GS V2 Hoofdstuk 2 antwoorden

Beoordeling 7.8
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • 2e klas vwo | 942 woorden
  • 24 november 2022
  • 18 keer beoordeeld
Cijfer 7.8
18 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview

Geschiedeniswerkplaats 2VWO - Hoofdstuk 2: Ontdekking en verovering

2.1 Wereldrijken rondom de Middellandse zee

1 Twee wereldrijken

a A, B, E

b D, A, E, B, C

c A, B, D

d 1 Bijvoorbeeld: De Ottomanen wilden hun macht over zee uitbreiden. De Spanjaarden wilden hen stoppen.

2 Bijvoorbeeld: De Ottomaanse opmars over zee stopte.

2

a Bijvoorbeeld: Gebouwen bleven in gebruik. En ook de naam Constantinopel.

b Bijvoorbeeld: Zes kerken werden moskee. De stad kwam tot bloei. De stad werd ook Istanbul genoemd.

3 Omgaan met godsdiensten

1 geen, (bijvoorbeeld) alleen het katholiek geloof was toegestaan.

2 wel, (bijvoorbeeld) christenen en joden mochten er leven volgens eigen regels.

4

a Bijvoorbeeld: Hij was een erg gelovige katholiek.

b Bijvoorbeeld: Ze hadden veel waarmee ze de Ottomaanse economie konden versterken.

c Bijvoorbeeld: Door hun kennis konden de joden hem ook helpen in gebieden die hij wilde gaan veroveren.

5 Achteruitgang van de handel

a Cyprus

b A veel

B weinig

C veel

D minder

c 1 D

2 C

3 A

4 B

d piraten

6

a Bijvoorbeeld: Ottomanen dragen tulbanden, Venetianen dragen zwarte mutsen.

b 1 een latere tijd dan

2 dezelfde tijd als

3 dezelfde tijd als

4 4

5 Italiaan

6 Ottomaan

7 Slavernij

a Bijvoorbeeld: Teruggeven voor losgeld of als slaven verkopen in het Ottomaanse rijk.

b Oost-Europa en Afrika

c Bijvoorbeeld: soldaat, huishoudelijk werk, minnares, bediende, ambtenaar

8

A, C

9 Eindopdracht

a

b Bijvoorbeeld: rijk worden

c uitbreiding van de Barbarijse zeeroverij

d Bijvoorbeeld: Om Spanje beter te bestrijden.

2.2 De Europese expansie begint

1 Oorzaken van de ontdekkingsreizen

a Zuidoost-Azië

b

c Bijvoorbeeld: De handelswaar werd vaak doorverkocht langs de lange route.

d B, C

2 Portugezen naar Zuid-Afrika

a Bijvoorbeeld: Ze zochten de herkomst van het goud dat door Arabieren werd aangevoerd.

b Bijvoorbeeld: Europeanen breidden hun activiteiten buiten Europa uit, bijvoorbeeld door de bouw van fort Elmina in Ghana vanwaar ze goud en slaven kochten van Afrikaanse vorsten.

c noorden, in welke richting je vaart.

d Het vinden van een zeeroute naar Indië.

3 Portugezen naar Zuid- en Oost Azië

a Zie 1b

b Bijvoorbeeld: Hij dacht dat in India christenen woonden die Christus zeiden in plaats van Krishna, een god van het hindoeïsme.

c Bijvoorbeeld: Die joegen ze weg met kanonnen.

d Bijvoorbeeld: Door ze te beschieten met kanonnen.

e Bijvoorbeeld: De Portugezen bereikten de Molukken waar de kruidnagels en nootmuskaat vandaan kwamen.

4

A, B, D

5 Spanjaarden naar Amerika

a Zie 1b

b

c Spanjaarden richtten zich vooral op Amerika; Portugezen vooral op Afrika en Azië.

6 Meer Europeanen naar Zuidoost-Azië

a Bijvoorbeeld: Nederlanders kochten Aziatische producten in Lissabon. Filips II was in oorlog met de Nederlanders en daarom verbood hij hun de toegang tot Lissabon, toen hij in 1580 koning van Portugal werd. Om aan Aziatische producten te komen besloten de Nederlanders om zelf op ontdekkingsreis te gaan.

b Engelsen, Denen, Fransen

c in Bantam in 1596

7

a A, B, C, D

b 1 (bijv.) beleefd

2 (bijv.) uitnodigend

c Bijvoorbeeld: veel drukte bij de goederen en schepen

8

a Zie 1b

b Bijvoorbeeld: Die route zou korter en gezonder zijn en ze zouden er geen vijandige Portugezen tegenkomen.

c Bijvoorbeeld: Niet terecht. Het was een grote mislukking zonder belangrijk gevolgen.

9 Eindopdracht

a

b Bijvoorbeeld: Door de opwarming van de aarde is het ijs dunner geworden.

c Bijvoorbeeld: hoge kosten van het Suezkanaal en piraterij in de Indische Oceaan

2.5 Kolonialisme en slavernij

1 Kolonies in Amerika

a 1 kolonie

2 koloniseren, kolonisatie

3 kolonist

4 land

5 migrant

b Bijvoorbeeld: De meeste kolonisten uit Europa waren mannen. Zij gingen vaak relaties aan met indiaanse vrouwen en kregen kinderen met hen, zoals op de afbeelding.

c 1 de jurk

2 de kerk

3 het fort

d Bijvoorbeeld: Ze maakten indianen bang door de verbranding van een Azteek die vasthield aan zijn godsdienst.

e Bijvoorbeeld: De kolonies werden ingedeeld in deelkoninkrijken. Ambtenaren van het ministerie in Madrid hielden toezicht.

2 Slavernij

a kolonialisme

b Bijvoorbeeld: Spanjaarden lieten zilver in mijnen winnen en brachten dit naar Spanje.

c suiker, tabak, cacao en koffie

d Bijvoorbeeld: Ze vluchtten of stierven van uitputting en ziekten.

e 1543

f Bijvoorbeeld: Ze waren veel beter bestand tegen ziekten.

g 16e, 19e, elf, Europese, Atlantische

3

a Bijvoorbeeld: God vindt indianen en Europeanen even veel waard.

b Bijvoorbeeld: Eerst was hij ervoor. Later was hij ertegen omdat hij toen zwarten net zo veel waard vond als blanken.

4

a bouw van een kerk

b landbouw, spinnen en weven

5

a A, B, E

b niet, (bijvoorbeeld) de meeste Spanjaarden er anders over dachten.

6 Handel tussen werelddelen

a Portugal > geweren, textiel, sieraden, Ghana > slaven, Brazilië > suiker

b Bijvoorbeeld: winst en meer consumptie van genotmiddelen

c Bijvoorbeeld: Veel Europeanen stierven er binnen een jaar aan malaria of gele koorts.

d B, F, E, C, A, D

e 1 E, F

2 F

3 C

7

a Bijvoorbeeld: Witte mannen dwingen zwarte mensen in een boot te stappen.

b Bijvoorbeeld: De zwarte mensen zien er zielig uit en de witte mannen wreed.

c Bijvoorbeeld: Mannen werken in een mijn. Een man in een stoel en soldaten kijken toe.

d Bijvoorbeeld: Halfnaakte zwarte en geheel geklede witte mannen werken bij een met een suikerrietpers.

e Bijvoorbeeld: Het werk ziet er zwaar uit. De witte mannen doen niets.

f Bijvoorbeeld: Het werk ziet er gemoedelijk uit, niet zwaar. De witte man werkt ook.

8

a Bijvoorbeeld: Zwarte mensen zitten en liggen in een scheepsruim.

b Bijvoorbeeld: Nee. De mensen zijn ontspannen en hebben ruimte om zich heen. Zo was het nadat ze bevrijd waren.

9 Planten en dieren

a

b Bijvoorbeeld: In Europa was de aardappel voedzaam en makkelijk te verbouwen. Hierdoor groeide de Europese bevolking snel.

9 Eindopdracht

Bijvoorbeeld: De bevolking is grotendeels gemengd indiaans-Europees en rooms-katholiek.

Van Oude naar Nieuwe Wereld Van Nieuwe naar Oude Wereld

Dieren paard,koe varken,mug papegaai kalkoen

Planten suiker koffie bananen meloen tomaat, cacao, mais, pinda, tabak, mais, aardappel

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.