ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Hoofdstuk 1
1) Bewegingen in ons zonnestelsel
a. Lees de inleiding. Noem voorbeelden van de van de relatie tussen de stand van de zon en maan en het dagelijks leven.
- als de Nijl buiten de oevers treed.
- als het zomer of het regenseizoen begint.
b. Lees 4.1.1. Door welke beweging in ons zonnestelsel wordt onze dag, maand en (gregoriaans) jaar bepaald?
De schijnbare beweging bepaald de dag en het jaar. Dag doordat de aarde om haar as draait. Jaar door de draaiing van de aarde om de zon. Maand door de draaiing van de maan om de aarde.
c. In welke windrichting komt de zon op, bereikt hij de hoogste stand en gaat hij weer onder?
De zon komt op in het oosten, klimt op tot hij in het zuiden zijn hoogste punt heeft bereikt en gaat dan onder in het westen
d. Lees opdracht 16. Hoe bepaal je met je polshorloge het zuiden?
- kleine wijzer richt op de zon.
- Let op de stand waar de 12 staat.
- Het zuiden is dan precies in de richting van de lijn die de hoek middendoor deelt.
e. Hoe ontstaan de schijngestalten van de maan? Welke vier ken je, licht toe met een tekening. (zie encyclopedie)
Door de draaiing van de aarde ontstaat een schijngetal van de maan, die zelf ook draait. Volle maan, eerste kwartier, nieuwe maan, laatste kwartier. Zoek op in encyclopedie.
f. Leg de schijnbare beweging van de zon en sterren uit.
Door de rotatie van de aarde voeren sterren een schijnbare beweging uit. Sterren staan stil.
2) Lengte en breedtegraden
a. Lees 4.1.2 Je moet kunnen aangeven hoe we geografische lengte en breedte kunnen bepalen
Breedte: de hoogte van de poolster geeft aan op welke breedtegraad we ons bevinden.
Lengte: radiosignalen, GPS-satellieten. Met GMT kan je meten op welke breedtegraad je je bevind, hier heb je wel een betrouwbaar uurwerk voor nodig.
b. Lees bron 11. Leg in het kort uit wat de bijdrage is geweest van Christiaan Huygens aan de plaatsbepaling op aarde
Christiaan Huygens heeft een uurwerk gemaakt. Een paar jaar later maakte hij een slingeruurwerk op zee. Deze beiden uurwerken waren geen succes. In 1675 kwam het zakuurwerk.
3) Bouw van ons zonnestelsel
a. Lees 4.1.3. Beschrijf de bouw van ons zonnestelsel (maan, planeten en sterren). Wat is de volgorde van de planeten?
Rondom de planeten staan sterren, elke planeet heeft een maan (of meer manen).
Vanaf de zon : Mercurius-Venus- Aarde- Mars- Jupiter – saturnus- (Uranus- Neptunus- pluto werden pas na de tijd van galileo ontdekt. Pluto wordt nu niet meer bij de planeten gerekend, hij is te klein.)
.Maak opdracht 5. Kun je met het blote oog zien dat een planeet geen ster is?
Ja, je kunt met je blote oog zin dat een planeet geen ster is. Een planeet zie je verplaatsen een ster staat altijd op dezelfde plaats!!!!!
b. Zoek op hoe een zons- en maansverduistering kunnen ontstaan.
Zonsverduistering: als de maan, aarde en de zon op één lijn staan, met de maan in het midden.
Maanverduistering: als de maan, aarde en de zon op één lijn staan, met de aarde in het midden. Maak een tekening!
c. Je moet de modellen van het wereldbeeld kunnen noemen en toelichten, zoals die in het oude Griekenland werden opgesteld door Ptolemaeus en Copernicus
Ptolemaeus: aarde staat in het midden van het heelal. De hemellichamen waren volmaakt, ze kunnen geen gebreken vertonen en bewegen eenparig in ideaal gedacht in cirkels rond de aarde. Geocentrisch wereldbeeld.
Copernicus: zon staat in het midden en de planeten draaien om de zon heen. Heliocentrisch wereldbeeld.
d. Je moet de redenen aan kunnen geven waarom het wereldbeeld van Ptolemaeus makkelijker aanvaard werd dan dat van Copernicus (4.1.3 + opdr. 20).
Copernicus dacht dat de aarde niet in het midden stond in het heelal, dit was tegen het geloof van de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Hij werd beschuldigd van ketterij. In de bijbel stond hetzelfde als wat Ptolemaeus beweerde.

e. Geef aan waarom je steeds verder terug in de tijd kijkt, als je voorwerpen bekijkt, die steeds verder weg in het heelal staan (dit moet je kunnen beredeneren m.b.v. de snelheid van het licht).
Het licht doet er een tijdje over om je oog te bereiken, dus hoe verder je weg kijkt, hoe langer het licht erover moet doen om bij je oog te komen. Een lichtjaar is dus de afstand die licht aflegt in 1 jaar.

Hoofdstuk 2
1) Wetenschappers
a. Lees 4.2.1. Welke betekenis had Galilei voor de astronomie en de natuurwetenschap?
Galilei bewees het gelijk van copernicus. Hij vond opnieuw de verrekijker uit waarmee hij in de ruimte kon kijken en deze kon onderzoeken en ontdekken.
b. Licht het proces van Galilei toe. Je moet je eigen onderbouwde mening kunnen geven over het proces van Galilei.
Hij werd veroordeeld voor ketterij, omdat hij de bijbel tegensprak. Hij kreeg huisarrest en mocht zijn mening niet meer verspreiden.
c. Je moet aan kunnen geven wat Galilei juist niet en wat hij juist wel gedaan heeft
Hij heeft een boek uitgegeven tegen de wil in van de kerk.Hij deed dat door in het boek een dialoog te laten voeren door 2 wetenschappers.
d. Lees 4.2.2. Je moet kunnen vertellen dat Christiaan Huygens een belangrijke rol heeft gespeeld in de wetenschappelijke revolutie en wat zijn bijdrage was.
Christiaan Huygens was lenzenslijper. Met een zelfgemaakte telescoop ontdekte hij de maan van Saturnus (titan).
e. Lees 4.2.3. en tekst bij opdracht 8. Wat is de betekenis van het werk van Newton? Wat is “de Principia? Wat is de methode van natuurwetenschappen volgens Newton?
Principia (Philosophiae Naturalis Principa Mathematica): de wiskundige beginselen van de natuurfilosofie.
Op de Universiteit loste Newton alle grote problemen op van de toenmalig wetenschap. In Latijn geschreven omdat dit de taal van de wetenschap was.
Hij legde de basis voor natuurwetenschap, zoals wij die nu bedrijven.
2) Sterrenkijkers
a. werk opdracht 13 t/m 15 uit. Je moet de bouw en de werking van een sterrenkijker beknopt kunnen beschrijven.
b. Lees 4.2.4 Welke “verschijnselen”ontdekte Herschel?
850 dubbelsterren.
Een nieuwe planeet, Uranus.
Nevels.
3) Je moet weten dat licht van de zon en de sterren bestaat uit zichtbaar licht, infrarood licht en ultraviolet licht (-).
Zonlicht bestaat uit infrarood, ultraviolet en zichtbaar licht.
4). Je moet weten wat de eenheden AE en lichtjaar inhouden en dat men die eenheden in de sterrenkunde bij voorkeur gebruikt (opdr. 17).
AE: Astronomische eenheid, gemiddelde afstand tussen zon en aarde.
Lichtjaar: afstand wat licht in een jaar aflegt.
Hoofdstuk 3
1. Zonnestelsel
a. Lees de inleiding en 4.3.1. . Op welke wijze hebben ontwikkelen ons beeld op het zonnestelsel gewijzigd?
Door telescopen, communicatie, onderzoek en navigatie.
b. Waar bestaat ons zonnestelsel uit en wat is de dichstbijzijnde ster?
Het zonnestelsel bestaat uit zon, planeten, manen, meteoroiden en planetoïden. De dichtstbijzijnde ster is Proxima Centauri en staat op 4,3 lichtjaren afstand.
c. Lees 4.3.3. Wat zijn belangrijkste kenmerken (soort straling, massa, afstand tot aarde, middellijn, kenmerken fotosfeer, kenmerken kernreactie, kenmerken chromosfeer en corona, levensloop) van de zon (zie ook opdracht 2)?
Soort straling:
Massa: bevat 98% van de massa van het zonnestelsel.
Afstand tot de aarde: 150 miljoen kilometer.
Middellijn: 1,4 miljoen kilometer.
Kenmerken fotosfeer: 6000 graden, ziet er vlekkerig uit, vertoont zonnevlekken.
Kenmerken kerngedachte: Er worden 4 waterstofkernen samengevoegd tot 1 heliumkern. De heliumkern is ongeveer 0,7% lichter dan de 4 waterstofkernen samen.
Kenmerken chromosfeer en corona:
Levensloop van de zon: Schijnt al 4,6 miljard jaar en beschikt over nog genoeg brandstof voor nog 5 miljard jaar. Het is een bron voor electromagnetische straling.
d. Lees 4.3.4. Wat zijn de belangrijkste kenmerken (relatieve afstand tot de zon, visuele kenmerken, [soort] atmosfeer) van de aardachtige planeten?
Visuele kenmerken:
- Mercurius: toont veel overeenkomsten met de zon, groot aantal kraters en bergen, geen atmosfeer die de warmte kan vasthouden.
- Venus: Omgeven dor wolkendek, vergeleken met de aarde. Zeer dikke atmosfeer die voornamelijk uit koolstofdioxide bestaat en bijna geen water. Wolken bestaan uit zwavelzuur.
- Maan: Bestaat geheel uit kraters. Afstand is 384000 kilometer tot de aarde.
- Mars: Rotsen, het stof en de atmosfeer zijn rood.
e. Wat zijn de belangrijkste kenmerken (afstand tot de aarde, visuele kenmerken) van de maan je moet daarbij uit kunnen leggen waarom we op aarde altijd dezelfde kant van de maan zien
De maan bestaat geheel uit kraters. Afstand is 384000 kilometer tot de aarde.
Doordat de maan er even lang overdoet om rondom de aarde te komen als omhaar eigen as zien we vanaf de aarde altijd dezelfde kant van de maan.
f. Lees 4.3.5. Wat zijn de belangrijkste kenmerken (relatieve afstand tot de zon, visuele kenmerken, aantal manen) van de reuzen- planeten.
- Jupiter: Bevat een ringenstelsel, daar draaien wolkenbanden omheen
- Saturnus: Geen vast oppervlak, maar een rotsachtige vaste kern.
- Uranus: Wolkenbanden, ringenstelsel.
- Neptunus: Gasachtige planeet, de atmosfeer is dynamisch, heeft een ringenstelsel.
- Pluto: 5,9 miljard kilometer afstand. Het verst verwijderd van de aarde, ijle atmosfeer.
g. Waaruit bestaan de ringen om een planeet?
De ringen om een planeet bestaan uit stukken ijs en stukken steen, die als kleine maantjes rondom de planeet draaien. Ze blijven in deze baan door de zaartekracht.
2. Ontwikkelingen in wetenschap
a. Lees 4.3.2. Waarmee en wanneer begon de ruimtevaart?
4 november 1957 werd de Spoetnik1 gelanceerd. Het was een Russische technologische doorbraak.
b. Maak opdracht 5. Je moet kunnen beschrijven hoe je met radar het oppervlak van een planeet in kaart kunt brengen
Op een radar verschijnen lichte en donkere vlekken. De tijd die nodig is om terug te kaatsten geven verschillende afstanden weer, Hoe verder weg, hoe langer het duurt voordat de straal terug is. Zo kan je relief op een oppervlakte aangeven.
c. Hoe kun je afstanden in het heelal bepalen?
Formule afstand: lichtsnelheid x (0,5 x gemeten tijd).
Met radar, zoals hier boven beschreven.
Parallax methode
Maak opdracht 12.
Hoofdstuk 4
1. Satellieten
a. Lees de inleiding. Welke rol spelen satellieten in onze maatschappij?
Satellieten geven ons een weersvoorspelling, televisie kijken, radio luisteren, telefoneren.
b. Lees 4.4.1. Wat is een satelliet precies?
Een voorwerp dat rond de aarde draait. Een satelliet ontvangt radiogolven van aarde en stuurt deze ook weer terug.
c. Je moet satellieten kunnen indelen naar hun gebruik en je moet satellieten kunnen indelen naar de soort baan waarin ze rondom de aarde bewegen
Gebruik: - communicatiesatellieten: telefoneren en televisie.
- satellieten voor plaatsbepaling op aarde.
- Satellieten voor remote-sensing.
Soort baan: - geostationaire satellieten, staan boven de evenaar.
- circumpolaire satellieten draaien in de baan die over de polen
loopt.
- Satellieten die in een baan draaien dicht bij de aarde.
d. Hoe voorziet een stalliet in zijn energievoorziening?
Zonnecellen!
e. Lees 4.4.2. Hoe kan een satelliet in een baan om de aarde bewegen?
Door de snelheid kan een satelliet om de aarde draaien. Evenwijdige baan om de aarde. Zwaartekracht zorgt ervoor dat de satelliet daar blijft.
f. Lees 4.4.5. Je moet uit kunnen leggen hoe we met satellieten onze positie op aarde kunnen bepalen
GPS (Global Positioning System) bestaat uit 24 satellieten. Elke satelliet zend constant een signaal naar de aarde. Iemand met de juiste ontvanger kan daaruit zijn plaats ten opzichte van de satellieten bepalen en zo zijn precieze plaats op aarde bepalen
g. Lees 4.4.6. Je moet weten welke rol satellieten spelen bij het opstellen van weersvoorspellingen, je moet de aspecten kunnen geven van het weer waarnemen.
Via satellieten kan men het weer voorspellen met de aspecten wolken (door middel van foto’s), temperatuur (door middel van infrarood) en waterdamp.
h. Lees 4.4.8. Je moet kort maar volledig kunnen vertellen hoe satellieten een beeld van de aarde maken
Stukje samenvatten.
i. Lees 4.4.9. Je moet weten welke rol milieusatellieten spelen bij de aanpak van milieuproblemen
Satellieten verrichten voortdurend metingen. Zo kan men inzicht krijgen in de variabelen die het natuurlijk systeem bepalen (kennis is macht).
2. Overig
a. Lees 4.4.3. Leg uit hoe raket werkt en noem enkele nadelige gevolgen voor het milieu van het lanceren van een raket
De moter is via 2 leidingen verbonden met de brandstoftank en de zuurstoftank. Een mengsel van brandstof en zuurstof wordt in de brandstofruimte ontstoken. Daaardoor ontsnappen deze gassen met een zeer grote snelheid en gaat de raket omhoog. Het ontsnappen van de gassen is slecht voor het milieu. Onnodige ballast wordt geloosd.
b. Je moet weten wat elektromagnetische golven zijn en wat de overeenkomsten en verschillen zijn met licht.
Elekrotmagnetische golven: zichtbaar licht, infrarood-straling en radargolven. Overeenkomst met licht: Lichtsnelheid is een golfverschijnsel. Verschil tussen licht is dat de golflengte anders is.
c. Lees 4.4.4. Je moet kort uit kunnen leggen hoe televisieprogramma’s of telefoongesprekken de hele wereld worden rondgestuurd
Er wordt gebruik gemaakt van steunzenders (dit zijn satellieten) deze sturen signalen naar elkaar door.
d. Lees 4.4.7. Je moet, in stappen, uit kunnen leggen hoe volgens de moderne technologie problemen worden aangepakt en opgelost
- Vaststellen van een behoefte of probleem
- Een oplossing zoeken
- Methode heeft meer mogelijkheden
- Nieuwe eisen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Over hoofdstuk 3 puntje 6: Ik heb een werkstuk gemaakt over Uranus en door de methaan in de atmosfeer ziet Uranus egeel blauw. Zo kan Uranus toch geen wolkenbanden hebben??

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast