Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Blok 1 Hoofdstuk 1 en 2

Beoordeling 2.8
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • 4e klas vwo | 2930 woorden
  • 23 april 2007
  • 16 keer beoordeeld
Cijfer 2.8
16 keer beoordeeld

Blok 1 Hoofdstuk 1 Opdracht 1 Levend Dood Levenloos
Ikzelf Vogel op sterk water Tafel
Vissen in mijn aquarium De biefstuk Stoel
Vogels in de lucht Kattenvoer Pen
Mijn handen Gevallen bladeren Nagel
Mijn bloed Koeienmest Computer
Bomen Compost Schrift
Dieren Etui Opdracht 3 Ik denk dat de mensen eerst moesten wennen aan de gedachte dat die Patagonische reuzen zouden bestaan. Toen ze de vele verhalen hoorden een aan het idee begonnen te wennen, geloofden ze het, totdat er geen bewijs kwam van het bestaan van de reuzen. De bevolking had hun geloof erin weer verloren. Sasquatsch: oftewel Big Foot. Dit is de wereldberoemde aapmens die zou leven in de Himalaya. Op 20 oktober 1967 schoot Robert Patterson het beest op de film. Jlang werd er wereldwijd geloofd in het diermens, totdat Patterson (of een familielid of de vriend waarmee hij de film gemaakt heeft, ik ben er niet meer zeker van wie) op zijn sterfbed bekent dat de Yeti op zijn film een vriend van hem is die voor Yeti speelde. Nessie: oftewel het monster van Loch Ness. Veel mensen geloofden jarenlang in het dier dat een lange nek, een kleine kop met lange kaken, een rond bultig lijf van ongeveer twee meter lang, een staart en vier grote vinnen of peddels waarmee het zich razendsnel voortbewoog had. Toch hebben de sonar-onderzoeken van een paar jaar geleden uitgewezen dat het dier écht niet kan bestaan (in ieder geval niet in Loch Ness). Thunderbird: Dit is een reusachtige vogel van wel meer dat 6 meter hoog. Vroeger waren het mythen, maar een aantal jaar geleden zijn er ook fossielen gevonden die het bestaan van deze vogels bewezen hebben. Ze zijn overigens al heel erg lang uitgestorven. Opdracht 5 A: Paddestoelen 1 2 3

Hoe ze eruit zien Natuurlijke en felle kleuren Witte stam Kokervormige poot en bolvormige hoed. Hoe ze aanvoelen Zacht vochtig Glad
Waar je ze kunt vinden Bos Vochtige plekker Rottende dingen
Ruiken vochtig Naar schimmel
Hoe ze smaken zacht zout mals
B: I= Ja, ze hebben geen licht nodig
II= Ja, net zoals alle andere organismen. III= Ja, net als alle andere organismen. IV= Ja, door middel van sporen (zaden) aan de onderkant van de hoed. V= Ja, ze voeden zich met plantenresten. C: I= 11
II= 33
III= +- 108
E: I=> c. 1
II=> r. 6
III=> r. 19
IV=> r. 11
V=> r. 19
F: Er was eens een tulp uit Alagna
Die had mooi het kleurtje van ranja
Hij wilde een naam
En naar Holland gaan
Nu heet deze rooie Max-Ima
G: Mei
In Mei
Legt ieder vogeltje zijn ei, Behalve de kwartel en de griet, Die leggen in de meimaand niet. Ik denk dat het over het algemeen wel klopt, maar er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen. Opdracht 8 A: Kuru-patienten hadden moeite met lopen, weinig controle over andere bewegingen, last van trillende spieren, werden dement en overleden na 3 tot 9 maanden. Het rare was dat alleen vrouwen en kinderen ziek werden, maar mannen niet. B: In 1967 was het een grote ontdekking, maar mensen konden er in die tijd nog niet zoveel mee. In 1985 konden ze hun ontdekking toepassen op een ziekte en daarmee de ziekte helpen te bestrijden. C: Daardoor is het een hele moeilijke ziekte om te bestrijden. D: DNA
Opdracht 9 A: De lucht is te droog voor deze temperatuur om goed te kunnen functioneren. B: Je raakt erg gauw uitgedroogd. C: Als er meer vocht in de lucht zit, kan je moeilijker ademen. Er zit zuurstof in de lucht. D: Heel veel water drinken. E: Dan ben je al gewend aan de temperatuur. F: Je bent al opgewarmd. G: Grote hoeveelheden zuurstof opnemen en ze zijn tegen hoog energieverbruik bestand. H: Uit het voedsel dat ze eten. I: Dat de temperatuur waarschijnlijk lager is dan de normale temperatuur. J: De luchttoe- en afvoer is minder goed, dus dan krijg je snel een zuurstoftekort. Verder geven mensen ook (nog meer!) warmte, vooral als ze hardlopen. Opdracht 10 A: Hoe meer C13 er in een voorwerp zit i.v.m C12, hoe jonger het voorwerp is. B: Dat er bijna geen C13’s inzitten, wil niet zeggen dat het een oud voorwerp is. Het kan ook levenloos zijn. Ook zijn factoren als temperatuurwisselingen en contact met water van belang. C: Ingewikkelder levensvormen ontwikkelen zich uit ééncelligen. Vanwege de ouderdom van de onderzoekmonsters is het niet waarschijnlijk dat het een meercellige levensvorm betreft maar waarschijnlijk een eenvoudig micro organisme. D: Vitaminen
E: spoorelement Goed voor? Zit in? ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) Vitamine A Weerstand, groei, het gezichtsvermogen, een gezonde huid, tandvlees en haar. lever! en melk 1.000 mcg (m)800 mcg (v) Bèta-caroteen Bèta-caroteen wordt omgezet in vitamine A. Wortels, boerenkool, spinazie Geen aanbeveling
Vitamine B1 (Thiamine) Spijsvertering en zenuwstelsel Varkensvlees, volkorenbrood, zilvervliesrijst, melk en aardappelen. 1,1 mg
Vitamine B2 (riboflavine) Instandhouding van het zenuwstelsel en de spijsvertering, gezonde huid en gezond haar. Melk, broccoli, ei, lever, noten. 1,5 mg (m)1,1 mg (v) Vitamine B3 (niacine) Energievoorziening van cellen, werking van het zenuwstelsel, gezonde huid. Het lichaam kan vitamine B3 deels maken uit het aminozuur tryptofaan. Gehakt, noten, kabeljauw, bruin brood, pindakaas. 17 mg (m)13 mg (v) Vitamine B5 (pantotheenzuur) Afbraak en opbouw van eiwitten, vetten en koolhydraten, vorming van een aantal hormonen. Ei, haring, rundvlees, melk, Aardappelen. 5 mg
Vitamine B6 (pyridoxine) Weerstand, spijsvertering, vorming van rode bloedcellen, werking van het zenuwstelsel. Aardappelen, banaan, bruin brood, noten, vlees. 1,5 mg
Vitamine B8 (biotine) Opbouw en afbraak van koolhydraten en eiwitten, productie van vetzuren, gezond haar en een gezonde huid. Noten, sojabonen, ei, vleesvervangers, melk Geen aanbeveling. Vitamine B11 (foliumzuur) Vorming van rode bloedcellen. Extra foliumzuur vermindert de kans op een baby met een open ruggetje. Het verlaagt tevens het homocysteïnegehalte in het bloed en daarmee mogelijk de kans op hart- en vaatziekten. Spruitjes, broccoli, bruin brood, spinazie, ei. 300 mcg
Vitamine B12 (cobalamine) Voorkomt een bepaalde vorm van bloedarmoede, vorming van gezonde rode bloedcellen, werking van het zenuwstelsel, stofwisseling van vitamine B11. Hamburger, kabeljauw, kwark, ei, kaas. Vitamine C (absocorbinezuur) Is in de 1e plaats belangrijk voor een goede weerstand. Daarnaast ook voor gezonde botten, tanden en bloedvaten, opname ijzer. Het is verder een antioxidant => beschermt het lichaam tegen vrije radicalen. Vrije radicalen spelen een rol bij verouderings-processen. Spruitjes, fruit, broccoli en aardappelen. 70 mg

Vitamine D (calciferol) Goed voor sterke botten en tanden, calcium- en fosforopname, instandhouding v/d weerstand en bij de spierfunctie. De belangrijkste bron van vitamine D is het zonlicht. Vitamine D wordt onder invloed van zonlicht in de huid aangemaakt. Makreel!, halvarine, margarine, ei, gehaktbal 2,5 mcg**ADH is 5 mcg voor mensen die weinig buiten komen of een donkere huid hebben
Vitamine E (tocoferol) Belangrijk voor rode bloedcellen en spierweefsels. Vitamine E is een anti-oxidant die meervoudig onverzadigde vetzuren – de bouwstoffen van ons lichaam- beschermt. Speelt ook een rol bij de weerstand. Zonnebloemolie, margarine, olie, noten, ei. 11,8 mg (m)9,3 mg (v) Vitamine K Goed voor de bloedstolling, maar ook voor de botstofwisseling. Aan pasgeborenen (tot drie maanden) wordt extra vitamine K gegeven om (hersen)bloedingen te voorkomen, omdat zij van de moeder geen vitamine K-voorraad hebben meegekregen en dit zelf nog niet voldoende kunnen aanmaken. Spinazie!, broccoli, bloemkool, rundvlees, olijfolie. 120 mcg (m)90 mcg (v) F: zie ‘e’ Opdracht 12 A: Enzymen starten of remmen het apoptose proces. B: Door apoptose kan de ongecontroleerde celgroei die bij kankercellen optreedt wellicht worden gestopt. C: Virussen plakken zichzelf eigenlijk vast aan ‘hun’ gewone cel. Als deze cellen zouden afsterven betekent dat ook het einde voor het virus. Dus zullen virussen apoptose, waarbij cellen spontaan afsterven, proberen tegen te gaan. D: Bij auto-immuunziektes treden afweerreacties op tegen lichaamseigen cellen. In deze gevallen vormen de eigen afweercellen dus een bedreiging voor het organisme. Door apoptose kan men dan proberen de afweercellen onschadelijk te maken. Opdracht 15 A: Nachtvlinders bezitten de mogelijkheid om ultrasoon, door vleermuizen veroorzaakt, geluid op te vangen om zodoende tijdig gewaarschuwd te worden en te kunnen verdwijnen. B: Hij had kunnen kijken of vlinders i.d.d. vluchten voor het geluid dat vleermuizen maken. C: Het oor van de vlinder bevindt zich op een andere positie (de heup), de bouw van het menselijk oor is veel ingewikkelder. Hoofdstuk 2 Opdracht 1 A: Ze zagen dat de wolapen vaak melisse aten als ze zenuwachtig werden. Of apen zichzelf echt konden genezen (met opzet) m.b.v. kruiden werd getest door ze de keuze te geven uit een aantal kruiden en te kijken wat ze dan deden en wat de kruiden deden voor hun gezondheid. B: Apen kunnen zichzelf met opzet genezen met kruiden, en ze weten ook welke ze voor welke kwaal moeten gebruiken. C: Als de apen de enige goede kruid gebruiken die ze nodig hebben. D: Misschien hebben ze het afgekeken van artsen en daarna die kennis weer aan hun kinderen doorgegeven ofzoiets. E: Of de gebruikte kruiden ook in hun eigen leefomgeving voorkomen. Opdracht 5 A: In alle gevallen blijken het zeer besmettelijke ziektes te zijn die plaatselijk opduiken. Vervolgens verspreidt de ziekte zich razend snel over een groot gebied. De veelal door micro-organismen of virusssen veroorzaakte ziekte blijkt zeer besmettelijk en maakt in korte tijd zeer veel slachtoffers. B: Door de wetenschappers Koch en Pasteur werd pas aan het einde van de 19e eeuw het verband gelegd tussen micro-organismen en ziektes. Met behulp van microscopisch onderzoek toonde men vervolgens aan dat de verspreiding van de ziekteverwekkers via bloed (vlooien) plaats kon vinden. C: Ratten, die veel voorkomen in de ruimen van schepen, dragen vlooien bij zich. Hierdoor konden de ziekteverwekkers zich verplaatsen via zee van het ene land naar het volgende land. D: Ratten en vlooien werden door de voortdurende brandstapels verdreven en konden langere tijd op afstand gehouden worden. E: Zoals uit het diagram van de Europese bevolkingsopbouw blijkt is in 1350, twee jaar na de epidemie, sprake van een vergelijkbare opbouw als daarvoor. De pest maakte dus geen onderscheid in haar slachtoffers, zowel mannen, vrouwen als kinderen overleden aan de ziekte.
Opdracht 6 mannen vrouwen absoluut % absoluut % 1 Ziekten van het hartvaatstelsel 22.634 32,8 24.308 33,3
2 Kanker (incl. goedaardige tumoren) 21.614 31,3 18.253 25,0
3 Ziekten van de ademhalingswegen 7.359 10,7 6.883 9,4
4 Symptomen en onvolledig omschreven ziektebeelden 3.230 4,7 3.894 5,3
5 Ongevalsletsels en vergiftigingen 3.113 4,5 2.291 3,1
6 Ziekten van het spijsverteringsstelsel 2.529 3,7 3.327 4,6
7 Psychische stoornissen 1.915 2,8 4.645 6,4
8 Endocriene-, voedings- en stofwisselingsziekten en immuniteitsstoornissen 1.774 2,6 2.790 3,8
9 Ziekten van het zenuwstelsel en de zintuigen 1.623 2,4 2.055 2,8
10 Ziekten van de urinewegen en de geslachtsorganen 1.237 1,8 1.754 2,4
11 Infectieziekten en parasitaire ziekten 873 1,3 1.019 1,4
12 Aangeboren afwijkingen 301 0,4 256 0,4
13 Ziekten van het bewegingsstelsel en bindweefsel 247 0,4 625 0,9
14 Aandoeningen ontstaan in de perinatale periode 282 0,4 195 0,3

15 Ziekten van bloed en bloedvormende organen 172 0,2 317 0,4
16 Ziekten van huid en subcutis 109 0,2 304 0,4
17 Complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed 0 0,0 8 0,0
Ik zelf wist de 1e 3 doodsoorzaken wel, maar van de rest had ik echt geen flauw idee. Dat was zo’n blinde gok geweest, dat heb ik overgeslagen. Opdracht 7 A: Echografie: Weerkaatsende geluidsgolven, CT-scan: röntgenstraling, MRI-scan: radiogolven
B: Kiemcellen zijn nog niet gespecialiseerde cellen. Later kunnen hieruit door celdeling allerlei soorten cellen ontstaan zoals eicellen , bloedcellen, hersencellen etc. Bij leukemie patiënten worden vaak bijzondere kiemcellen ingezet, stamcellen, waaruit rode bloedcellen ontstaan. C: In het celvocht komen normaal gesproken allerlei stoffen voor in een min of meer vaste concentratie. Door de activiteit van kankercellen treedt een abnormale celgroei op. Veel stoffen die bij de celdeling een rolspelen zijn veel actiever. Een hoger gehalte aan het eiwit AFP, kan zo een oorzaak voor de aanwezigheid van kankercellen vormen. D: De chemische stoffen die kankercellen tegengaan zorgen ook voor een afname van de productie van witte bloedlichaampjes. Deze cellen zijn juist nodig om een ontsteking te bestrijden. E: Bij de kankerbestrijding wordt gebruik gemaakt van radiotherapie (bestraling), chemotherapie (chemische preparaten), chirurgie en diëten (Moerman therapie). F: In sommige situaties is het denkbaar dat deze opdracht moeilijk voor je is. Vanzelfsprekend hoef ja niet met anderen over je gevoelens bij de verwerking van verdriet door ziekte of dood te praten als je dat niet wilt. Het kan soms wel helpen om met mensen in je buurt je gevoelens te delen. Opdracht 8 A: Tussen 10.00 en 18.00 uur kan een bacterie zich 24x vermenigvuldigen. Uit 1 bacterie ontstaan vervolgens 224 bacterien. Dat zijn er dus 16.777.216. B: Het duurt 13 tot 17 keer 20 minuten. Dan kom je dus uit op +- 5 uur. C: 24x3x1000.000= 7,2x107 generaties zijn er nodig. Dat zijn 1000x2x7,2.x107 = 1,44x1011 bacterien. Met 109 bacterien heb je maar 7 à 8 generaties nodig om dat aantal te halen, dus in 2 uur en twintig minuten tot 2 uur en veertig minuten. Opdracht 9 Naam Plant Werkzaam tegen

Brandnetel Reuma, onstekingen
Kattenkruid Koorts, acute bronchitis, diaree bij kinderen, krampstillend en daarmee tegen maagpijn, slechte spijsvertering, opgeblazen gevoel en kolieken. Postief voor de verbeeldingskracht. Vingerhoendskruid Vooral toegepast bij hartkwalen. Wel is het zeer giftig. Mint Stimuleert de eetlust, werkt ontsmettend, tegen maagklachten en zenuwziekten. Echte Heemst verkoudheid, bronchitus en ontstekingen aan de spijsverteringsorganen. wondklaver Gekneusde bladeren op wond werkt helend. Heggerank De wortel => laxeermiddel en bij huidaandoeningen
Echt duizendguldenkruid Bevordert de stofwisseling, wordt gebruikt als aansterkingsmiddel na ziekte. Lelietje van Dalen De plant bevat (vooral in de bloem) hartgiften. Wilde cichorei Lever en galziekten en bij nerveuse uitputting. De gedroogde wortel vindt ook toepassing bij behandeling van diabetici. Opdracht 10 De tulp komt waarschijnlijk uit het Verre Oosten, de omgeving van Iran of Turkije. Het wordt in tuinen veel gebruikt, als snijbloemen etc. Naar mijn weten is het alleen een sierplant, het bezit geen geneeskracht ofzo. De hyacint komt van oorsprong uit West-Azië, Turkije, Syrië en Libanon. De bloem staat symbool voor vrede en macht. Voor veel Oosterse dichters is de hyacint het symbool van eenvoud. De losse bloempjes, de 'nagels' van de hyacint, worden onder meer verwerkt in mozaïeken, corsages en bruidswerk. Het is dus een sierplant. De narcis komt uit Zuid- en west-Europa. De bol bevat bitterstoffen en alkaloiden, die bij de mens tot vergiftingen kan leiden. De naam Narcis stamt uit de Griekse mythologie. Narcissus was een jongeling die verliefd was op zijn eigen spiegelbeeld in een vijver. Hij was zo onder de indruk, dat hij in het water viel en verdronk. Vanaf dat moment groeiden er op die plek… narcissen. Een Griekse dichter omschreef de narcis dan ook als 'de bloem die eeuwig droomt van ijdelheid en liefde'. De gouden regen is een giftige plant die uit Midden- en Zuid-Europa komt. De hele boom is erg giftig en wordt dus alleen voor de sier gebruikt. De sering is een kleine boom of struik die vooral bekend is vanwege de aantrekkelijke, zoet geurende bloemen. De plant komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa. Ook deze plant wordt alleen voor de sier gebruikt. Van de aardappelplant (die in heel europa wordt gekweekt voor consumptie) zijn alleen de knollen eetbaar. De rest is giftig. Een ander nut van de knol is overigens dat het werkt tegen scheurbuik. Tomaten zijn afkomstig uit de Andes, waar ze reeds geruime tijd door Inca's werden gekweekt toen de Spanjaarden er rond 1500 arriveerden. De als giftig beschouwde planten werden als sierplant geteeld. Op dat moment waren ze niet veel groter dan geel gekleurde besjes. De vruchten worden nu ook gegeten; de groene bessen die door de plant worden gevormd zijn licht giftig. Het oorspronkelijk areaal van de paardenkastanje ligt in de Balkan en Klein-Azië. De paardenkastanje wordt vooral gebruikt in lanen en als hout voor meubilair. De kastanjes zijn niet eetbaar, maar werken volgens oude traditie wel tegen reuma. In China en India is de aubergine al duizenden jaren bekend. Hij doet nu vooral dienst als vrucht, maar is ook een mooie plant die in Nederland geteeld kan worden. De anemoon komt uit de noordelijke gebieden van Europa. Het zijn populaire tuinplanten. Er zijn vele tientallen soorten afrikaantjes die inheems zijn in de warmere streken van Midden-Amerika, vooral Mexico. Tegenwoordig is het Afrikaantje een bekende tuinplant. Alruin is een plant die al een hele oude (ook bijbelse) geschiedenis heeft. Alruin werd gebruikt als verdoving bij operaties, eeuwen gelden. Nu is het duidelijk dat een teveel tot de dood kan lijden, na afloop van hallucinaties, slapeloosheid, coma etc. Hoewel de wonderboom oorspronkelijk waarschijnlijk uit Oost-Afrika komt, is hij tegenwoordig wereldwijd verspreid. Je kunt hem vaak vinden op braakliggend terrein en in de buurt van spoorwegen en hij wordt ook vaak decoratief toegepast in parken. De olie van de boom - ‘wonderolie’ – wordt al sinds oudsher gebruikt als lampolie en laxeermiddel. In Noord- en Zuid-Amerika, waar de tabaksplant vandaan is gekomen wordt hij nu ook nog steeds verbouwd. Het allergrootste deel wordt geproduceerd tot sigaretten. De plant is overigens ook een heel mooi plantje, daar wordt hij ook wel om gekweekt. Opdracht 11 A: Er werd illegaal in dode lichamen gesneden voor onderzoek. Die lichamen konden beter bewaard worden onder koude omstandigheden. B: Een chirurgijn opereert mensen, een arts stelt de diagnoses. C: Er werd nauwelijks onderzoek naar gedaan, het was namelijk illegaal in dode lichamen te snijden. D: Opdracht 14 A: Steven heeft een andere vader dan Roel. B: Vanuit die van de wetenschap. C: Nessie: oftewel het monster van Loch Ness. Veel mensen geloofden jarenlang in het dier dat een lange nek, een kleine kop met lange kaken, een rond bultig lijf van ongeveer twee meter lang, een staart en vier grote vinnen of peddels waarmee het zich razendsnel voortbewoog had. Toch hebben de sonar-onderzoeken van een paar jaar geleden uitgewezen dat het dier écht niet kan bestaan (in ieder geval niet in Loch Ness). Opdracht 15 A: De pedoscoop was een apparaat dat röntgenstraling uitzond. "Moderne" schoenenwinkels boden hun klanten de extra service om de voet door te meten zonder dat de sokken uitgetrokken hoefden te worden. Onnodig gebruik van röntgenstraling levert gevaar op voor de gezondheid. Het apparaat werd daarom verboden. B: Röntgenstraling kan het proces van celdeling negatief beïnvloeden. Bij de deling kunnen mutaties optreden. Voor kinderen in de groei betekent het gebruik van röntgenapparaten dus een extra risico. C: De röntgenstraling is een doordringende straling en kan dus makkelijk schadelijk zijn voor het ongeboren kind.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.