Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

indianen

Geschiedenis

Werkstuk

Indianen

 

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Inleiding
Mijn werkstuk gaat over Indianen.
Bij mijn zus in Canada heb ik wel eens door zo'n reservaat gereden.Toen dacht ik, ik wil er wel meer over weten. Dus vandaar.
Ik heb er zin in!!!Ik ga vol goede moed beginnen.

Hst.1 ontstaan
Mensen die erg geleerd zijn denken dat de indianen in de ijstijd, vanuit Noord-Azië naar Noord Amerika gegaan zijn.
De mensen gingen in heel Amerika wonen.
Maar sommige gingen in het koude Noorden wonen.

Op 3 augustus 1492 ontdekte Columbus vanuit Palos Amerika.
Hij dacht dat de wereld rond was (dit is ook zo) en zo India te bereiken maar daar zit nog iets tussen en dat was dan Amerika.

Hij dacht na een tijdje India gevonden te hebben. Dat was niet het geval.
Daar komt ook de naam indianen vandaan want hij dacht India gevonden te hebben dus noemden hij ze indianen.

Hst.2 Land of gebied
Eerst woonden ze dus verspreid in Amerika.
Maar toen de kolonisten kwamen hebben de regering voor lagen prijzen de landen waarop hun woonden verkocht.
En nu wonen ze in reservaten maar wel in Amerika.
Ik zal een paar gebieden neerzetten waar de indianen nu wonen:

Op de Grote Vlakten beter bekend als de Prairie.
In Alaska heeft de Inuit zich gevestigd en ze wonen er nu nog steeds. Ze zijn beter bekend als Eskimo maar dat is een scheldnaam voor de Inuit.

In Californië is het hele jaar droog er warm. Er wonen niet zo veel stammen in Californië.

Rond de Grote Meren
De indianen uit het noorden zijn trekkers, Ze trokken rond in kleine familiegroepen. Er werd toen zo min mogelijk bagage meegenomen. Hun tenten waren tipi’s, dat zijn lichte tenten, dus makkelijk vervoerbaar. Bij het trekken werden soms honden gebruikt.

De indianen aan de noordwestkust woonden in grote hutten samen met 4 of 5 andere families. Bij hun was het stamhoofd heel belangrijk.


Hst.3 Geschiedenis
De indianen kwamen dus uit Noord-Azië.
Ze kwamen in een mooi uitgestrekt grasvlakten, hoge bergen,
grote rivieren en dichte bossen.
Wat het belangrijkste voor de indianen was: het jagen op wild.
En dat was er veel.
Er ontstonden veel volken en die hadden hun eigen taal en landschap.
Eerst jaagden ze veel maar later gingen ze ook dingen ontdekken. Zoals:maïs en pompoenen.
Omstreeks het jaar 1000 werd Amerika voor het eerst door blanken ontdekt. Een Noor, Leif Ericson, was tijdens een van zijn tochten van Groenland naar Noorwegen, uit zijn koers gedreven naar een nieuw werelddeel. Hij is weer terug gegaan en heeft erover verteld. Wat later ging een IJslander, Thorfinn Karlsefni, naar dat land. Hij zou er maar twee winters gebleven zijn. De houding van de mensen die er woonden was erg vijandig. Zijn plan, om er een plaats te stichten, ging hierdoor niet door.
Aan het eind van de 15e eeuw waren veel mensen rijk geworden door de handel met het Verre Oosten. Landen als Portugal, Spanje, Frankrijk en Engeland onderhandelde met elkaar op markten in verre landen.
Reizen was in die tijd niet makkelijk. Schepen voeren om Azië heen naar het oosten. Maar er waren nog steeds zeeën die nog nooit door iemand bevaren of verkend waren.
Ook werd in de 15e eeuw ontdekt dat de wereld rond was. Hiermee kwam de vraag of men via het westen naar het oosten kon, zodat ze niet meer om Azië heen hoefden te varen.
De Italiaan Christoffel Columbus wilde wel proberen om via het westen naar India te varen, zo verkreeg men tenslotte ook betere handelsroutes. Maar Columbus kreeg geen steun van de Italiaanse koning. Daarom zocht hij naar iemand anders die hem wilde steunen. Dit was de koning van Spanje. Op 3 augustus 1492 vertrok Columbus met enkele schepen naar “Indië”. Op 12 oktober 1492 kwam hij aan in het Caribische gebied, waarvan hij dacht dat het India was. Daarom noemde hij de bewoners Indios, Indianen.
Toen Columbus (op waarschijnlijk San Salvador) aankwam, werd hij overladen met geschenken van de indianen. Hij beschreef de indianen als vredelievend en minzaam. Maar hij was er ook van overtuigd dat hij deze mensen moest gaan aanzetten tot “het verrichten van noodzakelijke arbeid en het aannemen van hun levenswijze”. Overal in Amerika (maar ook in andere delen van de wereld) hebben Europeanen hun levenswijze en manier van denken als wet aan de thuishorend volken opgelegd, vanuit de overtuiging dat dit voor iedereen het beste zou zijn. Veel Spanjaarden zijn de tegenwoordige Verenigde Staten ingegaan, op zoek naar goud. Er zijn vele oorlogen geweest tussen de Spanjaarden en de indianen. Ook namen de Spanjaarden ziekten (pokken, mazelen en cholera) mee die de indianen niet kenden en waar ze dus geen weerstand tegen hadden.

Hst. 4 Klimaat van het woongebied
Het woongebied van de indianen bestaat uit de V.S. en Canada. Het noordelijke deel was bijna heel het jaar bevroren. Het is een land van naaldbomen, sneeuwstormen, rivieren en meren.

In het zuidwesten is het landschap heel anders dan de rest van Noord-Amerika. In het noorden van het gebied zuidwesten is een hoge vlakte met steile hellingen van rode zandsteen, door de wind en water word dat afgesleten tot grillige rotspilaren. In het zuiden van het landschap ligt een dor en woestijnachtig gebied met hier en daar bergen en langzaam stromende rivieren. Toen de kolonisten kwamen werden de indianen niet weggestuurd, want de kolonisten vonden het er te dor. Er leven nu zelfs nog indianen op dezelfde plek als hun voorvaderen. De dorpen van de indianen worden pueblo’s genoemd. In New Mexico is een pueblo die meer dan 1000 jaar oud is. De pueblo heet Pueblo Acoma.

Hst. 5 Middelen van bestaan (vroeger en nu)
vroeger
Overal waar ze woonden, waren de indianen van de natuur afhankelijk.
En overal in Amerika was de natuur anders. De indianen families woonden altijd bij elkaar. Ze vormen samen een grote groep, dat noem je dan een stam.
De baas van de stam was een opperhoofd. Onder zijn leiding bleven ze rondzwerven. In gebieden waar de kuddes dieren voorkwamen, trokken de stammen met die kuddes mee. Zo hadden ze altijd genoeg voedsel. Zulke indianenstammen waren niet groot want anders zouden ze honger krijgen.
In Midden-en Zuid-Amerika gingen de eerste indianenstammen aan de landbouw doen. Ze legden akkers aan om voedselplanten te kweken in plaats van wildeplanten te blijven zoeken. Ook vingen ze wilde dieren die ze tam maakten. Ze deden dus veel aan veeteelt. Dat was gemakkelijker dan steeds op wilde dieren te jagen. In de koudere streken ging het anders. Daar beleven de indianen jagen en voedsel verzamelen.

Ze leefden van hun voedsel en van elkaar. Ze pasten zich aan de natuur en de omgeving aan.
Aan de Noord Westelijke kust bouwde de indianen stam genoemd ‘Het volk van de zalm en de Ceder’ huizen. Ze leefden daar van eenzijdig voedsel, vis. Vooral van de Zalm.
De Inuït [een Indianen/eskimo stam] leefden in het Noorden waar het heel koud was.
Ze jaagden op walvissen in de Poolzee en ijsberen op een toendra-[dat is een gebied waar de grond helemaal bevroren is en waar geen planten en bomen groeien].

De Indianen uit het Noordpool gebied en uit het Arctische gebied aten niet alleen maar walvissen en ijsberen maar ook kariboes. Een Kariboes is een soort rendier.
Ze aten het vlees, de huid gebruikten ze voor kleding en de botten voor andere dingen.
De bizon was heel belangrijk voor de Indianen in Midden Amerika.
De indianen deden best veel aan de landbouw. De Iroquois (dat is een indianenstam) geloofden dat de gewassen bonen, maïs en pompoen een geest hadden en noemden ze de Drie Zusters. Maïs, bonen en pompoenen werden gedroogd en opgeslagen. Dat deden de indianen omdat ze het dan langer konden bewaren, zodat ze zeker wisten dat ze genoeg voedselvoorraad hadden. Daardoor konden ze meer tijd besteden aan de handel, de jacht, de oorlogsvoering en de ceremonies.

nu
Heel wat reservaten liggen in dorre, onvruchtbare streken. Maar ook nu is er voor de blanken iets te halen in de reservaten. Want vaak zit er rijkdommen in de bodem:
steenkool, olie en allerlei metalen
Om die delfstoffen uit de grond te halen, dringen de blanken de reservaten binnen.
Ze doen aan mijnbouw. Dan gaan ze met groten machines enorme gaten in de aarde maken.
De tijd van het blanken tegen de indianen is voorbij. Nu zijn de Amerikanen vooral nieuwsgierig naar het leven van de indianen. Ze bezoeken de reservaten als toerist.
De indianen verdienen geld aan die toeristen door de verkoop van bijvoorbeeld: medicijnen die de oude medicijnmannen allang kenden. Ze voeren dansen op voor de bezoekers en maken souvenirs: pijlen en bogen, tooien met veren, schilden en speren en houtsnijwerk. Al die toeristische dingen hebben maat weinig te maken met het echte indianenleven van vroeger. Maar dat kan de bezoekers niks schelen.

Hst. 6 Manier van wonen
De meeste mensen denken dat indianententen wigwams heten. Toch is dit niet zo. Wigwams zijn koepelvormige hutten, bedekt met matten van stro. Ze zijn veel moeilijker te bouwen en te verplaatsen dan de Tipi’s. De Tipi’s zijn tenten die snel afgebroken en opgezet kunnen worden. Het zijn perfecte woningen voor nomadische indianen. Wigwams werden wel gebruikt door de indianen van de oostkust, zij bleven een lange tijd op dezelfde plaats.
In de Tipi zaten de mannen meestal aan de noordkant en de vrouwen aan de zuidkant. Voor feesten en ceremonies werden de Tipi’s in cirkels gezet, daarbinnen vond het feest plaats.

Tipi’s waren gemaakt van bizon huiden.
Toen de allereerste Indianen bestonden vervoerden ze hun spullen op een slee die getrokken werd door honden.
Zo’n honden slee heet een Travois.
Later toen de Indianen paarden hadden werden Tipi’s steeds groter. De binnenkant was toen even groot als een kleine garage.
In de Tipi’s hadden ze stoelen van riet en andere meubels. Dekbedden waren van bizon huiden.

Intussen vonden de blanken dat de overgebleven indianen een eigen woongebied moesten houden. De regering van de V.S. besloot om daarvoor speciale stukken land aan te wijzen, zogenaamde reservaten. Daar zouden de indianen op hun eigen manier kunnen leven. Dan zou er een eind komen aan de ruzies en oorlogen tussen
blanken en indianen.

Hst. 7 Godsdienst
De wereld van de indianen wordt bestuurd door de geesten, die ze Machten noemen. De Machten stromen door de zon, de maan, de aarde, de lucht en door elke plant en elk dier op de Vlakte. De mensen luisteren goed naar de Machten, vooral als ze door visioenen of dromen spreken. Elke stam had zijn eigen medicijnman of vrouw. Dat was niet alleen een dokter, maar ook een soort priester. De machtigste medicijnmannen zijn grote leiders. Sommige stammen zoals de Sioux, geloven in een Oppermacht, de Grote geest. Ze voelen zich omringd door de geesten van hun voorouders.
De Indianen geloven ook in zwarte en witte toverij. Met de zwarte toverij kunnen de Indianen anderen schade toebrengen, en met de witte toverij kunnen ze iemand helpen.
De Indianen dachten dat de aarde een platte schijf was, met daarboven andere werelden. Volgens het Indiaanse geloof bestond de mens uit drie onderdelen: het lichaam de ziel en de geest. In de winter was er feest voor de geesten.
Indianen hadden ook een groot aantal rituelen zoals het roken van de vredespijp, gezichtsversieringen en dansen.

De indianen leefden heel dicht bij de natuur. Volgens hen waren ook de goden in de natuur te vinden. Sommige dieren waren zelfs heilig bij de indianen, zoals de slang en de arend.

Hst. 8 Jeugd en volwassen worden
Het huwelijk van indianen bestond niet altijd uit 1 man en 1 vrouw. De vrouwen hadden zoveel werk dat ze vaak blij waren als hun man een vrouw erbij nam (dan deden de vrouwen samen het werk). In het dorp waren vaak meer vrouwen dan mannen, omdat de mannen vaak omkwamen bij oorlogen en bij de jacht.

De kinderen hadden een fijne jeugd. Ze speelden met pijl en boog, kleine tipi’s en poppen. Dat deden ze om over het leven te leren voor als ze volwassen werden. Er werd van de kinderen verwacht dat ze zich zouden gedragen op een manier die geen schade en schande aanricht aan het dorp. Ze leerden ook al jong om niet te schreeuwen als eer vijanden in de buurt waren.


De krijgers waren bijna altijd alleen maar mannen, maar soms waren er ook vrouwen die vochten en jaagden.

Er werd natuurlijk ook aan sport gedaan. De mannen deden aan teamsport. Kleine Broer van de oorlog was een teamsport. Er konden wel 100 mensen in 1 team zitten. Het veld had geen grenzen en de doelen konden wel 100 meter breed zijn. De spelers moesten de bal tussen de doelpalen zien te gooien. Het spel was afgelopen als 1 van de teams 12 doelpunten had gemaakt. Het spel duurde vaak uren. Omdat er geen spelregels waren werd het vaak een bloederige strijd met veel ongelukken. De spelers werden geduwd en geslagen en raakten vaak ernstig gewond, soms was het dodelijk. Het spel werd met een soort stick gespeeld.

Het spel paalbal vonden de indianen erg leuk. Bij dit spel deden mannen en vrouwen mee. Als dit spel gespeeld werd werd er een paal in de grond geslagen op het dorpsplein. De bedoeling was om de paal te raken met de bal. De vrouwen mochten met de handen gooien en de mannen moesten de stick gebruiken

Het gezin heeft zich ontwikkeld van een groot familiehuishouden,
Meergeneratiegezin(= Gezinnen die met meer dan twee generaties bij elkaar wonen)
Naar een klein familiehuishouden, kerngezin(= twee generatiegezin, bestaand uit ouders en kinderen.)
*Familieleven: Iedereen had een eigen taak binnen de familie.
Mannen deden niet veel dingen bij het huis; ze jaagden, gaven leiding en beschermden de stam. Vrouwen bleven in de buurt van het huis; ze verbouwden gewassen, ze zorgden voor de zieken, bereidden het eten en maakte de kleding. Meisjes leerden al vroeg wat hun taak was en hoe ze dat moesten doen. Ze konden al vanaf hun twaalfde trouwen. Jongens moesten leren wapens te gebruiken en ze moesten mee op jacht.

Ze werden naar een grootvader of grootmoeder genoemd en later kozen ze zelf een naam.

Hier nog wat leuke weetjes over het familieleven:
· Een baby werd vastgehouden op een wiegenplank.
· Tentzeilen van tipi’s werden gemaakt van bizonhuid. Kleding werd van hertsleer gemaakt, dat was lekker zacht.
· Kinderen vanaf 11 jaar kregen op hun broek met doornen geprikt te worden of het kind werd boven een vuur met chili gehouden, en moest de rook ook inademen.

Hst. 9 Cultuur en kunst
Columbus merkte op dat de indianen heel anders leefden dan in Europa. De indianen konden niet lezen of schrijven. Ze gingen voorzichtig met de natuur om en ze namen nooit meer van de natuur af dan ze echt nodig hadden.

De Indianen beschouwden de aarde als hun moeder. Jagers bijvoorbeeld hadden een diep respect voor de omringende natuur. Zij probeerden zo min mogelijk misbruik te maken van de aarde, omdat, zij begrepen dat mensen, planten en dieren niet zonder elkaar konden. Er zijn veel verschillende soorten Indianenstammen die allemaal een eigen cultuur hebben. De meeste Indianen zijn landbouwers of jagers, zij jagen op vis of op bizons(prairie-indianen), terwijl andere als nomaden rondtrekken door hun gebied en leven van plantaardig voedsel.
Andere staan vooral bekend om hun houtsnijwerk(onder andere totempalen en maskers). De Indianen pasten zich eigen aan, aan de omgeving. Zij woonden in Tipi's die ze als ze moesten verhuizen of vluchtten voor de vijand konden opvouwen en makkelijk vervoeren.
Tipi's waren gemaakt van aan elkaar genaaide bizonhuiden.
Toen de Indianen paarden hadden werden de Tipi's ook groter.

Kunst was nauw verbonden met de gebruiken, godsdienst en het dagelijks leven van de Indianen. De stammen uit het zuidwesten waren beroemd om hun aardewerk. Al eeuwen v.C prachtige potten teruggevonden. Een voorbeeld van de potten, die door de stammen in het zuidwesten gemaakt werden, zijn de zwart-witte Mimbreskommen. Ze werden ook wel "begrafenispotten"genoemd, omdat ze na de dood van hun bezitter werden gebroken en met de dode mee werden begraven. Behalve potten zijn er ook andere soorten kunst.

Draagbare kunst: veel kunst van de nomaden (rondtrekkende) stammen waren klein. Je kon ze dan makkelijk dragen, oprollen en meenemen naar een nieuw kamp. Een paar voorbeelden hiervan is: bewerkte pijpen, beschilderde ongelooide huiden en borduurwerk van stekels en kralen op soepel leer. Om hun spullen te vervoeren waren aardewerk en mandenwerk natuurlijk onhandig, te zwaar en breekbaar. Daarom gebruikten de Indianen dan ook tassen van bewerkte huid, die meestal versierd was.
Kralen en stekels: de vrouwen maakten borduurwerk van kralen en stekels. De stekels van stekelvarkens gebruikten ze om kleren, zadels en draag wiegen te versieren. dat werd gedaan met prachtige patronen die vaak en symbolische betekenis hadden. Vaak werden die stekels ook nog geverfd.
Beschilderen: De mannen maakten meestal de schilderingen op tipi-doeken, dekens en "wintertellingen"(zie taal en communicatie)
Pijpen: De mannen en de vrouwen rookten pijpen, niet alleen omdat ze het lekker vonden, maar ook bij ceremonies. Pijpstelen werden versierd met snijwerk, veren, en vlechtwerk van stekelvarkenstekels. De pijpen met veren werden ook wel vredespijpen genoemd. Soms zaten de veren zo dat het een vliegende vogel leek als er mee gezwaaid werd.

Hst. 10 Oorlog en vredestijd
(oorlog)Toen de Fransen kwamen veranderden de Indianen in pelsjagers die ze verkochten aan de Fransen. In ruil voor de bont kregen zij Europese goederen zoals geweren, vallen en kleding. Nu nog steeds leven de Indianen van pelshandel.
Sommige Indianen stammen hadden een hekel aan oorlog maar andere stammen vonden oorlog leuk en wilden de andere stammen laten zien wie de baas was.
Oorlogen tussen Indianen stammen waren anders dan hoe wij oorlogen voeren.

De Indianen vielen andere dorpjes aan. Als ze in hun eigen dorpjes terug kwamen viel dat andere dorpje hun weer aan. Zo ontstond er oorlog tussen twee dorpjes.
Ze martelden, scalpeerden en vermoorden elkaar.
Scalperen was [vind ik] een gruwelijke manier om de overwinning te vieren.
De Indianen vermoorden je eerst, daarna sneden ze met een mes je haar met vlees en al van je schedel af.

Als een Indianen stam had gewonnen hielden ze na de strijd een dans en het haar van de vijand werd aan een stok vastgemaakt en daar gingen ze mee dansen.

Alleen mannen mochten meevechten in de oorlog. De belangrijkste wapens die ze mee hadden waren:
een mes, en een pijl en boog. Ze hadden een schild om zich te beschermen.

Slimme Indianen stammen maakten zelf gemaakte beren poten en deden die onder hun voeten.
Zo konden vijanden niet zien dat er een andere Indianen stam in hun buurt was geweest.

Aan het eind van de 17e eeuw en het begin van de 18e eeuw voerden de koloniale mogendheden een aantal oorlogen met elkaar. Tussen 1689 en 1697 werd er een reeks veldslagen (bekend als de Koning Willem-oorlog) geleverd tussen Frankrijk en de Huron en de Algonkin aan de ene kant en Engeland met de Irokees aan de andere kant. Inzet was de controle over New York, New England en de Hudson Bay. Van 1701 tot 1713 vochten de Fransen en de Spanjaarden tegen de Engelsen in de Koningin Anne-oorlog om recht op New England, Florida en South Carolina te krijgen. De Engelsen wonnen en kregen Newfoundland

en Arcadia (het huidige Nova Scotia) erbij.

(vredestijd) In de wouden van het Oosten van Amerika is het leven van de Indianen tot de komst van de Europeanen leven van overvloed. Zelden was er honger. De combinatie van jacht, visvangst en landbouw zorgt voor veel vrije tijd. Deze tijd biedt veel ruimte voor rituelen en oorlog. Oorlog, daar doodden ze hun tijd mee. Als de Amerikaanse overheid de Cherokees vrede wouden laten sluiten dan antwoordde zij dat het met oorlog moest.

Hst. 11 Rijken en armen
Op de vlakte woonden ook de Indianen van de Missouri. De Mandan, Hidatsa en Arikra. Zij belangrijkste stammen van de Missouri zijn speelden een belangrijke rol voor de handel tussen de Nomaden en de Europeanen.

Nomaden zijn Indianen zonder vaste woonplaats of verblijfplaats. Zo zijn de Indianen aan geweren of aan andere Europeaanse goederen gekomen. Maar het bracht ook nadelen mee. De ziektes zoals de Pokken, Griep of andere ziektes brachten de Indianen neer naar slechts een handvol dorpen.
Het hoofd van een groep wordt gekozen vanwege zijn moed, goedheid en wijsheid. Vaak zijn er twee leiders, een oorlogsleider die bekend staat om zijn moed en een vredesleider die bekend staat om zijn wijsheid. Een zoon kan de titel van zijn vader erven, maar hij moet het respect van zijn medestamleden verdienen. Beslissingen worden genomen door de stamraden. Alle belangrijke mannen zijn daarbij aanwezig, ze beginnen door in stilte een pijp te roken.

Er waren vroeger wel meer dan 10 000 Indianen stammen. De meest belangrijke Indianen stammen waren:

Irokezen Blackfoot Sioux Mohikanen
Apaches Missouri Shawnee Pawnee

Hst. 12 Reservaten
Naarmate de blanken oprukten, werden de indianen steeds verder van hun gebied verdreven. De regering van de V.S. verkocht land voor hele lage prijzen aan kolonisten die naar de binnenlanden van de V.S trokken.Eén voor één moesten de stammen hun gebied verlaten en naar de reservaten gaan. Er werd beloofd dat ze in ruil daarvoor jaarlijks voedselvoorraden, goederen en wapens zouden krijgen, maar ondanks de inspanningen van de regering in Washington werden de verdragen bijna altijd genegeerd. Kolonisten, boeren, mijnwerkers en jagers weigerden toe te geven dat de indianen net als zij mensen waren en hoopten op hun uitroeiing. Zo werd er steeds meer land van de indianen ingepikt. Men wilde de indianen bekeren en de kinderen naar school sturen en ze daar leren dat hun eigen cultuur achterlijk was. Men haatte de indianen.

Het leven in de meeste reservaten is niet geweldig. De grond is vaak onvruchtbaar, waardoor landbouw moeilij is. De werkeloosheid is groot. Daardoor is er vaak armoede . Door verveling raken veel jongeren aan de drank. Omdat de reservaten van de indianen zelf zijn, hebben ze ook hun eigen bestuur en eigen wetten. In sommige reservaten verdienen de indianen geld met mensen die gokken.
De Navajo's vormen de grootste stam. Ze hebben ook het grootste reservaat. Dat is drie keer zo groot als Nederland. Er zin ook Navajo's politieagente, brandweerlieden, scholen, bibliotheken en een gezondheidscentrum. De Navajo's lieten een elektronicabedrijf bouwen, waardoor er werk kwam voor duizend indianen. Toch heeft driekwart van alle woningen in het reservaat nog geen stromend water. En de meeste wegen zijn zandpaden.

slotwoord
Ik heb er veel van geleerd. Ik weet nou hoe ze leven enz. Ik vond het ook leuk om te maken. En ik heb mijn werkstuk ook op internet gezet.

Gebruikte bronnen
infor. boekje indianen nummer 197
infor. boekje indianen nummer 8
www.scholieren.com

 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

Reactie (quote)
Jouw naam*
E-mail (niet publiek)*
Geheime code*
2604
 

reacties

 
 
Hai,ik zou graag lid willen zyn en informaties willen zoeken
door gianni corinde (reageren) op 13 mei 2012 om 14:49

Bekijk nu onze
Zeker Weten Goed
pagina

Al onze beste boekverslagen op een rijtje

Naar de pagina