Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

John Deere traktoren

Techniek

Keuzeopdracht

7.2 / 10
1e klas mbo
  • Jeff
  • Nederlands
  • 4549 woorden
  • 14512 keer
    18 deze maand
  • 25 juni 2004
INLEIDING

HET BEGIN

Als beginjaar van Deere & Co. wordt meestal 1837 genoemd; het moment dat John Deere zijn eerste zelfreinigende ploeg maakt. Officieel wordt de naam Deere & Company echter pas in 1868 geregistreerd. Het bedrijf maakt op dat moment og hoofdzakelijk ploegen. In 1912 wordt begonnen met de ontwikkeling van een tractor. Dit leidt eind 1917 tot de productie van een honderdtal All-Wheel-Drive's. Deze tractoren blijken commercieel geen success. Deere & Co. neemt in 1918 de Waterloo Gasoline Engine Company over en gaat door met de produktie van de Waterloo Boy. In 1923 wordt een nieuwe serie, zelf ontwikkelde tractoren, gestart: de John Deere D.

John Deere
John Deere wordt geboren in 1804 in Rutland (Vermont), waar hij smid van beroep wordt. Als gevolg van een slechte economische situatie in het oostelijke deel van de VS, trekt Deere naar het westen. Hij vestigt zich, wederom als smid, in Grand Detour (Illinois). Door de zwaardere grond in dit gebied zijn de op dat moment gebruikte ploegen niet zelfreinigend. John Deere vindt hiervoor samen met Leonard Andrus in 1837 een oplossing door een ploeg met een gebogen en gepolijst rister te maken. Ze bogen hiervoor een oud zaagblad van een houtzagerij. Het ijzeren rister werd aan de voorkant gepolijst om aankoeken van grond te voorkomen.

Er is vanaf het begin een grote vraag naar de ploegen, die oploopt tot 100 exemplaren per jaar in 1846. In 1847 doet Deere zijn aandeel in de Grand Detour fabriek over naar Andrus en sticht een eigen fabriek in Moline, dat aan de Mississippi ligt. De rivier maakt het mogelijk om staal uit Engeland in te voeren en zorgt bovendien voor de benodigde energie. Na een aantal experimenten laat
Deere een ploeg van gegoten staal maken in Pittsburgh. De produktie van deze ploegen loopt op tot 13000 in 1855.

In 1853 komt John's zoon Charles in het bedrijf, die meer oog heeft voor de financiële kant van het bedrijf. Hij opent verschillende verkoopkantoren om een groter deel van de VS te kunnen bereiken.

Als 1868 het bedrijf officieel geregistreerd wordt onder de naam Deere & Company, worden er inmiddels ook meerscharige ploegen gemaakt. In 1975 wordt er een Sulky ploeg uitgebracht, waarop de ploeger mee kan rijden.

In 1911 koopt Deere & Co. verschillende fabrieken op. Naast ploegen worden er vanaf dat moment ook andere grondbewerkingswerktuigen en maaibalken, harken en zelfbinders geproduceerd.

ALL WHEEL DRIVE

Onder een toenemende druk van verschillende dealers,

Tekening van een Hackney Auto Ploeg uit 1912.
besluit de raad van bestuur van Deere en co. op 5 maart 1912 om een tractor in hun lijn van landbouwmachines op te nemen. C.H. Melvin krijgt de opdracht om een experimenteel model van een 'tractorploeg' te maken. Het prototype, dat leek op de Hackney Auto-Ploeg, hield zich niet goed in de veldtesten en is daardoor nooit in produktie genomen.


In mei 1914 krijgt Joseph Dain Senior de leiding over de tractorontwikkeling.
Hij keeg als doel een tractor te ontwikkelen die voor 700 dollar verkocht kon worden. Eind 1917 is het zover: het prototype werkt goed en er worden 100 exemplaren van geproduceerd. Deze krijgen de naam John Deere Tractor of All-Wheel-Drive. Tegenwoordig wordt de AWD, samen met de prototypen die Dain ontwikkelde, ook vaak als 'Dain' aangeduid.

De All-Wheel-Drive's blijken uiteindelijk meer dan 2x de aangenomen prijs van 0 te moeten kosten. Gevolg is dat de verkoop niet volgens de verwachting liep en de tractorproduktie lijkt op niets uit te lopen. In maart 1918 besluit Deere & Co. om de Waterloo Gasolino companie over te nemen, om op die manier een goede fabriek voor het bouwen van tractoren te bemachtigen. Deere & Co. kreeg met deze overname de beschikking over een reeds geaccepteerde tractor, de Waterloo Boy, die ook nog eens de helft goedkoper is dan de eigen Dain tractor.

Technisch was de AWD van hogere kwaliteit dan de Waterloo Boy, maar de boeren vonden de extra's niet opwegen tegen de hogere kosten. Hierdoor lag het voor de hand om door te gaan met de produktie van de Waterloo Boy. Na de dood van Joseph Dain kwam er ook een einde aan de beperkte experimenten die nog door het Dain-team werden uitgevoerd.
De AWD was uitgerust met een ketting aandrijving voor alle drie de wielen en een automatische versnellingsbak die onder druk geschakeld kon worden. Mogelijkheden die de eerst volgende 50 jaar niet gebruikelijk waren bij andere tractoren. De tractor woog circa 2100 kg en had een afmeting van 3,81m bij 1,93m bij 1,45m (lxbxh). De vier-cilinder (boring: 115mm; slag: 150mm) benzine motor, speciaal ontwikkeld voor trekwerk, leverde 12 pk trekkracht en 24 pk aan de riemschijf. De tractor had twee versnellingen. De laagste versnelling leverde een snelheid van 3,2 km per uur en de hoogste een snelheid van 4,2 km per uur. Dit gold overigens zowel voor vooruit, als voor achteruit!

Voor zover bekend zijn er drie exemplaren van de All Wheel Drive bewaard gebleven, waarvan één nog slechts een karkas. Van de andere twee is degene met de meeste originele onderdelen de All Wheel Drive met serienummer 79, in handen van de heer Frank Hansen. Het andere exemplaar betreft nummer 34, in handen van de Nothern Illinois Steam Club.

Nummer 79 werd half september 2000 te koop aangeboden via de internet-veiling ebay. Er gold een openingsbod van 900.000 dollar, dat echter door niemand is geboden. Het is daardoor niet bekend hoe groot het minimumbod was dat de heer Hansen had ingesteld.

JOHN DEERE D

(zie voor meer specificatie de bijlage)

Als gevolg van het experimenteren met de Waterloo Boy werd eind 1922 de experimentele Stijl D tractor gemaakt. Het tweede exemplaar van deze stijl, werd gelijk het eerste produktiemodel van de John Deere Model D.

Postzegels met een Spoker D erop.
De Model D, ook wel Big Daddy genoemd, was een trekker in de lijn van de Waterloo Boy en daarvoor de stoommachines. Dit uit zich vooral in de standaard-spoor vooras die niet geschikt om de tractor een grote(re) bodemvrijheid te geven. Hiermee was de D ongeschikt voor bewerkingen in de rijenteelt. Door zijn gewicht en lage zwaartekrachtpunt was hij echter uitstekend geschikt om te trekken (ploegen) en werd hij veel gebruikt voor dorswerk. Daarnaast was de D door zijn krachtige motor ook onovertroffen in het aftakas- en riemschijfwerk. In navolging van de experimentele modellen gebruikt ook de D een oliebad om de belangrijkste onderdelen te beschermen tegen modder en stof. In navolging van de Waterloo Boy had de D een liggende 2-cilinder 4-takt motor met waterkoeling. De motor liep officieel op petroleum, maar kon bijna alle brandstof aan. De motor werd bij de D echter wel 180 graden gedraaid in vergeleiding tot de Waterloo Boy. Bij de D lag de krukas naar het midden van de tractor met de transmissie erachter. Zowel het vliegwiel als de riemschijf zaten direct op de krukas vast.

De D was in productie van 1923 tot 1953 en was met circa 160.000 exemplaren het langst van alle John Deere modellen in productie. De prijs van een D bedroeg in 1923 cica 1000 dollar en in 1953 2400 dollar. In al die jaren zijn er verschillende typen en (experimentele) modellen en uitvoeringen gemaakt. In onderstaande tabel worden een aantal van deze typen onderscheiden. De indeling is min of meer willekeurig. Alle typen, behalve de styled, vallen onder de unstyled D's.

Spoker
De spoker D's zijn te onderscheiden door de gespaakte vliegwielen. In de vier jaar dat deze modellen zijn gemaakt, zijn er op twee momenten, beide in 1924, wijzigingen in het ontwerp gemaakt. Van het originele ontwerp werden 50 exemplaren gemaakt. Opvallende kenmerken van dit model zijn de drie horizontale 'spijlen' aan de zijkant van de radiator (zogenaamde ladders), een 26 inch (65 cm) gespaakt vliegwiel en een vooras die bestaat uit gelaste strippen ijzer. Daarnaast zitten er vier gaten in elke spijl van het stuur en is de stuurstang, die aan de linkerkant van de tractor zit, één geheel. De D wordt bij het teststation van de universiteit van Nebraska getest op 10 juli 1923. Het vermogen wordt gemeten op 15 pk en 27 pk aan de riemschijf. Deere & Co. adverteert deze tractoren tot in 1927 als John Deere 15-27's, vaak zonder de modelaanduiding D.

Begin 1924 wordt de vooras vervangen door een gegoten as uit één geheel. Van dit model, met hetzelfde 26 inch vliegwiel en de geladderde radiator, worden 829 exemplaren gemaakt. Omdat het voorwiel bij scherpe bochten soms tegen het vliegwiel kwam, werd later in 1924, voor produktiejaar 1925, het 26 inch vliegwiel vervangen door een 24 inch (60 cm) gespaakt model. Om wel hetzelfde gewicht te houden, wordt het vliegwiel dikker gemaakt. Verder wordt er een de stuurstang uit twee delen gebruikt, die iets wordt verlegd om verder van het vliegwiel te blijven. Daarnaast wordt de transmissiekast zodanig aangepast dat de plaatsing van een aftakas (PTO) mogelijk wordt. Van deze laatste serie spoker D's worden 4876 exemplaren gemaakt. Enigszins verwarrend, zitten er tussen de serienummers van dit model nog 93 Waterloo boys.

Solid 2-speed
In 1926 werd het eerste exemplaar van de D geleverd met een dicht vliegwiel. Dit model bleef 9 jaar in produktie, maar werd in die tijd wel enkele keren aangepast. De two-speed is te onderscheiden van zijn voorganger door het vliegwiel en van zijn opvolger door het aantal versnellingen vooruit. De meeste concurrenten hadden in deze tijd overigens al drie versnellingen, maar dat scheen de verkoop van de D, met gemiddeld zo'n 10.000 exemplaren per jaar, niet te hinderen. In 1927 wordt.
deverbinding tussen het vliegwiel en de krukas verbeterd. Bovendien wordt de boring vergroot tot 168.75 mm. Het motorvermogen neemt daardoor toe tot 28.5 pk (aftakasvermogen tot 37 pk). Van deze versie worden tot 1931 ongeveer een 56.500 gemaakt.
In de herfst van 1928 werd een serie van 96 experimentele 'exhibit A' tractoren gemaakt. Tijdens deze serie wordt er geëxperimenteerd met drie versnellingen, een vaste aftakas, een stalen bestuurdersplatform (voorheen van hout), een nieuw ontwerp spatborden en een aan de rechterkant geplaatste stuurinrichting (voorheen links). De meeste van de aanpassingen uit deze experimenten werden niet direct uitgevoerd, doordat de Grote Depressie de prijs van tractoren drukte. De produktie van de D verdubbelde in 1929 overigens wel.

In 1930 leidde de nimmer aflatende zoektocht naar verbeteringen tot de produktie van 50 'exhibit B' tractoren. Belangrijkste wijziging ten opzichte van de exhibit A was de opvoering van de motor van 800 rpm naar 900 rpm. Dit resulteerde in een vermogen van 30.7 pk (41.6 pk aan de aftakas) bij de Nebraska-test.

Gedurende de experimenten met de exhibit A's en B's werden er aan de D zelf slechts kleine wijzigingen gemaakt. Een voorbeeld zijn de spaken van de voorwielen. In 1927 werden de ronde exemplaren vervangen door vierkante. In de loop van 1929 werden er een aantal gemaakt met rechthoekige strips. Eind 1929 keerde Deere & Co. echter weer terug naar ronde spaken.

Toen in 1931 de markt begon aan te trekken werden de exhibit A en B veranderingen doorgevoerd in de produktie van de D. Naast de genoemde wijzigingen vallen deze D's vooral op door de plaatsing van een uitlaatpijp boven de motorkap. Verder kreeg de D nieuwe cilinderblokken en -koppen, werd de stuurinrichting van links naar rechts verplaatst en kreeg de stuurstang een koppeling. De derde versnelling werd vanuit kostenperspectief niet toegevoegd.

Solid 3-speed

Laat in 1934 werd er een nieuwe versie van de D uitgebracht. Deze was voorzien van de derde versnelling. Dit werd nodig door het toenemende gebruik van rubberbanden. Overigens gingen de meeste concurrenten rond die tijd al over naar vier versnellingen. Deze versie van de D was de laatste zogenaamde unstyled D en bleef in produktie tot 1939. Er werden ongeveer 23850 exemplaren gebouwd.
Styled

Vanaf produktiejaar 1939 werd de D geleverd als styled-tractor. Hiermee was de D het derde John Deere model dat door Henry Dreyfuss werd aangekleed. Belangrijkste wijzigingen in het ontwerp
betreft het afschermen van motoronderdelen en de radiator. Ook nieuw was het spatbord-ontwerp en een instrumentenpaneel met meters, een uitzetknop en een hendel om de brandstoftoevoer te smoren. Stalen wielen waren nog standaard. Rubber kon echter besteld worden.

Een styled D. Let op de gril met vertikale spijlen voor de radiator en het extra plaatwerk bij de motorkap

De motorkap was bij de unstyled-versies een bescherming voor de brandstoftank. Bij de styled versie diende de motorkap samen met de radiator-gril veel meer als afwerking. De tractor kreeg als het ware een vloeiende vorm.

De eerste gestileerde D's hadden voorwielen met ronde spaken en 70 cm achterwielen. Vrij snel veranderde dit in dichte velgen en 75cm achterwielen. Een ander onderdeel dat in de loop van de produktie veranderde was de inlaatpijp. In eerste instantie was dit een rechte cilinder. Later veranderde dit in een paddestoel-model. In 1940 werden rubberbanden standaard en de stalen wielen een optie. Tijdens de oorlog werd rubber schaars en werd het stalen wiel nog even weer de standaard. In 1944 werden de spaken van het voorwiel vervangen door een dichte voorwielen. Op rubber kon de D meer vermogen overbrengen. De Nebraska tests gaven bij deze tractoren een vermogen aan van 38 pk (42,1pk op de aftakas).

Onder de populairste opties waar de tractor mee uitgerust kon worden, vielen elektrisch starten, verlichting en de aftakas. Een zeldzame optie betrof achterwielremmen. Deze konden via pedalen los van elkaar bediend worden, zodat er kort gedraaid kon worden. Ook waren er tandwielen met verschillende afmetingen beschikbaar om de snelheid op te voeren. Voor de tractoren die uitgerust waren met stalen wielen waren verschillende velgen en opzetstukken beschikbaar. Van de styled. Dwerden tot 1952 zo'n 47750 exemplaren gemaakt

Al vrij snel na de start van de D zijn er ook andere John Deere modellen op de markt gekomen, die allemaal een ander segment van de markt bespelen, Deere & Co. had voor elk bedrijf en elke bewerking een tractor voorbeeld hiervan is de DI.

DI

Tussen 1927 en 1941 zijn verschillende D's uitgerust als industrietractor. Vanaf 1935 kregen deze zelfs een eigen model aanduiding: de DI. De DI was donkergeel gekleurd (het zogenaamde highway-yellow) en had een maximum snelheid van 12 km per uur. standaard was de DI uitgerust met lagedruk-luchtbanden en was de stoel, voorzien van een kussen, haaks op de rijrichting geplaatst aan de linkerkant van de tractor. Om dit mogelijk te maken waren de diverse bedieningshendels aangepast. In totaal zijn er zo'n 100 exemplaren van de industrie D gemaakt. De DI had geen aparte serienummering; ze zijn gewoon tussen de D gevoegd. Er is geen styled-versie van de DI uitgebracht.

Nadat de productie in 1952 na 30 jaar officieel werd stilgelegd, werd er door de grote vraag toch nog een extra serie gemaakt van restonderdelen. Omdat de productielijnen al waren afgebroken werden deze tractoren buiten de fabrieken in elkaar gezet. De 92 gemaakte exemplaren worden daarom 'Streeters' genoemd. In 1953 kwam er echt een einde aan het D-tijdperk en was het tijd voor zijn opvolger, de John Deere R.

De John Deere R

Directe opvolger van de D is de John Deere R, die vanaf 1949 geproduceerd wordt.
De 51pk tractor was meteen een groot succes.

John Deere heeft vanaf 1941 geexperimiteerd met diesel motoren, waardoor de laatste D’s en sommige eerste R’s als MX werden verkocht. Dit waren experimentele modellen met de eerste door John Deere gemaakte Diesel-motoren.

De "R" heeft een horizontaal geplaatste benzine startmoter om de 2-cylinder diesel (1443mm x 2008mm - 1000RPM) voor te verwarmen. De startmoter zelf word elektrisch gestart.

De "R" werd standaard uitgerust met onafhankelijke achterremmen en een stoel met armleuningen. Als extra was er een onafhankelijke aftakas met onafhankelijke koppeling en continue hydrauliek verkrijgbaar. De "R" is geproduceerd tot 1954 en werd vervangen door de "80" serie.

De John Deere G

De John Deere G werd alleen in de V.S. geproduceerd en werd vanaf 1941 naast de D in productie genomen, deze G’s zijn in Nederland gekomen door de Marshall-hulp.
De G had een blokinhoud van 6450 cc en had een trekvermogen van 38 pk. Het maximale toerental van deze traktor is 975 RPM. En heeft een gewicht van 2568 kg
verder neemt Deere & Co voor de uitbreiding vaak een ander bedrijf over. In Europa is voor de John Deere tractoren vooral de overname van Heinrich Lanz AG in 1956 van belang geweest. De laatste paar jaar heeft john deere fabrieken overgenomen waardoor ze nu ook maaiers en veldspuiten maken.

De John Deere 310

Na de John Deere R kwam de 80’er serie, die serie ziet er ongeveer hetzelfde uitziet als de 310 die wel pas vanaf 1960 in productie kwam.Daarom ga ik nou verder met de 310.

Deze tractor heeft een driecilinder John deere Lanz motor die een vermogen heeft van 32 pk. Hij heeft een maximum toerental van 1950 omw/min. En heeft een compressieverhouding van 16.7:1, deze traktor is watergekoeld en heeft directe inspuiting. Hij weegt 2100 kg.

De nieuwe modellen

Na de 310 serie is de 20’er serie uitgekomen,daarna de 30’er de 40’er en de 50’er serie die laatste 3 ziet men nog vrij vaak rijden, later kwamen de 6000,6010 en de 6020 die later wordt besproken. Deere & Co.is vandaag de dag uitgegroeid tot 's werelds grootste producent van landbouwwerktuigen en het bedrijf is nog steeds groeiende, ik wil het nu gaan hebben over een vijftal series met de nieuwste technieken.

John Deere 5010 serie

Deze serie bestaat uit 3 modellen nl. de 5310, de 5410 en de 5510, deze traktoren zijn de lichtste uit het assortiment nl. tussen 2500 en 2800 kg.

Motor
Deze 3 tractoren hebben een vermogen van 53 tot 80 pk, de 2 lichtste hebben een 3 cilinder-moter met een inhoud van 2940 cc. en de 5510 een 4 cilinder motor met een inhoud van 4530cc. Hun tankinhoud is gelijk en bedraagt 80 liter.

Aandrijving
deze traktoren zijn verkrijgbaar met 2 soorten versnellings-bakken een 30 km/u bak met 12 versnellingen vooruit en 12 versnellingen achteruit, en met een 40 km/u bak met 24 versnellingen voor- en achteruit.
Met de rode knop naast het stuur kan men de rijrichting veranderen zonder dat traktor stilstaat.

Hydroliek

deze 5010 serie heeft hydroliekpompen die max. 49.9 liter per minuut kunnen leveren met een maximale druk van 180 bar.

Aftakas (Pto)

De aftakas is bij elke traktor eigenlijk het zelfde, men kan altijd kiezen tussen drie standen, nl. tussen de 540, 540E en de 1000 toeren.

Stand 540 houdt in dat bij een motortoerental van 2000 omw/min. De aftakas een snelheid heeft van 540 omw/min.

Stand 540E houdt in dat je 540 omw/min. Op de aftakas kunt krijgen met minder gas, dit is vooral handig bij licht werk zodat het motorgeluid minder is.

Stand 1000 houdt in dat je bij een motortoerental van 2000 omw/min. 1000 omw/min. Hebt op de aftakas. Deze stand is bedoeld voor hele zware machines die een snelheid nodig hebben van 1000 omw/min. Of voor heel licht werk waarbij je met een motortoerental van ongeveer 1250 omw/min. Al 540 omw/min op de aftakas hebt.

De 6020 serie

Motor

4-cilinder

Deze serie bestaat uit 10 modellen nl. de 6120,6220,6320 6420 en de 6420s. met een 4 cilinder motor die een vermogen hebben van 80 t/m 120 pk.

Deze motoren hebben alle 5 een boring van 106.5 mm, een slag van 127mm en een inhoud van 4530 cm3. hun maximale toerental ligt rond 2300 omw/min, deze motoren hebben orgineel een turbo en deze hebben een system dat ervoor kan zorgen dat de traktor onder zware omstandigheden max. 5 pk meer motervermogen krijgt, deze traktoren hebben een gewicht van 4350 van 4750 kg

6-cilinder

De andere 5 modellen uit de serie’s 6520, 6620, 6820, 6920 en 6920s zijn uitgerust met een 6 cilinder motor die een vermogen hebben tussen 110 en 160 pk, Ze hebben een boring van 106,5mm en een slag van 127mm, de totale inhoud is 6788 cm3,en zijn orgineel uitgerust met een turbo die er tevens voor zorgt dat ook deze motoren onder zware omstandigheden 5,6 pk meer leveren. Deze traktroren hebben een gewicht van 5080 tot 5980 kg.

Zowel de 4- als de 6- cilinder motoren zijn uitgerust met het commonrail inspuitsystem en hebben volledig elektronisch motormanagment.

Zowel de 4- als de 6-cilinder motoren hebben een koelsysteem met 2 koelwegen zodat de hydroliek-olie al gekoeld kan worden als de motor nog koud is en nog niet gekoeld hoeft te worden.

Aandrijving

Er zijn een 3 tal aandrijvingen verkrijgbaar voor deze modellen,

De autoquad 2

Dit is een halfautomatische versnellingsbak met 6 gieringen en in deze gieringen schakelt dit dit system automatisch nog eens in 4 versnellingen, dit system is ontworpen zodat de tractor altijd op zijn ideale versnelling en toerental zit zodat er geen tijd verloren gaat en er zo zuinig mogelijk wordt gereden deze traktors hebben een max. snelheid van 45 km/u

De powerquad-plus

Deze versnellingsbakken hebben ook 6 gieringen je kunt dan de 4 versnellingen schakelen met de knopjes op de schakelpook of het gele knopje naast het handgas.met deze versnellingbak gaat de traktor 51 km/u.

Volledig automatische versnellingsbak

Dit system werkt door een vario die het mogelijk maakt om bij ieder toerental elke gewenste kan worden gereden.
Deze versnelligsbak geeft de traktor een snelheid van max 51 km/u

Voor- en achteruit

met dit hiernaast kun je de rijrichting aangeven je kunt zonder het koppeligs-pedaal vanuit stilstand wegrijden,

De pto is hetzelfde als bij de 5010 serie.

Vering

Een tractor krijgt de laatste paar jaren steeds meer geveerde delen zoals de vooras rechts naast de tekst om in het veld schokken voor de bestuurder op te vangen en om ervoor te zorgen dat de wielen in het veld contact blijven houden met de grond zodat de trekkracht verbeterd wordt. Dit systeem heet TLS.

Op dit model traktoren zitten ook nog 2 cabine veren(hierbeneden op de foto geel) die ervoor zorgt dat schokken worden opgevangen doormiddel van met stikstof gevulde zuigers met een veerweg van 100mm zuigers daarnaast hebben traktors nog altijd een geveerde stoel, vroeger werd deze meestal geveerd door middel van veren, nu zijn dat meestal luchtgeveerde stoelen die zich automatisch instellen op je gewicht.

Hydroliek

De hydroliekpomp van deze traktoren kunnun 96 liter per minuut leveren en een maximaale druk van 200 bar

De 7010 serie

Motor

Deze serie bestaat uit 2 modellen nl. de 7710 met 175 pk en de 7810 met 192 pk,
De 8cilinder motoren hebben beide een inhoud van 8.1 liter met een boring van 116 mm en een slag van 128 mm, ze hebben een max. toerental van 2100 omw/min.

De tractor is verkrijgbaar met 2 soorten dieselpompen nl. een mechanisch rijinspuit dieselpomp en een volledig elektrische Bosch P3000 Dieselpomp.

In het bovenste bereik van de cilinderwand (zie het figuur hiernaast het oranje bereik) worden de optredende hoge temperaturen doormiddel van een speciaal ontwikkelde circulatie koel ring met 400C gereduceerd. Externe koelleidingen komen hierdoor te vervallen. De motor kan hierdoor op maximaal toerental toch nog voortdurend goed gekoeld worden.

Deze tractoren hebben een gewicht van 6920kg.

Aandrijving en PTO

De aandrijvings-systemen en het PTO van deze tractor zijn hetzelfde als bij de 6020 serie,

Hydroliek

Deze tractoren beschikken over een oliepomp die een druk kan produceren van 200 bar, en kunnen 100 liter olie per minuut leveren

Vering

Deze serie heeft nog geen cabinevering maar wel de TLS voorasvering zoals deze bij de 6020 serie wordt besproken.

De 8020 serie

motor

Deze serie bevat 5 modellen namelijk de 8210,8220,8320,8420 en de 8520 die beginnen met 230pk en eindigen met 295pk.
Ze hebben een maximaal toerental van 2200 omw/min.
Hun 8-cilinder motor heeft een boring van 116 mm en een slag van 129mm.

Het inspuitsysteem bestaat uit een hoge druk commonrail-systeem dat elektronische inspuit heeft met variabel inspuitmoment en variabele inspuittijd.

Deze tractoren hebben een gewicht van 9000 t/m 9700 kg

Aandrijving en PTO

Deze tractor is alleen verkrijgbaar met het Powershift-systeem dit houdt in dat men 3 gieringen heeft (oranje knop hiernaast op foto) waarin de tractor nog eens 4 versnellingen heeft die je dan in de automatische modus kunt zetten waarin hij in de giering automatisch op en af schakelt of je kunt zelf schakelen door het pookje naar voor en naar achter te duwen.

Het PTO van deze tractoren worden aangedreven door een vario waardoor men bij elk toerental een constant PTO toerental van bv.540 omw./min. kan verkrijgen.

Hydroliek

Deze modellen beschikken over een oliepomp die 160 liter per minuut kan leveren met 200 bar.

Vering

Deze modellen hebben geen cabinevering maar een zogenaamde Active stoel en ILS voorwielvering

Active stoel

Het verschil tussen een normale luchtgeveerde stoel en de Active stoel is dat de Active stoel de schokken tegenwerkt. Een sensor herkent alle schokken en stuurt doormiddel van hydropneumatisch systeem de bewegingen van de stoel. Daardoor worden 90% van de schokken weggenomen. Het systeem houd hierbij de rijsnelheid in de gaten.

ILS-vering

Het verschil tussen de TLS en de ITS vering is dat bij ITS de wielen onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen en een veerweg hebben van 250mm. Deze modellen hebben dit veersysteem alleen in de vooras maar er is wel al een Prototype uit met vierwielvering.


De 9020 serie

Motor

De 9020-serie bestaat uit 3 modellen de 9320,9420 en de 9520. Dit zijn momenteel de sterkste en zwaarste John Deere tractoren die begint met 423 pk en eindigt met 507 pk

Deze tractoren hebben een gewicht van 15000 kg.

Deze 12,5 litermotoren met een boring van 127mm en een slag van 165mm hebben de allernieuwste technologieën zoals een apparte dieselpomp voor elke sproeier, 4 kleppen per cilinder, bovenligende nokkenas en variabele inspuitmomenten. Elke aparte dieselpomp kan een druk leveren van 1600 bar. Door het systeem worden drukveranderingen voorkomen en het systeem
zich automatisch aan de werkomstandigheden.

Vering, PTO,Aandrijving

De vering , PTO en de aandrijving komen overeen met de systemen die gebruikt worden bij de 8020 serie.

Conclusie

Na dit werkstuk gelezen te hebben ziet men dat tractoren vroeger vooral gemaakt werden voor werkvermindering en de laatste jaren zijn ze alleen maar aan het ontwikkelen om de werkomstandigheden te verbeteren en de productiviteit te verhogen. Verder vind ik dit een leuk onderwerp om de technologische ontwikkeling toe te lichten omdat deze ontwikkeling na de computer-ontwikkelingen het snelst gaan.

Bronvermelding
De informatie over de nieuwe modellen heb ik aangevraagd bij de John Deere fabriek in Mannheim, de plaatjes en de geschiedenis heb ik van de site: www.JohnDeere.com

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4859

reacties

Ik heb grote waardering voor jullie "werk", maar, denk dat sommige informatie niet juist is, zoals de ontwikkeling van het eerste zelfreinigende rister. En, JD werkte eerst in Grand Detour als knecht bij iemand anders, zo vond hij "toevallig"het rister uit, dan de overname van Lanz, veel hiaten, maar, goede verder veel lof.
door ferry (reageren) op 21 februari 2006 om 9:49

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer