ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Blok 1 hoofdstuk 3 Evolutie van het leven

§ 1. Biodiversiteit, ook in de tijd

Opdrachten

1. Biodiversiteit is de verscheidenheid aan soorten (levensvormen).
2. Doordat de afstanden in een eencellige dan te groot worden, verlopen bepaalde processen te langzaam.
3. a. Van de naar schatting 20 tot 40 miljoen soorten zijn er 4 miljoen beschreven; dat is dus 10-20%.
b. Er zijn nog veel gebieden war de mens niet of nauwelijks heeft rondgekeken: in de diepzee, onder het Antarctisch ijs, in delen van het tropisch regenwoud en in de bodem.
4. De naamgeving van soorten, zoals door Linnaeus beschreven, resulteert in korte namen en geeft meteen aan met welke soort een beschreven soort verwant is.
5. a. Tot negen genera (geslachten). Er zijn er namelijk twee van het genus Turdus.
b, c en d: zie schema:

6. Men wilde graag weten of er bepaalde planten en dieren waren met economische waarde: Als producent van voedingsstoffen (specerijen), medicijnen of om ten toon te stellen in ‘rariteitenkabinetten’.
7. a. De bacteriën.
b. Eveneens de bacteriën.

§ 2. Evolutie-ideeën

Opdrachten

1. Volgens de oude Grieken was het leven ontstaan in het water.
2. Ussher ging uit van geslachtstabellen uit de Bijbel.
3. Vóór Copernicus bestond het idee dat de planeet waarop de mens leefde (en dus ook de mens zelf) het centrum was van de kosmos.
4. Actualisme: de krachten die op aarde werken bij vorming van gesteente, zijn hetzelfde op elk moment van de aardgeschiedenis; fixisme: soorten zijn onveranderlijk (geschapen); generatio spontanea: leven ontstaat uit levenloos.materiaal; transformatie: de ene soort kan in de andere overgaan.
5. Lamarck: giraffen rekken hun nek omhoog om bij de hoogzittende bladeren te komen. Zij geven de eigenschap ‘lange nek’ door aan hun jongen. Zo krijgen de giraffen een steeds langere nek.
Darwin: er zijn een paar giraffen met een langere nek. Die kunnen het beste bij de hoogzittende bladeren komen. Daardoor hebben ze meer kans om te blijven leven en jongen te produceren, die deze eigenschap ook hebben. Zo komen er steeds meer giraffen met een lange nek.
6. Het gaat uiteindelijk om de voortplanting. Een dier dat veel gevechten wint, loopt misschien verwondingen op en verliest veel tijd, waardoor hij misschien minder jongen produceert.
7. -
8. Net als Heimans, Thijsse en de dominee van Selborne was Darwin geen professionele bioloog, dus was hij net als zij niet bevooroordeeld.
9. Met het verstoren van de idylle bedoelt Denett dat het idee dat God de wereld met alles erop en eraan zo mooi gemaakt heeft, door de evolutietheorie van Darwin onderuit wordt gehaald.
10. Zie figuur:

11. -
12. -
13. a. Datering kan relatief (door vergelijking met diepere en ondiepere afzettingen van gesteenten) en absoluut. Dat laatste gebeurt met radioactieve isotopen die heel langzaam uiteenvallen. Zo valt een kaliumisotoop uiteen in argon en straling en een uraniumisotoop in lood en straling. De snelheid van dat uiteenvallen is bekend en biedt een soort ‘klok’.
b. Door zuurstofgebrek treedt niet snel rotting op. Bovendien werden de diertjes meteen bedekt met een laagje grond, zodat ze niet werden opgegeten.
c. Er moet dan gericht gezocht worden in gesteenten uit het Cambrium. Als Gould gelijk heeft, moeten daar zeer veel verschillende vreemdsoortige geleedpotigen uit tevoorschijn komen.

14. a. Via onze cultuur kunnen we bepaalde eigenschappen, zoals technische vaardigheden, taal, normen en waarden, doorgeven. Door opvoeding gaan die over van de ene generatie tot de andere.
b. Nee, de huidskleur berust op erfelijke verschillen die niet in zo’n korte tijd via evolutie veranderen in zo’n groep. Er moet eerst een mutatie ontstaan en die moet zich vervolgens nog verspreiden.
c. Ja. Ziekteverwekkende bacteriesoorten zijn over 500 jaar bestand tegen penicilline, want voor bacteriën is 500 jaar een relatief lange tijd.
Immers, hun generatietijd is maar 20-30 minuten(voor de mens 20-30 jaar!)
16. Figuur 6 illustreert het begrip natuurlijke selectie. Kleine en grote individuen gaan dood, blijkbaar zijn middelgrote in dit geval het best aangepast. De knikkers in figuur 7 stellen de twee exemplaren voor van een bepaald gen dat een dier heeft. Via de trechter komen die exemplaren via geslachtscellen in de volgende generatie terecht. Blijkbaar heeft het zwarte gen een voordeel ten opzichte van het witte in de strijd om het bestaan.

§ 3. Evolutie in de praktijk

Opdrachten

1. Creationisme is de leer die ervan uitgaat dat het leven, zoals wij dat kennen, is geschapen door God.
2. Darwin wist niet waar de erfelijke verschillen binnen een soort vandaan kwamen.
3. Men gaat ervan uit dat die merel vooral familieleden op die manier waarschuwt, die voor een deel dezelfde genen dragen als hij.
4. Neodarwinisme is een synthese tussen de theorie van Darwin en moderne toevoegingen uit met name de genetica. Sociaal Darwinisme is het toepassen van theorie van Darwin op de situatie van mensen in de maatschappij.
5. -
6. a. Dit verschijnsel is een voorbeeld van eugenetica.
b. -

§ 4 De evolutie van de mens.

Opdrachten

1. Zo’n perfect oog ontstaat via een serie tussenstappen: ogen die steeds iets beter zijn dan hun voorgangers. De tussenstappen ontstaan door mutaties. Mutaties die geen verbetering opleveren, worden uitgeselecteerd.
2. Dan zouden er geen verstandskiezen zijn geweest.
3. Mensen hebben een rechtopgaande houding en beweging, mensapen niet. Mensen hebben een veel ingewikkelder taal dan de mensapen. Mensen maken veel meer dan mensapen gebruik van door henzelf gemaakte werktuigen. Mensen hebben een veel meer ontwikkelde cultuur dan mesapen.
4. –
5. a. Zeven miljoen jaar geleden trad de splitsing tussen mensen en mensapen op.
b. In vergelijking met gewone apen hebben de mens en de mensapen een relatief groot lichaam en een grote hersenmassa, geen staart en een zelfde opbouw van het gebit.
c. De vondst van de schedel Toumaï komt net uit de periode van de afsplitsing tussen mensen en mensapen.
6. a. Dat idee is gebaseerd op vooroordelen, maar ook op een verkeerd geïnterpreteerd fossiel van een Neanderthaler met reuma (de oude man uit La Chapelle-aux-Saints).
b. Het vooroordeel is hier dat men ervan uitgaat dat bij de evolutie van de mens de hersenontwikkeling als eerste optrad, zodat je een aapachtige kaak kreeg met menselijke hersenen. Daar kwam nog bij dat met het in Engeland, Waar de Piltdown-mens werd gevonden, wel mooi vond dat deze vroege mens uit Engeland kwam.
c. Hier is het vooroordeel dat men ervan uitging dat de toen levende zoogdieren superieur waren aan de dinosauriërs. Dat was zeker niet het geval. Waarschijnlijk werden de relatief grote dinosauriërs uitgeschakeld door een buitenaardse oorzaak: de inslag van een grote komeet. De veel kleinere zoogdieren gebruikten veel minder voedsel en overleefde de catastrofe. Pas daarna hadden ze het rijk vrijwel alleen en ontwikkelde ze zich sterk.

7. -
8. –

§ 6. Zondvloed, komeetinslag en andere catastrofes

Opdrachten

1. In vroegere tijden verklaarden men het voorkomen van fossielen door deze te beschouwen als resten van dieren die op verborgen plaatsen leefden of vervormde resten van bestaande dieren.
2. Volgens de catastrofetheorie worden van tijd tot tijd door een wereldwijde ramp de bestaande soorten vernietigd.
3. Er sloeg in de buurt van Mexico een komeer of meteoriet in. Het vervolg was een grote overstroming, gevolgd door grote branden. De zon raakte hierdoor langdurig verduisterd. Vele soorten stierven uit.
4. Toen de sluipkatten de ratten hadden uitgeroeid (het bedoelde effect), begonnen ze aan de plaatselijke vogels en kleine zoogdieren (een onbedoeld neveneffect).
5. Vaak is zo’n klein gebied (eiland) vrij van roofdieren die er óf niet kunnen komen óf te weinig voedsel vinden. In zo’n gebied heeft de evolutie als het ware wat meer speelruimte voor ‘experimenteren’. Je ziet dat vaak hele nieuwe soorten ontstaan, die op het vastland allang zouden zijn uitgeroeid. Men noemt kleine eilanden wel eens ‘de speeltuin van de evolutie’.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Anw is het grootste onzin vak ooit, van onze leraar moeten wij elk hoofdstuk alle opgaven maken en ook nog eens bijna alle verslagen, die overigens bijna nooit iets met anw te maken hebben, zoals een verslag over 'racisme in de 17e eeuw' (???). Daarnaast controleert hij het niet, hij kijkt alleen of alles compleet is. Zo ja, dan krijg je er een 10 voor, zo nee, dan krijg je er een 1 voor. Dat gaat zo bij elk van de 12 hoofdstukken, en uiteindelijk telt het gemiddelde van al die hoofdstukken mee voor 10% van je eindcijfer anw. Belachelijk. Bovendien is het vak nergens goed voor, want iedereen kent de meeste dingen al, het heeft geen nut voor mensen met een M-profiel en het heeft zeker geen nut voor mensen met een N-profiel gezien het feit dat zij de stof al meerdere malen hebben behandeld bij hun profielvakken. Gelukkig wordt het volgend jaar afgeschaft bij ons, maar helaas moeten wij er als laatste jaar onder lijden...

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

bedankt, dit was heel handig!:)
alleen er staat zie schema... ik zie nergens een schema?:o
grotejes Bernice

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

Ik vind de antwoorden goed geformuleerd en ik heb er heel goed door kunnen leren.

Bedankt.

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

nog ff een vraagje, heb je ook de werkstukken die bij het hoofdstuk horen (blok 1 hfst 3) wil je die dan sturen???


gr simon

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Hallo,

Ik heb een vraagje, heb jij ook samenvattingen van blok 1 van scala. Als je die hebt wil je die dan naar mij sturen. (kan tegen betaling)

gr simon

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast