Kinderrechten

Maatschappijleer

Werkstuk

Kinderrechten

5.4 / 10
vwo
  • jennilee
  • NL
  • 1811 woorden
  • 2209 keer
    25 deze maand
  • 27 februari 2010
Wat is een recht?
Een recht is een geheel van regels die bepalen wat je mag doen en krijgen. Het is iets dat je toekomt en dat je dan ook mag eisen. Deze regels worden vastgelegd in tal van wetten. Sommige wetten gelden voor iedereen, anderen gelden enkel afhankelijk van de leeftijd die je hebt.

Wat zijn plichten?
Bij rechten horen ook plichten. Plichten zijn taken of dingen die je hoort te doen. Zo heb je bijvoorbeeld het recht om je eigen mening te uiten, maar langs de andere kant heb jij de plicht om rekening te houden met de mening van andere mensen.


Hoofdstuk I : Het verdrag en definitie van kinderrechten.

Wat zijn kinderrechten?
Kinderrechten zijn speciale rechten die je als baby, kind of jongere hebt. Het zijn rechten die jouw beschermen tegen allerlei dingen die je als kind niet wil en mag meemaken. Ze laten je toe jezelf goed te ontwikkelen en een leuke en gezonde jeugd te hebben.
Voor wie gelden kinderrechten?
Deze rechten gelden vanaf je geboorte tot de dag dat je 18 jaar wordt. Vanaf die dag ben je volwassen en gelden de kinderrechten niet meer voor jou, wel de mensenrechten.
Wat is een verdrag?
Een ‘verdrag’ is een overeenkomst die verschillende landen sluiten door er hun handtekening onder te zetten. Op die manier geven ze hun toestemming om iets wel of niet te doen

Wat staat er in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind?
Het verdrag bevat de regels die elke persoon moet aanvaarden en gebruiken wanneer hij omgaat met baby’s, kinderen of jongeren. Het IVRK telt maar liefst 54 artikelen. Deze artikelen zeggen dat iedereen (je ouders, de regering...) zich moeten houden aan de regels van het I.V.R.K. Het Verdrag is er voor alle kinderen jonger dan achttien jaar. Het maakt geen onderscheid tussen ras, geslacht, taal, godsdienst, afkomst, handicap, rijkdom, geboorte of enig ander criterium. Dit verdrag is ondertekend op 20 november 1989.


Wie hebben het IVRK ondertekend?
Er zijn maar 2 landen in de hele wereld die het Kinderrechtenverdrag tot nu toe niet ondertekenden :
Somalië (omdat zij momenteel geen officiële regering hebben die het Verdrag kan ondertekenen ) en de Verenigde Staten (omdat in enkele staten de doodstraf nog bestaat voor kinderen).


Hoofdstuk II : Het verdrag inzake de rechten van het kind

Deel I

Artikel 1
Een kind is een menselijk wezen onder de achttien jaar.

Artikel 2
Discriminatie van kinderen is verboden.

Artikel 3
Maatregelen (zoals wetten en afspraken tussen ouders die gescheiden zijn) moeten uitgaan van wat het beste is voor kinderen.

Artikel 4
Een regering is verplicht om wetten te maken, die uitgaan van dit Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Artikel 5
Er moet ervoor gezorgd worden dat ouders als eersten goed voor hun kinderen moeten zorgen.

Artikel 6
Er moet erop toegezien worden dat kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen.

Artikel 7
Een kind heeft recht op een naam en nationaliteit.

Artikel 8
Kinderen moeten hun eigen identiteit (waaronder hun naam, nationaliteit en familierelaties) kunnen behouden.

Artikel 9
Een kind heeft recht om bij beide ouders te wonen. Als de ouders gescheiden zijn, heeft het kind recht om met beide ouders om te gaan.

Artikel 10
Ook als de ouders in verschillende landen wonen, hebben kinderen het recht om met beide ouders om te gaan. Zij hebben dan het recht om zonder enige hinder tussen beide landen heen en weer te reizen.

Artikel 11
Het kind heeft recht op bescherming tegen kinderontvoering naar het buitenland door een ouder.De overheid neemt ook maatregelen om ervoor te zorgen dat het kind kan terugkeren vanuit het buitenland als het ontvoerd is.

Artikel 12
Wanneer er maatregelen worden gemaakt die met kinderen te maken hebben (zoals afspraken tussen gescheiden ouders), moeten de kinderen gevraagd worden wat zij er zelf van vinden.

Artikel 13
Een kind heeft recht om te zeggen wat het wil (de manier waarop het gezegd wordt is echter belangrijk).

Artikel 14
Een kind heeft recht op het kiezen van zijn eigen godsdienst.

Artikel 15
Een kind heeft het recht om zich bij een vereniging aan te sluiten en te vergaderen (het recht op contact).

Artikel 16
Regeringen mogen zich niet zomaar met de privacy, familie of gezin van een kind bemoeien. Ook met de correspondentie van kinderen (bijvoorbeeld brieven) mogen ze zich niet zomaar bezighouden.

Artikel 17
Een kind heeft recht op het lezen van boeken, op het luisteren naar programma's op de radio, op het kijken naar de televisie. Er moeten programma's voor kinderen zijn die aansluiten bij hun leeftijd en hun herkomst (godsdienst, cultuur e.d.).

Artikel 18
Ouders moeten hun kinderen goed opvoeden. De regering moet erop letten dat ouders kinderen niet mishandelen.

Artikel 19
Regeringen moeten ervoor zorgen dat kinderen beschermd worden tegen lichamelijk of geestelijk geweld, verwaarlozing, verwondingen of (seksueel) misbruik.

Artikel 20
Kinderen die tijdelijk of voor altijd niet meer bij hun familie kunnen wonen (bijvoorbeeld omdat ze geen ouders meer hebben), hebben recht op speciale bescherming en hulp.

Artikel 21
Kinderen hebben recht op adoptie als dat voor hen het beste is.

Artikel 22
Kinderen die vluchteling zijn, hebben recht op speciale bescherming.

Artikel 23
Kinderen die een handicap hebben, hebben recht op speciale hulp waardoor ze zoveel mogelijk een normaal leven kunnen leiden.

Artikel 24
Alle kinderen hebben recht op hulp wanneer ze ziek zijn.

Artikel 25
Kinderen die verzorgd worden (bijvoorbeeld in een ziekenhuis) hebben er recht op dat van tijd tot tijd wordt bekeken of de behandeling die ze krijgen wel de beste behandeling voor hen is.

Artikel 26
Een kind heeft recht om te profiteren van de goede omstandigheden in zijn land (werk, cultuur, sociale zorg).

Artikel 27
Een kind heeft recht op een manier van leven waardoor het normaal kan groeien en zich kan ontwikkelen.

Artikel 28
Een kind heeft recht op (gratis) onderwijs.

Artikel 29
Onderwijs aan kinderen moet ervoor zorgen dat ze een eigen persoonlijkheid kunnen ontwikkelen en dat ze hun talenten kunnen ontplooien.


Artikel 30
Kinderen van 'etnische minderheden' (bijvoorbeeld buitenlandse werknemers in Nederland, indianen) hebben recht om gebruik te maken van de eigen cultuur, godsdienst en taal.

Artikel 31
Een kind heeft recht op vrije tijd. Een kind heeft recht om te spelen en deel te nemen aan activiteiten die bestemd zijn voor kinderen.

Artikel 32
Kinderarbeid is verboden.

Artikel 33
Kinderen moeten worden beschermd tegen drugsmisbruik.

Artikel 34
Kinderen moeten beschermd worden tegen seksueel misbruik (ze mogen geen prostituee zijn; het is verboden kinderen mee te laten doen aan pornografie).

Artikel 35
Het is verboden kinderen te ontvoeren, verkopen of verhandelen.

Artikel 36
Regeringen zullen kinderen ook beschermen tegen iedere andere vorm van uitbuiting of mishandeling.

Artikel 37
Als kinderen gearresteerd worden, hebben ze recht op een goede behandeling. Ze mogen niet gemarteld worden. Ze mogen niet de doodstraf krijgen of levenslang worden opgesloten.

Artikel 38
Kinderen moeten beschermd worden tegen oorlogsgeweld. Kinderen jonger dan vijftien jaar mogen niet in militaire dienst.

Artikel 39
Voor kinderen die slachtoffer zijn van geweld wordt al het mogelijke gedaan om ze er weer boven op te helpen.

Artikel 40
Kinderen die een misdaad begaan hebben, hebben recht op een eerlijk proces. Ze hebben recht op de hulp van een advocaat en mogen niet tot een schuldbekentenis gedwongen worden.

Artikel 41
Wanneer door bestaande wetten of verdragen kinderen het beter hebben dan ze het zouden krijgen met dit Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dan gaan díe wetten en verdragen voor. Dat wil zeggen dat regeringen met dit verdrag kinderen niet mogen benadelen.

Deel II; (over de naleving van het verdrag)

Artikel 42
Regeringen verplichten zich om ouders en kinderen te attenderen op de rechten uit dit verdrag.

Artikel 43
Er wordt een Comité voor de Rechten van het Kind opgericht. De tien leden van het Comité zijn deskundigen die gekozen worden.

Artikel 44
Twee jaar na invoering en vervolgens om de vijf jaar bekijkt het Comité of landen de verplichtingen nakomen, die ze op zich nemen door dit verdrag te ondertekenen.

Artikel 45
Deskundige organisaties (bijvoorbeeld Unicef) hebben recht om zich tot het Comité te wenden.

Deel III; (over de invoering van het verdrag)

Artikel 46
Het verdrag kan door alle landen ondertekend worden.

Artikel 47
Het verdrag dient door regeringen te worden geratificeerd (dat wil zeggen: goedgekeurd door de meerderheid van de politieke partijen van een land).

Artikel 48
Landen kunnen ook op later tijdstip nog toetreden tot de ondertekenaars van dit verdrag.

Artikel 49
Dit verdrag treedt in werking als twintig landen het hebben ondertekend.

Artikel 50
Ieder land heeft het recht om veranderingen en aanvullingen op dit verdrag voor te stellen. Deze veranderingen en aanvullingen krijgen geldigheid wanneer de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met tweederde meerderheid ermee eens is.

Artikel 51
Wanneer landen een voorbehoud maken op het verdrag zal de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties dit bekend maken aan andere landen. Een voorbehoud dat indruist tegen de geest en het doel van het verdrag zal niet worden geaccepteerd.

Artikel 52
Een regering kan dit verdrag schriftelijk opzeggen. Het verdrag blijft dan voor dat land nog één jaar geldig.

Artikel 53
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zal dit verdrag bewaren.

Artikel 54
De Arabische, Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten van dit verdrag liggen ter inzage bij de Secretaris-Generaal.



Hoofdstuk III: Bekende kinderrechten en plichten
§ 3.1 : Bekende kinderrechten
 Recht op onderwijs
 Recht op spel en ontspanning
 Recht op een eigen mening
 Recht op bescherming tegen mishandeling en geweld
 Recht op familie
 Recht op naam en een nationaliteit
 Recht op een gezond leven
 Recht op zorg voor gehandicapte kinderen
 Recht op bescherming tegen kinderarbeid
 Recht op bescherming bij een oorlog
 Recht op voedsel
 Recht op veilig water

§ 3.2 : Enkele plichten van het kind

 Kinderen zijn verplicht om naar school te gaan en hun best te doen (leerplicht)
 Kinderen dienen te helpen in de huishouding
 Kinderen moeten gehoorzaam zijn
 Kinderen dienen beleefd te zijn en mogen anderen niet pesten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

3026
 

reacties