Wohnen

Heißen

arbeiten

finden

Haben

Sein

ich

wohne

heiße

arbeite

finde

habe

bin

du

wohnst

heißt

arbeitest

findest

hast

bist

er/sie/es

wohnt

heißt

artbeitet

findet

hat

ist

 

 

 

 

 

 

 

wir

wohnen

Heißen

arbeiten

finden

haben

sind

ihr

wohnt

Heißt

arbeitet

findet

hat

seid

Sie/sie

wohnen

Heißen

artbeiten

finden

haben

sind

Werkwoorden vervoegen in de Duits. 

 Door:  Marin Wolthers      Op:  september 2015       Docent: Gerda Oedes             

 

 

 

Hierboven in het schema zie je de werkwoordvervoegingen. De eerste is regelmatig met het werkwoord wohnen (dat betekent wonen). Regelmatige werkwoorden eindigen op –en. Als je dat er af haalt heb je de stam. In het oranje zie je de vervoegen er achter. Als je alle vervoegingen achter elkaar plakt krijg de FEEESTTENTEN. Een mooi ezelsbruggetje om het de onthouden. De meesten werkwoorden zijn regenmatig alleen je hebt ook een paar kleine uitzonderingen hieronder zie je ze:

 

     -     Heißen is ook een regelmatig werkwoord alleen de bij du (jij) is het

iets anders er staats namelijk al een ringel s (ß) en daarom schrijf je

alleen de t

  • Daarnaast zie je de werkwoorden arbeiten (werken) en finden (vinden) ook die zijn regenmatig omdat ze op –en eindigen, maar ook met deze werkwoorden moet je op letten. De stam eindig namelijk op een t/d en bij de persoonlijke voornaamwoorden du/er/sie/es/ihr komst er dan een -e bij. Kijk maar
  • En de laatste uitzondering haben het eindigt op – en alleen toch moet je opletten. Bij de personen du/er/sie/es/ihr vervalt de b namelijk.

 

Sein (zijn) is gewoon een onregelmatig werkwoord (net als in het Nederlands) en die moet je uit je hoofd leren. Daar is geen regel voor.

 

Rangtelwoorden in de Duits. 

Rangtelwoorden maken in het Duits is niet heel moeilijk. Alles onder de 19 is cijfer + -te (vier = vierte) en alles vanaf twintig is cijfer + -ste (einundzwanzig = einundzwanzigste) maar er zijn wel een paar uitzonderingen kijk maar in het schema hier onder.

één

eins

erste

twee

zwei

zweite

drie

drei

dritte

vier

vier

vierte

vijf

fünf

fünfte

zes

sechs

sechste

zeven

sieben

siebte

acht

acht

achte

negen

neun

neunte

tien

zehn

zehnte

elf

elf

elfte

twaalf

zwölf

zwölfte

dertien

dreizehn

dreizehnte

veertien

vierzehn

vierzehnte

vijftien

fünfzehn

fünfzehnte

zestien

sechzehn

sechzehnte

zeventien

siebzehn

siebzehnte

achttien

achtzehn

achtzehnte

negentien

neunzehn

neunzehnte

 

 

 

twintig

zwanzig

zwanzigste

eenentwintig

einundzwanzig

einundzwanzigste

tweeëntwintig

zweiundzwanzig

zweiundzwanzigste

drieëntwintig

dreiundzwanzig

dreiundzwanzigste

vierentwintig

vierundzwanzig

vierundzwanzigste

vijfentwintig

fünfundzwanzig

fünfundzwanzigste

zesentwintig

sechsundzwanzig

sechsundzwanzigste

zevenentwintig

siebenundzwanzig

siebenundzwanzigste

achtentwintig

achtundzwanzig

 

negenentwintig

neunundzwanzig

 

dertig

dreißig

 

eenendertig

einunddreißig

 

tweeëndertig

zweiunddreißig

 

 

als het over data gaat zeg je in het Duits: Am vierten Mai. Bij data komt er dus een extra N bij. (Am neunzehnten Dezember / Am achten März)

 

Als je zegt ik ben jarig in het Duits vertaal je dat lettelijk als ik heb geboorte dag: Ich habe am neunzehnten Dezember Geburtstag. Of deze: Meine Vater hat am dritten Januar Geburtstag.

 

 

 

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.