Jongeren met messen

Er komen veel berichten in het nieuws over jongeren die betrokken zijn bij steekincidenten. Wat merken jullie van het messenbezit onder jongeren? Vul onze (anonieme) vragenlijst in! Duurt maar 2 minuten.


ADVERTENTIE

Als ik moet kiezen, dan ga ik het liefst:

HOOFDSTUK 1



Aantasting

Verandering aan het landschap en milieu en daarmee aan leefgebieden van dieren en planten (ecosystemen)



Complexiteit

Onderlinge afhankelijkheid en beïnvloeding van planten en dieren



Diversiteit

Het aantal soorten dieren en planten



Draagfunctie

De natuur vormt het leefgebied voor leefgemeenschappen



Ecoduct

Speciale wildpassage over snelwegen



Ecologische hoofdstructuur (EHS)

Samenhangend netwerk van ecosystemen





Ecosysteem

Systeem dat door een groep dieren en/of planten wordt gevormd met de niet-levende omgeving van dat systeem



Ecotoop

Gebied met een specifiek ecosysteem op laag niveau



Eilandtheorie

Het soortenaantal op een eiland is kleiner naarmate het eiland verder van het vastenland ligt; bovendien is het soortenaantal op een klein eiland kleiner dan op grote eilanden



Informatiefunctie

De natuur vormt een bron van informatie



Integraal ketenbeheer

Vorm van beleid waarbij stoffen in een systeem aanwezig blijven en niet verloren gaan in het milieu



Landschappelijke hoofdstructuur

Alle landschappen van Nederland samen



Milieukwaliteit

Het voortbestaan van functies van natuur, milieu en van natuurwaarden (en dus van de omgeving)



Nota’s ruimtelijke ordening

Beleidsstukken van de overheid waarin richtlijnen voor het van de ruimte zijn vrmeld; de bekenste nota is de ViNEx (Vierde Nota ruimtelijke ordening Extra)



Productiefunctie

De opbrengst van producten uit de natuur ten behoeve van de mens.



regulatiefunctie

het reguleren van kringlopen door de natuur



ROM-gebieden

Samenwerkingsgebieden voor ruimtelijke ordening en milieu.



ruilverkaveling

het ruilen van stukken grond, veranderingen in een gebied, om de agrarische bedrijfsvoering te verbeteren en (soms) de milieukwaliteit te vergroten



schaalvergroting

ontwikkeling die het werken in grotere eenheden mogelijk maakt, met als doel het verhogen van bedrijfsresultaten



uitputting

iets onttrekken aan het milieu, zonder dat het milieu zich voldoende kan herstellen.



Verontreiniging

Iets toevoegen aan het milieu waardoor het milieu schade ondervindt.



HOOFDSTUK 2



Abiotisch

Niet-levende omgeving binnen een ecosysteem



Biotisch

Levende omgeving binnen een ecosysteem



Climax

Eindstadium in de ontwikkeling van een ecosysteem



Compartiment-overstijging

Zowel water, lucht als bodem



Duurzame ontwikkeling

Ontwikkeling waarbij niet alleen de mensen die nu op aarde leven in hun behoeften kunnen voorzien, maar ook de volgende generatie



Ecologisch produceren

Produceren zonder het gebruik van giftige stoffen



Externe dynamiek

Veranderingen aan het ecosysteem van buitenaf, bijvoorbeeld door de mens.



Interactie

Het met elkaar en van elkaar leven door planten en dieren



Interne dynamiek

De variatie in soortenverhouding en aantallen individuen die in een ecosysteem in de tijd kan optreden.



Maatschappelijke effecten

De invloed van het milieueffecten op de mens



Milieueffecten

Effecten ontstaan door het ingrijpen van de mens in het milieu.



Milieugebruiksruimte

De aarde met haar hulpbronnen: maximaal gebruik van de aarde en haar hulpbronnen, zodat volgende generaties dezelfde mogelijkheden hebben.



Pioniersstadium

Beginstadium in de ontwikkeling van een ecosysteem.



Ruimtelijk schaalniveau

Grootte van het gebied dat je bestudeert, uitgedrukt in een lokale, regionale, nationale, continentale of modale schaal.



Stabiliteit

Er treden geen langdurige en grote veranderingen op in de soortensamenstelling binnen een ecosysteem.



Successie

Ontwikkeling van een ecosysteem



Tolerantiegrenzen

Grenzen waarbinnen leven mogelijk is binnen een ecosysteem



Waterkringloop

De beweging van water en waterdamp van zee via de atmosfeer naar land en van daar weer terug naar zee



HOOFDSTUK 3



Broeikaseffect

Benaming voor het verschijnsel dat de temperatuur van de atmosfeer stijgt



Buys Ballot

De wet van Buys-Ballot: lucht verplaatst zich van gebieden met een hoge luchtdruk naar gebieden met een lage luchtdruk (eerste wet) en maakt daarbij een afwijking naar rechts op het noordelijk halfrond en een afwijking naar links op het zuidelijk halfrond (tweede wet)



Continentendrift

Platentektoniek; het verschuiven van delen van de aarde



Fysisch-geografische zone(s)

Gebieden die je onderscheidt op basis van alleen fysisch-geografische kenmerken (dus door invloeden van de mens weg te laten)



Geologische tijdschaal

Verdeling van de geschiedenis van de aarde in tijdsperioden



Glaciaal

Relatief koude periode in de geologische geschiedenis



Hadley-cel

De cirkelbeweging die de lucht maakt door bij een lagedrukgebied te stijgen en verderop bij een hogedrukgebied weer te dalen om vervolgens langs het aardoppervlak weer terug te stromen naar het lagedrukgebied



Historische tijdschaal

Deel van de geologische geschiedenis waarin de mens sporen heeft achtergelaten



Hogedrukgebied

Plaats aan het aardoppervlak met een relatief hoge luchtdruk



Holoceen

Geologisch tijdvak waarin we nu leven, 10.000 jaar geleden begonnen.



Ijstijd

Zie GLACIAAL



Interglaciaal

Relatief warme periode in de geologische geschiedenis



Interne dynamiek

De variatie in soortenverhoudingen en aantallen individuen die in een ecosysteem in de tijd kan optreden



Kleine Ijstijd

Relatief koude periode tussen 1400 en 1650.



Klimaat

Gemiddelde toestand van de dampkring voor een groot gebied, voor een langere tijd (min. 30 jaar)



Klimaat van Köppen

Classificatiesysteem van klimaten op macroniveau



Kwartair

Geologische periode die ongeveer 2.500.000 jaar geleden is begonnen, onder te verdelen in de periodes Pleistoceen en Holoceen



Lagedrukgebied

Plaats aan het aardoppervlak met een relatief lage luchtdruk



Luchtcirculatie

Stroming van licht van de ene naar de andere plaats



Mondiaal windsysteem

Overheersende windrichtingen op wereldniveau



Pleistoceen

Geologische periode die 2.500.000 jaar geleden begon en 10.000 jaar geleden eindigde+ koude en warme perioden wisselden elkaar toen af



Stralingsbalans

Het evenwicht van inkomende en uitgaande straling op het aardoppervlak



Weer

Toestand van de dampkring op een bepaalde plaats op een bepaald moment.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.