Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

Hoofdstuk 1 t/m 10: Vertaling van woorden

Beoordeling 1
Foto van een scholier
  • Aantekening door een scholier
  • 2e klas vwo | 794 woorden
  • 15 december 2014
  • 2 keer beoordeeld
Cijfer 1
2 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Durf jij de uitdaging aan?

Ben jij tussen de 17-30 jaar en wil je kennismaken met Defensie en een bijdrage leveren aan de samenleving? Tijdens de MDT Missie van het Ministerie van Defensie en Stichting TijdVoorActie zet je jezelf 80 uur in voor zelfontwikkeling, maatschappelijke impact én teamwork. Meer weten? 

Check de video

Deus

God

Esse

Zijn

Olympus

De Olympus

Habitare

Wonen

Rex,reges

Koning

Et

En

Frater, fratres

Broer

Non

Niet

Semper

Altijd

Saepe

Dikwijls

Ibi

Daar

Tartarus

De tartarus

Vivere

Leven

Terra

Aarde

Locus

Plaats

Obscurus

Donker

Nox, noctes

Nacht,

Umbra

1. schim 2. schaduw

Huc

Hierheen

Venire

veni

Komen

Pf.

Hic

Hier

Dea

Godin

Soror, sorores

Zuster,

Uxor, uxores

Vrouw, echtgenote

Quoque

Ook

Mater, matres

Moeder

Pater, patres

Vader

Filia

Dochter

Insula

Eiland

Ubi

Waar

Silva

Bos

Florēre

Bloeien

Flos, flores

Bloem

Puella

Meisje

Ludere

Spelen

Per

1. over 2. Door 3. Heen

Errare

1. rondzwerven 2. Dwalen

Explorare

1. onderzoeken 2. Inspecteren

Quattor

Vier

Equus

Paard

Trahere

traxi

Trekken

Pf.

Ecce

Kijk

Amica

Vriendin

Appropinquare

Naderen

Intrare

1. binnengaan 2. Komen

Legere

Verzamelen

Ridēre

Lachen

Audire

Horen

vidēre

vidi

Zien

Pf.

Statim

Meteen

Amare

1. verliefd zijn op 2. Beminnen

Fugere + io

fugi

Vluchten

Pf.

Temptare

Proberen

Sed

Maar

In + acc.

1. in 2. Naar (binnen) 3. Op 4. tijdens

Ex-clamare

Uitroepen

Servare

Redden

Rapere + io

Roven

Audēre

Durven

Enim

1. want 2. Immers

Timere

1. vrezen 2. Bang zijn voor

Deinde

Vervolgens

Stichten

aperui

1. openen 2. Stichten

Pf.

Sub + acc.

Onder(in)

Iupiter, Iovem + acc.

Jupiter

Pluto, Plutonem + acc.

Pluto

Nunc

Nu

Regina

Koningin

Sedēre

Zitten

Inter + acc.

1. tussen 2. Temidden van

Gaudēre

1. zich verheugen 2. Blij zijn

Dolēre

1. treuren 2. Verdrietig zijn

Nam

Want

Iuvare

Helpen

Reddere

Teruggeven

Cogitare

(na)denken

Nec…nec…

1. noch…noch… 2. Niet…en ook niet…

Laedere

1. kwetsen 2. Beledigen

Cupere + io

1. begeren 2. Verlangen 3. Willen

Consilium

1. besluit 2. Plan

Capere + io

cepi

Nemen

Pf.

Dividere

Verdelen

Sex

Zes

Tum

1. toen 2. Dan

Curare + acc.

Zorgen (voor)

Mille

Duizend

Adire + acc.

adii

Gaan (naar)

Pf.

Petere

1. zoeken 2. Vragen

Autem

Echter

Claudere

Sluiten

Recipere + io

1. ontvangen 2. Opnemen

Tandem

Eindelijk

Senex, senes

Oude man

Dicere

dixi

Zeggen

Pf.

Nusquam

Nergens

Dormire

Slapen

Respondēre

respondi

Antwoorden

Pf.

Quis

Wie?

Praemium

Beloning

Dare

dedi

Geven

Pf.

Quid

Wat?

Optare

wensen

Diu

1. lang 2. Lange tijd

Divitae

1. rijkdom 2. Schatten

Sacerdos, sacerdotes

Priester

Simul

Tegelijk(ertijd)

Vita

Leven

Finire

Beëindigen

Evenire

Uitkomen

colere

1. verzorgen 2. Vereren

Dum

Terwijl

Ante + acc.

Voor

Templum

Tempel

Stare

Staan

Corpus, ora

Lichaam,

Subito

Plotseling

Arbor, arbores

Boom,

Mutare + acc.

Veranderen (in)

Tangere

Aanraken

Cum

1. wanneer 2. Toen

Ventus

Wind

Movēre

Bewegen

Et

1. en 2. Ook

Vale

Vaarwel

Femina

Vrouw

Cur

Waarom

Sacrum

Offer

Facere + io

1. doen 2. Maken

Praeferre + dat.

Verkiezen (boven)

Genus, genera

Afkomst, geslacht

Avus

Grootvader

Gens, gentes

Volk, volkeren

Coniunx, coniuges

1. echtgenoot 2. Echtgenote

Septem

Zeven

Filius

Zoon

Fortuna

Het lot

Numquam

Nooit

Nocēre + dat.

Schaden

Tantum

Slechts

Duo

Twee

Liberi

Kinderen

Tamquam

Als het ware

Ideo

Daarom

Suadēre + dat.

Aanraden

Parēre + dat.

parui

Gehoorzamen (aan)

Pf.

Lacrimare

Huilen

Dubitare

Aarzelen

Telum

1. pijl 2. Werpspies

Mittere

Zenden

Cadere

1. vallen 2. Dood neervallen

Frustra

Tevergeefs

Quinqe

Vijf

Necare

Doden

Protegere

Beschermen

Desinere

Ophouden

Relinquere

reliqui

1. achterlaten 2. Overlaten 3. Verlaten

Pf. N!

Parcere + dat.

Sparen

Rogare

Vragen

Iam

1. reeds 2. Al

Nom iam

Niet meer

Paulatim

1. geleidelijk 2. Langzaam

Saxum

Rots

Patria

Vaderland

Etiam

1. zelfs 2. Ook

Lacrima

Traan

Vestigium

(voet) spoor

Horrēre

horrui

Huiveren

Pf.

Invenire

Vinden

Oculus

Oog

Complēre

Vullen

Accidere

accidit

Gebeuren

Pf.

Expectare

1. wachten (op)

Parentes

Ouders

Mors, mortem + acc.

De dood

Culpa

Schuld

Tollere

Sustuli

Optillen

Pf.

Osculum

Kus

Gladius

Zwaard

Quaerere

Zoeken

Iacēre

Liggen

Causa

1. oorzaak 2. Reden

Aspicere

1. aanschouwen 2. Zien

Nec

1. en 2. En ook niet

Vocare

Roepen

Vetare

Verbieden

Amor, amores

Liefde, liefdes

Sepulcrum

Graf

Graecus

Griek

Aedificare

Bouwen

Vir, viri

Man, mannen

Ora

Kust

Pro + abl.

Voor

Troia

Troje

A(b) +abl.

Voor

Navigare

Varen

Prope +acc.

Dichtbij

Occultare

Verbergen

Troianus

Trojaan

De +abl.

1. vanaf 2.

De aantekening gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen
Gids Eindexamens

Alles wat je moet weten over de eindexamens

1. vanaf 2.

Murus

Muur

Spectare

Kijken

Navis, naves

Schip, schepen

Modo

Slechts

Cito

Snel

Porta

Poort

E(x) +abl.

1. uit 2. Sinds

Ad + acc.

1. naar 2. Tot aan 3. Bij

Currere

cucurri

Rennen

Pf.

Alii…alii…

Sommigen…anderen…

Flamma

1. vlam 2. Vuur

delēre

Vernietigen

Urbs, urbes

Stad, steden

Cum +abl.

(samen) met

Ut +pf.

Zodra

Credere +pf.

credidi

1. geloven 2. Vertrouwen

Pf.

Et…et…

Zowel…als…

Donum

Geschenk

Dolus

List

Carēre +abl.

1. vrij zijn van 2. Missen

Aeneas

Aeneas

Somnus

Slaap

Apparēre

Verschijnen

Hostis, hostes

Vijand, vijanden

Habēre

1. hebben 2. Houden

Armum

Wapen

Penates

Penaten (huisgoden)

Auxilium

Hulp

Condere
condidi

1. (op)bergen 2. Stichten

Pf.

Lectus

Bed

Surgere

Surrexi

1. oprijzen 2. Opstaan

Pf.

Ire

Gaan

Instare +dat.

Achternazitten

Via

1. weg 2. Straat

Clamor, ores

1. schreeuw 2. Kreet

Turba

Menigte

Ara

Altaar

Statuere

statui

Besluiten

Pf.

Olim

1. vroeger 2. Eens 3. Ooit

Maritus

Echtgenoot

Scelus, scelera

Misdaad

Interea

Intussen

Valde

1. zeer 2. Heel erg

Dido, didonem +acc.

Dido

Mox

1. weldra 2. Spoedig

Verbum

Woord

Decipere +io

decepi

Bedriegen

Pf.

Aurum

Goud

Antea

Eerder

Habēre in animo

Van plan zijn

Socius

1. bondgenoot 2. Vriend

Posse

Kunnen

Adeo

Zo (zeer)

Animus

Hart

Forma

1. gestalte 2. Uiterlijk

Ducere

1. leiden 2. Voeren

Num

Toch niet?

Sine +abl.

Zonder

Agere

1. voeren 2. Leiden

Moenia

(stads) muren

Ostendere

Tonen

Desiderare +acc.

1. missen 2. Verlangen (naar)

Quidem

1. weliswaar 2. echter

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.