Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Formuleren

Nederlands

Samenvatting

Nieuw Nederlands

Formuleren

 
7.1 / 10
100 stemmen van bezoekers
4e klas havo
niveau
  • anoniem
  • NL
  • 926 woorden
  • 11404 keer
    305 deze maand
  • 1 februari 2010

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Formuleren

De standaardfoutenlijst
1. Dubbelop
- onjuiste herhaling
- tautologie
- pleonasme
- contaminatie
- dubbele ontkenning
2. Fouten met verwijswoorden
- onjuiste verwijswoorden
- slordig verwijzen
3. Incongruentie
4. Dat/als-constructie
5. Foutieve samentrekking
6. Foutieve beknopte bijzin
7. Losstaand zinsgedeelte

Dubbelop
1. Onjuiste herhaling
Als een vast voorzetsel ten onrechte twee keer wordt gebruikt, is dat een onjuiste herhaling.
Voorbeeld:
Onjuist: Op zo’n partij als het Vlaams Blok zou een mensenrechtenactivist niet op moeten stemmen.
Juist: Op zo’n partij als het Vlaams Blok zou een mensenrechtenactivist niet moeten stemmen.

2. Tautologie
Als hetzelfde twee keer wordt gezegd met verschillende woorden van dezelfde woordsoort (synoniemen), heet dat tautologie.

Voorbeeld:
Onjuist: Ik lees graag boeken over de toekomst van de samenleving, zoals bijvoorbeeld… enz.
Juist: Ik lees graag boeken over de toekomst van de samenleving, zoals… enz.

3. Pleonasme
Bij een pleonasme wordt een deel van de betekenis van een woord of een woordgroep, nog eens door een ander woord uitgedrukt. Dat andere woord is meestal van een andere woordsoort.
Voorbeeld:
Onjuist: De aanwezige (bijv. nw) bezoekers (zelfst. nw) kregen de organisatie allemaal een aandenken.
Juist: De bezoekers kregen… enz.





4. Contaminatie
Als twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten onrechte worden vermengd, heet dat een contaminatie.
Voorbeeld:
Onjuist: Overnieuw, Uitprinten, Nachecken.
Juist: Opnieuw (of over), Printen, Nakijken (of checken).

5. Dubbele ontkenning
In zinnen met een werkwoord dat al een ‘ontkennend’ of ‘negatief’ karakter heeft (voorkomen, misbruiken, verbieden, weerhouden, nalaten) wordt soms ten onrechte een tweede ontkenning toegevoegd.
Voorbeeld:
Onjuist: De examenkandidaten deden veel moeite om te voorkomen dat er in hun profielwerkstuk geen spelfouten zouden staan.
Juist: ‘Geen’ weglaten.

Fouten met verwijswoorden

Die of dat; deze of dit?
Verwijs naar de-woorden met die en deze en naar het-woorden met dat en dit.

Hen of hun?
Gebruik hen wanneer het lijdend voorwerp is.
Gebruik hen na een voorzetsel.
Gebruik hun als het meewerkend voorwerp is.
Gebruik hun nooit als onderwerp!

Dat of wat?
Gebruik het verwijswoord dat als je verwijst naar een het-woord.
Gebruik het verwijswoord wat alleen als je verwijst naar
- Een onbepaald voornaamwoord (alles, iets, niets, het enige)
- Een overtreffende trap (het beste, het mooiste, het grootste)
- Een hele zin

Wie of waar?
Gebruik bij personen wie en bij zaken waar.

Incongruentie
Bij een enkelvoudig onderwerp hoort een enkelvoudige persoonsvorm. Als het tegenovergestelde het geval is, dan heet dat incongruentie.

Incongruentie ontstaat vaak,
- Als het onderwerp meervoudig lijkt, maar enkelvoudig is.
Voorbeeld:
Onjuist: De jeugd in de grote steden als Amsterdam, Den Haag en Utrecht hebben een schrijnend gebrek aan speelplaatsen en hangplekken.
Juist: De jeugd … heeft een schrijnend gebrek aan speelplaatsen en hangplekken.

- Als persoonsvorm en het onderwerp ver uit elkaar staan
Voorbeeld:
Onjuist: Eneco verwacht dat het gebruik van gas, water en elektriciteit de komende jaren bij de meeste huishoudens alleen maar verder zullen toenemen.
Juist: Gebruik / Zal

- Als een meewerkend voorwerp ten onrechte voor het onderwerp wordt aangezien.
Voorbeeld:
Onjuist: Mensen die belangstelling hebben voor de functie (meew.vw) worden verzocht hun sollicitaties te richten aan het dagelijks bestuur (ow).
Juist: Mensen die belangstelling hebben voor de functie (meew. vw) wordt verzocht hun sollicitaties te richten aan het dagelijks bestuur (ow).

Dat/Als-constructie
Voorbeeld:
Onjuist: Daarom vind ik dat als films schokkende beelden bevatten of vormen van ernstig geweld, ze niet voor tien uur ’s avonds moeten worden uitgezonden.
Juist: Daarom vind ik dat films niet voor tien uur ’s avonds moeten worden uitgezonden, als ze schokkende beelden bevatten of vormen van ernstig geweld.

Foutieve samentrekking
Samentrekking betekent weglating. Bijvoorbeeld:
- bij woorddelen: voor- en nadelen
- bij woorden: korte (..) en lange broeken
- bij zinsdelen: [Jan koopt een cd] en [Piet (..) een mp3 speler.]

Als je twee zinnen aan elkaar plakt met en of maar, mag je de delen die hetzelfde zijn in de tweede zin weglaten, maar dat mag alleen als:
- de betekenis hetzelfde is,
- de vorm hetzelfde is en
- de grammaticale functie hetzelfde is.

Foutieve beknopte zin
Van een bijwoordelijke bijzin kun je een beknopte bijzin maken.
Voorbeeld:
- [bijw.bijzin Omdat hij (ow) er ging (pv) studeren], moest Joep in Amsterdam op kamers.
- [beknopte bijzin Om er te gaan studeren] moest Joep in Amsterdam op kamers.

Er zijn drie soorten beknopte bijzinnen:

1. Met een voltooid deelwoord.
2. Met een onvoltooid deelwoord.
3. Met te + hele

Voorbeeld bij 1:
Onjuist: [Bij het theater aangekomen] was de voorstelling (ow) al begonnen.
Juist: [Bij het theater aangekomen] stelden we (ow) vast dat de voorstelling al begonnen was.
Voorbeeld bij 2:
Onjuist: [Fietsend op de Veluwe] dwaalden Erins ogen (ow) af naar de grazende herten tussen de bomen.
Juist: [Fietsen op de Veluwe] zag Erin (ow) grazende herten tussen de bomen.
Voorbeeld bij 3:
Onjuist: [Na drie uur overlegd te hebben] ging de staking (ow) bij Philips uiteindelijk niet door.
Juist: [Na drie uur overlegd te hebben] zagen de Philips werknemers (ow) af van een staking.

Losstaand zinsgedeelte
Bijwoordelijke zinnen mogen niet los staan van de zin waar ze in horen.
Voorbeeld:
Onjuist: Iedere arts zal je adviseren om in de winter niet zonder jas naar buiten te gaan. Omdat je dan snel een verkoudheid oploopt en misschien wel griep krijgt.

Juist: Iedere arts zal je adviseren om in de winter niet zonder jas naar buiten te gaan, omdat je dan snel een verkoudheid oploopt en misschien wel griep krijgt.

 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

4172
 

reacties