooien = werfen-warf-geworfen
graven = graben-grub-gegraben
grijpen = greifen - griff-gegriffen
groeien = wachsen-wuchs-gewachsen
heffen = heben-hob- gehoben
helpen = helfen-half-geholfen
heten = heißen - hieß- geheißen
houden = halten-hielt-gehalten
instappen = einsteigen- stieg ein- eingestiegen
lukken = gelingen-gelang-gelungen
klinken= klingen-klang-geklungen
knijpen = kneifen-kniff-gekniffen
komen = kommen-kam-gekommen
krijgen = bekommen-bekam - bekommen
kruipen = kriechen-kroch-gekrochen
laden = laden-lud-geladen
laten = lassen-ließ - gelassen
lenen = leihen-lieh-geliehen
lezen = lesen-las-gelesen
liegen = lügen-log-gelogen
liggen = liegen - lag- gelegen
lijden = leiden - litt- gelitten
lopen = laufen-lief-gelaufen
meten = messen-maß- gemessen
mijden= meiden-mied-gemieden
mislukken = misslingen-misslang-misslungen
nemen = nehmen-nahm-genommen
ontvangen = erhalten-erhielt-erhalten
overwegen = erwägen- erwog- erwogen
raden= raten-riet-geraten
rijden( paard) = reiten-ritt-geritten
rijden = fahren-fuhr-gefahren
roepen = rufen-rief-gerufen
ruiken = riechen-roch-gerochen
scheiden = scheiden-schied-geschieden
scheuren = reißen-riss-gerissen
schieten = schießen-schoss-geschossen
schijnen = scheinen - schien-geschienen
schreeuwen = schreien-schrie-geschrien
schrijven = schreiben-schrieb-geschrieben
schuiven = schieben-schob - geschoben
slaan = schlagen-schlug-geschlagen
slapen = schlafen-schlief-geschlafen
slijpen = schleifen-schliff-geschliffen
sluipen = schleichen-schlich-geschlichen
sluiten = schließen-schloss-geschlossen
smelten= schmelzen-schmolz-geschmolzen
smijten= schmeißen- schmiss-geschmissen
snijden = schneiden - schnitt-geschnitten
spinnen = spinnen -spann-gesponnen
spreken = sprechen-sprach-gesprochen
springen = springen-sprang-gesprungen
staan = stehen-stand-gestanden
stappen = schreiten -schritt- geschritten
stelen = stehlen- stahl -gestohlen
sterven = sterben-starb-gestorben
stijgen = steigen - stieg-gestiegen
stinken = stinken-stank-gestunken
stoten = stoßen - stieß -gestoßen
strijden = streiten-stritt- gestritten
strijken = streichen - strich - gestrichen
treden = treten-trat-getreten
treffen = treffen-traf-getroffen
trekken = ziehen-zog-gezogen
uitnodigen = einladen- lud ein- eingeladen
vallen = fallen- fiel-gefallen
vangen = fangen - fing- gefangen
vergeten = vergessen- vergaß - vergessen
verliezen = verlieren-verlor-verloren
verzoeken/vragen = bitten-bat-gebeten
vinden = finden-fand- gefunden
vliegen = fliegen-flog-geflogen
vluchten = fliehen -floh-geflohen
vreten = fressen-fraß- gefressen
vriezen = frieren-fror-gefroren
wassen = waschen - wusch - gewaschen
wegen = wiegen-wog-gewogen
werpen = werfen-warf-geworfen
wijken = weichen-wich-gewichen
winnen = gewinnen-gewann-gewonnen
worstelen = ringen-rang-gerungen
wrijven = reiben-rieb-gerieben
zien = sehen-sah-gesehen
zingen = singen-sang-gesungen
zinken = sinken-sank-gesunken
zitten = sitzen-saß- gesessen
zwaaien = schwingen-schwang-geschwungen
zwemmen = schwimmen-schwamm- geschwommen
zwijgen = schweigen-schwieg-geschwiegen

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.