Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Hoofdstuk 5 en 6

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • Klas onbekend | 1191 woorden
  • 7 april 2010
  • 15 keer beoordeeld
Cijfer 6.1
15 keer beoordeeld

Terra
Begrippen Aardrijkskunde Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 5
Regio
Een gebied dat zich op basis van één of meerdere verschijnselen of kenmerken onderscheidt van andere gebieden.

Formele / Homogene regio’s
Regio die is afgebakend op basis van één of meer gelijksoortige verschijnselen die overal in dat gebied voorkomen.

Functionele regio
Gebied dat wordt afgebakend op basis van een samenhang van relaties, interacties en contacten.

Nodale regio (valt onder functionele regio)
Gebied waarin de meeste relaties gericht zijn op één centraal punt, de nodus.


Perceptionele regio
Gebied waarbij sprake is van een afbakening die gebaseerd is op gevoel van beleving.

Cultuurgebied
Gebied waarbinnen de culturen van volken op elkaar lijken.

Association of Southeast Asian Nations (ASEAN)
Vereniging van 11 landen in Zuidoost-Azië met als doel samenwerking op economisch, sociaal en cultureel gebied en het bevorderen van vrede in Zuidoost-Azië.

Uitspoeling
Voedingsstoffen die niet direct door platen worden opgenomen spoelen met de overvloedige regen weg.

Extensieve landbouw
Landbouw met lage opbrengst en weinig arbeid per hectare.


Shifting cultivation
Landbouw op platgebrande stukjes oerwoud, waar de grond meestal na een aantal jaren al weer wordt verlaten.

Intensieve landbouw
Landbouw met veel arbeid en hoge opbrengst per hectare.

Eilandbogen
Eilanden in een lange, boogvormige rij naast elkaar, ontstaan door subductie.

Erts
Gesteente waarin een bepaalde hoeveelheid metaal zit.

Ertsader
Gesteente met relatief hoge concentraties metalen.

Continentaal plat
Ondiepe zee, aan de rand van een continent.

Human Development Index (HDI)
Ontwikkelingsindex van de Verenigde Naties, die de mate van ontwikkeling aangeeft.

Boeddhisme
Veelvoorkomende godsdienst in Zuidoost-Azië.


Islam
Meest voorkomende godsdienst in de islamitische wereld, Pakistan, Bangladesh en Indonesië.

Politieke islam
Moslimfundamentalisme dat terugkeer naar de bakermat van de islam met zijn strenge tradities wil.

Exploitatiekolonie
Kolonie die vaak economisch uitgebuit worden.

Dekolonisatie
Het zelfstandig worden van koloniën.

Politiek conflictgebied
Gebied waar (burger)oorlogen voorkomen.

Neokolonialisme
Economische afhankelijkheid, ook na de politieke onafhankelijkheid.

Importsubstitutie
Industrialisatie waarbij goederen worden geproduceerd die men anders zou moeten invoeren.

Exportvalorisatie
Bewerking van eigen grondstoffen voor ze worden uitgevoerd, om een hogere waarde te krijgen


Emerging Economies
Landen met een snelle economische ontwikkeling.

Newly Industrializing Countries (NIC’s)
Opkomende industrielanden.

Aziatische tijgers
Een viertal Aziatische landen die na Japan vanaf eind vorige eeuw een snelle economische groei kenden.

Overheidsbemoeienis
Invloed van een regering, zoals het lagelonenbeleid of een beperking van het stakingsrecht.

Exportgeoriënteerd
Productie gericht op expert.

Footloose bedrijven
Bedrijven die niet aan een bepaalde vestigingsplaats zijn gebonden.

Nieuwe tijgers
De tweede generatie NIC’s, ook wel babytijgers genoemd, zoals Thailand en Indonesië.


Regionale arbeidsverdeling
Verdeling van soorten werk of verschuiving van werk tussen gebieden.

Export processing zones (EPZ’s)
Relatief klein afgebakend gebied binnen een land, waar gunstiger investerings- en handelsvoorwaarden gelden dan in de rest van dat land.

Pacific Rim
De randgebieden rond de Grote Oceaan, die een steeds meer leidende rol in de wereldeconomie krijgen.

Global Shift
Het proces van de verschuiving van het economisch zwaartepunt van de wereld.

Aziëcrisis
Crisis eind vorige eeuw in Azië, onder meer als gevolg van ongecontroleerde investeringen en hoge schulden.

Zwerflandbouw
Ook wel shifting cultivation. Extensieve vorm van landbouw die vooral voorkomt in tropische bossen.


Bevolkingslandbouw
Landbouw vooral gericht op zelfvoorziening.

Ondernemingslandbouw
Landbouw gericht op marktproductie.

Plantages
Groot modern landbouwbedrijf met monoculturen, gericht op de expert.

Handelsgewassen
Gewas bestemd voor de markt, meestal voor de export.

Rurale differentiatie
Verschillen binnen plattelandsgebieden.

Agrarische transitie
Veranderingen in de landbouw door meer mechanisatie, meer kapitaalintensief en minder arbeidsintensief werken.

Deagrarisatie
Ingrijpende veranderingen in plattelandsgebieden, waaronder de uitstoot van mensen uit de landbouw.


Informele sector
Vluchtsector, mensen zonder officieel beroep.

Centrum-periferietegenstelling
Tegenstelling tussen rijke, machtige gebieden en meer achtergestelde gebieden.

Economisch dualisme
Een scheiding tussen op export gerichte gebieden en meer zelfvoorzienende perifere gebieden.

Fragmentarische modernisering.
Traditionele en moderne elementen in de samenleving bestaan naast elkaar doordat het moderniseringsproces slechts gedeeltelijk in bepaalde sectoren of gebieden plaatsvindt.

Ruimtelijke polarisatie
Tegenstellingen tussen stad en platteland, maar ook binnen steden doordat moderniseringsprocessen slechts gedeeltelijk in bepaalde sectoren of gebieden plaatsvinden.


Economische polarisatie
Grote verschillen in welvaart tussen groepen mensen.

Ruimtelijke afwenteling
Verschijnsel dat landen met veel armoede, corruptie of het ontbreken van democratie door rijkere landen vaak gebruikt worden voor vervuilende activiteiten, omdat in eigen land strengere milieunormen gelden.

Transmigratiepolitiek
Poging van de Indonesische overheid de overbevolking van het platteland en de trek naar de steden te verminderen, door mensen aan te moedigen te verhuizen naar dunne bevolkte eilanden.

Hindoeïsme
Godsdienst die veel in Zuidoost-Azië voorkomt.

Kasten
Sociale groepen waar mensen door geboorte bij horen en waar men in theorie ook min of meer bij blijft horen.


Vrijhandel
Handel tussen landen met zo weinig mogelijk overheidsbeperkingen.

Sinificeren
Een toenemende invloed van China op de gebeurtenissen in de wereld.

Confucianisme
Godsdienstige stroming, vooral in China.

Begrippen Aardrijkskunde Hoofdstuk 6
Biodiversiteit
Grote verscheidenheid aan planten en dieren in een bepaald gebied.

Biogeografische regio’s
Regio’s waar specifieke soorten planten en dieren voorkomen die alleen in die regio aangetroffen worden.

Bevolkingsdruk
De verhouding tussen het aantal mensen en het aantal bestaansmiddelen. Als de bevolkingsdruk in een gebied te hoog is, ontstaan er economische en sociale problemen.

Regeneratietijd
De tijd die nodig is om het regenwoud in zijn oorspronkelijke staat terug te krijgen.


Transmigratie
Migratie binnen een land, bijvoorbeeld van dichtbevolkte gebieden naar ‘lege streken’. In Indonesië gaat het in hoofdzaak om migratie van Java en Madura naar de buitengewesten.

Legering
Metaalmengsel verkregen door het samensmelten van meerdere metalen.

Dagbouw
Winning van een delfstof door deze direct aan het aardoppervlak weg te graven.

Secundair bos
Bos dat in plaats is gekomen van oorspronkelijk bos.

Waterbuffer
Gebied met opslagcapaciteit voor water, bijvoorbeeld bos of losse grond.

Bodemerosie
Wegwaaien en/of wegspoelen van de bodem.

Verwoestijning
Verarming van vruchtbare bodems in aride en semiaride gebieden.

Tyfoon
Naam voor een orkaan (zeer zware storm) in delen van Zuidoost-Azië.


Albedo-effect
Terugkaatsing of reflectie van zonnestraling. Als het oppervlak licht van kleur is wordt er veel teruggekaatst. Als het oppervlak donker van kleur wordt er weinig teruggekaatst.

Fairtrade
Eerlijke handel met duurzaam verbouwde of geproduceerde producten.

Tsunami
Hoge en snelle bewegende golf die plotseling ontstaat als gevolg van een zeebeving.

Landslide
Aardverschuiving of zware modderstroom. Afvloeiing van aardlagen door een overmaat van water.

Veenbranden
Branden in (hoog)veengebieden, onder andere ontstaat door verlaging van de grondwaterspiegel, waardoor het veen verdroogt.

Hazard management
Alle geplande maatregelen om het gevaar van rampen te beheersen.


Risicoperceptie
Beleving van of omgaan met een risico.

Risicoanalyse
Onderzoek naar het risico of het gevaar voor schade of verlies.

Softstate
Een staat die gekenmerkt wordt door corruptie, ongemotiveerdheid en het najagen van eigen belang.

Circulaire migratie
Veelvoudige maar tijdelijke afwezigheid voor langer dan één dag.

Megastad
Zeer grote stad.

Primate city
Een stad die in afmeting en belangrijkheid ver boven alle andere steden va het land uitsteekt.

Subcontracting
Onderneming (de contractant) die een andere onderneming (onderaannemer) inhuurt om een product te produceren die door de contractant op de markt wordt gebracht.


Etnische minderheid
Een kleine groep mensen die zich door afkomst onderscheidt van de meerheid van de bevolking.

Culturele minderheid
Groepen mensen die andere gebruiken, gewoonten, taal en godsdienst hebben dan de meerderheid van de bevolking.

Integratie
Toenemende samenwerking tussen verschillende groepen mensen op verschillende terreinen (economie, politiek, cultureel).

Assimilatie
Het geheel overnemen van een andere cultuur, ten koste van de eigen identiteit.

Inheemse mensen
Autochtonen, of nakomelingen van de eerste inwoners van een gebied.

Territoriale conflicten
Conflicten die ontstaan doordat groepen mensen elkaar territorium niet respecteren.


Regionalisme
Streven naar meer zelfstandigheid of autonomie binnen het bestaande land.

Separatisme
Afscheiding van een land om een eigen onafhankelijke staat op te richten.

Irridentisme
Afscheiding van een land en aansluiting bij een ander land met dezelfde bevolkingsgroep.

Religieus fundamentalisme
Het vasthouden aan de religieuze grondbeginselen (fundamenten) van een gedachtegoed.

Secularisatie
Scheiding van kerk en staat.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.