Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

De onzichtbare jongen

J. Bernlef

2005

188

2 uit 5

7.0 / 10
5e klas havo
  • Roos
  • Nederlands
  • 3234 woorden
  • 5029 keer
    13 deze maand
  • 15 oktober 2009
Boek gegevens
Titel: De onzichtbare jongen.
Auteur: J. Bernlef.
Uitgeverij: Querido, Amsterdam.
Eerste druk: 2005.
Gelezen druk: eerste druk, 2005.
Het is een B boek.
Aantal bladzijdes: 188.
Vorm: roman.

Samenvatting:
Het verhaal begint op 17 augustus 1947. Wouter is dan 11 jaar oud en zit in de zesde klas van de Hoofdwegschool.
Op een dag komt er een nieuwe jongen in de klas, Max. Hij is van Haarlem naar Amsterdam verhuisd. Meteen de eerste dag al blijkt hij slimmer te zijn dan de rest van de klas. De meeste kinderen negeren hem, maar Wouter gaat na schooltijd achter hem aan en begint een gesprek met hem. De volgende dag vraagt Max hem mee naar huis. Ze worden vrienden.

Max heeft een boek De onzichtbare man gelezen en wil zelf ook onzichtbaar worden. Daarom zit hij helemaal achterin de klas en zegt alleen iets wanneer het echt nodig is. Daarnaast leest hij veel wetenschappelijke boeken en voert de proefjes uit die daarin staan. Hij laat Wouter ook een proef zien. Al snel nadat Max Wouter een lijst met de schaal van Beaufort heeft laten zien, begint hij aan het bouwen van een windmeter.
Als afsluiting van hun tijd op de Hoofdwegschool, spelen Wouter en Max met de rest van de klas een toneelstuk. Na de voorstelling worden de rapporten uitgedeeld. Die van Max is veruit het beste van de klas. In juli 1948 zijn de Olympische Spelen. Wouter en zijn moeder volgen het op de voet. Fanny Blankers-Koen wint een aantal wedstrijden voor Nederland. Max kan hele stukken van een toespraak op de radio letterlijk citeren. Wouter besluit zich aan te melden voor de plaatselijke atletiekvereniging.

Na de zomervakantie gaan Max en Wouter beide naar de hbs, maar ze komen niet in dezelfde klas.
Wouters tijden voor de honderd meter sprint worden steeds beter. Ze zakken van 12 seconden naar 11.9 en verder naar 11.3. Maar op school gaat het slechter, doordat hij een groot gedeelte van zijn tijd in atletiek steekt. Als het te erg wordt, roept hij Max om hulp. Zijn zolderkamer is ondertussen helemaal leeg, alleen een telescoop op het dak doet nog aan het verleden denken. Met de bouw van de windmeter is hij gestopt, die staat half afgemaakt op het platje.

In september, tijdens een wedstrijd in Amersfoort, loopt Wouter onder de 11 seconden. Op de laatste wedstrijd van 1948 loopt hij 10,7 en is daarmee de snelste junior. Wouter ziet Max nooit meer.

Op een keer, het is dan 1951, neemt Wouters trainer Blankers zijn vrouw, Fanny, mee naar de training. Voor de lol loopt Wouter een wedstrijdje met haar, hij komt met meters voorsprong over de finish. Fanny grapt dat ze elkaar misschien volgend jaar zien in Helsinki, op de Olympische Spelen. In de winter van 1951 krijgt Wouter een uitnodiging van de voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité om mee te doen aan de selectiewedstrijden. Wanneer die eenmaal achter de rug zijn, beginnen de kranten over hem te schrijven.

In juli 1952 vliegt Wouter met de rest van de uitgekozen Nederlandse atleten naar Helsinki voor de Olympische Spelen. Als hij in de startblokken zit voor de honderd meter, blijft hij doodstil zitten en ziet de anderen voor hem finishen. Bij de atletiekvereniging durft hij zich uit schaamte niet meer te vertonen. Omdat de Spelen aan Max voorbij gegaan waren, zit Wouter weer veel bij hem thuis.

Beiden doen eindexamen, weer is Max de beste leerling van de school. Wouters hoogste cijfer is een 7,5 voor Frans. Zijn ouders beloven hem een betaalde vakantie als beloning. Wouter wil graag met Max gaan, maar Max is van plan te gaan werken bij de Rijkspostbank. Wouter besluit hetzelfde te gaan doen en dan later op vakantie te gaan. In september kan het immers ook nog. Samen met een stel leeftijdsgenoten zitten ze in een kelder en berekenen rentepercentages en gemiddelden. Aan het eind van de eerste dag heeft Max al twee keer zoveel verwerkt als de andere vakantiekrachten. Wouter raadt hem aan om wat langzamer te werken, omdat hij anders straks als uitslover bekend staat. Max kijkt hem vol onbegrip aan.

Op hun laatste werkdag bij de bank wordt Max bij de afdelingschef geroepen. De chef belooft hem opslag als hij blijft. ‘Dit vind ik prettiger in de vakantie,’ zegt Max als Wouter hem naar hun reisje vraagt. Wouter besluit in z’n eentje naar Parijs te gaan.
Eenmaal terug in Nederland wordt hij gekeurd voor het leger. Hij ziet Max nergens, later blijkt dat Max werd afgekeurd. Wouter zelf wordt naar Stroe, een legerplaats op de Veluwe gebracht. Hij vindt het vreselijk en schrijft brieven aan Max. Maar die blijven onbeantwoord. Als hij een keer besluit thuis bij hem langs te gaan, ziet hij dat Max en zijn vader zijn verhuisd. Hij heeft niets voor Wouter achtergelaten.

Wouter solliciteert bij een reisorganisatie in Haarlem -de Trekvogel- en krijgt een opleiding. Als reisleider reist hij door heel Europa. Wanneer hij in Nederland is, woont hij in zijn kamer in Haarlem. Op een dag krijgt hij een kaart, met daarop alleen Beaufort. De plaats waar hij is afgestempeld is onleesbaar, maar Wouter is blij dat hij weet dat Max nog leeft.
In april 1960 wordt Wouter wakker met pijn in z’n enkels. Hij is dan 24. Als dit steeds erger wordt belt hij de huisarts. Hij krijgt medicijnen, maar die helpen niet. Lopen kan hij alleen nog met veel moeite. Per ambulance wordt hij naar het Sint-Jozefziekenhuis gebracht. De dokters kunnen er niet achter komen wat hij heeft. In beide benen zit geen gevoel meer. Doordat hij zich niet meer snel kan bewegen ziet hij de wereld met andere ogen. Hij let meer op details.Vanuit het ziekenhuis gaat Wouter naar Woudrust, een revalidatiekliniek. Daar ontmoet hij Dexter.

Elke dag wordt hij geprikt met naalden, om te kijken of het gevoel in zijn benen al is teruggekeerd. Op een dag gaan Wouter en Dexter, Wouter op krukken, een wandeling maken. Hierbij komen ze langs Vogelenzang, een psychiatrische inrichting vlakbij Woudrust. Aan de andere kant van het hek ziet Wouter Max staan en roept hem. Max reageert pas als Wouter hem ‘Beaufort’ noemt. Hij smeekt Wouter om hem mee te nemen uit de inrichting. Dat is de eerste keer dat hij praat sinds hij in Vogelenzang is.

De volgende dag krijgt Wouter een brief van een man die Vrasdonk heet en in de inrichting werkt. Hij vraagt toestemming voor een gesprek met Wouter over Max. Vrasdonk en Wouter ontmoeten elkaar in Dreefzicht, een restaurantje tussen Vogelenzang en Woudrust in. Hij vertelt Wouter dat Max schizofreen is en aan waanbeelden leidt. Max praat nooit met iemand, hij drukt zich uit in cijfers. Vrasdonk stelt voor dat Wouter met Max gaat praten, dat zou hem verder kunnen helpen.

De kamer waarin Max leeft hangt vol met dunne draden. Aan die draden hangen thermometers, allemaal op verschillende hoogte. Max is van plan een windkaart te maken van de kamer. Hij legt het hele plan uit aan Wouter, maar dwingt hem niets verder te vertellen. Zijn bril draagt hij niet meer, anders wordt zijn hoofd te vol van alle dingen die hij ziet en zich later nog precies herinnert. Als Wouter alles toch aan Vrasdonk vertelt, voelt het als verraad.

Wouter wordt ontslagen uit Woudrust en trekt weer in zijn kamer in Haarlem. Twee weken later krijgt hij een brief van Vrasdonk, met daarbij een stapel vellen, volgeschreven door Max. Zijn hele theorie, die hij zelf de wet van Beaufort noemt, staat tot in de details beschreven. De klachten aan Wouters benen zijn ondertussen helemaal verdwenen. In de herfst hoort Wouter dat Max is overleden. Hij is tegen een sterke wind ingelopen, over het strand en zo de zee in. Verdronken.
Op de begrafenis zijn maar heel weinig mensen. Wouter ontmoet Max’ halfzusje Mara, die sprekend op Max zelf lijkt. Tot een paar dagen geleden wist zij niet dat Max bestond.

Verhaalanalyse:
Personages:
Wouter van Bakel: Hij is de hoofdpersoon in het verhaal, je ziet alles uit zijn ogen. Wouter is heel snel, zijn bijnaam vroeger bij de voetbal was Karel Knal, later doet die aan atletiek voor hardlopen en hij mag daarvoor zelfs aan de Olympische Spelen mee doen. Ook heeft hij olympisch kampioen Fanny blankers-Koen verslagen en zijn tijden met hardlopen waren over het wereld record heen. Als Wouter een jaar of 24 is, krijgt hij een ziekte aan zijn benen, waardoor hij moeilijk kon lopen. Niemand wist wat hij had. Hij is hersteld van deze ziekte en kan weer normaal lopen.

Max Veldman: Max is de beste vriend van Wouter. Hij is de slimste van de klas. Max heeft een fotografisch geheugen, waardoor hij alles onthoudt. Van noten op de piano tot herinneringen van zijn kindertijd. Waardoor zijn hoofd zo vol komt te zitten, dat hij helemaal gek wordt. Max is geobsedeerd door winden, hij wil het windsysteem vast kunnen leggen. Zijn hoofd komt zo vol te zitten met herinneringen en kennis dat hij uiteindelijk zelfmoord pleegt.

Structuur:
Het boek begint met een voorwoord waarin Wouter uitlegt waar het verhaal over gaat. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over Max en Wouter als goede vrienden. Het tweede deel gaat over de ziekte van Wouter, hij komt Max dan tegen in het revalidatiecentrum. Het eerste deel heeft kleinere hoofdstukken dan het tweede deel. De hoofdstukken zijn niet genummerd, elk hoofdstuk begint met een klein stukje cursieve tekst, hierin vertelt Wouter over de gebeurtenissen. Deze stukken tekst worden met de je-vorm vertelt.
Citaat (blz. 44) :
1948 was het jaar van de Olympische Spelen, de Olympische spelen van Fanny Blankers-Koen en het jaar van de passaatwinden. Max en jij verrichtten dat jaar ieder jullie eigen soort metingen. Wat jullie verbond was de rol die de wind daarbij speelde. Het ging erom exact te zijn. Als het heelal een machinerie was, wie had die machinerie dan gemaakt en in gang gezet? Max glimlachte minzaam. Die vraag kon niet beantwoord worden zonder dat wij het heelal tot in alle uithoeken hadden verkend. En aangezien het heelal uitdijde, in wezen oneindig was, kon het nog wel even duren voor we die vraag konden beantwoorden. Voorlopig ging het erom metingen te verrichten, resultaten te noteren en te vergelijken. Op grond daarvan kon je misschien voorspellingen doen.
Het verhaal is chronologisch verteld. Het verhaal begint op 17 augustus 1947 en eindigt ongeveer 13 jaar later.
Het verhaal begint met een motto: Het getal is een uitvinding: het komt niet voor in het heelal. (zie verder bij thematiek).
Er is maar één verhaallijn in het boek, dat gaat over Wouter.

Tijd en ruimte:
De vertelde tijd is zo’n 13 jaar. Het boek begint op 17 augustus 1947, vlak na de oorlog. Wouter heeft zelf ook nog de oorlog meegemaakt. In het boek komt tijdsverdichting voor, want Max komt nieuw op school, en al naar een paar hoofdstukken zijn ze klaar op de lagere school. Heel het boek is een soort van flashback, want Wouter vertelt heel het verhaal als een herinnering.
Citaat (blz. 77):
En toen kwam het moment waarop ik voor het eerst onder de elf seconden liep. Dat gebeurde op een septemberdag in Amersfoort. Ideale weersomstandigheden. In de finale zou ik vijf lopers ontmoeten tegen wie ik al verschillende keren was uitgekomen. Wim Kersten, de langste van ons allemaal, Jan Hut uit Haarlem, die vaak het geluk had dat hij precies in het startschot viel, Hugo van Vliet, die met zijn korte trommelpas een ongelofelijke eindsprint in huis had, Sibbe Anema, de bijna witte Fries, die de ene keer vreselijk slecht liep om de volgende keer enorm uit zijn slof te schieten, en een Indische jongen uit Den Haag, Ardy geheten, die het aura van een negeratleet om zich heen had en voor wie we daardoor misschien allemaal een beetje bang waren.

Het decor van de roman is de stad Amsterdam en later ook in de stad Haarlem. In Amsterdam groeien de beide jongens op. Max woont in de Curacaostraat, Wouter op de Postjeskade. Ze brengen veel tijd door op het speelveldje in de buurt, langs de Amstel en op de slaapkamers van de jongens. Hun lagere school, de Hoofdwegschool, staat aan de Corantijnstraat. Waar hun middelbare school precies staat, wordt niet duidelijk vermeld. Na zijn diensttijd gaat Wouter op kamers wonen in Haarlem. In Vogelenzang brengt Wouter veel tijd door in het revalidatiecentrum Woudrust, wanneer hij met de gevolgen van een mysterieuze ziekte kampt. Naast het revalidatiecentrum staat de psychiatrische kliniek Vogelenzang, waar Wouter voor het eerst sinds enkele jaren Max weer ontmoet.


Perspectief:
Het boek is geschreven in een ik-perspectief.
Citaat (blz. 109):
In militaire dienst was ik na die zes weken in looppas geheel tot stilstand gebracht. Daarom wilde ik na mijn afzwaaien maar één ding: in beweging komen. Ik solliciteerde bij een reisorganisatie in Haarlem, de Trekvogel geheten, huurde een kamer en suite op de Delftlaan en kreeg een opleiding tot reisleider van de Trekvogel, die niet alleen een reisbureau was maar ook met eigen bussen door heel West-Europa reed. Mijn vader vond het zonde dat ik niet wilde gaan studeren, maar zelf vond ik dat ik lang genoeg had stilgezeten had, ik wilde iets van de wereld zien.

Thematiek:
Titelverklaring: Max wil graag onzichtbaar zijn, door helemaal achter in de klas te zitten en zich zo onopvallend mogelijk te gedragen. Max wist dat hij niet onzichtbaar kon worden. Het lukte Max niet om niet op te vallen, doordat hij alles onthield en slim was, viel hij erg op bij docenten en medeleerlingen.

Motto:
 Het getal is een uitvinding: het komt niet voor in het heelal. Max is heel slim met getallen, hij kan hele moeilijke sommen heel snel en uit zijn hoofd rekenen. Eigenlijk wil hij dat helemaal niet, want met getallen maak je dingen zichtbaar en hij wil niet zichtbaar zijn. Wouter werd bijvoorbeeld steeds zichtbaarder voor de wereld, omdat hij zijn records elke keer verbeterde met seconde(s). Het leven is ingewikkeld voor Max, maar het universum is eenvoudig (daar is hij zeker van). (blz. 159).

Het thema is vriendschap. Wouter voelt zich gekwetst wanneer Max niets van zich laat weten wanneer hij gaat verhuizen aan het einde van het eerste deel. Max voelt zich een beetje in de steek gelaten als Wouter zich fanatiek bezighoudt met atletiek. Met elke seconde die Wouter sneller rent, wordt hij meer \'zichtbaar\'. En Max wil juist zo onzichtbaar mogelijk zijn.
Een ander belangrijk thema is wind. Wouter en Max hebben hier allebei mee te maken. Max wil de windsnelheden vastleggen. En Wouter is tijdens het rennen van een recordtijd afhankelijk van de wind. Door de windsnelheden en tijden is snelheid ook een belangrijk thema.

Er zijn ook een paar literair historische motieven te vinden in het boek:
1 Abnormale gedrag van Max.
2 Wouter en Max gaan naar dezelfde school.
3 Wouters obsessie voor hardlopen.
4 Max’ obsessie voor wind.
5 De wet van beaufort.

Spanning:
Een belangrijke open plek in het boek was, dat je niet wist waar Max heen was. Deze open plek werd later ingevuld. Een andere open plek is dat je niet wist was Wouter aan zijn benen had, daar zijn de doktoren ook nooit achter gekomen. Er worden in het boek geen manipulatie technieken gebruikt.




Uitgebreide persoonlijke reactie:
Onderwerp:
Wind is een onderwerp van het boek. Ik had nooit verwacht dat het onderwerp op deze manier uitgewerkt zou worden. Met de atletiek van Wouter had ik nooit gedacht dat wind zo belangrijk voor een tijd was. Dat Max helemaal geobsedeerd door de wind raakt, had ik ook nooit verwacht. Toen ik de achterkant van het boek had gelezen, leek het mij een saai boek. Maar toen ik eenmaal aan het lezen was, was het minder erg dan ik dacht. Het leest makkelijk door, ik had het boek binnen 4 dagen uit.

Gebeurtenissen:
Voor mij is de belangrijkste gebeurtenis als Wouter en Max elkaar weer bij het revalidatiecentrum tegenkomen. Wouter hoorde niks meer van Max, en dan kom je elkaar tegen, dat is bijzonder. Er zijn veel gebeurtenissen in het boek, zoals de Olympische Spelen, Wouter’s ziekte, de dood van Max, enz. Het verhaal blijft daarom boeiend. De dood van Max, deze gebeurtenis had ik nooit zien aankomen. Ik dacht dat Max beter werd, omdat hij weer ging praten. In plaats daarvan heeft Max zelfmoord gepleegd, omdat hij geen herinneringen meer kwijt kon. Zijn hoofd zat zo vol, dat hij helemaal gek werd. De spannendste gebeurtenis vond ik de ziekte van Wouter in zijn benen. De doktoren wisten niet wat het was, en je wist dus niet of Wouter ooit nog beter zou worden.

Personages:
Wouter is voor mij een doorzetter. Met zijn benen gaf hij niet op, hij was er van overtuigd dat hij beter zou worden. Ook met de tijden van het hardlopen gaf hij niet op, hij bleef rennen tot hij zijn record verbroken had. Dat vind ik bijzonder aan Wouter. Je kunt je heel goed in Wouter verplaatsen, want je leest wat hij allemaal doormaakt en zijn gevoelens kan je ook lezen. Wouter en Max gedragen zich bij sommige gebeurtenissen heel onvoorspelbaar. Wouter blijft in de startblokken bij de Olympische spelen staan en Max pleegt zelfmoord. Deze twee voorbeelden verwachtte je niet.

Bouw:
Het verhaal is makkelijk opgebouwd, er is maar één verhaallijn en weinig terugverwijzingen. Ik snap alleen niet waarom het boek in twee delen is opgesplitst, ik vind dat het boek maar één deel moet hebben. De gebeurtenissen zijn soms spannend, zoals met de ziekte van Wouter. Andere stukken zijn heel saai, zoals je leest hoe Wouter bij de Trekvogel werkt. Als heel het boek, uit saaie stukken bestond had ik het met moeite moeten lezen. Maar gelukkig was dat niet zo, en zaten er onvoorspelbare en spannende gebeurtenissen in. Het einde van het verhaal, vind ik erg onduidelijk.
Citaat laatste twee zinnen (blz. 188):
Die nacht vroeg ze me of ik geen foto van Max had. ‘Nee,’ zei ik en sloeg mijn armen om haar heen.
Ik denk dus dat Mara en Wouter een relatie met elkaar krijgen, maar dat weet je dus niet zeker, dus het blijft een open einde.

Taalgebruik:
De tekst was makkelijk om te lezen, er werden geen moeilijke woorden gebruikt, waardoor het snel las. Ik vind de gedachten en gevoelens van Wouter die beschreven worden, precies goed. Als er teveel gevoelens zouden zijn, zou je door de war raken. Ik dacht altijd dat een B boek moeilijker om te lezen was dan een A boek, maar dat viel heel erg mee. Voor mijn gevoel las ik gewoon een A boek, want het was even makkelijk als de andere A boeken die ik gelezen had.

Eindoordeel:
Ik vond het boek erg interessant. Door de onvoorspelbare gebeurtenissen, ga je verder lezen. Het boek maakt sommige gebeurtenissen spannend, dat is een reden dat je ook weer verder gaat lezen. Voor mij is dit een geslaagd boek, ik kan het iedereen aanraden voor een B boek, het is makkelijk te lezen en ik had ook niet zo’n moeite om er een boekverslag van te maken.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

1405

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Kees van der Pol zeker weten goedZeker Weten Goed
Kees van der Pol Docent8.1
Anoniem4e klas vwo7.2
Roos 5e klas havo7.0
Marleen 5e klas havo7.1
joanne5e klas vwo5.4
Meer verslagen ›