Onze vrienden van Markteffect doen hun jaarlijkse Scholierenonderzoek. Geef jouw mening over het onderwijs en maak kans op JBL headphones of Bol.com-bonnen van 15 euro.

 

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je PWS of Sectorwerkstuk?

Heeft jouw PWS of Sectorwerkstuk een link met het Rijksmuseum? Stuur je werkstuk dan vanaf december in voor de Junior Fellowship profielwerkstukwedstrijd van het Rijksmuseum. En maak kans op € 1500 en een traineeship! 

De A-opdrachten



Hoofdstuk 1



1) De meeste verhalen beginnen met ‘er was eens’, of ‘lang geleden’ of iets dergelijks. Dit verhaal begint met ‘ik kan u een waar gebeurd verhaal vertellen, luister ernaar’. Dit begin is dus minder algemeen.

Ook gaat in dit verhaal de koning uit stelen, wat je niet verwacht.

2) De feodale piramide ziet er als volgt uit:

God (leenheer)

Koning (leenman en leenheer)

Hertogen en graven (leenheren en leenmannen)





Leenmannen



Een pijl betekent ‘geeft macht aan’. Dus geeft God de macht aan de koning, de koning aan hertogen en graven, en die vervolgens weer aan leenmannen. Een leenheer is iemand ie aan iemand anders iets in bruikleen geeft, bijvoorbeeld God die de koning macht geeft, is leenheer. Een leenman, is degene die het leent. Dat is dus de koning.

Tijdens de hofdag komen alle mensen aan wie de koning macht gegeven heeft, samen. De koning controleert dan vervolgens of deze mannen hun taak goed hebben volbracht.

3) Omdat hij eerst niet wilde geloven, dat hij uit stelen moest gaan. Hij was tenslotte een koning, en dan ga je normaal gesproken niet uit stelen. Hij geloofde dus niet dat hij dat moest gaan doen. Toen er voor de derde keer een engel kwam, geloofde hij dit wel. Het getal drie was namelijk van speciale betekenis voor de mensen toen. Het was een godengetal, een geluksgetal. Dus de dérde keer moest wel bijzonder zijn. En: ‘drie keer is scheepsrecht’.



Hoofdstuk 2



11) Het feit dat er vóór het jaar 1100 al kinderen een naam uit verhalen van Karel kregen, is het bewijs dat ook toen Karels verhalen verteld werden. Veel kinderen heetten toen bijvoorbeeld Roeland, uit het Roelandslied. Dat wil zeggen dat de mensen het verhaal van Roeland kenden, en dat het dus circuleerde.

12) Men was in de middeleeuwen erg geïnteresseerd in het verleden. Nu zien we het verleden vooral als discontinuïteit, maar toen zagen ze het juist als continuïteit. Mensen die wat bijzonders hadden gedaan of waren geweest, werden vereerd als helden, of ze nu leefden of niet.



Hoofdstuk 3



18) a) in het bos ga je nadenken. Je verkend er je eigen geest. Daarom stond het bos in de middeleeuwen symbool voor een plaats van inkeer, en om jezelf te leren kennen, en tot rust te komen.



b) dat het bos deze betekenis heeft, blijkt uit vers 199 tot en met vers 272. Hierin arriveert Karel in het woud, waardoor hij na gaat denken over waar hij eigenlijk mee bezig is.

19) Omdat Adelbrecht van kerken stal, wat echt niet kon in die tijd omdat iedereen toen erg gelovig was. Men was het dan wel niet altijd eens met monniken en dergelijke, maar je van kerken stelen kon je niet maken. Ook stal Adelbrecht van kluizenaars, die veel sympathie genoten van de mensen.

Karel daarentegen, wílde eigenlijk helemaal niet stelen; hij was op een missie van God. God zélf gaf hem dus toestemming om kerken te beroven. Daardoor kon dit, volgens de mensen toen, dus wèl door de beugel.

20) a) daardoor zou hij eigenlijk niet écht stelen: want het was tóch al van zichzelf wat hij wilde meenemen. Hij zou er dus niemand pijn mee doen. Een heldendaad eigenlijk. Ook wilde hij hiermee de trouw van Elegast checken.

b) toen Elegast zo gereageerd had op het beroven van de koning, wist Karel dat Elegast goed was, en dat hij er altijd voor hem zou zijn. Elegast was dus trouw aan de koning.



Hoofdstuk 4



27) Heel veel edelen waren wèl geschoold, en konden dus wèl lezen en schrijven. Ze werden zo genoemd, omdat ze de titel ‘litteratus’ niet hadden, wat ‘geletterde’ betekent. Alleen geestelijken kregen in die tijd die titel, maar dat wil dus niet zeggen dat zij de enige waren die niet analfabeet waren.

28) Een zeer bekend thema waarin kleine veranderingen zijn aangebracht. Dit was in de middeleeuwen erg populair. Een goed voorbeeld is dus Karel en Elegast. Dit verhaal gaat in het begin over een rijke vorst die zich opmaakt voor een hofdag. Dit is dus heel bekend, en heel normaal. Maar daarna krijgt dezelfde koning een opdracht van God, namelijk uit stelen gaan. Dit is een hele andere wending. Dit is registrale kunst.



Hoofdstuk 5



33) Op het moment dat Adelbrecht het te voorschijn haalt, is het bedoeld om er een muur mee doormidden te hakken. Het ploegijzer werd dan misschien gebruikt om mee in te breken, maar dus niet om een muur mee doormidden te hakken.

34) Als Karel niet was gaan stelen, dan had hij nooit geweten dat Eggerik hem zou willen vermoorden. Dus als Karel niet was gaan stelen, was hij waarschijnlijk vermoord.

35) Elegast kiest altijd de kant van de koning. Daarom wil Elegast ook niet bij de Karel inbreken, wil hij Eggerik niet laten leven. Omdat Elegast de koning wil helpen, en niet om wil laten komen, vertelt hij hem over de samenzwering van Eggerik.



Hoofdstuk 6



42) Boendale kon niet in zijn Latijnse geschriften terugvinden dat Karel ooit gestolen had, dus nam hij aan dat dit ook niet gebeurd was. Ten tweede twijfelt hij aan de ‘morele waarheid’. Hij zegt dat men toen in Karel geloofde alsof het een held was. Stelen is slecht, en dat zou een held dus ook niet doen. Dus kan Karel onmogelijk gestolen hebben.

43) a) cultuur van eer en schande: de manier waarop de adel dacht. Volgens hen was je naam het belangrijkste. Eer was belangrijker dan het geweten voor hen.

b) cultuur van genade en zonde: de manier waarop de geestelijkheid dacht: ‘als je tegen de geboden van God zondigt, ben je van Zijn genade afhankelijk om weer met hem in het reine te komen’.



Hoofdstuk 7



49) Daardoor zijn Elegast en Eggerik gelijkwaardig, want ze hebben dezelfde hertogelijke status. Door dit kon Elegast zonder teveel moeite de taak van Eggerik overnemen.

50) Wanneer twee mensen, die allebei wat betekenden, allebei een andere mening hadden, en ze daar niet uit kwamen, dan kwam er zo’n gerechtelijk tweegevecht. Dit gebeurde alleen als het een belangrijke zaak was.

51) Op hoogverraad stond de hoogste straf, en dat was opgehangen worden. Dit was een grote schande voor degene die op werd gehangen, omdat iedereen dan kon zien wat je gedaan had. Eggerik wás al dood, maar hij moest toch opgehangen worden, anders zou hij onder deze schande uitkomen. En dat was niet de bedoeling.



Hoofdstuk 8



59) Doordat het verhaal eeuwenlang doorverteld is door veel verschillende mensen, is het verhaal steeds een beetje veranderd. Sommige minstrelen voegden misschien nog wat meer aan het verhaal, of overdreven sommige dingen. Als veel mensen het verhaal een beetje veranderen en weer doorvertellen, dan veranderd het verhaal ook langzamerhand. Je kan dus nu de sporen in het verhaal zien dat het eeuwenlang is meegegaan.

60) Elk middeleeuws boek is een uniek exemplaar, omdat in die tijd elk boek met de hand geschreven werd. Zo was dus niet één boek hetzelfde. Nu we letters drukken, worden er vaak van één soort boek meerdere exemplaren gedrukt, maar dat gebeurde toen niet, omdat het al ontzettend duur was om één handgeschreven boek te maken. En al zou een boek meerdere malen gemaakt zijn, dan is het nog niet precies hetzelfde, door handschriftverschillen.

61) Het grote verschil tussen prozaromans en incunabelen van Karel en Elegast is dat er van prozaromans veel meer gemaakt werden, waardoor ze veel goedkoper waren dan de incunabelen.



De B/C-opdrachten



Hoofdstuk 1



B

1) Eerst staat er het woord, gevolgd door de vertaling, gevolgd door het buitenlandse woord waar het vandaan komt.

Lijf leven life  Engels

Evel kwaad evil Engels

Wijf vrouw wife  Engels

Riddersgewand wapenrusting ridder  Nederlands. Ridders dragen meestal wapens; ‘riddersgewand’.

Ors paard horse  Engels

Luttel geen besef piet lut = niks bijzonders  Nederlands



Hoofdstuk 3

C

26) Elegast en Robin Hood.

Beide personen zijn dieven. Het enige verschil is dat ze alleen van rijke mensen stelen, omdat ze het niet eens zijn met de rijkdommen zie zij wèl, en heel veel andere mensen níet hebben.

Robin Hood streed tegen de adel door veel geld en goederen van ze te stelen, om ze vervolgens te verdelen onder arme mensen. Het was een soort protestactie om ervoor te zorgen dat alles eerlijker verdeeld werd.

Beide figuren waren van hoge afkomst. Ze hielden zichzelf in leven door dus te stelen van de rijkeren. Elegast zou geleefd hebben rond het jaar 800. Robin Hood leefde later; ongeveer in 1200. (Men denkt dat hij de in 1247 overleden graaf van Huntingdon is, naar aanleiding van gevonden geschriften in Yorkshire). Robin Hood werd altijd gezien als goedhartig en weldadig jegens het volk en wreed en onverbiddelijk tegen de adel en de rijke kloosterlingen.

Elegast werd ook zeer positief gezien, omdat hij zo trouw was aan de koning.



Hoofdstuk 5

C

41) a) De overeenkomst tussen Elegast en ‘de lifter’ is dat ze allebei alleen stelen van rijke mensen. Ze doen dit op een bepaalde manier, zodat de lezer ze niet ziet als een slechte dief, maar als een soort held. Net als Robin Hood eigenlijk.

b) Je gaat zowel Elegast als ‘de lifter’ zien als een ‘sympathieke schurk’, doordat ze zo beschreven worden. Ze stelen alleen van de rijken, en stelen dus niet voor niets; ze hebben een doel. Ze willen wat duidelijk maken. De lezer leert ook goed de achtergronden kennen van de ‘schurk’ waardoor de lezer begrijpt waaróm hij steelt, wat het minder erg maakt dát hij steelt.



Hoofdstuk 7

B

54) a) Eggerik is schuldig, en Elegast is onschuldig. Men geloofde dat God degene die schuldig was, zou laten verliezen in een tweegevecht. Dus móest Eggerik wel verliezen. Ook was Elegast een betere ridder dan Eggerik, zodat Eggerik helemaal geen kans had.

b) In die regels staat dat Eggerik vóór het gevecht geen kruis sloeg en niet tot God bad. Dat wil dus zeggen dat hij niet gehoorzaam is aan God, daarvoor zal God hem vast en zeker straffen. Uit deze regels wordt het dus nóg duidelijker dat Eggerik geen goede naam heeft bij God, en dus onmogelijk kan winnen van Elegast.








REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

supergoed! dank je heb er echt wat aan..

17 jaar geleden

V.

V.

Luttel: klein beetje. Dit komt ook uit het Engels, het lijkt namelijk op het woord little.
Ik dacht dat ik het maar erbij zou zetten ;)

5 jaar geleden