Geschreven door: | Judith (5 havo) |
Datum ingestuurd: | 2 juni 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.150 |
Bekeken: | 7147 keer (3 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Natuur en Milieu
1 Nederlandse landschappen
natuurlijke opbouw van het landschap
- Pleistoceen koud
- Holoceen warm
Cultuur-historische opbouw van het landschap
Mensen passen het aan aan de eisen van de tijd
Ecologische opbouw van een landschap
Ecosysteem=samenhangend geheel van levende en niet-levende elementen in een
bepaalde ruimte
Ecotoop=weergave van een ecosysteem in een kaart
Diversiteit=aantal soorten dieren en planten in een ruimte
1. veranderlijkheid van het milieu -hoge veranderlijkheid=lage diversiteit
2. hoeveelheid energie en voedingstoffen -weinig=hoge diversiteit
3. variatie in milieuomstandigheden -veel gradiënten/grensmilieus=hoge diversiteit
4. omvang van natuurgebieden -groot= hoge diversiteit
5. goede spreiding van natuurelementen en geen barričres - goede spreiding= hoge diversiteit
functies in het natuurlijk milieu
- productiefunctie - voedsel
- schoon water en schone lucht
- energie en grondstoffen
- draagfunctie - ruimte nodig voor activiteiten en bouwwerken
- de grond moet een goede draagkracht hebben
- ruimte nodig om afvalstoffen op te vangen
- informatiefunctie - we halen veel informatie uit de natuur
- regulatiefunctie - natuur zorgt voor evenwicht
Eilandentheorie
Doel:
- bereikbaarheid voor nieuwe soorten
- uitsterven van bestaande soorten
ecologische infrastructuur=groen netwerk van natuurelementen. Het netwerk is
opgebouwd uit : natuurkerngebieden, verbindingszones en stapstenen
Lösslandschap
Natuurlijke opbouw:
- puinwaaierafzettingen aan de voet van het middelgebergte
o in het pleistoceen kwamen de oude gebergten omhoog waar de Rijn en de Maas zich doorheen sneden. Puin werd meegenomen en beneden afgezet waardoor de rivier een andere weg zocht.
- plateaus, hellingen en dalen
o terrassen, door de Maas
- löss als afdeklaag
o in het Pleistoceen (Saalien en Weichselien) werd löss afgezet, door de wind.
Cultuur-historische opbouw:
- inrichting van de dalen
o mensen gingen langs de randen van de dalen wonen. In de dalen spoelt het löss samen wat een colluvium wordt genoemd.
- inrichtingen van de hellingen en de plateaus
o vanaf het dal worden steeds stukjes bos ontgonnen. Zo ontstonden er steilrandjes, ook wel graften genoemd. Door ruilverkaveling zijn veel graften verdwenen. Vlakke plateaus worden gebruikt voor akkerbouw, dit heeft een open karakter.
Zandlandschap
Natuurlijke opbouw:
- hoge en lage stuwwallen opgeduwd door het ijs
o Toen in het Saalien het landijs over Nederland kwam werd onder het ijs grondmorene van keileem afgezet. =keien en fijngemalen leem wat ondoorlatend is. Het ijs duwde de bevroren rivierafzettingen tot hoge stuwwallen. Tongbekkens = door het ijs uitgediepte bekkens, glaciale bekkens. Bij de schoksgewijze terugtrekking van het ijs werden lage stuwwallen van grondmorene keileem gevormd.
- het zacht golvend dekzandlandschap
o in het weichselien was de wind de belangrijkste landschapvormer. Als ’s winters alles droog lag blies de wind de löss en het zand weg wat werd afgezet als dekzand. Aan het eind verbeterd het klimaat en komen er planten. Deze zorgen voor dekzandruggen met een U-vorm. Dit zijn tegenwoordig de paraboolduinen. De open kant is altijd naar de overheersende windrichting gekeerd. Langs de rivieren werd ook zand vastgehouden door de planten = rivierduinen
Cultuur-historische opbouw:
- essen, groengronden, heide en stuifzand
o essen=enk, Met mest opgehoogde oude akkers;liggen rondom of aan de rand van de dorpen in het zandlandschap. Op dekzandruggen en op de flanken van de stuwwallen
o groengronden=onbesmette graslanden in de laagten van het landschap. strookvormig, veeteelt
o heide-op mast te krijgen op de akkers hielden mensen schapen op de heide. De mest voegde ze samen met heideplaggen en dit deden ze op de akkers=humus. In de buurt van essen heb je stuifzand.
- heideontginningen, naaldbos
o door kunstmest was de heide niet meer nodig. Heideontginningen zijn rechthoekig. Stuifzand werd omgezet in naaldbos.
- het moderne landbouwlandschap
o ruilverkaveling leidde toto grote percelen.
o Minder variatie en echt natuur
o Natuurontwikkeling en vergroting van diversiteit krijgen meer aandacht
Rivierkleilandschap
Natuurlijke opbouw:
- oeverwallen en kommen in het oostelijk rivierkleilandschap
o oeverwallen = door overstroomde rivieren bezinkt zand en klei vlak naast de rivier. Uiteindelijk zette het alleen nog klei af=zwavel
o stroomruggen = oude rivierbeddingen met hun oeverwallen, verzande rivierbeddingen
o kommen= laaggelegen grond verder bij de rivier waar klei werd afgezet
- oeverwallen en kommen in het westelijk rivierkleilandschap
o oeverwallen bestaan uit smalle kleistroken doordat de stroming door het zeewater werd afgeremd. En het zand in de beding bleef. De kommen zijn breder en bestaan uit veen
Cultuur-historische opbouw:
- dijken, uiterwaarden, overslaggronden, wielen
o dijken worden gebouwd op de rand van oeverwallen
o uiterwaarden is de rand naast de rivier die af en toe onderwaterstaat bij hoog water
o kwel = als water onder de dijk doorkomt verzwakt de dijk. Het wordt door druk omhoog geduwd en kan zorgen door een dijkdoorbraak
o wiel= als een dijk doorbreekt vormt dat achter de dijk een kolkgat
o overslaggrond = het meegenomen materiaal waait zich uit rondom het wiel
- het grondgebruik in het oostelijk rivierkleilandschap
o oeverwallen zijn geschikt voor akkerbouw, veeteelt en woningbouw.
o Kommen zijn geschikt voor grasland
o Overheersend veeteelt
- het grondgebruik in het westelijk rivierkleilandschap
o bebouwing op smalle kleistroken = dijkdorpen
o grasland, voor veeteelt te nat
Zeekleilandschap
Natuurlijke opbouw:
- kwelders
o kwelder= gebied aan de kust boven niveau van normale vloed
o waddengebied
o kreekruggen=een verzande kreek
- zeeklei en zeespiegelstand
o hoe later de klei is opgeslibd hoe hoger de ligging
o afzettingen van de laatste 3000 jaar = jonge zeeklei
Cultuur-historische opbouw:
- de opbouw van een zeekleipolder
o een kwelder die niet meer overspoeld kan ingedijkt worden.
o Polders= waterstand moest kunstmatig in stand gehouden worden:sluizen
o Akkerbouw of fruitteelt door dat zeekleipolders zwavelig en vrij vlak zijn
- Droogmakerijen
o Oude zeeklei= drooggelegde meren
o Ringdijk, erbuiten een ringvaart, drooggemaakt en rechthoekig verkaveld
Duinlandschap
Natuurlijke opbouw:
- de vorming van duinen
o zeereep= als een aangesloten duinenrij hoog genoeg is om een stormvloed tegen te houden
- oude en jonge duinen
o oude duinen – zeewerend
o jonge duinen- oude duinen braken af door kusterosie en stormvloed en er ontstonden jonge duinen
- duinvalleien
o duinvalleien= laagten in het duinlandschap
Cultuur-historische opbouw:
- oude nederzettingen, geestgronden en veel natuur
o geestgronden =zandvlakten aan de binnenlandszijde van duinen ontstaan door afgraving van oude duinen
duininfiltratie=zoetwaterbel in de duinen dat wordt gebruikt voor drinkwater
Veenlandschap
Natuurlijke opbouw:
- veengroei op voedselrijke plaatsen
o laagveen- veen dat op grondwater bereik ligt
- veengroei op voedselarme plaatsen
o hoogveen- liggen boven grondwaterpeil, water wordt in planten opgeslagen
Cultuur-historische opbouw:
- veenpolderlandschappen
o inklinking = door ontwateringssloten werd het drooggelegd maar doordat de druk wegviel daalde ht water van het grondoppervlak. Sloten moesten uitgediept wroden ŕ weer inklinking. Veen zakt. Zo is vroeger hoogveen nu laagveen. Akkerbouw is vervangen door veeteelt.
- dalgronden en veenplassen
o wijken= ontwateringssloten om turf te vervoeren. Langs de kanalen werden dorpen gesticht = veenkolonie
o bovenste gedeelte hoogveen =bolster
2 De werking en het gebruik van het natuurlijk milieu
onze natuurlijke hulpbronnen
natuurlijke hulpbronnen
- niet-vernieuwbare milieuvoorraden
o bronnen die opgaan of heel langzaam worden aangemaakt
- vernieuwbare milieuvoorraden
o levende biomassa die steeds aanmaakt
o levenloze grondstoffen die in grote voorraden aanwezig zijn
milieuproblemen
- milieuverontreiniging
o als verhoogde concentratie schadelijk worden voor mens en dier
- milieuaantasting
o vermindering van kwaliteit van landschap en natuur
- milieu-uitputting
o mensen benutten grondstoffen in een te hoog tempo
Duurzame ontwikkeling
3 trends
- door productieprocessen komen er meer stoffen in het milieu
- milieuproblemen komen op hoger schaalniveau
- door groei van welvaart en bevolking komt er een hoger druk op de natuurlijke hulpbronnen
duurzame ontwikkeling= voorzien in de behoeften zonder dat de volgende generatie hier last van heeft
milieugebruiksruimte =
- de aanwezige winbare natuurlijke hulpbronnen
- het tempo van aanwas van vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen
- de mate van onttrekking van natuurlijke hulpbronnen
- uitbreiding van kennis en techniek
- de kwaliteit van het natuurlijk milieu
de milieugebruiksruimte zoet water
interne vernieuwbare bron = neerslag dat in het gebied valt
externe vernieuwbare bron = water dat van buiten naar het gebied stroomt
ondiepe grondwater wordt door regenwater aangevuld - hangwater
diepe grondwater wordt niet aangevuld - grondwater wordt naar boven gezogen (capillaire werking)
1. huishouding
2. landbouw
3. industrie
de milieugebruiksruimte bodem
omvang productie organisch materiaal hangt af van
- de voorraad voedingstoffen
- de voorraad water
- een goed bodemleven
de mens heeft de milieugebruiksruimte vergroot
- toevoer van meststoffen
- toevoer van fossiele energie
- toevoer van water door irrigatie en beregening
de milieugebruiksruimte ven de ontwikkelingslanden
verzilting = als water verdampt blijven er zouten achter in de bodem
3 Klimaatveranderingen
Het klimaat op aarde
Klimaat wordt bepaald door de regelmatige terugkerende atmosferische processen boven een gebied
Menselijke invloeden op het klimaat
Warmtecapaciteit = hoeveelheid energie er nodig is om 1cm3 stof te verwarmen
Versterkt broeikaseffect = broeikaseffect is positief omdat dat de aarde bewoonbaar maakt, maar versterkt is niet goed
- veranderde stralingsbalans
- verschuiving in de drukverdeling
- andere loop van de zeestromen
- afsmelting van gletsjers
- permafrost en toendra zullen poolwaarts verschuiven
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.