Vervoer

Beoordeling 3.6
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • 4e klas havo | 1173 woorden
  • 12 april 2006
  • 17 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.6
  • 17 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Begrippen vervoer

Achterland; het gehele gebied dat door een knooppunt bediend wordt
Collectie netwerk; een vervoerssysteem waarin de goederen verzameld worden op één plaats t.b.v. grootscheeps vervoer daarna
Communicatie; uitwisselen van informatie
Distributie netwerk; een vervoerssysteem dat dient om grootschalig aangevoerde goederen daarna over veel plaatsen te verdelen
Distributiecentrum; ander begrip voor 'logistiek centrum' oftewel een moderne transportonderneming
Forensisme; het dagelijks heen en weer reizen tussen woon- en werkplek

Goederenoverslag; als bij overladen op een andere modaliteit de goederen in dezelfde laadeenheid (bijv. container) blijven
Hub; een knooppunt in een vervoerssysteem
Infrastructuur; alle voorzieningen die noodzakelijk zijn om vervoer mogelijk te kunnen maken
Intercontinentaal knooppunt; een plaats waar vervoersstromen uit verschillende contineten en landen bij elkaar komen
Intermodaal vervoer; vervoer waarbij goederen, om op hun plaats van bestemming te komen, met meer dan één vervoermiddel worden verplaatst
Intra-regionaal knooppunt; de plek waar voor het laatst (of eerst) de vervoersstromen samen komen voordat ze bijv. Naar de winkels worden gebracht
Knooppunt; plaats waar vervoers'lijnen' samen komen
Logistiek; alle handelingen die nodig zijn om goederen zo efficiënt mogelijk aan- en afgevoerd te krijgen
Logistiek centrum; een vervoersbedrijf dat doet aan 'logistiek' i.p.v. alleen maar vervoer. Is ook wel de plek waar dar bedrijf gevestigd is.

Mainport; een grote zee- of luchthaven waar goederen uit meerdere continenten bij elkaar komen voordat ze verder worden verspreid over de landen van een continent
Modaliteit; de manier waarop verplaatsing / vervoer plaats vindt; het vervoermiddel dus.
Multimodaal vervoer; ander begrip voor 'intermodaal vervoer'
Spoke; de spaak in een vervoerssysteem oftewel gewoon een vervoersverbinding
Telematica; voorzieningen om over afstand berichten, commando's en informatie te versturen
Transport; het vervoer van goederen
Transportnetwerk; het geheel van alle transportwegen /-lijnen bij elkaar
Tweedelijns knooppunt; een plaats waar veel vervoer samen komt tussen een 'mainport' en een intra-regionaal knooppunt
Value added logistics; als er waarde vermeerdering plaats vindt door de manier waarop goederen behandeld, opgeslagen en getransporteerd worden
Verlader; de opdrachtgever van vervoer
Vervoer; het verplaatsen van mensen, goederen en informatie
Vervoerder; degene die het vervoer uitvoert
Voorland; het gebied waarin goederen verzameld worden om via een knooppunt verder vervoerd te gaan worden
Vaste kosten; kosten die sowieso gemaakt worden onafhankelijk van het verdere verloop
Variabele kosten; kosten die afhankelijk zijn van bijv. afstand en/of tijdsduur
Schaalvergroting; verschijnsel dat processen in steeds grotere eenheden / op steeds grotere schaal plaats vinden
Fysisch-geografisch; hierbij let je op tastbare zaken uit de natuur
Massagoederen; een product van lage waarde dat alleen in grote hoeveelheden economisch rendabel vervoerd wordt
Stukgoederen; waardevolle producten die in relatief kleine hoeveelheden vervoerd worden
Punctualiteit; volgens afspraak precies volgens de regels gebeurend
Just-in-time; economisch leverings-principe waardoor grote voorraden niet meer nodig zijn
EDC; een intercontinentaal knooppunt (zie 2.1) met een groot distributiecentrum
Customizing; het aanpassen van goederen aan wensen van de klant
Assemblage; het samenvoegen van onderdelen tot één product
Logistiek; de handelingen die nodig zijn om goederen zo efficiënt mogelijk aan- en afgevoerd te krijgen
Congestie; lett. Verstopping; bijvoorbeeld files, oponthoudt, vertraging
Bulklading; andere aanduiding voor massagoederen
centrum aanduiding voor de rijke industrielanden / de rijke delen van de wereld / waar de besluiten benomen worden
Complementariteit; als gebieden elkaar aanvullen in hun aanbod / behoeften.
Containerterminal; ander woord voor een haven waar schepen containers laden/lossen
Detailhandel; moeilijk woord voor 'winkels'; worden bevoorraad door een 'groothandel'
Gateway; ander woord voor 'mainport' van een continent
Global shift; verschijnsel dat het economisch zwaartepunt van de wereld verschoven is (zie kaart 198 52e druk)
Halffabrikaat; een product gemaakt uit een grondstof, dat echter nog verder bewerkt moet worden tot een eindfabrikaat
Intercontinentaal; tussen twee continenten
Internationalisering; verschijnsel dat bedrijven steeds vaker in meerdere landen tegelijkertijd aanwezig zijn / handelen
Light rail; een soort van supertram die p de trein lijkt maar niet zo 'zwaar' is
Massagoederen; goederen die in grote hoeveelheden tegelijkertijd worden vervoerd
Modal split; het verdelen van aangevoerde goederen over meerdere, andere vervoersmiddelen
Modaliteit; de manier waarop verplaatsing van mensen, goederen, diensten of energie plaats vindt
NAFTA; aanduiding voor de noord-amerikaanse vrijhandelszone (zie kaart 193B 52e druk)
Perifeer; aan de rand gelegen
Periferie; aanduiding voor ontwikkelingsgebieden / armere delen va de wereld / waar de besluiten niet genomen worden
Publiek-private financiering; als de overheid samen met particulieren / particuliere ondernemingen financiert; vaak grote infrastructurele werken
Ruimtelijke differentiatie; als er sprake is van ruimtelijke verschillen tussen de functies van regio's
Ruimtelijke interactie; de uitwisseling van mensen, goederen, diensten, informatie tussen regio's
Ruimtelijke specialisatie; als een regio zich gespecialiseerd heeft in één of meer functies
Schaalvoordeel - een voordeel dat ontstaat doordat een activiteit op veel grotere schaal plaats vindt.
Short-sea-traffic - kort vervoer over zee
Stukgoederen - goederen die afzonderlijk verpakt zijn en in één laad-eenheid (bijv. Container) worden vervoerd
Trans-Europese Netwerken - grote transportverbindingen door heel europa
Transporteerbaarheid - De kosten, tijd en moeite die je moet doen om ergens te komen
Tussenliggende mogelijkheden - dichterbij liggende gebied(en) die/dat een alternatief vormt voor het complementaire, verder weg gelegen gebied
Baliefunctie - als klanten vooral zelf naar het kantoor (moeten) komen en de zaak niet schriftelijk of telefonisch af kunnen handelen
face-to-face contacten - als er sprake is dat je de 'klant' persoonlijk moet spreken
Footloose - begrip dat aangeeft dat een bedrijf zich vestigt zonder echte plaats/regio-gebonden motief. Het kan zich dus in feite overal
vestigen.
Locatiefactoren - redenen of motieven waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt
Non-profit instelling - een instelling die niet gericht is op winst maken, maar die vooral het algemene belang dient
Productieketen - beschrijft de weg die een grondstof af legt tot aan het (ervan gemaakte) eindproduct toe
Relatieve ligging - ligging ten opzichte van (dus niet gemeten met coördinaten o.i.d.)
Belevingswaarde - de manier waarop mensen ons land (de ruimte) beleven en er waarde aan hechten
Benelux - aanduiding voor België, Nederland en Luxemburg tezamen
Compartimentering - het verschijnsel dat wegen, spoorlijnen en kanalen de ruimte vaak in kleine stukjes 'snijden', waarbij het steeds moeilijker wordt om naar het ernaast gelegen stukje grond te gaan
Congestieverschijnselen - alle opstoppingen en files tezamen
Demografisch - de bevolking betreffende
Duurzame samenleving - zo tezamen leven dat de toekomst niet in gevaar wordt gebracht voor volgende generaties
Ecoheffing - een soort van belasting op grond van milieuvervuiling
Gebruikswaarde - geeft aan hoe efficiënt (optimaal) een stuk ruimte gebruikt wordt
Hoofdtransportas - een belangrijke vervoerroute voor weg-, vaar- of spoorverkeer
HSL - afkorting voor Hoge Snelheids Lijn
Infrastructuur- alle vormen van inrichting die noodzakelijk zijn om vervoer mogelijk te maken
Spitsstroken - rijbanen die alleen in de drukke spitsuren gebruikt mogen worden
Stadsgewest - een grote stad met de daaraan vastgegroeide omliggende gemeenten en andere, verder weg gelegen redelijk grote steden
TGV - Frans voor hoge snelheidstrein
Toekomstwaarde - geeft de toekomstige waarde van een gebied aan
Toeritdosering - systeem waarbij met stoplichten de oprit van een snelweg geregeld wordt zodat er niet te veel verkeer ineens op de snelweg erbij komt
Transferium - een overstapplaats
Vinexwijken - grote, nieuwe woonwijken dicht bij een stad met goede verkeersvoorzieningen
Welzijn - gezondheid of voorspoed

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.