Luister jij ooit naar podcasts? Wij doen onderzoek naar podcasts en willen graag jouw feedback op een idee van ons. Jij kunt helpen door de vragenlijst (circa 3 min) in te vullen. Ook als je nooit podcasts luistert!

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Red de planten! Wil jij honger de wereld uit helpen op een duurzame manier? Dat kan door bijvoorbeeld planten te laten groeien op een zilte bodem of door de banaan van uitsterven te redden. Dit en nog veel meer leer je met de bachelor Plantenwetenschappen aan de Wageningen University! Lijkt het jou wel wat om met planten de wereld te verbeteren? Kom dan naar de meeloopdag op 28 november!

Meld je aan!

Naamvallen kunnen bepaald worden door het zinsdeel (onderwerp, naamwoordelijkdeel van het gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp)
of door een voorzetsel (+eventueel betekenis).

1e naamval (Nominativ)
- onderwerp
- naamwoordelijk deel van het gezegde

2e naamval (Genitiv)
- genitief (ook wel bezitsvorm genoemd)
- voorzetsels van de 2e naamval

3e naamval (Dativ)
- meewerkend voorwerp
- voorzetsels die een 3e naamval bepalen

4e naamval (Akkusativ)
- lijdend voorwerp
- voorzetsels die een 4e naamval bepalen

 

voorzetsels met de 3e naamval:
aus, bei, mit, nach, seit, von, zu

aus

uit

bei

bij

mit

met

nach

na, naar

seit

sind

von

van

zu

naar

voorzetsels met de 4e naamval:
bis, durch, für, gegen, ohne, um, entlang

bis

tot

durch

door

für

voor

gegen

tegen

ohne

zonder

um

om

entlang

langs

voorzetsels met de 3e of 4e naamval:
an, auf, hinter, in , neben, über, unter, vor, zwischen

-Bij tijd en een vaste plaats (zich bevinden) krijg je de 3e naamval (WO?/WANN?)
-Bij een beweging ergens naartoe, krijg je de 4e naamval. (WOHIN?)

werken deze vragen niet, dan geldt:
-auf, über met 4e naamval, en de rest met de 3e naamval

uitzonderingen: denken an (+4), glauben an (+4)

 

plaats

tijd

an

aan, bij, naar

op

auf

op

-

hinter

achter

-

in

in, naar

over

neben

naast

-

über

boven, over

-

unter

onder

-

vor

voor

geleden

zwischen

tussen

tussen

 

 

Schema met de verbuigingen van de naamvallen

1 = 1e naamval (Nominativ)
2 = 2e naamval (Genitiv)
3 = 3e naamval (Dativ)
4 = 4e naamval (Akkusativ)

bepaald lidwoord:

 

mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

meervoud

1

der

die

das

die

2

des

der

des

der

3

dem

der

dem

den

4

den

die

das

die

onbepaald lidwoord + kein + bezittelijke voornaamwoorden:

 

mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

meervoud

1

ein

eine

ein

keine

2

eines

einer

eines

keiner

3

einem

einer

einem

keinen

4

einen

eine

ein

keine

bepaald lidwoord + bijvoegelijk naamwoord:

 

mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

meervoud

1

der kleine

die kleine

das kleine

die kleinen

2

des kleinen

der kleinen

des kleinen

der kleinen

3

dem kleinen

der kleinen

dem kleinen

den kleinen

4

den kleinen

die kleine

das kleine

die kleinen

onbepaald lidwoord + kein + bezittelijke voornaamwoorden + bijvoegelijk naamwoord:

 

mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

meervoud

1

ein kleiner

eine kleine

ein kleines

keine kleinen

2

eines kleinen

einer kleinen

eines kleinen

keiner kleinen

3

einem kleinen

einer kleinen

einem kleinen

keinen kleinen

4

einen kleinen

eine kleine

ein kleines

keine kleinen

 

 

Personalpronomen (persoonlijk voornaamwoorden) voor de Nominativ, Dativ en Akkusativ.

1e

3e

4e

ich

mir

mich

du

dir

dich

er

ihm

ihn

sie

ihr

sie

es

ihm

es

wir

uns

uns

ihr

euch

euch

sie

ihnen

sie

Sie

Ihnen

Sie

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.