Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Kennistoets Unité 4

Beoordeling 8.8
Foto van Mink
  • Antwoorden door Mink
  • 3e klas vwo | 344 woorden
  • 3 juni 2021
  • 31 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.8
  • 31 keer beoordeeld

Taal
Frans
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Exercice A | Vocabulaire F-N (6 points / R)


I Traduis les mots en gras en néerlandais


1. zich inschrijven


2. wapens


3. een topprestatie


4. dichterbij komen


5. het zwemmen


6. ontspannen (zijn)



II Choisis le mot qui convient et traduis-le en néerlandais. (6 points / T1)


1. accueillir, "ontvangen"


2. en bas, "beneden"


3. discipliné, "gedisciplineerd"


4. il y a de tout, "er is van alles"


5. faire la queue, "in de rij staan"


6. entendre, "horen"


Exercice B | Vocabulaire N-F 12 points / T1


Traduis les mots et complète les phrases. Vertaal de woorden en vul de zinnen aan met het juiste woord.


1. securité


2. penser


3. un rocher


4. le cœur


5. surmonter la peur


6. aide


7. jurer


8. exceptionnel


9. voler


10. la crise


11. nombreux


12. le mari


Exercice C | Grammaire I (5 points / T1)


Complète les phrases avec la bonne conjugaison des verbes devoir ou recevoir.


1. Tu dois


2. Nous devrons


3. Ils ont dû


4. vous deviez


5. Je ne reçois pas


Exercice D | Grammaire II


I Complète la règle. Vul de regel aan. (1 point / R)


een hele zin


II Vul de regelmatige bijwoorden in. Utilise les mots donnés. Gebruik de gegeven woorden.


1. calmement


2. seulement


3. vraiment


4. agressivement


5. Heureusement


III Traduis les mots et complète les phrases. (3 points / T1)


6. bien


7. mieux


8. rapidement


Exercice E | Comment dire ? / Comment écrire ?


Traduis les phrases en français. (5 points / R)


1. Je vieux bien y aller.


2. Qu’est-ce que tu en penses?


3. Quel conseil est-ce que tu donnes à un ado?


(9 points / T1)


4. Aimez-vous faire la queue?


5. Il est important de boucler la ceinture de sécurité.


6. Il a raison: tu dois de bien se préparer.


AU CHOIX: Kies één keuze-opdracht voor bonuspunten: Exercice F, G of H.


Ik doe opdracht F!


AU CHOIX : Exercice F | Révision grammaire I (5 points / T1)


Complète les phrases avec la bonne conjugaison des verbes sortir ou partir.


1. tu partais


2. Nous partons


3. ma sœur sortira


4. Vous êtes sortis


5. Ils sortiraient


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

een scholier

een scholier

heeft iemand ook die van unité 3?

3 maanden geleden

Ook geschreven door Mink