Het laatste examennieuws, de beste samenvattingen en uitlegvideo's per vak, tips om je optimaal voor te bereiden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


§ 4:
o Repatriëring - Terugkeer vanuit het buitenland naar het land van herkomst (vaderland).
o Demografische druk - De omvang van de groep mensen onder de 20 jaar en van 65 jaar en ouder als percentage van de groep mensen van 20-65 jaar.
§ 9:
o Migratie - Verplaatsing van personen over een bepaalde grens met het doel zich permanent te vestigen in een nieuwe woonplaats.
o Interregionale migratie - Migratiebeweging tussen verschillende de regio’s. Het begrip schaal speelt hierbij een belangrijke rol.
o Intraregionale migratie - Migratiebeweging binnen dezelfde regio.
o Urbanisatie - Verstedelijking. Het veschijnsel dat de plattelandsbevolking naar de steden migreert.
o Suburbanisatie - Het verschijnsel dat stedelingen vrijwillig of noodgedwongen migreren naar een andere woonplaats, maar economisch en/of sociaal aan de stad van herkomst gebonden blijven.
o Relatieve afstand - Afstand uitgedrukt in tijd, kosten of moeite.
o Afstandsverval - De intensiteit van een verschijnsel neemt af, naarmate de afstand groter wordt.
o Selectieve migratie - Migratie van een groep mensen die zich onderscheidt op grond van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau of iets dergelijks.
o Getrapte migratie - Migratie in een aantal stappen.
o Pushfactoren - Afstotende eigenschap van een gebied.
o Pullfactoren - Aantrekkende eigenschap van een gebied.
o Complementariteit - Het in een gebied aanwezig zijn van een eigenschap doe om een ander gebied geheel of gedeeltelijk ontbreekt.
o Kettingmigratie - Een vorm van volmigratie die op gang wordt gebracht doordat eerdere migranten informatie sturen naar de achterblijvers.
o Tussenliggende gelegenheid - Een pullfactor in een gebied dat dichter bij het herkomstgebied ligt dan het gebied waar men naar op weg was.
o Tussenliggende hindernis - Een hindernis die men bij een verplaatsing tegenkomt.
§ 10:
o Urbanistatiegraad - Het percentage van de bevolking dat in steden woont.
o Urbanisatietempo - De snelheid (in %) waarmee de stedelijke bevolking jaarlijks groeit.
o Overurbanisatie - Groei van een stad die de opvangcapaciteit met betrekking tot huisvesting, werkgelegenheid en voorzieningen te boven gaat.
o Primate city - De aanduiding van de grootste stad in een land indien deze in alle opzichten andere steden in de schaduw stelt.
o Informele sector - Het deel van de economie dat wordt gekenmerkt door geringe kapitaalvorming en een zeer laag opleidingsniveau en dat zich onttrekt aan de officiële registratie en controle.
o Squattertowns - Krottenwijken waarvan de grond illegaal in gebruik is genomen.

§ 11:

o Site-and-services-project - Een huisvestigingsproject waarbij de overheid de grond beschikbaar stelt en voor een aantal basisvoorzieningen zorgt; mensen die zich er vestigen zorgen zelf voor een woning.
o Arbeidsmigranten - Mensen die naar een ander gebied trekken om daar werk te vinden.
o Braindrain - Emigratie van hoogopgeleide mensen uit de beroepsbevolking.
o Reourmigratie - Het terugkeren van migranten naar het land van herkomst met het doel zich daar blijvend te vestigen.
o Volmigratie - De overkomst van het gezin van een migrant.
o Gezinsvormende migratie - Het door een migrant laten overkomen van een huwelijkspartner uit het land van herkomst.
o Vluchteling - Iemand die uit gegronde vrees voor vervolgen wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit en die bescherming van dat land niet kan of uit hoofde van bedoelde vrees, niet wil inroepen.
o Asielzoeker - Iemand die in een ander land dan het zijne een verzoek indient om erkend te worden als vluchteling en die toestemming krijgt om zich tot de beslissing voer dat verzoek in dat land te vestigen.
§ 16:
o Globalisering - Het steeds verdergaande proces van internationale uitwisseling van geoderen, ideeën en kapitaal.
o Multinationale onderneming (MNO) - Onderneming met verschillende producten en vestigingen in veel verschillende landen.
o Regionale specialisatie - In een gebied legt men zich toe op het produceren van een goed of het verlenen van een dienst waarvoor in dit gebied de omstandigheden optimaal zijn.
§ 17:
o Global shift - Globalisering of de verschuiving van het economisch zwaartepunt van de Atlantic Rim naar de Pacific Rim.
§ 18:
o Assemblage - Het samenvoegen van onderdelen tot een eindproduct.
o Entrepot - Opslagplaats voor aan invoerrechten onderhevige goederen. Ook: een plek waar deze goederen bewaard kunnen worden tot ze weer uitgevoerd worden.
o Value Added Logistics (VAL) - Het doen van bepaalde handelingen die waarde toevoegen aan producten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.