Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

De wetten

Connie Palmen

1991

237

3 uit 5

7.5 / 10
Titel
De wetten

Eerste druk
Januari 1991

Gelezen
25e druk januari 1996, Prometheus Amsterdam

Thema
Het zingeven is een duidelijk en herkenbaar onderwerp. Ik had zelf nog nooit zo over het thema nagedacht. Het onderwerp wordt met veel diepgang gebracht, met behulp van sommige filosofen zoals Socrates.

De gebeurtenissen (intrige, plot)
De nadruk ligt bij de gedachten van de personages. Er zijn maar weinig gebeurtenissen. Verrassend was wel het voeten likken van de lelijke priester.
De gebeurtenissen hebben wel een "echte" indruk op mij.

De bouw (compositie, structuur, samenhang)
Er is een chronologische volgorde van de gebeurtenissen en er is een goede samenhang. Hierdoor is de opbouw begrijpelijk. Het heeft een heel mooi einde waar ze alles aan een psychiater uitlegt.

Personages
Ik had een goed beeld van de hoofdpersoon en die ging daardoor voor mij "leven". Maar ze was niet echt herkenbaar voor mij, de personages staan nogal ver van mijn wereld. Hij door kan ik mijzelf moeilijk verplaatsen in de problemen van de personages.

Taalgebruik (stijl)
De schrijfster gebruikt veel paradoxen en gebruikt veel uitdrukkingen van filosofen en vergelijkt deze, die soms moeilijk te volgen zijn. Maar de structuur is heel duidelijk, waardoor het geen chaotisch boek is.

Samenvatting
Uit: Lexicon van Literaire werken
Hoofdstuk I
De astroloog. De ik-figuur ontmoet de astroloog in 1980, als ze 25 is en in een antiquariaat werkt. De man fascineert haar, doordat hij meteen haar sterrenbeeld raadt en vervolgens op basis van een horoscoop haar persoonlijkheid ontleedt. Hij noemt haar 'monsieur Lune'.
De astroloog blijkt een eenzame, op het eerste gezicht afstotende man, getekend door een liefdeloze jeugd. De astrologie is voor hem een manier om zijn leven (en dat van anderen) zin te geven door middel van kosmische verbanden. Hij kan 'de onverschilligheid van het lot' niet verdragen en zoekt daarom steun door zichzelf op te noemen in 'een groot verhaal'.

Hoofdstuk II
De epilepticus. Tijdens een college over Thomas Mann (in 1981) ontmoet ze de epilepticus DaniŽl Daalmeyer. Door zich te concentreren op zijn bijzondere ziekte heeft hij zijn tot dan toe versplinterde leven structuur weten te geven. Het filosoferen over de 'betekenis' van verschillende ziektes is voor hem een levensvervulling geworden. Hij noemt haar 'Theresa'.

Hoofdstuk III
De filosoof. Vanaf 1982 volgt de ik-figuur de filosofiecolleges van professor De Waeterlinck, een man die haar aanvankelijk imponeert doordat hij 'het gezicht' heeft. Een man uit de groep oudere adepten van de professor wordt wanhopig verliefd op haar. De Waeterlinck zegt haar dat ze 'een soort synthese tussen hartstocht en afstandelijkheid' bezit die waarschijnlijk de voorwaarde vormt voor ware creativiteit. Zelf bezit hij dit vermogen niet. Er staan ook enkele herinneringen aan haar verhouding met Maurits, docent maatschappijleer op school, in dit hoofdstuk.

Hoofdstuk IV
De priester. De Waeterlinck verwijst haar naar een meer eigentijdse collega, Clemens Brandt. Deze is getroffen door haar aandacht, al gaat zijn belangstelling minder naar Foucault uit dan naar Derrida (net als deze filosoof meent hij dat een wereld buiten de tekst ondenkbaar is geworden). Hij noemt haar 'Em'. Tijdens de tweede ontmoeting vertelt deze lelijke, gebochelde man dat hij zich van tijd tot tijd door de hoeren laat afranselen. Later kleedt 'Em' hem liefdevol uit. De volgende ochtend voelt ze alleen walging.

Hoofdstuk V
De fysicus. De door (zelfmoord?) van de astroloog brengt haar in januari 1984 in contact met diens vriend de astronoom ('fysicus'). Ze bewondert zijn kalmte. Hij legt haar uit dat de moderne natuurkunde geen vaste wetten meer kent. Tot op de dag van de begrafenis van hun gezamenlijke vriend woont hij bij haar. Daarna gaat hij terug naar Frankrijk; dit betekent het einde van de verhouding.

Hoofdstuk VI
De kunstenaar. De ik-figuur, die Marie Deniet blijkt te heten, maakt vlak na haar docteraalexamen (1985) kennis met de door haar bewonderde kunstenaar Lucas Asbeek - die geen kunstenaar meer wil zijn. Want hij wil niet meer dat anderen betekenis geven aan zijn werk. Marie probeert hem duidelijk te maken dat mensen betekenisdieren zijn en dat geen mens zich dus kan onttrekken aan de betekenistoekenning. Maar Lucas weigert een personage te worden in een boek (zoals Socrates dat werd in Marie Deniets afstudeerscriptie). Hij meent dat taal - dat wil zeggen: het betekenis geven - het zicht op de werkelijkheid juist blokkeert. Zij lijdt onder dit gedrag. Doordat Lucas zich blijft terugtrekken, moet Marie uiteindelijk door fysieke uitputting de strijd opgeven.

Hoofdstuk VII
De psychiater. Het laatste hoofdstuk bestaat uit stukken monoloog van de ik-figuur tegenover een psychiater:'Eigenlijk bent u zoiets als een professionele lezer.' Zij heeft hulp ingeroepen omdat ze geen betekenis meer kan geven aan haar eigen leven, ze kan er geen verhaal meer van maken. Zijn het dan alleen de anderen die haar bestaan betekenis moeten geven? Ze zet zich af tegen de mannen die de wetten maken:'En dan lezen ze met hun wetten in de hand de wereld. Met jou erbij [Ö]. Ze lezen je als een boek.'
De roman eindigt met een herinnering aan het katholicisme in haar geboortedorp en haar mislukte poging om dat geloof met 'veel feesten en weinig wetten' af te zweren. Ze dankt de psychiater (= de professionele lezer) dat hij haar heeft laten schrijven en nog meer voor 'het wonder' dat hij aan haar verhaal een betekenis heeft kunnen geven.

Titel, ondertitel en motto
Het begrip 'wetten' uit de titel speelt met name in het eerste en laatste hoofdstuk een belangrijke rol. Het woord betekent in deze roman iets als 'overtuigingen over hoe de wereld in elkaar zit'. Mannen proberen voortdurend zo'n overtuiging aan de wereld op te leggen en ook de ik-figuur binnen dat beeld te persen. Het is in dit verband opvallend dat ze haar vaak een zelf verzonnen naam geven. Alleen de kunstenaar noemt haar 'Marie Deniet'. De laatste regels van het boek relativeren het belang van de titel: 'Ik kon alleen geen naam voor het verhaal bedenken. Een titel kan toch nooit de lading dekken.'

Het motto
'Als ik val zal ik huilen van geluk'.
Samuel Beckett

'Je kunt verlangen naar de val, naar het stoppen met leren, blijven steken, ophouden met je te ontwikkelen' (blz. 218). Ze vertelt tegen de psychiater, dat ze over de grachten richting de Dam fietste en ze een punker ziet, die een foto probeert te maken van een duif, ze zag dit alles als heel tragisch, want de duif gaat dood, de punker en zijzelf ook. Terwijl ze dit zag en dacht, viel ze over een verhoging. Later zegt ze tegen de psychiater: 'Het voorval met de jongen gaf de doorslag'.

Genre
De wetten is een ontwikkelingsroman, Bildungsroman of een ideeŽnroman.

Thema, motief, idee en wereldbeeld
Thema
Het hele verhaal is heel coherent, 'alles hangt met alles samen', ondanks dat de hoofdfiguur in het laatste hoofdstuk haar onmacht belijdt.
De Wetten is een roman over zingeven, het geven van betekenis. De mannen die worden opgevoerd, vertegenwoordigen allemaal aspecten van die problematiek. Zo geeft de astroloog zijn leven zin door middel van kosmische verbanden, de epilepticus baseert zijn bestaan op zijn ziekte, enzovoort. Stuk voor stuk proberen zij ook de hoofdfiguur binnen hun 'systeem' te plaatsen, en haar daarmee hun 'wetten' op te leggen. Alleen Lucas Asbeek probeert zich aan dat proces van zingeving te onttrekken - maar daarmee sluit hij zich af voor het leven en de liefde waarmee Marie Deniet hem wil 'redden'. De ik moet na het mislukken van deze verhouding zelf haar leven zin zien te geven en dat kan zij kennelijk alleen nog door middel van een verhaal: de literatuur. De betekenis van dat verhaal dankt zij aan de psychiater, lezer.
Ondanks de grote samenhang, blijven er mysterieuze aspecten in de tekst. Zo is het opmerkelijk, dat de hoofdpersoon die steeds om haar intelligentie geprezen wordt (ze valt in de catogorie-Einstein), de weinig positieve naam draagt van 'Deniet'.

Idee, wereldbeeld en poŽtica
Karakteristiek voor Palmens denkbeelden over kunst is dat de verhaalwereld een van de realiteit afgesloten universum is, maar dat zij juist daardoor aan de werkelijkheid structuur en betekenis kan geven. Die betekenis is echter niet aan de kunstenaar voorbehouden, maar komt pas tot stand in het hoofd van de lezer die aan het kunstwerk zijn of haar interpretatie toevoegt. Volgens Palmen heeft identiteit met oorspronkelijkheid niets van doen. De gedaanteverwisselingen van Marie Deniet zijn niet alleen een illustratie van de manier waarop haar verbeelding functioneert en hoe zij die integreert in de werkelijkheid, maar haar navolging van allerlei verhalen kan als onontkoombaar worden beschouwd. Palmen volgt daarin de opvattingen van Michel Foucault en met name Jacques Derrida, dat de werkelijkheid uitsluitend door de taal wordt bepaald, reeds besloten ligt in de bestaande wetenschappelijke, religieuze en literaire concepties.

Motieven
Er is de eigenaardigheid, dat al deze mannen haar iets willen laten eten. In het begin wordt dat nog aangeduid als 'die onverbrekelijke band tussen eten en lezen, eten en mannen, eten en liefde'. Maar later verzet de ik-figuur zich tegen de kunstenaar, die haar groenten en vlees opdringt, en dan staat er: 'Ze gaven me altijd te eten, de mannen.'

Symbolen, beelden en verhaallagen
De schrijfster probeert het verhaal van de zondeval, waardoor de priester wordt geobsedeerd, te veranderen en van een eigen betekenis te voorzien. Nadat hij haar zijn zonden heeft opgebiecht, denkt Marie Deniet: 'ik kijk hem na, maar ik ben er niet meer'. Wat volgt is een droomfragment waarin zij de priester mee naar huis neemt en met hem naar bed gaat. Zij zuivert hem van zijn zonden door hem zijn voeten schoon te likken, in navolging van Jezus die bij het laatste avondmaal de voeten waste van zijn discipelen, wat hem door Petrus werd geweigerd. Omdat Petrus later Jezus zal verraden, is dit een vorm van zelfkwelling. Zijn rol nu wordt vertolkt door de priester, wiens doopnaam ook Petrus luidt. Maar Marie geeft hem door zijn voeten te likken in zekere zin zijn onschuld terug.
De kunstenaar is rechtstreeks afkomstig uit de door Plato opgetekende Apologie van Socrates en is de epilepticus gebaseerd op Hans Castorp uit Der Zauberberg van Thomas Mann.
Marie Deniet beschrijft haar ontmoetingen met de psychiater, die ze 'een professionele lezer' noemt. Deze ontmoetingen opgetekend in een reeks van brieven, verbeeldt dat Marie haar verhaal en daarmee ook haar identiteit uit handen geeft: het is uiteindelijk aan de lezer van de roman haar een betekenis te geven, te bepalen wie zij eigenlijk is.

Structuur, samenhang en spanning
Er is een chronologische volgorde van de gebeurtenissen en er is een goede samenhang. Begin in ab ovo, en een gesloten einde.

Personages
De hoofdpersoon is een jonge vrouw, Marie Deniet (ik-figuur; in 1980 is ze 24 jaar). Ze is nogal onzeker en handelt sterk intuÔtief. Ook heeft ze een grote drang naar kennis en wil ze alles in structuren onderbrengen. In zes jaar tijd ontmoet ze zeven mannen, die grote invloed op haar leven en denken hebben:
-Astroloog Miel van Eysden.
-Epilepticus DaniŽl Daalmeyer.
-Filosoof De Waeterlinck, die vooral inspirerend op haar studie werkt.
-Ex-priester Clemens Brandt, die haar schrijverschap stimuleert en haar leert het geloof kritisch te bekijken.
-Fysicus Hugo Morland, die haar de onhoudbaarheid van wetten laat zien en haar inwijdt in de seksualiteit.
-Kunstenaar Lucas Asbeek, die haar laat ervaren wat echte liefde is.
-Psychiater Daalmeyer.

Tijd
De vertelde tijd: ruim zes jaar (van de zomer 1980 to oktober 1986).
Het tijdsverloop is in grote lijnen chronologisch, met tijdsprongen (vooral hfdst. 7 vier maandagmiddagen) en tijdverdichting. Vooral hfdst. 1 bevat veel vooruitwijzingen. Verleden en heden wisselen elkaar regelmatig af. Tijdsperspectief is vision par derriŤre, met een vertellend ik.

Perspectief en vertelsituatie
In De Wetten is er een ik-vertelsituatie.

Ruimte
Plaats van handeling is Amsterdam (kamer in De Pijp, collegezalen in universiteitsgebouwen, cafťs enzovoort).

Taalgebruik en stijl
Opvallend in het boek zijn de paradoxale formuleringen. De ik-figuur wijst er expliciet op: 'Het is waar, ik haat paradoxen, ik verafschuw paradoxen. Toch is het de enige wet waar ik werkelijk op stuit. De paradox zit in de wet zelf.' Ook wort de ironie vaak gebruikt, zoals wanneer zij schrijft: 'Later hebben veel mannen mij boeken geschonken en erbij gezegd dat het een boek was waardoor ik hen beter zou leren kennen. Zij herkenden zichzelf in de held en vonden dat ze erop leken. Meestal was dit een vergissing.'

Achtergronden van de schrijver
Bibliografische gegevens
Alegonda Petronella Hubertina Maria Palmen, roepnaam Connie, werd geboren op 25 november 1955 te Sint Odilienberg, een kloosterdorp vlakbij Roermond. Als kind wilde zij non of, liever nog, priester worden, maar het verblijf op een nonnenschool maakte een eind aan haar geloof en zij koos op de middelbare school voor literatuur en filosofie. Na een opleiding pedagogie te hebben gevolgd in Roermond, ging Palmen, 22 jaar oud, naar Amsterdam om filosofie en neerlandistiek te studeren. Zij sloot haar studie af met een scriptie over Socrates. In 1986 studeerde zij cum laude af als neerlandica met een scriptie over In Nederland van Cees Nooteboom. Nog tijdens haar studie publiceerde Palmen enkele korte verhalen in De Held en Optima. In 1991 verscheen haar debuutroman De wetten, waarmee zij op slag beroemd werd. In vijf jaar tijd beleefde het boek ruim twintig drukken met een oplage van meer dan 170 000 exemplaren. Vanwege dit enorme succes kreeg Palmen een Gouden Ezelsoor, de prijs voor het best verkochte boek. Vertalingen van de roman verschenen onder meer in het Engels, Frans, Duits en Italiaans. Vervolgens gaf zij een essay uit onder de titel Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates (1992). Met De vriendschap publiceerde Palmen in 1995 haar tweede roman, die eveneens een bestseller bleek te zijn. Het boek werd bovendien bekroond met de Trouw Literatuurprijs, de lezersprijs van het Vlaamse tijdschrift Humo en de AKO literatuurprijs. Maar het verschijnen van de roman werd overschaduwd door het plotselinge overlijden van Ischa Meijer, haar geliefde. Haar derde roman, I.M. gaat over Ischa Meijer. Haar status als succesauteur bevestigde Palmen opnieuw in 1996 toen zij met Adriaan van Dis volle zalen trok tijdens hun literaire tournee door Vlaanderen en Nederland.

Beeld van het schrijverschap
Voor Palmen is de betekenis van het schrijverschap vooral gelegen in het verenigen van tegenstellingen, niet alleen van lichaam en geest of fictie en werkelijkheid, maar ook van binnen- en buitenwereld. Een van de metaforen die zij gebruikt om de relatie tussen schrijver en buitenwereld aan te duiden, is de huidziekte psoriasis. 'Deze volstrekt zichtbare, uiterlijke aandoening,' concludeert de epilepticus, 'is nu net de ziekte van een verberger'. Binnen deze voorstellingswijze omsluit het verhaal de schrijfster als een tweede huid waarmee zij haar identiteit prijsgeeft als aan het gezicht onttrekt.

Achtergronden van het boek
Vanwege de grote thematische eenheid van haar werk valt het schrijverschap van Palmen duidelijk te plaatsen tussen dat van anderen. In haar bezinning op de literaire kunst op basis van de ideeŽn van Foucault en Derrida lijkt zij aan te sluiten bij het academisme, een eerste aanduiding van het postmodernisme dat vanaf het midden van de jaren zeventig meer en meer het aanzien van de Nederlandse literatuur is gaan domineren. Thematisch kan De wetten heel goed worden vergeleken met Opwaaiende zomerjurken van Oek de jong en Winterlicht van Jeroen Brouwers, allebei postmodernistische romans waarin eveneens de ontwikkeling van de held tot schrijver samenvalt met de ontstaansgeschiedenis van het boek.

Secundaire literatuur
Uittrekselboek:
-Eerste druk 1991 Encyclopedie:
-Kritisch Literatuur Lexicon
-Lexicon van Literaire werken Knipselmap: Reinjan Mulder, Hoe de man zijn wereld ziet.
In: NRC Handelsblad, 1-2-1991. Carel Peeters, De filosofie en erotiek van het Hoger en Beter.
In: Vrij Nederland, 2-2-1991.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

7783

reacties

Prachtige boekbespreking dat je hebt geschreven ( de wetten - connie palmen )! Bedankt en doe zo verder! vriendelijke groeten, mysty
door Mysty (reageren) op 25 februari 2002 om 20:34
Hartstikke bedankt voor dit geweldige verslag! Ik vond De Wetten zelf een prachtig boek, maar dat van die zondeval had ik nooit zelf kunnen bedenken. Groeten Anne
door Anne (reageren) op 2 april 2008 om 13:30

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Emil 6e klas vwo8.6
Dimitri van Doeselaar 7.5
Clare Counsilman 4e klas vwo7.6
Tamara 6e klas vwo7.8
anoniem4e klas vwo7.4
Meer verslagen ›