geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

anoniem (groep 8)

Datum ingestuurd:

30 november 2004

Taal:

Woorden:

3.800

Bekeken:

17296 keer (459 deze maand)

Waardering:

3.5/5 (130 stemmen)

Deel op:

  • Door Bonnie (3m / vwo) op 06-02-2012
    Ik vond het goed dan kan ik het kopieren
  • Door Benji (4) op 22-02-2011
    En jou ''vondt'' vind ik ook slecht.. Het is gewoon een goede werkstuk, prima!
  • Door . op 12-01-2011
    Ik vondt het een slechte tekst
Het onderwerp

De titel van mijn werkstuk is schaatsen.
De informatie heb ik uit boeken en van Internet. De boeken heten sport 2000, Dé gids voor de jonge sporter en Mega sport. Wat ik van Internet heb is van goochel, dan invoeren werkstukken, klik dan op scholieren werkstukken. Als laatste voer je als trefwoord schaatsen in. De rest heb ik van www.schaatsen.nl
De schrijvers van de boeken zijn:

Sport 2000 - Er is niet echt een schrijver bij. Het is meer een sportboek over het jaar 2000.
Dé gids voor de jonge sporter - Serge Burin
Mage sport - Henri Garcia, Serge Legé, Marie Bertherat en Florence Sineux

De illustrators:

Mage sport
Sport 2000 - Er zijn geen illustraties, het zijn foto´s
Dé gids voor de jonge sporter – Helende Fuggeta, Virginie Luque en Frédéric Pillot
Mega sport - Veronique Ageorges, Jean-Alexandre Arques, Yves Beaujard, Paul Bontemps, Loic Derrien, Christian Heinrich, Christian Jégou, François Place, Frédérique Schwebel, Frank Stéphan, Amélie Veaux en Nathaéle Vogel

De inleiding

Waarom ik het onderwerp gekozen heb

Ik heb het onderwerp gekozen, omdat ik zelf ook schaats en ik er graag meer van wil weten. Een werkstuk maken is daarom een ideale oplossing.

Wat is er juist zo interessant aan

Het is juist zo´n interessant onderwerp, omdat het al heel oud is. Al wel duizend jaar schaatsen mensen. Schaatsen is dus niet zomaar een sport, maar een heel oude sport.

Wat ik er zelf van wil leren en wat ik jullie wil vertellen
Ik wil graag meer over schaatsen weten, omdat het mijn favoriete sport is. Ik wil jullie graag dat het niet alleen rondjes rijden is, maar dat er veel meer soorten zijn. Er komt ook veel meer aan te pas dan aan de start gaan staan en maar rijden.

Inhoudsopgave

- De geschiedenis van het schaatsen
- De schaatsen
- De schaatsploegen
- Kunstrijden
- Shorttrack
- IJshockey
- Langebaanschaatsen
- Marathonschaatsen
- De Elfstedentocht

De geschiedenis van het schaatsen

Schaatsen doet men al heel lang. Al in de tijd van 1000 tot 1200 na Christus.
In het begin deden mensen het op een soort ski´s. Dat waren lange stroken van hout met rendierenhuid er omheen. Hier werden ook nog een soort skistokken bij gebruikt.
Daarna gingen mensen op “glissen” rijden. “Glissen” zijn botten van dieren, zoals rendieren, koeien en paarden.
De Nederlanders maakten hierna een groot succes met de houten schaats. (De houten schaats wordt ook wel de Friese doorloper genoemd. Nu noemen we ze ook wel de houtjes.) Eigenlijk was alleen de bovenkant van hout en de rest was van ijzer.
De houten schaats werd door verschillende mensen gemaakt. Dat ging als volgt:

- De timmerman deed het stuk waar je, je voet op zet.
- De zadelmaker deed de leren riemen waar je, je voet mee vast maakt.
- De smid deed de ijzers.

In 1950 werd pas voor het eerst op de stalen Noor geschaatst. Een stalen Noor is eigenlijk het zelfde als een gewone Noor. Vanaf toen is het bergafwaarts gegaan met de houten schaats, ook wel de Friese doorloper.

Langebaanschaatsen Shorttrack

IJshockey Kunstrijden

De schaatsen

Ik wil jullie in dit hoofdstuk laten zien hoeveel verschillende schaatsen er wel niet zijn. Ik ga jullie over de volgende schaatsen wat vertellen.

- De schaats met twee ijzers
- De Friese Doorlopers (van hout en kunststof)
- De lage en hoge Noren
- Combi Noren
- Kunstrijschaatsen ( van hout en kunststof)
- IJshockeyschaatsen
- Shorttrackschaatsen
- Klapschaatsen
- De olieschaats

De schaats met twee ijzers

De schaats met twee ijzers is de stabielste schaats. Door de twee ijzers naast elkaar te plaatsen heb je veel meer evenwicht dan dat je op één ijzer schaatst. De twee ijzerschaats heeft ook een nadeel, want je kunt bij deze schaats niet goed afzetten, dus bij deze schaats ligt de snelheid wel lager. Door de lagere snelheid rijden veel jonge kinderen op deze schaatsen. Het voordeel is ook dat je op de twee ijzerschaats minder snel valt dan op schaats een met één ijzer.

De Friese Doorlopers (van hout en kunststof)

Friese Doorlopers noemen we ook wel houtjes. Eigenlijk klopt die naam niet, want de Friese Doorloper is er ook van kunststof. Met je schoen/laars in kan. Het klinkt raar, maar er zit alleen een ijzer, gespen of touwtjes waar je, je voet mee vast maakt en een soort plateau waar je, je voet op zet.
De Friese Doorloper is vooral een schaats waar je na de twee ijzerschaats goed kunt oefenen op één ijzer.

De lage en hoge Noren

Het verschil tussen de lage en de hoge Noor is zo´n drie cm. De Noor heeft een leren schoen met daaronder één ijzer.
In de jaren vijftig heeft men de Noor proberen tegen te houden bijv. met de houten Combi Noor. (zie verder in dit hoofdstuk) Uiteindelijk is het niet gelukt om de Noor tegen te houden.
De lage Noor is een schaats voor als je goed op de Friese Doorloper kunt schaatsen en als je daar goed op kunt schaatsen kun je op de hoge Noor gaan schaatsen.

Combi Noren

Combi Noren zijn voor mensen met zwakke enkels. Aan de zijkanten van de Combi Noor zit een soort kunststof wat er voor zorgt dat bij mensen met zwakke enkels de enkel niet dubbel klapt met het afzetten.
De Combi Noor heet zo, omdat het een COMBInatie is tussen een skischoen en een Noor.
De Combi Noor is een uitvinding geweest om de Noor tegen te houden wat je hebt kunnen lezen in het vorige stukje.

Kunstrijschaatsen (van hout en kunststof)

Kunstrijschaatsen zijn (zoals je aan de naam al kunt horen) schaatsen voor als je gaat kunstrijden. Het ijzer van de kunstrijschaats heeft een aantal zaagvormige tanden bij de punt, als hulp bij het maken van pirouettes en sprongen. Een Kunstrijschaats heeft een wat hogere schoen zodat je wat meer stevigheid hebt.
Veel mensen rijden ook op Kunstrijschaatsen terwijl ze niet kunstrijden. Dat komt, omdat het een stevige schoen is waar je niet zo snel met je enkel dubbel klapt. Hieronder zie je een plaatje van een kunstrijschaats.

IJshockeyschaatsen

IJshockeyschaatsen zijn eigenlijk de zelfde schaatsen als Kunstrijschaatsen. Het enige verschil is dat een IJshockeyschaats geen tanden heeft.
IJshockeyschaatsen zie je nog meer dan Kunstrijschaatsen. Dat komt, omdat IJshockeyschaatsen veiliger zijn, omdat ze geen tanden hebben. Hieronder zie je een plaatje.

Shorttrackschaatsen

Shorttrackschaatsen zijn Noren met een krom ijzer. Dat kromme ijzer hebben ze om beter door de bocht te gaan, want Shorttrackschaatsen gebeurt op een IJshockeybaan (zie verder in dit werkstuk) en daar zijn de bochten veel korter dan op de 400 m baan.

Klapschaatsen

Als je naar een schaatswedstrijd van proffers kijkt zie je allen maar klapschaatsen. Veel goede schaatsers hebben klapschaatsen, omdat de schoen los zit van het ijzer. Zo kun je harder afzetten, omdat je nu langer kan afzetten. Je schoen is dan al van het ijs, maar je ijzer nog niet.

De olieschaats

De olieschaats is de nieuwste ontwikkeling van het schaatsen. De schaatsen zijn uitgevonden door een man uit de provincie Groningen. Sommige rijders waren er enthousiast over, maar veel rijders vonden het maar niks. Op dit moment is de schaats ook nog verboden, omdat men nog niet weet wat voor gevolgen dat heeft op het ijs en wat voor nadelen de rijders zonder olieschaats er van hebben.

De schaatsploegen

Vroeger deden schaatsers nog in hun eentje mee aan belangrijke wedstrijden, maar nu zitten de meeste schaatsers in een schaatsploeg.
Nederland heeft veel verschillende schaatsploegen. Een voorbeeld is het team van Jorritsma Bouw. Hieronder staat het team:

Van links naar rechts:
Arjan Stroetinga,
Kurt Wubben,
Herwin Huisman,
Jeroen de Vries en
Martijn Kromkamp

Elke schaatsploeg heeft een sponsor nodig om de reizen, de trainingsmogelijkheden, het schaatsmateriaal, goede trainers en de verzorgers te betalen. Een sponsor geeft niet zomaar geld aan een team. Daar voor moeten de rijders spotjes maken voor op televisie en in pakken rijden met daarop hun sponsor. Een bijkomend voordeel is dat je dan ook goed ziet wie bij elkaar in een team zitten.
De ploegen trainen veel met elkaar. Het trainen wordt bij lange baan schaatsen wetenschappelijk begeleid om de juiste slag te vinden waar de schaatsers zo weinig mogelijk energie gebruiken.
Als team gaan ze ook op trainingskamp. Dat doen ze meestal in de bergen waar minder zuurstof is zodat ze meer rode bloedlichaampjes aanmaken in hun lichaam. Deze rode bloedlichaampjes vervoeren zuurstof in je lichaam. Des te meer rode bloedlichaampjes, des te meer zuurstof vervoer, des te beter de prestaties. Als ze hard getraind hebben doen ze mee aan een wedstrijd. Daarvoor hebben ze veel energie nodig. Daarom mogen ze maar beperkt eten. Meestal zijn dat pasta´s waar veel koolhydraten in zitten, want als sporter moet je er voor zorgen dat
60% - 70 % van je voedsel uit koolhydraten bestaat. Dat moet, omdat je lichaam je koolhydraten verbrand, dus moet je voor een wedstrijd altijd koolhydraten eten, want anders gaat je lichaam over op vet en soms wel op eiwit.
Als team train je niet alleen, maar je hebt ook ontzettend veel lol.

Kunstrijden

Wat is kunstrijden?

Kunstrijden doe je op een overdekte baan. Bij het kunstrijden probeer je, in je eentje of met zijn tweeën, zo mooi mogelijk te schaatsen. Als je klaar bent krijg je van een internationale jury (6 á 7 mensen) een beoordeling die later beslissend is voor de einduitslag. De schaatsen die ze hiervoor gebruiken heb je in hoofdstuk 2 kunnen zien.

Individueel

Bij het kunstrijden worden de mannen en vrouwen apart ingedeeld. Voor allebei is er een technisch programma en een vrije kür. Bij het technische programma moeten de rijd(st)ers 2 minuten en 40 seconden vaste oefeningen uitvoeren. De oefeningen zijn elk jaar weer verschillend. Ze worden gemaakt door de Internationale Schaats Unie. (ISU)
De vrije kür duurt 4 minuten, maar voor de heren is dit een halve minuut langer. De rijd(st)ers mogen zelf muziek uit kiezen die ze er bij willen hebben. Daar komt bij dat de oefeningen met elkaar in overeenstemming moeten zijn. Verder mogen de rijd(st)ers zelf de tijd indelen met hun specialiteiten. Ook kunnen de rijd(st)ers nieuwe sprongen en pirouettes presenteren. Zo zijn veel sprongen en pirouettes ontwikkeld.

In paren

Een paar is altijd een man en een vrouw die samen veel verschillende oefeningen uitvoeren.
Het paarrijden is wellicht de meest veel eisende en zwaarste kunstrijonderdeel. De partners moeten goed op elkaar ingespeeld zijn, zodat het niet zo is dat de een al met de ene oefening bezig is en de ander nog met de andere.
Het paarrijden kent ook het vaste programma en de vrije kür. Dat werkt eigenlijk het zelfde als de individuele programma’s.

De eerste competities

Vanaf 1860 gebruikte de Amerikaanse balletmeester Jackson Haynes de vaste regels van de klassieke dans om het kunstrijden te ontwikkelen. De eerste wereldkampioenschappen vonden plaats in 1896 in Sint-Petersburg Het kunstrijden werd al toegelaten op de Zomerspelen van 1908 in Londen en maakte in 1924 deel uit van de eerste winterspelen.

De jury

Zes tot zeven juryleden geven een cijfer van nul tot zes. Ze geven een cijfer voor de technische waarde en een voor de uitstraling. De techniek telt voor 1/3 en de uitstraling voor 2/3 van de punten. De man of vrouw die de meeste punten heeft is de winnaar.

De bewegingen
Pirouette
Sprong
Spiraal
Vrij figuur

Shorttrack

Wat is shorttrack?

Shorttrack is het tegenovergestelde van het marathonschaatsen. ( Zie hoofdstuk 8) Het wordt gedaan op een ijshockeybaan. Daar op hebben de leiders een rondje gemaakt van pionnen. Het rondje is 111m lang.
Voor shorttrack heb je niet alleen conditie nodig, maar ook behendigheid, techniek en tactiek.

De geschiedenis

Shorttrack is rond 1890 ontstaan in Groot–Brittannië. De allereerste internationale wedstrijden werden gehouden in 1905 in Canada. Nederland maakte pas kennis met het shorttrack in 1979 Het eerste Nederlandse kampioenschap werd in 1981 gewonnen door Menno Boelsma. In 1988 werd Peter van der Velde wereldkampioen. Nu zijn het vooral de Canadezen, de Zuid-Koreanen en de Chinezen die de besten van de wereld zijn. In Europa zijn het vooral de Italianen en de Nederlanders die de besten zijn.

De wedstrijden

Bij shorttrack wordt er in kwartetten gestart. Dit gaat altijd via een afvalsysteem. Een afvalsysteem gaat als volgt: Er starten bijvoorbeeld 8 ritten. Van elke rit gaan de snelste twee door, dan houd je uiteindelijk 4 over waarmee je de finale kunt rijden. De snelste daarvan is dan de winnaar. Ook komen valpartijen vaak voor, want de rijders mogen elkaar op de gekste manieren inhalen.
De afstanden bij de wedstrijden zijn:
De wedstrijden worden verreden over de volgende afstanden: 500 m (4,5 ronden), 1000 m (9 ronden), 1500 m (13,5 ronden), 3000 m (27 ronden) en de 5000 m (45 ronden). Er worden ook afloskoersen verreden. Afloskoersen zijn wedstrijden waar 4 rijders in de baan komen en er van elk team om de beurt iemand in de baan rijdt. Bij afloskoersen is de afstand 3000 m of 5000m.

Het materiaal

Vanwege de kleine baan en de scherpe bochten rijden de rijders op Noren waarbij het ijzer een beetje krom is. (Zie hoofdstuk 2)
Voor de maximale veiligheid tijdens het shorttracken rijden de rijders altijd met een helm, handschoenen en kniebeschermers.

IJshockey

Wat is ijshockey?

IJshockey is eigenlijk hockey, maar dan op schaatsen. Er zijn wel wat verschillen tussen het gewone hockey en het ijshockey. Het gewone hockey wordt op een veld gedaan en het ijshockey wordt gedaan op een kunstrijbaan.( Zie hoofdstuk 4) Het ijshockeyveld is kleiner dan het gewone hockeyveld. Het gewone hockeyveld is 100 x 50 en het ijshockey veld is 60 x 30.
Er is nog een verschil tussen het ijshockey en het gewone hockey. Bij het ijshockey wordt er met zes man gespeeld (vijf veldspelers en één doelman)en bij het gewone hockey wordt er met 11 spelers gespeeld. (tien veldspelers en één doelman.)

De geschiedenis van het ijshockey

IJshockey is in de tweede helft van de 19de eeuw ontstaan in Canada waar het algauw een nationale sport werd. In 1875 werden de eerste spelregels vast gelegd en er werden de eerste wedstrijdjes gespeeld. Pas in het begin van de 20ste eeuw deed Europa ook mee aan ijshockey wedstrijden.
In 1920 werd ijshockey een Olympische sport, maar Nederland doet jammer genoeg haast nooit mee.

De wedstrijden

Een wedstrijd verloopt in drie periodes. Elke periode duurt 20 min. Tussen de periodes door zijn er pauzes. Elke pauze duurt meestal 15 min. Soms 5 min. meer of minder. Ook zijn er time - outs in de wedstrijd. Een time - out is dat een ploeg naar de kant mag om met de coach te overleggen over het spel.
Het spel wordt geleid door één of twee scheidsrechters en twee linesmen. Zij worden geassisteerd door twee doelrechters.
Als het bij een wedstrijd gelijk blijft en er komt een verlenging dan wordt er niet met zes tegen zes gespeeld, maar met vier tegen vier. Ook is het zo dat als er een doelpunt gescoord wordt dat het dan gelijk afgelopen is en dat het team dat het doelpunt gescoord heeft gewonnen heeft. Als er in der verlenging geen doelpunt valt komen er vijf penalty’s. Wie er daarvan de meeste scoort heeft gewonnen, maar als er dan evenveel gescoord wordt of er wordt helemaal niet gescoord is het zo dat er steeds één penalty genomen wordt. Degene die dan scoort en de ander niet heeft dan gewonnen.

Het speelveld

Zo als al eerder in dit hoofdstuk is het speelveld 30 x 60. Het veld heeft geen puntige hoeken, maar afgeronde hoeken. Daar omheen zit een ´boarding´ van 1,22 m hoog. Hieronder staat een plaatje van het veld.

Naast het speelveld bevinden zich aan de lange zijden de twee spelersbanken en de twee strafbanken. Op de spelersbanken zitten de spelers die eventueel in moeten vallen voor een speler op het ijs. Op de strafbanken zitten spelers die een overtreding hebben gemaakt op het ijs en daar de straftijd die ze van de scheidsrechter hebben gekregen moeten uitzitten. De strafbanken worden gescheiden door een ruimte voor de wedstrijdofficials. (Wedstrijdofficials zijn juryleden die alles in de gaten houden.) Bij de banken zijn deurtjes die van het ijs afdraaien, zodat je zonder mensen te hinderen het ijs op kan.
Op vier meter afstand van de korte zijde bevinden zich de doellijnen, met in het midden de goal. Het ijsoppervlak tussen de doellijnen wordt in drie gelijke stukken verdeeld door twee blauwe lijnen van 30 cm breed. Maar het wordt ook nog in twee gelijke stukken verdeeld door één rode lijn ven 30 cm. Daardoor ontstaan vakken. Het gebied tussen de twee blauwe lijnen is het neutrale vak. Het vak tussen de korte zijde van de ´boarding´ en de blauwe lijn heet het verdedigingsvak en bij de tegenpartij het aanvalsvak.

Het materiaal

Bij ijshockey heb je speciale ijshockeyschaatsen. (Zie hoofdstuk 2) Voor bescherming hebben de spelers een helm op en stevig opgevulde handschoenen aan. Hieronder zie je een plaatje.

De spelershelm De handschoen

De puck De stick

Verder spelen de spelers met een houten ijshockeystick. (Zie hier boven) De stick van de keeper is anders dan die van de veldspelers. De steel is breder en het blad rechter. Het schijfje waar ze mee spelen heet een puck. (Zie hier boven) Het is gemaakt van zwart rubber en weegt ongeveer tussen de 156 en de 170 gram.

De teams

Een ijshockeyteam bestaat uit maximaal twintig veldspelers en twee doelverdedigers. Daarvan staan er maar zes in het veld gedurende de wedstrijd zonder grenzen gewisseld mogen worden. Het bestaat uit: een doelverdediger, een linker verdediger, een rechter verdediger, een linker vleugelspeler, een rechter vleugelspeler en een midvoor. (Bij voetbal wordt dit een spits genoemd)

Langebaanschaatsen

Wat is langebaanschaatsen?

Langebaanschaatsen wordt gedaan op een ovalen baan van 400m. Er wordt, wat je misschien niet zou denken, tegen de klok in gereden. Hieronder zie je een plaatje van de baan.

Het langebaanschaatsen wordt op klapschaatsen en Noren gedaan. De toppers rijden op klapschaatsen en als je net begint rijdt je meestal op Noren.
Voor het langebaanschaatsen heb je niet alleen een ijzersterke conditie nodig, maar ook een goede schaatstechniek.

De geschiedenis van het langebaanschaatsen

Het langebaanschaatsen was in het begin eigenlijk gewoon schaatsen. Pas toen in 1882 de KNSB (Koninklijke Nederlandse SchaatsBond) werd opgericht kwamen er nationale wedstrijden. Daarvoor waren er wel wedstrijdjes onderling, maar geen echte nationale wedstrijden. Al snel kwamen er internationale wedstrijden en Nederland won vaak. Bekende namen zijn: Jaap Eden en Kees Broekman. Daarna tot ongeveer 1960 waren het vooral de Noren die vaak wonnen. Toen in 1962 de kunstijsbaan kwam werd Nederland weer de beste en won vaak een wedstrijd. Grote namen zijn: Ard Schenk, Ria Visser, Piet Kleine, Gerard Kemkers, Annamarie Thomas en Rintje Ritsma.

De wedstrijden

Bij de wedstrijden wordt er in paren gereden. De één start in de buitenbaan en de ander in de binnenbaan. Op het rechte stuk, aan de kant waar de trainers staan, wordt er gekruist. ( Zie bovenaan de blz.) Dat gebeurd elke ronde, zodat iedereen evenveel buiten- en binnenbochten heeft gereden.
De afstanden die verreden worden zijn verschillend tussen de mannen en de vrouwen.De afstanden die de vrouwen rijden zijn: 500m, 1000m, 1500m, 3000m en 5000m. De afstanden bij de mannen zijn: 500m, 1000m, 1500m, 5000m en 10000m.

Sprint

De sprint afstanden zijn 100m, 500m en 1000m. Over de 100m zijn de wedstrijdofficials (wedstrijdofficials zijn juryleden die alles in de gaten houden) nog aan het discussiëren, maar hij wordt al wel gereden.
De Nederlandse sprintvrouwen hebben haast geen concurrentie in Nederland, maar wel buiten Nederland. Daar moeten de sprintvrouwen hard rijden om mee te komen. De meest bekendste sprintsters zijn Andrea Nuyt en Marianne Timmer. De beste van de twee is Marianne Timmer.
De Nederlandse mannen hebben ook haast geen concurrentie, maar vechten bij het NK (Nederlands Kampioenschap) wel om de beste van Nederland te worden. Buiten Nederland kunnen de toppers wel redelijk met de top meekomen. De bekendste sprinters zijn Erben Wennemars en Gerard van Velde. De beste is er eigenlijk niet, want de ene keer is de een de beste en de andere keer de ander.

Stayer afstanden

De stayer afstanden zijn 1500m, 3000m, 5000m en 10000m. De 10000m wordt allen gereden door de mannen en de 3000m wordt Door de mannen al wel in kleinere wedstrijden gereden, maar het lijkt er op dat de mannen hem nu ook in officiële wedstrijden gaan rijden. Omdat de mannen de 3000m al wel in kleinere wedstrijden rijden is er al wel een wereldrecord gereden. (Zie verder in dit hoofdstuk)
Bij de vrouwen is Renate Groenewold de beste van Nederland, maar in het buitenland zijn het vooral de Duitse vrouwen die de besten zijn.
Bij de mannen zijn het vooral Jochem Uytdehaage, Carl Verheijen, Gianni Romme en Bob de Jong. De beste van Nederland is er eigenlijk niet, maar Jochem Uytdehaag heeft op de 5000m en op de 10000m Olympisch goud gewonnen en op de 1500m Olympisch zilver. In het buitenland zijn het ook altijd de Nederlandse mannen met af en toe een Amerikaan, een Rus of een Duitser er tussen door. Maar meestal bestaat de top 5 uit alleen uit Nederlanders.

Allround

Allround betekent eigenlijk dat je overal goed in bent. Dus zowel in het sprinten als in de lange afstanden.
Er zijn kampioenschappen voor dames en heren. De afstanden die de heren rijden zijn: 500m, 1500m, 5000m en 10000m. De afstanden die de vrouwen rijden zijn: 500m, 1500m, 3000m en 5000m. De tijden van de afstanden worden bij elkaar opgeteld en degene met de beste tijd is de winnaar van het kampioenschap. Omdat de afstanden bij de mannen en de vrouwen verschillend zijn worden ze ook verschillend geklasseerd.
In het schaatsseizoen 2002-2003 was Cindy Klassen (Canada) de beste van de wereld bij de vrouwen en bij de mannen was dat Gianni Romme. (Nederland)

Wereldrecords

Wereldrecords zijn records die verbeterd kunnen worden door mensen uit de hele wereld. Het moet dan wel bij een officiële wedstrijd.
De wereldrecords bij de vrouwen zijn:

Afstand Tijd Naam Uit welk land Gereden in
500m 37,22 Catriona Lemay Canada Calgary (Can)
1000m 1.13,83 Chris Witty Amerika Salt Lake City (USA)
1500m 1.54,02 Anni Friesinger Duitsland Salt Lake City (USA)
3000m 3.57,70 Claudia Pechstein Duitsland Salt Lake City (USA)
5000m 7.05,67 Claudia Pechstein Duitsland Salt Lake City (USA)

De wereldrecords bij de mannen zijn:

Afstand Tijd Naam Uit welk land Gereden in
500m 37,22 Hiroyasu Shimizu Japan Salt Lake City (USA)
1000m 1.07,18 Gerard van Velde Nederland Salt Lake City (USA)
1500m 1.43,95 Derek Parra Amerika Salt Lake City (USA)
3000m 3.42,75 Gianni Romme Nederland Calgary (Can)
5000m 6.14,66 Jochem Uytdehaage Nederland Salt Lake City (USA)
10000m 12.58,92 Jochem Uytdehaage Nederland Salt Lake City (USA)

Hieronder zie je Jochem Uytdehaage. Hij is Olympisch kampioen langebaanschaatsen op de 5000m en op de 10000m. Ook won hij zilver op de 1500m.

Marathonschaatsen

Wat is marathonschaatsen?

Bij marathonschaatsen rijd je in een groep een lange afstand. Zo´n groep heet een peloton. Bij de mannen bestaat het peloton uit 80 tot 100 rijders en bij de vrouwen uit 40 tot 60 rijders. Bij de mannen rijden ze zo´n 100 tot 250 ronden en bij de vrouwen 50 tot 60 ronden.
Als het vriest, rijden de marathonrijders ook een Elfstedentocht van 200 km. (Zie hoofdstuk 9)

De geschiedenis van het marathonschaatsen

In de 17de eeuw werden er al tochten gereden door meestal een enkeling of een klein groepje. Je kunt dat best het begin van de marathon noemen.
In 1621 reden er al een paar mensen van Amsterdam (Noord – Holland) naar Kampen (Overijssel) over de Zuiderzee. (De Zuiderzee heet nu IJsselmeer) En in 1676 reden vier inwoners van Zaanstad een twaalfstedentocht. De twaalfstedentocht was ruim 300 km.
In 1882 werd de KNSB (Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijdersbond) die er voor zorgde dat er op donderdag 1 maart 1888 een eerste officiële wedstrijd georganiseerd werd in de buurt van Haarlem. De winnaar daar was Klaas Pander en tweede werd Pim Mulier. Pim Mulier zorgde er twintig jaar later voor dat de eerste aanzet gegeven werd voor het organiseren van de Elfstedentocht. (Zie hoofdstuk 9)
Omdat er haast nooit natuurijs ligt worden de wedstrijden nu gereden op ijsbanen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.