Vier Proeven voor Scheikunde

Experiment 3.2

Waarnemingen bij onderdeel 1:
De volgende stoffen leverden een helder mengsel op, nadat ze met water werden gemengd: Citroenzuur, Druivensuiker en Zout.
De ontstane oplossingen waren allemaal doorzichtig.
De volgende stoffen leverden een troebel mengsel op, nadat ze met water werden gemengd: Krijt en Jood.
De mengsels van deze stoffen met water waren direct na het schudden wel doorzichtig.

Waarnemingen bij onderdeel 2:
Een van de stoffen leverde een troebel mengsel op, namelijk: Krijt.
Het ontstane mengsel was direct na het schudden doorzichtig. De stoffen Kamfer en Jood leverden een helder mengsel op, nadat ze werden gemengd met wasbenzine. De ontstane oplossingen waren beide doorzichtig. Het mengsel van Jood met wasbenzine had een paarse kleur. Het mengsel van Kamfer met wasbenzine was kleurloos.

Waarnemingen bij onderdeel 3:
De volgende combinaties van vloeistoffen leverden een helder mengsel op: water+alcohol en slaolie+wasbenzine. De gevormde vloeistofmengsels waren beide doorzichtig. De volgende combinaties leverden aanvankelijk geen helder mengsel op: water+wasbenzine en alcohol+slaolie. Direct na het schudden was er sprake van een heldere vloeistof, enige tijd later vormden zich in beide gevallen twee aparte vloeistof lagen die op elkaar dreven.

Conclusies bij onderdeel 1:
De volgende stoffen losten op in water: alles behalve Jood en Kamfer.

Conclusies bij onderdeel 2:
De volgende stoffen losten op in wasbenzine: Jood en Kamfer. Niet alle stoffen zijn oplosbaar in, of mengbaar met water. Stoffen die niet oplossen in water lossen soms wel op in een andere vloeistof, bijvoorbeeld wasbenzine.

Conclusies bij onderdeel 3:
De volgende combinaties van vloeistoffen waren mengbaar: water+wasbenzine en wasbenzine+slaolie. De volgende combinaties van vloeistoffen waren niet mengbaar:water+alcohol en water+slaolie. Oplossingen zijn altijd doorzichtig.

Experiment 3.6

Waarnemingen:
Na het mengen van het zand/zout mengsel met water ontstond een suspensie. Na filtratie kreeg je als residu een zand/water mengsel(het zand is nat en is dus een mengsel) en als filtraat een zout/water mengsel. Na indampen van het filtraat bleef er een zoute vaste stof over.

Conclusies:
1.Bij deze proef werd water als extractiemiddel gebruikt. Hierin loste het zout wel op, het zand niet.
2.De extractie vond plaats in onderdeel 3 van het experiment.
3.Om een mengsel van zand en zout te scheiden moesten achtereenvolgens drie scheidingsmethoden worden toegepast: extraheren, filtreren en indampen.

Experiment 3.9

Waarnemingen bij onderdeel 2: De oplossing word geleidelijk aan wat lichter.
Waarnemingen bij onderdeel 3: De koolstofpoederkorreltjes hebben de rode kleurstof geabsorbeerd en het filtraat is bijna helemaal helder geworden.

Conclusies:
1.Filtratie is een geschikte methode om een kleurstof uit een oplossing te verwijderen.
2.Koolstofpoeder toevoegen aan een gekleurde oplossing en daarna filtreren is een geschikte methode om een oplossing te ontkleuren.(in dit geval wel eerst een beetje koken)
3.Koolstofpoeder is zeker in staat een kleurstof aan een oplossing te onttrekken.

Experiment 3.10

Waarnemingen:
1.De vloeistof in het bekerglas trekt omhoog.
2.De kleurstoffen uit de inkt lopen uit in verschillende kleuren.
3.Verschillende kleurstoffen blijven op verschillende hoogten zitten, gelijke kleurstoffen op gelijke hoogten.
4.De inkt van stift 1 is gescheiden in 3 kleurstoffen, die van stift 2 in 2 kleurstoffen en die van stift 3 in 1 kleurstof.

Conclusie:
Met behulp van papierchromatografie kan in principe het aantal stoffen in een mengsel bepaald worden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

key dan

bedankt voor je verslag:)

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast