Geschreven door: | Ruben (groep 7) |
Datum ingestuurd: | 11 januari 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.100 |
Bekeken: | 3808 keer (10 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Hongarije (officieel: Magyar Köztársaság = Hongaarse Republiek) is een republiek in Midden-Europa, ligt midden in het Donau-bekken en wordt omringd door de Karpaten. Hongarije is gemiddeld 530 kilometer lang, 270 kilometer breed en de totale oppervlakte bedraagt 93.032 km2.
Daarmee is Hongarije ruim twee maal zo groot als Nederland.
Hongarije is helemaal omringd door andere landen en heeft dus geen kustlijn. Hongarije grenst in het noorden aan Slowakije (677 kilometer), in het noordoosten aan de Oekraďne (103 km), in het oosten aan Roemenië (443 km), in het zuiden aan de Federale Joegoslavische Republiek (151 km) en in het westen aan Kroatië (329 km) en Slovenië (102 km).
Natuurlijke grenzen worden gevormd door vier rivieren: de Donau en de Ipoly in het noorden, de Drava en de Mura in het zuiden. LandschapHongarije bestaat grotendeels uit een laagvlakte, het zogenaamde Pannonische Bekken, dat te verdelen is in de Nagy Alföld (Grote Laagvlakte) ten oosten van de Donau, Dunántúl (Transdanubië) ten westen van de Donau en de Kis Alföld (Kleine Laagvlakte) in het noordwesten van Hongarije. Het landschap wordt doorkruist door een lange heuvelrug, die van het zuidwesten loopt via het Bakony-woud, het Vértes-, Börzsöny- en Mátra- en Bükkgebergte naar de Zemplénheuvels in het noordoosten. De Nagy Alföld of Grote Laagvlakte wordt begrensd door de Donau en de noordelijke massieven en bedekt meer dan de helft van het land. Het hoogste punt (182 meter) ligt in het noordoosten bij Debrecen. Het laagste punt (76 meter) ligt in het zuiden bij Szeged. Van het noorden naar het zuiden wordt de vlakte doorsneden door de tweede rivier van Hongarije, de Tisza. De Nagy Alföld was in vroegere tijden één uitgestrekte steppe of “poesta” (Hongaars: puszta), zandige heidevelden met vele moerassen en zoutpannen. Daar zijn nu nog maar twee gebieden van over: het Nationaal Park Hortobágy (80.000 ha) en het Nationaal Park van Bugac (16.000 ha). Hortobágy bevat de meest uitgestrekte poesta van Midden-Europa. Door de grootscheepse regulering van de Donau en de Tisza is het landschap van de Nagy Alföld ingrijpend veranderd. Vanwege de economische behoeften en de agrarische ontwikkeling zijn grote delen van het gebied ontgonnen. Het zuiden van de Nagy Alföld wordt ook wel de “boomgaard” van Hongarije genoemd. Het is een van de vruchtbaarste streken van Hongarije met onder andere lössgrond waarop veel graangewassen verbouwd worden. Dunántúl of Transdanubië strekt zich uit vanaf de uitlopers van de Alpen tot aan de Donau, en wordt gekenmerkt door vele laagvlaktes en heuvels. Midden in dit gebied ligt het Balatonmeer, de grootste ‘binnenzee’ van Europa met 598 km2. Ten noorden van het Balatonmeer liggen opeenvolgende gebergten: het Pilis-Gerecse massief, het Vértes-massief en de Bakony-heuvels. De Felföld of Noordelijk Middelgebergte (Északi Kőzéphegység) bestaat uit kleine beboste berggroepen die door diepe dalen van elkaar gescheiden worden. De hoogste top, en tevens hoogste berg van Hongarije, ligt op 1014 meter: de Kékes-tető. De zuidoever van het Balatonmeer is minder steil met enkele kunstmatige stranden. In het zuidoosten ligt het moerasgebied Kis-Balaton (Klein-Balaton) met veel rietvelden. De stad Pécs ligt tegen het karstmassief van Mecsek aan en door deze beschutte ligging heeft de stad een zeer prettig klimaat. De Kis Alföld of Kleine Laagvlakte ligt ten noordwesten van de Bakony-heuvels is een waterrijk gebied. Het wordt doorsneden door de Rába en enkele kleinere rivieren die ter hoogste van de stad Györ uitkomen in een arm van de Donau. De Donau wijzigt hier haar loop enkele malen waardoor er twee grote eilanden ontstaan zijn met op Hongaars grondgebied de eilanden Szentendrei-sziget en Csepel-sziget. Verder is dit een afwisselend gebied met kreken, vennen, dode rivierarmen en grindbanken. Ten westen van de Kis Alföld ligt een groot, gedeeltelijk al drooggelegd moerasgebied. Eén van de moerasmeren is het op de grens met Oostenrijk liggende Fertő-meer (Neusiedler See), waar van de 322 km2 maar 23 km2 tot Hongarije behoort. De Kis Alföld is een van de groenste gebieden van Hongarije met veelal kleine boerenbedrijven die het landschap nog niet zo aangetast hebben als op de Nagy Alföld gebeurd is. Rivieren en merenDe belangrijkste rivieren voor Hongarije zijn de Donau (Hongaars: Duna) en de sterk meanderende Tisza (Theiss), die respectievelijk 410 en 600 km over Hongaars grondgebied stromen. De Tisza, die in de Roemeens-Oekraďense grensstreek ontspringt, heeft in het verleden talloze overstromingen veroorzaakt. Na de bouw van een stuw in de Tisza in de jaren vijftig wordt een deel van het water door het 98 km lange Keleti-fócsatorna (Oostelijk hoofdkanaal) van deze rivier afgetapt voor irrigatiedoeleinden. In het zuidoosten van het land is alleen artesisch water aanwezig, waarbij ondergrondse wateraders worden aangeboord om het water naar boven te krijgen. De meren van Hongarije zijn zeer ondiep: het Balatonmeer of Platten See (596 km2) gemiddeld 3 tot 4 meter, het Velencemeer (Velencei-tó, 26 km2) 1 tot 2 meter. Het Fertő-meer (Neusiedler See, 337 km2), waarvan maar een klein gedeelte op Hongaars gebied, is meer een moeras; het water bevat alkalische zouten. Tussen de duinen van de Nagy Alföld bevinden zich eveneens vele zouthoudende meertjes. BalatonmeerNa de hoofdstad Boedapest is het Balatonmeer, de “Hongaarse zee”, de grootste toeristische trekpleister van Hongarije. Het meer, gelegen in het hart van Transdanubië, is ontstaan in het Tertiair. Ca. 22.000 jaar geleden kreeg het meer zijn huidige vorm. Het meer wordt gevoed met water van veel bergriviertjes en door één grotere rivier, de Zala. Het Balatonmeer heeft een oppervlakte van 596 km2 en is daarmee het grootste meer van Midden- en West-Europa. Alleen in Zweden en Rusland liggen nog grotere meren. Het meer is 77 kilometer lang en gemiddeld 8 km breed. De diepte varieert van enkele meters tot een geul van 12 meter diepte ter hoogte van de Tihany. Door deze geringe diepte warmt het water ’s zomers vrij snel op en bevriest het ’s winters vrij snel. Het meer heeft geen natuurlijke afwatering meer sinds het riviertje Sío is gekanaliseerd. De afwatering gebeurt nu door een sluis bij de plaats Siófok die het waterpeil op 104 meter boven zeeniveau handhaaft. In de zuidwesthoek van het meer ligt het afgesloten Kis-Balaton (Klein-Balaton), een natuurreservaat dichtbegroeid met riet. Aan de oevers van het Balatonmeer liggen alleen wat kleine dorpen, van stedenvorming is nooit sprake geweest. De wat grotere plaatsen zijn Siófok (22.000 inw.), de officieuze hoofdstad van het Balaton-district, Keszthely (22.000 inw.) en Balatonfüred (14.000 inw.). De toeristencentra liggen aan de zuidkant van het meer omdat het water daar warmer (’s zomers ca. 25°C) is en de stranden breder. De zuidelijke oever loopt ook zachter af; men kan 600 meter het water ingaan voordat men geen grond meer onder de voeten voelt. De noordelijke oever is veel steiler en onregelmatiger, maar qua natuurschoon aantrekkelijker om te zien. In totaal telt het Balatonmeer ca. 130 stranden. GrottenIn vijf nationale parken, Aggtelek-Jósvafő, Bükk, Boedapest, de Balaton Hooglanden en Zuid-Transdanubië, zijn grotten opengesteld voor publiek. In totaal telt Hongarije ca. 3000 beschermde grotten, waarvan 26 met een lengte van meer dan één kilometer. De grootste grotten zijn de Baradia-grot bij Aggtalek met een lengte van 17 kilometer (8 kilometer in Slowakije) en de Pál vőlgyi grot in Boedapest onder de wijk Rószadomb met een lengte van 11 kilometer. Boedapest is de enige hoofdstad met meer dan 30 kilometer aan grotten. Daarvan zijn er negen opengesteld voor publiek en vijf voor speleologen. Grootste grotten Naam lengte diepte plaats Baradla-Domica 24,0 km 116 m Aggtelek (8 km in Slowakije) Pálvőlgyi 12,4 km 104 m Boedapest Béke 6,4 km 59 m Aggtelek István-lápa 6,0 km 253 m Bükk József-hegyi 5,5 km 103 m Boedapest Mátyás-hegyi 5,1 km 108 m Boedapest Bolhás-Jávorkút 4,7 km 130 m Bükk Csodabogyós 3,7 km 111 m Keszthelyi Szabadság 3,3 km ? Aggtelek
KlimaatHongarije heeft een gematigd landklimaat met sterke Atlantische en mediterrane (vanuit de Adriatische Zee) invloeden in het vochtige voor- en najaar. In de hoogste delen van het Transdanubisch Midelgebergte en het Noordelijk Middelgebergte (Felföld) heerst een subalpien klimaat. De Nagy Alföld of Grote Laagvlakte heeft een echt landklimaat met hete zomers en zeer koud winters, weinig neerslag en grote temperatuursverschillen tussen zomer en winter. Hongarije wordt tegen polaire en Siberische koude beschermd door de Karpaten. Het land heeft over het algemeen koude, natte winters en warme zomers. De gemiddelde januaritemperatuur, die in het westen en zuidwesten ca. 0°C bedraagt, verloopt regelmatig naar het noordoosten tot -4°C. In sommige jaren kan de temperatuur oplopen tot -20°C en dan voert de Donau ijsschotsen mee. De gemiddelde julitemperatuur ligt tussen 18°C in het noordwesten en 22°C in het zuidoosten. Hongarije heeft Europees gezien vrij veel zonne-uren, namelijk gemiddeld 2000 uur per jaar. De jaarlijkse gemiddelde neerslag (500 mm per jaar) is vrij laag, maar varieert onder invloed van de Atlantische Oceaan. De neerslag is het hoogst in het zuidoosten en het Bakony Woud (800-980 mm) en het laagst ten oosten van de Tisza (beneden 600 mm). De droogste maand is september met een gemiddelde neerslag van 33mm, en daarom de beste maand om het land te bezoeken. De natste maand is mei met een neerslag van gemiddeld 72 mm. In de winter is het land vaak bedekt met een dik sneeuwtapijt.
Planten en dierenPlantenVroeger was Hongarije een dicht bebost gebied met een gevarieerde vegetatie, met name in het Transdanubische middelgebergte en het Alpenvoorland. Het waren voornamelijk eikenbossen (zomereik, donseik en moseik), aangevuld met hopbeuken, pluimessen en haagbeuken. Het grootste bosgebied vormt het Bakony-woud en ook bergruggen Börzsöny, Bükk, en Mátra zijn worden met bossen bedekt. De gevarieerdheid van deze gebieden bestaat nog steeds, alleen het totaal aan bossen is in de loop der jaren gedaald naar 15% van de oppervlakte van het land. Met name de laagvlaktes zijn bijna volledig ontbost. De zoutsteppen zijn de afgelopen twee eeuwen bijna volledig in cultuur gebracht (nog ca. 8% bossen) en dat heeft uiteraard grote invloed gehad op de vegetatie. Wat nog vrij veel voorkomt is strandmelde en nog wat andere halofytensoorten (plantensoorten die op sterk zouthoudende grond kunnen leven). Verder staan er her en der nog eiken en berken zijn er veel acacia’s geplant om de funeste verstuivingen tegen te gaan. Struikgewas bestaat uit witte abelen (populierensoort) en jeneverbessen en verder grassoorten als dravik (soort zwenkgras), duinriet en gewoon fakkelgras. Het Alpenvoorland of Alpokalja is ook vooral begroeid met eikenbossen, sommige hellingen met naaldwouden, en verder witte beuken, olmen, esdoorns en populieren. Het Transdanubisch heuvelland en het Mecsekgebergte hebben een gevarieerde, naar het mediterrane neigende flora. Deze hellingen zijn begroeid met de bekende donseiken, pluimessen, haagbeuken en moseiken, maar ook veldesdoorns, Hongaarse linden, rode beuken en aangeplante naaldwouden. In het natuurreservaat Zselic komen oerbossen voor van loofbomen en naaldbomen. In maart en april groeit hier al o.a. nieskruid en Hongaarse herfsttijloos. Daarna volgen nog aapjesorchis, Kaukasische zonnebloemen, pioenen en bedstro en in de zomer goudkervel en vingerhoedskruid. DierenOok voor de dierenwereld is er veel veranderd door de grote veranderingen in de laaggelegen gedeeltes van Hongarije. Alleen in de reservaten komen nog bijzondere inheemse soorten voor als het Hongaarse grijze rund, buffel, het Szalonta-varken, het Mangaliza-varken, herdershond en verschillende soorten bijzonder pluimvee. In het struikgewas leven kleine zoogdieren als vossen, otters, hamsters, wilde zwijnen en de bijzondere bisamratten. Oorspronkelijk uit Azië afkomstige dieren zijn de siezel, de blinde muis en de kleine trap. Trekvogels komen nog veelvuldig voor, o.a. reigers, ibissen en trapganzen. Zoetwatervissen als karpers, voorns en baarzen hebben erg te lijden van overbevissing, vervuiling en overbevissing, maar de rivieren Tisza en Körös zitten nog redelijk vol. De visstand in het middelgebergte, het Balatonmeer en rivieren in het Alpenvoorland is wat meer op peil, met o.a. barbelen, karpers, snoekbaarzen, snoeken, meervallen en kopvoorns. In de bossen van de Kis Alföld leven met name knaagdieren, reeën, damherten, fazanten en patrijzen. Bijzondere diersoorten zijn een zeldzame, levendbarende hagedis in het Nyírség en de “blinde kreeft van Abaliget” in het Mecsekgebergte. Het Kis Balaton (klein Balaton), ooit een deel van het grote Balatonmeer, is nu een afgesloten baai die grotendeels verzand is en in feite een met riet bedekt moeras is. Het is een beschermd broedterrein voor vele soorten trekvogels en inheemse soorten, o.a. zilverreigers, grauwe ganzen, buidelmezen, kokmeeuwen en futen. Hongarije telt op dit moment vier grote nationale parken, (28 beschermde natuurgebieden en natuurreservaten en vele honderden regionale en plaatselijke beschermde natuurgebieden. Hongarije kent een aantal bijzondere hondenrassen: Erdelyi Kopo De Erdelyi is een Hongaarse variant van de Centraal-Europese drijvende rassen. Het ras kent een hoogbenige en laagbenige variëteit, beiden uitermate eschikt voor de jacht. Het ras komt in Hongarije nog maar weinig voor, en buiten Hongarije helemaal niet. Kuvasz De Kuvasz is een zeer oud herdersras en waarschijnlijk ca. 800 jaar geleden vanuit Azië naar Midden-Europa gekomen. Hij werd vooral gebruikt voor het beschermen van kuddes tegen wilde dieren en stropers. Tegenwoordig is het vooral een waakhond. Komondor De Komondor komt al eeuwenlang in Hongarije voor en is ook afkomstig uit Azië. Dit tamelijk kleine ras wordt vooral als waakhond gebruikt. Mudi De Mudi is aan het eind van de negentiende eeuw spontaan ontstaan uit Hongaarse herdershonden. Hij wordt als jacht- en waakhond gebruikt. Andere bijzondere rassen zijn de Puli, de Pumi en de draad- en kortharige Vizsla.
GEOGRAFIE KLIMAAT PLANTEN EN DIEREN GESCHIEDENISBEVOLKING TAAL GODSDIENST SAMENLEVING ECONOMIE EN TOERISME LINKS HONGARIJE
HONGARIJE LINKSHongarije 2 LinkBelgië (N)Hongarije Startkabel (N)Hongarije Startnederland (N)Hongarije Vakantieparadijs (N)Startpagina Boedapest (N)Starttips Hongarije (E+N)Telefoongids Hongarije
De geschiedenis van HongarijeDe oudst bekende bewoners van Hongarije waren jagers uit het Stenen Tijdperk. Onder de Romeinen maakte het gebied deel uit van de provincie Pannonia. Daarna werd het o.a. bewoond door de Goten en de Hunnen. Aan het eind van de 9e eeuw trokken de Magyaren onder leiding van Árpád de Donauvlakte binnen en onderwierpen de bewoners. István, een afstammeling van Árpád, die in 997 aan het bewind kwam, was de stichter van het koninkrijk Hongarije. Hij werd in 1000 door de paus tot 'Apostolisch koning' gekroond, vestigde een krachtig centraal gezag en voerde het christendom in. In de geschiedenis staat hij bekend als de Stefanus I de Heilige. Na een pauze aan het begin van de 15de eeuw hervatten de Turken vanaf 1415 hun opmars door de Balkan in de richting van Wenen. Onder het bewind van Matthias Corvinus (Mátyás Hunyadi), die in 1458 tot koning gekozen werd, was Hongarije een van de machtigste landen van Europa. In 1526 echter werden de Hongaren in de slag bij Mohács verpletterend verslagen door de Turken, waarna het land voor een deel onder bestuur van de Osmaanse sultan kwam en voor een deel onder dat van de Habsburgse keizer in Wenen. Het eind van de Turkse periode (1686) is een diepe cesuur in de Hongaarse geschiedenis.
De Turkse periode heeft de Cserehát de mogelijkheid gegeven om op cultureel gebied aan te knopen bij het meest verlichte wat er in die tijd was. Toch is er ook veel schade geweest: van honderden dorpjes en vlekken was na de Turkse nederlaag geen spoor meer over. In 1690 werd het land tenslotte weer verenigd onder de Habsburgers. Hierna begon een langdurige strijd voor de bevrijding van het Oostenrijkse juk. De opstand van 1848 onder leiding van Lajos Kossuth werd snel neergeslagen, maar in 1867 kreeg Hongarije een eigen regering (de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie). Wist je dat in Hongarije elke dag om 12 uur 's middags de kerkklokken luiden om de overwinning van de Hongaren op de Turken te herdenken (21-22 juli 1456). De toenmalige Hongaarse leider was Hunyadi János, de vader van Koning Mátyás. Dit vond plaats in Nándorfehérvár, het huidige Belgrado. Zelfs de Hongaarse televisie zendt dit klokkengelui elke dag om 12 uur uit (in het programmaschema noemt dit Déli harangszó).In 1867 ging keizer Frans-Jozef akkoord met een zekere zelfstandigheid van Hongarije. Dit duurde tot 1918 toen na de nederlaag in WO I de Volksrepubliek werd uitgeroepen, met graaf Mihály Károlyi als president. In november 1918 was Hongarije een Volksrepubliek geworden. In maart 1919 had deze republiek plaatsgemaakt voor een Radenrepubliek. Het verdrag van Trianon (1920) met de geallieerden betekende een aanzienlijke gebiedsverkleining: grote gebieden met een Hongaarse bevolking vielen toe aan de omringende landen. In 1921 werd de monarchale regeringsvorm hersteld, nadat een Radenrepubliek onder de communist Béla Kun ineengestort was. De vrede van Trianon en het experiment van Béla Kun bepaalden het politieke klimaat in de periode tussen de wereldoorlogen. De communistische partij bleef verboden en de activiteiten van de socialistische partij werden beperkt. Kerkelijke leiders kregen meer invloed. Op het gebied van de buitenlandse politiek streefde Hongarije naar een herziening van het verdrag van Trianon. Het zocht aansluiting bij Duitsland en het nationaal-socialisme kreeg steeds meer aanhang. Dank zij de invloed van Duitsland kreeg Hongarije in 1939 gebiedsuitbreiding ten koste van Slowakije. In WO II poogde Hongarije een neutrale houding te etaleren, maar de sympathieën met Duitsland waren overduidelijk. Doordat Duitsland en Italië in 1940 een deel van het Roemeense Transsylvanië aan Hongarije toewezen was die houding moeilijk vol te houden. In 1941 werd de oorlog verklaard aan de Sovjet-Unie. In 1943 knoopte de regering geheime besprekingen aan met de geallieerden, waarna Duitsland het land bezette en prompt de jodenvervolving inzette. In januari 1945 werd het land van de Duitsers bevrijd door Sovjettroepen. De voorlopige regering begon meteen met de herverdeling van de grond, die nog grotendeels in handen was van de adel en de Kerk. De verkiezingen in dat jaar werden gewonnen door de Partij van Kleine Landeigenaren, maar met steun van de Sovjettroepen verworven de communisten de belangrijkste minstersposten. Hongarije werd in 1946 een republiek. Bij de verkiezingen van 1947 kregen de communisten het grootste aantal zetels (22% van de stemmen). Deel uitmakend van een coalitieregering begonnen ze met de herverdeling van de grond en het naasten van bedrijven. Na de vrede van Parijs (1947) werd de situatie er niet rooskleuriger op, omdat de Sovjet-Unie een groot deel van de Hongaarse industrie als vorm van herstelbetaling in beslag nam. Bovendien moest Hongarije afzien van de Marshall-hulp.Begin 1948 kwam er een fusie tot stand tussen de communisten en de socialisten en werd het eenpartijstelsel van kracht. Hierna volgde een periode van zuiveringen en schijnprocessen, waarin ook de r.-k. Kerk het moest ontgelden. Kardinaal József Mindszenty, die tegen de communisten geprotesteerd had, werd december 1948 tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Bij de verkiezingen van 1949 behaalden de communisten een volledige overwinning. Er werd een nieuwe grondwet opgesteld, die een getrouwe kopie van de Russische was. O.l.v. de stalinist Mátyás Rákosi ging men door met nationalisatie, onteigening en tewerkstelling van boeren op kolchozen. Bij de industrialisatie werd de nadruk gelegd op de ontwikkeling van de zware industrie, hoewel Hongarije daarvoor de grondstoffen miste. Mede hierdoor ontstond er een tekort aan levensmiddelen en consumptiegoederen. Onder druk van de bevolking moest Rákosi na de dood van Stalin in 1953 aftreden ten gunste van de liberalere Imre Nagy. Er werden concessies gedaan aan boeren en consumenten, maar reeds het volgend jaar moest Nagy aftreden op beschuldiging van revisionisme. Na het 20e partijcongres van de CP in de Sovjet-Unie in 1956 konden de Hongaren hun gevoelens van ontevredenheid gemakkelijker uiten. In oktober kwam het tot een volksopstand, die zich over heel Hongarije uitbreidde. Het leger koos de zijde van de opstandelingen. Een nieuwe regering onder Nagy willigde de eisen van de laatsten in, o.a. terugtrekking van de Sovjet-bezettingstroepen, vrije verkiezingen en afschaffing van de geheime politie. De Sovjet-Unie trok hierop haar troepen uit Boedapest terug. Nadat de Sovjettroepen uit Boedapest waren teruggetrokken, kondigde Nagy aan dat er een eind was gekomen aan het communisme in Hongarije en dat het land uit het Warschaupact trad. Er werd een nieuwe regering gevormd onder János Kadár, die van Hongarije weer een Sovjet-satellietsstaat maakte. Ca. 200.000 Hongaren ontvluchtten eind 1956 hun land. Een en ander maakte grote indruk op het Westen en zette een domper op de hooggestemde verwachtingen die men van Sovjetleider Chroesjtsjov had. Onder Kádár werd de collectivisatie opnieuw aangepakt. Op de nieuw gevormde bedrijven was de mechanisatiegraad laag en de productiviteit derhalve gering. Als gevolg daarvan werd Hongarije van een graanexporterend een graanimporterend land. In 1968 werd het Nieuw Economisch Mechanisme ingevoerd, dat afweek van centraal geleide planning door meer ruimte te laren aan de directie van de fabrieken. Datzelfde jaar bewees Hongarije zijn solidariteit met de Sovjet-Unie en het Warschaupact door troepen te sturen om een eind te maken aan de Praagse Lente.De verhouding met het Vaticaan verbeterde in 1971 toen een overeenkomst gesloten werd, waarbij o.a. de kwestie-Mindszenty geregeld werd. Ook de verhouding met westerse landen werd beter, o.a. met de VS.In de jaren zette de liberalisatie zich voort, waarbij men er wel voor zorgde de Sovjet-Unie niet te provoceren. De regering moest enkele bezuinigingen doorvoeren en belastingen verhogen om de inflatie te bestrijden. In 1988 werd de perscensuur deels opgeheven, werden demonstraties en stakingen toegestaan en mochten politieke bewegingen zich openlijk uiten. De realistische aanpak van binnenlandse en buitenlandse zaken was vooral het werk van Kádár, maar vanwege zijn weigering om het economische beleid aan te passen - ca. een vijfde van de bevolking leefde onder de armoedegrens - werd hij in 1988 afgezet. Na Kádárs dood in 1989 werd Imre Nagy gerehabiliteerd. De hervormingen gingen snel in dat jaar, o.a. gedeeltelijke 'ontmanteling' van het IJzeren Gordijn (de prikkeldraadversperring op de grens met Oostenrijk), waardoor duizenden Hongaren en Oost-Duitsers naar het Westen konden ontsnappen. De Arbeiderspartij belegde een ronde-tafelconferentie met oppositiebewegingen. Er werd een meerpartijenstelsel ingevoerd en de naam Volksrepubliek Hongarije werd gewijzigd in Republiek Hongarije. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Roemenië en Tsjecho-Slowakije is de overgang van een marxistisch-leninistisch staatsbestel naar een democratische maatschappij in Hongarije zeer geleidelijk verlopen. Het kende al sinds de jaren zeventig een systeem waarbij centrale planning gecombineerd werd met elementen van een markteconomie. Veel Hongaren hadden hierdoor twee banen: één bij een staatsbedrijf en één bij een bedrijf in de privé-sector. Eind jaren tachtig konden dissidenten en andere personen met kritiek op de regering die relatief openlijk uiten. Verdere economische hervormingen werden al in 1987 ingezet. Dit ging gepaard met een achteruitgang in het besteedbaar inkomen van de meeste burgers. De perscensuur werd in 1988 deels opgeheven. In 1989 werd door de regering de Grondwet aangepast, zodat Hongarije een democratische republiek werd met een meerpartijenstelsel en een scheiding van de drie machten. De eerste vrije verkiezingen sinds 45 jaar, in 1990, werden gewonnen door een coalitie van centrumrechtse partijen geleid door het Hongaars Democratisch Forum (MDF). József Antall (MDF) werd premier en de schrijver Arpád Göncz (SzDSz) werd tot president gekozen. De regering streefde liberalisering van de economie en integratie in het Westen na. In 1992 ontstond een conflict tussen president en regering over inmenging door de regering in de leiding van de staatsradio en -televisie; er werden demonstraties gehouden tegen de beperking van de persvrijheid. In het MDF kregen extreemrechtse elementen steeds meer ruimte. De verkiezingen in 1994 veranderden het politieke landschap doordat de partij van de vm. communisten (MSzP) een absolute meerderheid behaalde. Dit werd algemeen beschouwd als een uiting van ongenoegen over de economische situatie. Onder leiding van de hervormingsgezinde ex-communist Gyula Horn kwam een coalitie van MSzP en de Alliantie van Vrije Democraten (SzDSz) tot stand. Ondanks de vrij gunstige economische ontwikkeling en de internationale acceptatie van Hongarije, verloor de MSzP echter de parlementsverkiezingen van 1998. De FIDESz-MPP werd de grootste partij. In juni 2000 werd de gematigd conservatieve Ferenc Madl gekozen tot nieuwe president. Hij volgde de liberaal Arpád Göncz op, die na twee ambtstermijnen noodgedwongen afscheid moest nemen van het presidentschap.In 1991 trad Hongarije uit het Warschaupact. Met Duitsland werd in 1992 een vriendschapsverdrag gesloten. De relatie met de buurlanden Joegoslavië (Servië), Slowakije en Roemenië werd in de eerste helft van de jaren negentig beheerst door discussies over de positie van de Hongaarse minderheden in die landen en over het erkennen van de grenzen. Met Slowakije werd hierover in 1995 een akkoord bereikt. In 1992 werd door de zgn. Visegrad-Vier (Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije) overeengekomen uiterlijk in het jaar 2001 een gezamenlijke markt te vormen, samen met de EG. In 1994 werd als resultaat hiervan een associatieverdrag met de EU van kracht (Europa-akkoord), waardoor Hongaarse producten makkelijker op de Europese markt verkocht kunnen worden. In dat jaar werd ook het EU-lidmaatschap aangevraagd en werd met de NAVO een Partnerschap voor Vrede overeengekomen. In 1997 werd Hongarije samen met Polen en Tsjechië door de NAVO uitgenodigd toe te treden tot het bondgenootschap. Ook zat het land in de groep waarmee de EU besloot verdere stappen naar toetreding te nemen.
Hongarije
Stichting: 1918
Hoofdstad: Boedapest
Inwoners: 10,5 miljoen (114 inw./km˛)
Oppervlakte: 93.030 km˛
Taal: Hongaars, Magyaars, Duits en Slowaaks
Valuta: Forint (cent = Filler)
Geografie: Vruchtbare vlakten en heuvels. Grenst aan 7 landen
Weer: Natte lentes, late maar zeer hete zomers en koude, bewolkte winters
Economie: groei van toerisme en dienstsector. Zware industrie en landbouw zijn sterk. Maar grote werkeloosheid zwakke dienstsectoren belemmeren open economie ondanks die is aangepast om nauwere banden te krijgen met de EU
Vlag:
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.