Module 3, Kunst, en de dromen



1. Hij leeft langzamer dan al de andere dingen. Hij ziet alles sneller leven als hij. Hij ziet als het ware zijn eigen leven als een film.



2. Hij heeft niet bewust geleefd.



3. Een nachtmerrie, hij komt erachter dat hij tot nu toe niet goed geleefd heeft.



4. Mensen kunnen er zelf iets in zien, ze moeten hun verbeelding laten spreken.



5. Aan de ogen en aan de houding van het meisje. De kop van Hypnos en de papaver op de achtergrond. Je ziet ook een soort rivier voor het meisje, dat zal wel de rivier “de Lethe” zijn.



6. Er zijn geen ramen in de ruimte, het donkere vlak en de bloemen.





7. Hypnos is de god van de slaap en zijn zoon is de god van de droom. Het meisje is aan het dagdromen.



8. De papaver naast de kop van Hypnos, en de rivier voor het meisje.



9. a. Ja

b. De onderwereld.

c. De onderwereld is slecht, dus zwart.



10. Door het zwarte kleed en door de ogen. Zwart is de kleur van de onderwereld en dood. Het meisje heeft een droevige uitdrukking op haar gezicht.



11. Dit hebben wij niet gedaan.



12. Ook niet gedaan.



13. Ook niet gedaan.



14. Dat hij een groot, belangrijk man werd, met veel land en eigen volk.



15. Jakob is die man die ligt en Jahwe is die man boven aan de trap.



16. Abraham moest zijn kind offeren voor zijn godsdienst, maar god hem tegen.





17. Moesten wij niet doen.



18. Vliegend paard/half mens.

Engelen.

Brandende engelen.



19. Om naar de hemel te vliegen.



20. Overkomst: de streepjes, vage lijntjes, en alles staat door elkaar.

Verschil: hier herken je iets in, in je eigen tekeningen niet.



21. Spontaan bewegen, je zit in een soort van trance en de beat lijkt op het ritme van je hartslag.



22. Het alledaagse met het niet alledaagse gecombineerd,

onvoorspelbaar en soms moeilijk te begrijpen.



23. Om zo veel mogelijk fantasie te krijgen en dat te gebruiken voor hun kunst.



24. 9: naakte figuren.

10: naakte vrouw die zich schaamt. De mannen hebben hun ogen dicht dus de vrouw weerspiegelt het erotische.



25. Overeenkomst: beide afbeeldingen bevatten een zwart vlak. Beide afbeeldingen bevatten koppen aan de rand.

Verschil: bij 10 zie je iets in de afbeelding, bij 2 niet. Bij 2 zijn de Koppen van gips, bij 10 zijn het foto’s.



26. Het is een droombeeld.



27. b. De vrouw denkt: wat is het mooi hier, al die bloemen en planten. Die man kan mooi spelen en zouden die dieren mij iets aandoen of zouden ze lief zijn.



28. Ja het is wel iets wat hij verzonnen heeft, het was zijn droom.



29. Moest niet.



30. Gedaan.





31. Dit is een droom,

Ik zie een bloem op een stoel, hij is bleu.

Ik zie een kraai

Hij ziet een euro en nog een

Die extra euro geeft hij aan de bloem

En die is weer vrolijk.



32. Gedaan.



33. Het is reageren op het publiek. Bij neo-dada gaat het eigenlijk precies hetzelfde. Daarbij gaat het ook om de reactie van het publiek.



34 + 35. Gedaan.



36. Bach en Happy Birtday.



37. 6: idioom

7: associatie



38. De fantasie spreekt vanzelf.



39. Met een eenvoudig lapje stof wordt een wereld gecreëerd.



40. Iedereen mag zelf een verhaal bij de pop verzinnen.



41. Alletwee het hangt ervan af wat hij wil uitbeelden.



42. 2: Het is een droompaleis als je ernaar toegaat is het als het ware een droom, je maakt je los van de aarde.



43. Het sprak ze aan omdat dit paleis een soort droomwereld is, een droomwereld is dus niet onmogelijk.



44. Achter deze blz.



45. b. Locatie: eerst in een bar en dan op een heel vies toilet.

Belichting/ kleur: eerst in de bar en op de wc zie je het zwart-wit.

Als hij in het toilet gaat zie je alles in keur.

Geluid: vage muziek, wc-geluiden.

Camerastandpunten: eerst close-up vanuit het toilet zelf, groot beeld, filmen door de ogen van het personage, bewegend en stilstaand beeld.

Kaders: veel close-ups en het is een groot beeld.



46. Verschillende camerastandpunten en afwisselen kleur-zwart/wit. De persoon gaat door het toilet heen.



47. b. Locatie: het speelt zich af in een geheel verlate stad, hij loopt helemaal alleen door de straten. Leegte en rust.

Belichting: er is een fel en donker contrast.

Geluid: extreem hard tegenover stilte, zoals het wiegen van koets.

Camerastandpunten: kijkt vanaf de schouder mee met de man.

Kaders: eerst reacties en dan pas de gebeurtenissen laten zien.



48. Er is geen tijd, door de harde geluiden en door de gebeurtenissen uit het korte fragment.



49. Gedaan.



50. Thesus: hertog van Athene.

Hippolyta: Thesus wil met haar trouwen.

Egeus: vriend van Thesus.

Hermia: dochter van Egeus.

Lysander: geliefde van Hermia.

Dementrius: met hem moet Hermia trouwen, volgens Egeus.

Helena: vriendin van Hermia.

Oberon: elfenkoning.

Titania: koningin.

Puck: dienaar van Oberon.

Wever: geliefde van Titana.



51. Verbeelding: Oberon, Titania en Puck

Werkelijkheid: Theseus, Hippolyta, Egeus, Hermia, Lysander, Demtrius, Helena, de Wever.



52. Moest niet.



53. Overeenkomst: akkoorden aan het begin kwam in allebei de stukken voor.

Verschil: in het slotlied wordt gezongen en in de ouverture niet.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

-.

-.

vraag en antwoord is beter!!!! sleeeeeeeeeeeeeegt

17 jaar geleden