ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Renate (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

18 januari 2005

Taal:

Woorden:

400

Bekeken:

26706 keer (70 deze maand)

Waardering:

3.6/5 (152 stemmen)

Deel op:

  • Door Dionne op 11-02-2010
    Slecht!
SO Engels Grammatica 1, 2 en 3

1. Onvoltooid tegenwoordige tijd
1. Present simple
2. Present continuous

Present simple → vorm: He finishes the lesson.

Gebruik present simple:
Als iets een feit of een gewoonte is en niet op dit moment gebeurt.
• Wood floats on water.
• A tree grows slowly.
Een gewoonte is bij het gebruik van de woorden: always, often, never, ever, usually, sometimes, normally, seldom en rarely.
• He never goes to a disco.
• The girls often play tennis.

Present continuous → vorm: They are having dinner.

Gebruik present continuous:
1. Als iets op dit moment aan de gang is en een beperkte tijd duurt.
• He is playing tennis now.
2. Als iets in de nabije toekomst gaat gebeuren (een plan).
• I’m going out this weekend.
3. Als in de zin het woord always of forever staat, drukt dit uit dat je je ergert of irriteert.
• He is always playing tennis when I’m there.
• They are forever asking stupid questions.

2. Onvoltooid verleden tijd
1. Past simple
2. Past continuous

Past simple → vorm: He opened the door. (stam + ed of onregelmatig)

Gebruik past simple:
Voor feiten en gewoontes in de verleden tijd.
• When I was young I always had cereals for breakfast.

Past continuous → vorm: He was having breakfast. (be in de vt + stam + ing)

Gebruik past continuous:
1. Als iets in het verleden een beperkte tijd aan de gang was.
• When I came in, she was wachting tv.
2. Irritatie in de verledentijd.
• Two years ago, he was always kicking me.

3. De voltooid tegenwoordige tijd
1. Present perfect
2. Present perfect continuous

Present perfect → vorm: The film has begun. (have/has + voltooid deelwoord)

Gebruik present perfect:
1. Als iets in het verleden is begonnen en tot aan het heden duurt.

|——————————→|
1994 2004 (now)

• I have worked in this office for 10 years.

2. Als iets in het recente verleden is gebeurd en het resultaat daar van is nog zichtbaar of merkbaar.

X - - - - - - - - - >| Now

• I have broken my leg and now I’m in a wheelchair.

Herkennings woorden:
- for + tijdsbepaling
- since + tijdsbepaling
- yet
- already
- just
- ever
- recentely

Present perfect continuous → vorm: Who has been eating my chocolates?
(have/has + been + ing vorm)

Gebruik present perfect continuous:
• Stephan has painted the door
(present perfect → nu is het af)
• Stephan has been painting the door.
(present perfect continuous → nog niet af)

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.