Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Opdrachten blok 3

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • Klas onbekend | 4734 woorden
  • 10 augustus 2005
  • 52 keer beoordeeld
Cijfer 6.3
52 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
30 min 3.1.02. a) chemofobie wil zeggen dat je bang bent voor chemie. Chemofilie wil zeggen dat het je interesseert
b) stoffen die uit de fabriek komen. c. CFK: chloorfluorkoolwater(stoffen) d. Koelvloeistof à verdamping à gas à neemt warmte op uit de koelkast à de koelkast blijft koel à gas staat warmte af aan buitenlucht à gas condenseert en wordt dus weer vloeistof à koelvloeistof à enz. e. De functie van de ozonlaag in de stratosfeer is het absorberen van UV-straling
f. Het chloor uit de CFK’s reageert met het ozon en het ozon verdwijnt: Cl + O3 -> ClO + O2 ClO + NO -> ClO + NO2 + Cl

g. 40% = 0,4
0,4 x 2,2 milj. = 0,88 mlj. ton. h. 0,8 x 0,88 = 0,704 mlj. ton ; 0,9 x 0,88 = 0,792 mlj. ton ; dus tussen 0,704 en 0,792 mlj. ton
i. Bestrijdingsmiddelen zijn er voor het tegengaan van middelen die slecht zijn voor de gezondheid of slecht zijn voor andere dingen. j. Zo milieuvriendelijk en zo effectief en efficiënt mogelijk. k. DDT (afk. van: Dichloor Difenyl Trichloorethaan) is een in de natuur moeilijk afbreekbaar insecticide. Het gebruik van DDT is in westerse landen al lange tijd verboden, maar vindt in ontwikkelingslanden nog steeds plaats. Van de in het milieu gebrachte en nog aanwezige DDT bereikt ca. 25% de zee, voor het grootste deel via de lucht, zodat dit bestrijdingsmiddel wereldwijd verspreid is, vooral in de vorm van het afbraakproduct DDE (dichloordifenyl-dichloorethyleen) . Het afbraakproduct DDD kan overigens worden afgebroken door bacteriën uit zeeslib dat voor de kust van Californië werd gewonnen. Aangezien DDT maar heel langzaam verder wordt afgebroken, wordt geschat dat thans nog ca. 500!000 ton ervan in de oceanen verspreid aanwezig is. Evenals alle andere gechloreerde koolwaterstoffen hopen DDT en DDE zich op in mariene organismen. Dieren aan het eind van de voedselketen, zoals vogels en vermoedelijk ook krabben, lopen het gevaar zoveel DDT te accumuleren dat er voortplantingsstoornissen en andere schadelijke effecten optreden. Dit gevaar wordt groter als als bij snelle vermagering veel vetweefsel (waarin DDT en DDE zich ophopen) wordt afgebroken. l. Het grootste probleem van DDT is dat het een zeer moeilijk in de natuur afbreekbare insecticide en wordt maar heel langzaam afgebroken. m. Watervogels en krabben, want deze dieren eten namelijk dieren of andere organismen die in het water leven en ze staan aan het einde van een voedselketen. Daardoor krijgen ze zoveel DDT binnen dat het schadelijk is. 15min 3.1.03 a) Dit staat in het hoofdboek op blz. 136. b) Ja, er worden zwavelverbindingen weggehaald. Het haar word uitgerekt, er worden nieuwe zwavelbruggen gemaakt, en zo ontstaat er krullend haar. c) Voor haarmiddelen. d) Om te reinigen of om bijvoorbeeld kleur uit je haar te halen (te bleken) . e) Een reactie van twee stoffen die niet goed samen kunnen, er ontstaat dan bijvoorbeeld jeuk. g) Ja de maatregelen zijn goed als iemand graag kapper wil zijn van beroep moet dat kunnen en voorkomen is beter dan genezen. 15 min 3.1.06 a) Charles Goodyear 29 December 1800 – 1 Juli 1860
Hij was een Amerikaans uitvinder en fabrikant van rubberartiekelen. Omdat rubber in koude hard werd en in warmte zacht, zocht Goodyear naar een oplossing voor zijn probleem. Na vijf jaar lang zoeken vond hij in 1839 een oplossing: het vulcanisatieproces, dit is een proces waarmee uit platische rubber, door menging met een vulkaniseermiddel (bijv. zwavel) en verhitting, elastische rubberartikelen worden gemaakt. Door zwavelbruggen ontstaat in het rubber een sterk, elastisch, driedimensionaal netwerk. Omdat de grote ontwikkeling in de rubberindustrie aan hem te danken is kreeg hij een patent in 1844. b) Omdat Goodyear een banden merk is en ook in de formule 1 samen met Bridgestone de banden ‘verzorgt’ c) d) dat het verstevigd terugkeert. 15 min 3.1.07 b) Elektrochemische omzetting: de elektronen die bij de eerste reactie optreden worden nuttig gebruikt. c) Je hoeft ze minder op te laden. d) Als koeling en drinkwater. e) De ontwikkeling van: · Zonnepanelen · Hitte bestendige materialen · Micro elektronica. f) Er is geen zuurstof aanwezig, waardoor er geen brand kan ontstaan. g) Er vindt geen reactie meer plaats. Zuurstof is nodig voor de brandstofcel en levert energie. h) Zo kan er geen reactie meer plaats, waardoor er geen water meer vrij komt. 15 min
3.1.08 a. b. Rationele denkwereld: Het element waarmee of waardoor alles bestaat. c. Ether is eigenlijk een soort vijfde element dat niet thuishoort bij de andere vier, omdat het alles omvat. d. Ja, want licht = vuur, water = water, hemel en droogte = aarde en naar één plaats = lucht, want daarvoor is wind nodig of lucht. 60min 3.1.09 a) teken een kringloop van ijzer dus erts staal blikje, blikje word vuilnis en wordt weer verwerkt
b) wat zijn spoorelementen leg duidelijk uit
Spoorelementen zijn mineralen die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft. Ze zijn heel belangrijk voor verschillende dingen in het lichaam. Het lichaam maakt ze niet zelf aan, dus ze moeten via eten (en ook vitaminepillen waar mineralen in zitten) het lichaam binnenkomen. c) geef een aantal voorbeelden van sporenelementen en geef aan welke functie elk sporenelement heeft in het lichaam
IJzer - Vormt hemoglobine, rode pigment in bloed
Brengt zuurstof naar de cellen
Bestrijd oververmoeidheid
Voorkomt bloedarmoede
Bevordert weerstand tegen ziekte
Ondersteunt de groei
Zink - Belangrijk bestanddeel van insuline
Koolhydraatstofwisseling en afbraak alcohol
Belangrijk voor vruchtbaarheid en tijdens zwangerschap
Vernietigt giftig cadmium
Neutraliseert overmatig koper
Functioneren prostaat
Koper - Helpt mee aan opname ijzer
Zet tyrosine om in donker huidpigment
Verlaagt het histamine niveau

Helpt ijzer hemoglobine te vormen
Verlicht allergieën
Voorkomt bloedarmoede
Helpt benuttigen vitamine C (enzymatisch proces) Mangaan - Belangrijk voor productie moedermelk en geslachtshormonen
Stimuleert de functie van hypofyse (klier aan de onderzijde van de hersenen) Neemt deel aan synthese cholesterol en vetzuren
Helpt diabetes voorkomen
Bevordert vruchtbaarheid en potentie bij mannen
Chroom - Neemt deel aan de suikerstofwisseling
Reguleert de bloedsuikerspiegel
Voorkomt ouderdomsdiabetes en hypoglycemie
Kan aderverkalking ongedaan helpen maken
Helpt bloeddruk te verlagen
Wordt gebruikt om af te vallen
Jodium - Helpt overtollig vet verbranden
Voorkomt accumulatie cholesterol
Helpt bèta-caroteen om te zetten in vitamine A
Ondersteunt synthese cholesterol
Reguleert snelheid waarmee cellen zuurstof verbruiken
Verbetert kwaliteit van haar, nagels, huid en gebit “in het bloed zit dan ook de grootste hoeveelheid ijzer namelijk 2.5 gram van de in totaal 4 gram ijzer bij een totale massa van 70 kilogram. het menselijk lichaam springt zuinig om met de hoeveelheid ijzer. de ijzerkringloop in het lichaam is dan ook een praktisch gesloten systeem?” d) bereken het massa percentage ijzer in het lichaam

4 gram op 70.000 gram à 4/70.000X100= 0,006% f) welk voedingsmiddelen zorgen voor ijzerverlies word aangevuld
Gedroogde vruchten (perziken, dadels, pruimen, rozijnen, abrikozen) ; aardappel- en havermeel; gedroogde bonen, erwten; groene bladgroenten; melasse; noten; eierdooier; orgaanvlees (lever, nieren, hart) ; rund- en lamsvlees; gevogelte (kip en eend) ; zeevruchten (oester, sardines, mosselen, venusschelp, kokkel) . g) welke ziekte verschijnselen kunnen bij een ijzertekort optreden. Geef daarbij een korte omschrijving
Bloedarmoede - Zuurstoftransport wordt niet goed verzorgd. Dit kan komen door
tekort aan rode bloedcellen of tekort aan hemoglobine. Het tekort aan hemoglobine komt door ijzertekort. Bleekheid - Door een tekort aan hemoglobine is het bloed minder zuurstofrijk
en dus ook minder rood, hierdoor kan bleekheid ontstaan. Zwakte - Door dat er minder zuurstof wordt getransporteerd wordt een
lichaam sneller moe, omdat het nou eenmaal zuurstof nodig heeft om te kunnen functioneren
Kortademigheid Omdat er minder zuurstof wordt gebonden aan het bloed door het te kort aan hemoglobine, gaat het lichaam vanzelf sneller ademen om het toch nog een beetje goed te maken. Broze nagels - Dit is wanneer je nagels minder sterk, teerder zijn dan normaal. Dit komt doortekort aan vitamine A en eiwitten. Hemoglobine is een ijzerbevattend eiwit, dus ijzertekort kan broze nagels veroorzaken. h) welke ziekteverschijnselen ontstaan bij teveel ijzer
Te veel ijzer in je lichaam heet ook wel hemochromatose (ijzerstapelingsziekte) en heeft meerdere verschijnselen: Chronische vermoeidheid
Artralgiëen en artrose (gewrichtsklachten) Hartritmestoornissen
Diabetes
Leverproblemen
Hartklachten
Impotentie
i) bereken hoeveel mg ijzer per aderlating verwijderd wordt, ga ervan uit dat er totaal vijf liter bloed in het lichaam zit. Er is eerder gezegd dat er in het bloed 2,5 gram ijzer zit, dus per liter is dat 0,5 gram. Bij aderlaten wordt er per week een halve liter bloed afgetapt. Dat is dus 0,25 gram of 250 mg. j) bereken na hoeveel weken een ijzerstapeling van 15 gram ongedaan is gemaakt
15/0,25= 60 weken

k) maak in een tekening duidelijk welke twee transport functies hemoglobine vervult geef in de tekening longen slagaders aders en hemoglobine aan
Vanuit de rechter helft van het hart wordt het bloed naar de longen gestuurd om zuurstof opte halen. Dat is de ene functie van hemoglobine, zuurstof binden aan het bloed. Dan gaat het viade linker helft van het hart het lichaam in en wordt het bloed aan de verschillende organen afgegeven. En dan neemt het hemoglobine weer de koolstofdioxide mee terug naar de longen. Bloedcellen worden aangemaakt door speciale cellen (stamcellen) in het beenmerg
van de ribben, de wervels, het borstbeen en het bekken. . Daar otstaat dus ook de hemoglobine en komt daarna in het bloed. l) Men weet dat bij ademen zuurstof in co2 wordt omgezet. Als je in een zakje gaat in- en uitademen, dan zal je na een tijdje licht in je hoofd worden en als je maar lang genoeg doorgaat ook flauwvallen. Dit komt door het gebrek aan zuurstof, dus zit er meer co2 in de lucht! m) waarom staat er een keer lucht tussen aanhaling tekens
Omdat lucht de naam is die wij geven aan het mengsel van gassen waar wij van leven. Het mengsel gassen dat wij uitademen is anders van samenstelling, omdat er dus zuurstof is omgezet in co2, dus is het eigenlijk geen “lucht” meer. n) aan welke kringloop doen o2 en co2 mee leg duidelijk uit
De atmosfeer bestaat voor het grootste deel uit stikstof en zuurstof (77% en 21%) en maar een paar procent koolstofdioxide. Koolstofdioxide is wel heel belangrijk want het houdt warmte vast in de atmosfeer. De koolstofdioxide wordt door middel van het zonlicht in planten opgeslagen waarbij zuurstof vrijkomt (fotosynthese) . Dieren (en dus ook mensen) ademen zuurstof in en zetten daar een deel van om in koolstofdioxide. Het ademhalen en de fotosynthese houden elkaar in evenwicht. 15 min 3.1.10 a) Organische mest stimuleert het bodemleven (idafon) . Organische mest voegt volume toe aan de grond. De in het materiaal aanwezige voedingsstoffen zijn meestal niet direct beschikbaar voor de plant; ze moeten eerst verteren. De vertering gebeurt met behulp van bacteriën en schimmels die in de grond leven. b. Zetmeel dient als reserve voedsel. Zetmeel kan omgezet worden in glucose. Cellulose dient als celmateriaal: het geeft de wand stevigheid. Cellulose wordt niet meer omgezet in ander stoffen. Zetmeel kan in het spijsverteringsstelsel worden afgebroken, cellulose niet. c. Zetmeel is net als cellulose opgebouwd uit koolstof-, waterstof-, en zuurstofatomen. Bij verbranding ontstaat er dan koolstofdioxide en water en er blijft dus geen vast stof over. d. Planten nemen elementen op zoals magnesium en zwavel. Dieren eten deze planten en deze worden dan weer uitgestoten door de dieren en komt dan via de mest in de bodem terecht. e. Vooral de elementen, mineralen, die grote hoeveelheden voor de bouw of groei nodig zijn: calcium, fosfor, kalium, zwavel natrium, chloor en magnesium, calcium en fosfor zijn er vooral voor de groei. f. Braakliggen betekent dat er van de landbouwgrond jaren lang geen gewassen meer worden gehaald. Als ze hiervoor zwerflandbouw gebruiken, kan de grond weer opnieuw veranderen naar het oude en raakt de grond niet geheel uitgeput. (zwerflandbouw = mensen gebruiken het stukje land een tijdje, maar als de grond na een aantal jaren minder vruchtbaar wordt, wordt de grond een aantal jaren niet gebruikt, zodat het zich kan herstellen.) g. Kunstmest: mest die op kunstmatige wijze gemaakt is. h. De elementen waarvan een tekort was, of waar het gewas veel meer van nodig heeft dan de bodem in korte tijd kan leveren. i. Door de landbouwgrond te onderzoeken, via monsters kan men kijken of er mineralen zijn en dan kan de kunstbehoefte daarop worden afgesteld. 15min 3.1.11 a) Een quaker is een spotnaam gegeven door de rechter toen fox, de leider van de beweging, hem voorhield dat hij zou quake at the word of the lord. lid en aanhanger van godsdienstige sekte in 1649 door George Fox gesticht. zij verwerpen de wereldse genietingen en zijn sterk pacifistisch. b) Omdat het in die tijd wereld talen waren. c) omdat alles een verschillende kleur, geur, smaak en massa heeft. 40 min 3.1.12 a. b. c. Protonen

d. Kern positief, eromheen negatief. Totaal gezien in balans. e. De atoom zelf is elektrisch neutraal
f. 30 min 3.1.13 30 min 3.1.14 30 min 3.2.01 a) de vormen, met name de rondingen
b) kleur- en geurverandering
c) een legering is samengesmolten stoffen (amalgaan, woodstock metaal) , dit word gebruikt omdat het sterker is, langer houdbaar of hitte bestendiger
d) meer kennis meer toepassingen en worden er dingen bedacht om het leven van de mens makkelijker te maken. e) Als jij veel kennis heb je waarschijnlijk niet veel macht tegenwoordig kun je met geld veel meer bereiken. f) Omdat het zilver in waarde steeg dus werd het zilver verkocht en bleef het koper achter. g) Je kan een goede munt wegen en kijken of die met veel koper lichter is (koper is lichter dan zilver dus als er meer koper dan zilver is dan bij een echte munt is de koperen munt nep) . h. Door met zeer grote kracht pure zuurstof te laten reageren met de nog aanwezige koolstof. i. Hij leefde van 19 januari 1813 tot en 15 maart 1898. Hij was niet de eerste, want 2 jaar voordat Bessemer in 1853 goede zaken deed voor de staalbereiding, deed in 1851 de Amerikaan William Kelly de eerste ontwikkelingen. j. Veel publiciteit (voor zover die er toen was) en patent op de uitvinding. k. Men zou het niet snel kunnen controleren en men zou hem eerder geloven, omdat de VS toen nog een betrekkelijk onbekend land was. l. Tinerts bestaat vooral uit tin en koolstof. Door verwarmen en toevoegen van zuurstof krijg je ruwe tin. De ruwe tin wordt gezuiverd door elektrolyse of omsmelting. m. In deze landen wordt de tinerts uit de bodem gehaald, er is geen goede wetgeving omtrent gezondheidsverplichtingen en er zijn lage lonen. Derde wereldlanden zijn ontwikkelingslanden, landen die zich nog moeten ontwikkelen en die daarbij steun krijgen van de rijke landen uit de Eerste en Tweede wereld. n. Constructies, verpakkingsmateriaal, legeringen, gebruiksvoorwerpen (vooral vroeger) in de vorm van schalen, kannen etc. o. Tin komt in aanraking met zuurstof en er ontstaat tinoxide. Tinoxide is een dun laagje, soort geroest metaal, maar er kan geen verdere corrosie plaatsvinden omdat er geen contact meer kan komen tussen het staal en de zuurstof. 30 min 3.2.03 a. Uit bronnen of uit waterputten. b. Daling sterftecijfer is van 18 naar 1, dus met factor 18. c. Omdat mensen daar toen pas gekeurd drinkwater kregen. d. Er komt een hygiënische revolutie en omdat daardoor een betere hygiëne ontstaat, ontstaan er minder ziektes waardoor er een medische revolutie ontstaat. e. Een sterke vooruitgang van hygiëne en de geneeskunst. f. Onze inentingen: · vier keer een DKTP(difterie, kinkhoest, tetanus, polio) · twee keer DTP en twee keer BMR(bof, mazelen, rode hond) , De inentingen van onze ouders waren hetzelfde behalve de bof en mazelen niet, maar wel een inenting tegen pokken. g. Pokken: 1872àdifterie: 1953àroodvonk: 1976àmazelen 1976àtyfus: voor reizigers naar de (sub) tropenàkinkhoest: na 1955

60 min 3.2.04 a) De Zweedse wetenschapper en zakenman Alfred Nobel (1833-1896) werd geboren in Stockholm. Op negen-jarige leeftijd, in 1842, verhuisden zijn ouders naar Rusland. Alfred volgde een internationale opleiding in St. Petersburg met de nadruk op scheikunde en talen. Alfred Nobel begon zijn loopbaan als scheikundige bij zijn vader in St. Petersburg. Net als zijn vader had Alfred Nobel veel belangstelling voor explosieven. In 1864 verkreeg hij het patent voor zijn grote ontdekking: de Nobel-ontsteker. Ook ontwikkelde hij een springstof op basis van het zeer explosieve nitroglycerine. Maar zijn creatieve geest deed ook ontdekkingen op andere gebieden. Alfred Nobel ontwikkelde en verbeterde diverse methoden voor de fabricage van synthetische materialen. Uiteindelijk stonden er 355 patenten op zijn naam, terwijl hij tegelijkertijd leiding gaf aan een onderneming, die uit meer dan negentig bedrijven bestond.Nobel vestigde bedrijven in elk continent en de resultaten van zijn inspanningen zouden uiteindelijk de basis vormen voor de Nobelprijzen, die sinds 1905 door een stichting jaarlijks worden uitgekeerd. b) Dynamiet is een explosief dat is gebaseerd op de explosieve kracht van nitroglycerine, waarbij kiezelgoer als absorberend middel wordt gebruikt. c) Nobelprijzen voor: Natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, vrede, literatuur en economie. Deze laatste prijs wordt gesubsidieerd door de Sverige Riksbank. d) Uit het explosief zelf. e) Omdat het van zichzelf komt ’van het binnenste’ f) g) h) Deze theorie stelde dat alle brandbare materialen phlogiston bevatten, een substantie zonder kleur, geur, smaak of gewicht, die de eigenschap van hitte in zich droeg. Phlogiston zou uit het materiaal vrijgemaakt worden door verbranding. Overigens gebruikte voor hem Johann Joachim Becher (1635-1681) het woord phlogiston al als karakteristiek voor brandbare en zwarte aarde. Aanwijzingen voor deze theorie: Wanneer kwik wordt verwarmd tot juist onder 500°C ontstaat een rood gekleurde substantie die men "per se" noemde omdat de neerslag "uit zichzelf" ontstond. Men geloofde dat per se kwik zonder flogiston was (per se + flogiston = kwik) . Toen Joseph Priestley de rode stof verwarmde boven de 500°C in het luchtledige, kwam een gas (air vital) vrij dat kaarsen langer deed branden, en muizen langer liet overleven in een afgesloten kamer; gedeflogistonneerde lucht. De phlogistontheorie werd uiteindelijk ontkracht door Antoine Lavoisier aan de hand van de beschrijving van de wet van behoud van massa: de gecondenseerde rode substantie woog meer dan het oorspronkelijke kwik. Dit werd verklaard door de opname van het door Joseph Priestley ontdekte gas air vital. In feite ging het hier dus om Hg (kwik) dat met O2 (air vital; zuurstofgas) reageert onder 500°C (Hg + O2 = rode neerslag) , en dit boven de 500°C weer afgeeft. i) veroudering van lichaamscellen. j) omdat stuurstof je ook verteerd. k) Omdat de jeugd hier nog helemaal geen last van heeft
l) Nee geen medicijn ik vind dat het een natuurlijk proces tegenhoud waarmee je ook zonder anti-oxidant mee kan leven. 60 min 3.2.05 a) om er veel geld mee te verdienen. b) Geld verdienen, door iets ‘chemisch’ te maken. c) Als het (tegenwoordig volgens de wet) boven de 15% vol. is, is het sterke drank. Dit heet zo omdat je er sneller dronken van word dan dranken met een laag percentage alcohol. d) Whisky: De grist wordt in een mash tun vermengd met nauwkeurige hoeveelheden heet water. Hierdoor worden de suikers gescheiden van de vaste stoffen en komen terecht in de 'underback' onderin de mash tun. De vloeistof die verzameld wordt in de underback wordt de wort genoemd. De vaste stoffen die overblijven heet de draft en wordt gebruikt als veevoer. De wort wordt vervolgens gekoeld tot 15-20 graden. Er wordt gist (yeast) toegevoegd aan de wort die inmiddels in een zogenaamde washback zit. In de washback, een grote tank, zit de wort ca. 2 dagen waarin de wort vergist. Het resultaat na de vergisting (fermentation) heet de wash, deze vloeistof heeft 5-10 % alcohol en lijkt enigszins op bier. e) f) Te bereken doormiddel van een klein geel boekje te halen o.a. in de Los te Bussum
30 min 3.2.06 a) Omdat hij daar veel werd gekweekt. Het kon zo goedkoop omdat in india goedkope arbeidskrachten waren. b) De chemische industrie is de oorzaak van de massale achteruitgang van de indigoproductie in India. c) De moluceluen zijn omgedraaid, daarbij is er de stof Br bij gekomen. d) Ik verwacht dat hij gaat redeneren wat er fout is gegaan tijdens zijn proef. f) Kennis, doorzettingsvermogen, inzicht, plezier in het vak. g) omdat hij zo precies kon nalezen hoe hij, wat hem zo rijk maakte, heeft gemaakt. h) Omdat hij dat ergens heeft opgeschreven, in een verslag
i) De trial and error methode is eigenlijk de meest simpele manier om tot een resultaat te komen. Maar meestal duurt dit ook het langst van alle andere onderzoeksmethoden om tot een goed eindresultaat te komen. Bij de Trial and errormethode ga je gewoon net zolang door totdat je het gewenste eindresultaat hebt. Zo kun je in Labview op die manier een filter maken voor een inkomend signaal. Je past het filter net zo lang aan, totdat je alleen nog het gewenste eindsignaal overhoud. Als je zo'n filter hardwarematig zou moeten maken dan zou dat ontzettend veel werk zijn als je het volgens de trial and errormethode zou doen. Daarom wordt Labview ook steeds populairder, omdat het een hoop tijd bespaard. 60 min
3.2.7 a) omdat het helemaal gecontroleerd moet worden of het geen bijwerkingen heeft bijvoorbeeld. b) Het is veel goedkoper om te maken. c) ze gaan opzoek naar dieren die van zoet houden ze kunnen plaatselijke bevolkingen vragen of zij een soort zoetstoffen kennen. c) sowieso op de verpakkingen kijken. En een geur en smaak test. d) Ik heb de test met mijn moeder en oma gedaan. f) ik heb twee kopjes koffie voorgeschoteld. Mijn moeder haalde het zoetje eruit ze vind de smaak heel droog. Mijn oma haalde de suiker eruit, ze gebruikt normaal zoetjes, ze vond het kopje koffie zoet. zoetstoffen (cyclamaat, saccharine, acesulfaam-K) , natriumbicarbonaat, zuurteregelaar (mono-natriumcitraat) , natriumcarbonaat. Portie KJ Kcal Eiwit( g) Koolhydraten ( g) Vet ( g) per 100 g 70 kJ 16 kcal 0 g 0 g 0 g
per zoetje 0.045 kJ 0.01 kcal 0 g 0 g 0 g
bron: natrena
suiker Suiker is een koolhydraat. Koolhydraten vervullen een letterlijk levensbelangrijke rol in planten. Groene planten maken kool-hydraten voor hun eigen energievoorziening. 60min 3.2.8 a) katoen komt van de plant en wol van een dier. Voor mij persoonlijk: wol kriebelt en katoen niet
b) wol kriebelt, komt van de plant het heeft origineel een witte, bruine of zwarte kleur. Katoen is wat zachter komt van de plant is wit. c) Voordat de kunststofvezels er waren was er puur katoen. Spullen gemaakt van 100% katoen hebben bepaalde voordelen, zoals de warmte isolerende eigenschap, maar ook bepaalde nadelen, zoals het langzaam drogen en het gevoelig zijn voor schimmel en vuil. Aangezien de mens altijd alles wil verbeteren zijn ze gaan experimenteren met het katoen door het te combineren met kunststofvezels. Eén van die vezels was polyester. Door het te combineren ontstonden er nieuwe eigenschappen die katoen alleen niet heeft. Door eerst een klein deel polyester bij te voegen werd het al een stuk slijtvaste. Er zijn verschillende samenstellingen getest, zo is er dus 65/35 polyester/katoen, maar ook 65/35 katoen/polyester. Verder is er ook een tussenweg van 50/50 katoen polyester. Door steeds verschillende samenstellingen te maken en het dan te testen op de verschillende eigenschappen kwam men er achter dat 65/35 polyester/katoen de meeste goede eigenschappen heeft. Hier kan je denken aan goed kreukhersel, goed wasbaar, slijtvast, laag vochtopnemend (dat is bij puur katoen juist heel hoog), het krimpt bijna niet en het isoleert minder dan katoen. 15min 3.2.09 a) Eigenlijk heb ik helemaal geen plezier in dit vak. Maar als ik een opdracht moet noemen die ik leuk vond is dat opdracht vier en vijf. Dit vond ik wel interessant. b) Uiteraard hoe de drank word gemaakt. En wie Alfred Nobel was. c) Natuurlijk dingen opzoeken

d) Nee ik denk dat ik de zelfde bronnen gebruik. 15 min 3.3.01 a. Een winstmakende maatschappij. b. In Engeland was de ontdekking van de stoommachine. c. Toen de ‘successen’ van het katoen in Engeland bekend waren, snapten ze dat dit veel geld ging opleveren. Toen zijn dus ook de andere industrieën ontstaan. Met die andere industrieën worden dan bedoeld: · mijnindustrie · olie-industrie · chemische-industrie
d. Omdat de katoenplant van oorsprong in India is. Dus als je in Engeland de katoenindustrie wil opzetten, moet je eerst zorgen dat je een stuk grond hebt in India, werknemers voor het plukken van het katoen en dan moet je er ook nog voor zorgen dat het katoen wordt getransporteerd. Maar dan moet je ook weer in Engeland werknemers hebben en een stuk land, waar je fabriek op kan staan. Dus je kan beter alles in India laten verwerken en dan het katoen, wanneer het helemaal klaar is, transporteren. e. Verschil in kosten. 30 min 3.3.6 a) anders zou de letale dosis bijna de effectieve dosis zijn en dat is zeer gevaarlijk. b) De overeenkomst is dat het een dosis is. Het verschil is dat de toxische dosis ongewenst is en de letale dosis graag bekend wil zijn. c) Nee er zouden te veel mensen sterven, het verschil tussen het gewenste en ongewenste effect is te klein. d) Veel verschillende gegevens. Zelf zou dat te arbeidsintensief zijn. e) Drie tot tienduizend. Maar zoveel medicijnen zullen er niet uitkomen omdat elke gen een ander uitwerking zou hebben, waarvan slechts een paar genen postieve uitwerkingen. 30 min 3.3.10 Ik het meeste geleerd van opdracht zes. De inhoud van de opdracht was wel moeilijk ik heb wel geleerd wat de letale dosis is en wat de toxische dosis is, dit lijkt mij wel iets wat je in het dagelijks leven terugziet. Mijn vaardigheden van het opzoeken op internet en in encyclopedieën zijn hiermee vooruit gegaan. Ik ben sneller leren zoeken nadat ik ook wat vertrouwde sites tegenkwam. Ik gebruik internet liever dan encyclopedieën, er staan ook encyclopedieën on line, omdat het sneller is en de tekst makkelijker te verwerken. Ik blijf zeker bij het internet. 30 min 3.4.01 a. Doordat er sinds 1960 steeds meer ontwikkelingshulp kwam, dus kwam er voor die mensen betere medicatie. b. Omdat er geen seksuele voorlichting was, en dus werden er geen voorbehoedsmiddelen gebruikt, dus bleef het geboortecijfer stabiel. c. d. Een laag sterftecijfer blijft en het geboortecijfer daalt maar langzaam. In de tussentijd blijf je een positief saldo houden. e. Er is veel geld beschikbaar voor onderzoek en ontwikkeling, mede op technisch gebied. f. Zuinigere apparaten, milieuvriendelijkere apparaten, voorbeelden: zuinigere auto’s, verbetering van het zuiveren van schadelijke gassen van een fabriek of uitlaatgassen van auto’s. g. Daar waar weinig welvaart en weinig energie is. Visueel gezien dus linksboven. h. Daar waar veel welvaart is en veel energie. Visueel gezien dus rechtsboven. i. Ik denk rechts, maar dan steeds meer naar beneden, want de welvaart is heel hoog, maar de benodigde energie wordt minder. 30 min
3.4.02 a. 1990: · Brazilië (Rio de Janeiro) · Argentinië (Buenos Aires) · USA (Los Angeles) · USA (New York) · Mexico (Mexico-city) · China (Shanghai) · India (Bombay) · Brazilië (São Paulo) · Japan (Tokio) 2010: · Turkije (Istanbul) · Iran (Tehean) · Thailand (Bangkok) · Egypte (Caïro) · India (Delhi) · China (Tianjin) · India (Calcutta) · Filippijnen (Manila) · Pakistan (Karachi) · Indonesië (Jakarta) · Bangladesh (Dacca) · China (Beijing) · Nigeria (Lagos) b. Er komen meer mensen, dus is er meer industrie nodig voor levensmiddelen. Als de bevolkingsgroei dus groeit, groeit de industrie mee. Maar omdat er niet veel geld is, zijn er ook geen controleurs. Dus er zijn wel regels, maar niemand die de mensen er aan herinnert om zich aan die regels te houden. c. ‘De economie ligt mijlenver voor op de politiek’, de politiek kan veel dingen bedenken die goed zijn voor een land, maar dan moet de economie het wel toelaten. d. e. Dat de mammoetstad op een gegeven moment geheel welvarend is en de rest van het ontwikkelingsland niet. Dit komt dan doordat alle aandacht gevestigd wordt op dat ene stadje en niet op de rest van het land. 15 min 3.4.03 a. Ja, het kan weer voor een andere reactie gebruikt worden, als het wordt opgevangen en bewaard. b. De bouwstenen van de fabriek, de machines die in de fabriek staan en het energieverbruik. c. Het is een biotechnologisch proces, omdat hetgeen dat ontstaat biologisch is, maar om dat te krijgen, heb je de technologie nodig. d. Het proces blijft doorgaan. Als het één ontstaan is, is het ander bezig met ontstaan. e. Omdat het hele proces dan wel helemaal fout kan gaan en dan kan t gebeuren dat er verkeerde stoffen ontstaan. 30 min 3.4.06 a. 350*10^18/5 miljard= 7*10^10 J/s
b. Omdat je dat getal niet zeker kan weten, omdat je niet precies weet hoeveel energie iedereen verbruikt. Daarom moet je ongeveer het gemiddelde nemen. c. 35700EJ/350EJ (want 350*10^18=350 EJ) = 102 jaar
d. Twee hoofdoorzaken: · Meer mensen om te laten leven, dus meer energieverbruik · Meer mensen die alleen gaan wonen, dus meer energieverbruik per huis
e. 2850J/s (want 2850 EJ= 2850J/s) *10 miljard= 2.85*10^13
f. Dat er een grotere groei is in 2040 dan in 1980. 30 min 3.4.07 a. 2.000.000*100.000=2*10^11
2*10^11*50= 1*10^13
b. 1*10^13/3000= 3333333333 huishoudens
c. Tapioca is het zetmeel van de wortel van de maniok of cassave. Deze cassave komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Het zetmeel heeft een bindende en gelerende kwaliteit en wordt gebruikt voor desserts. Ook wordt cassavesiroop gebruikt als zoetmiddel. 30 min 3.4.08 a. Apparaat: · 3 · 4 · 5 · 8 · 10 · 12 · 14 · 15 · 16 · 18 · 19 · 20 · 23 · 24 · 26 · 28 · 31 · 32 · 33 · 35 · 36 · 40 · 42 · 43 · 45 · 47 · 50 · 58 · 63

b. Apparaat voor chemische analyse: · 12 · 26 · 43 · 45 · 47 · 50
c. Ze hadden daar een speciaal tafeltje voor en daar lieten ze de munt dan overheen rollen en ze wierpen het muntje dan ook op de tafel. Er waren dan mannen die gespecialiseerd waren, die het geluid herkende, die de munt dan maakte. d. Welke dichtheid de munt heeft. 30 min 3.4.10

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.