geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.
Titel: Nader Tot U
Auteur: Gerard Kornelis Van Het Reve
Uitgave: 1966, hoeveelste druk wordt niet vermeld.
1. Wat is het thema van de roman? Geef een toelichting op je antwoord.
Er zijn verschillende thema’s aan te wijzen; geloof, homoseksualiteit en drank zijn de meest voorkomende.
2. Bij wie ligt het perspectief? Is het betrouwbaar of onbetrouwbaar? Is het een ik-roman, een personale roman of een auctoriale roman?
Het perspectief ligt het hele verhaal door bij Gerard Reve zelf. Het is betrouwbaar, omdat het echte gebeurtenissen zijn die beschreven worden. Aan de andere kant kan het ook onbetrouwbaar zijn, omdat je alleen zijn kijk op de dingen te weten krijgt. Het is een ik-roman.
3. Geef een verklaring van de titel. Komt de titel letterlijk in het verhaal voor? Zo ja, citeer die passage en verklaar de titel met behulp van de context waarin hij voorkomt.
Met ´Nader Tot U´ bedoelt Gerard reve denk ik ´Nader Tot God´, maar hij weet niet zeker of Hij wel echt bestaat. De titel komt letterlijk voor in het boek, namelijk hier:
Nu weet ik wie gij zijt, / de Jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna, / nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg. / Ik hoor mijn Moeders stem. / O Dood, die waarheid zijt: nader tot U. (blz. 125)
4. Wie is de hoofdpersoon of wie zijn de hoofdpersonen? Wat is zijn voornaamste probleem? Hoe lost hij dit op of waarom kan hij dat niet?
De hoofdpersoon is Gerard Reve zelf. Het boek bestaan namelijk uit brieven die hij geschreven heeft. Zijn voornaamste probleem is dat hij te veel drinkt en zich er maar niet toe kan zetten te stoppen met drinken. Hij lost dit probleem niet op, hij neemt het zich wel voor, maar stelt zijn voornemens steeds weer uit. Hij kan dit probleem niet oplossen, omdat hij steeds weer toegeeft aan zijn verslaving.
1. “Ook ter ere van de Naam van Die eeuwig leeft, heb ik besloten geen druppel meer te drinken voordat de Brief af is. Dit wil ik doen en zeg ik, op de zestiende dag van September 1965, om des morgens tien minuten voor negen. Wie langs komt, kan eventueel wat te drinken krijgen, maar ikzelf niet. Ik ga boven zitten, de hele tijd. Dit moet zo zijn. Ik doe mijn naam hieronder. GerardKvanhetReve.
Dat was dus ook weer niks dan grootspraak geweest.” (blz. 122 en 123)
2. “‘Het is vergif,’ gaf ik toe. ‘Grote stukken van de hersenschors raken los en worden weggespoeld, dat is bekend.’” (blz. 97)
5. Beschrijf het karakter en de gevoelens van de hoofdperso(o)n(en) en leg het verband met het voornaamste probleem van de hoofdpersoon en het thema van de roman.
Hij is een veeleisend persoon en best egocentrisch, drankzuchtig en erg cynisch. De mensen die hij om zich heen heeft, moeten toch namelijk aan hem aanpassen en hij is erg ironisch over bepaalde dingen in het leven, bijvoorbeeld over het geloof, de dood en bepaalde politieke partijen.
Hij drinkt te veel en dat weet hij ook, maar hij kan maar niet van de drank afblijven, dit maakt hem dus drankzuchtig,
1. “We zwegen enige tijd, en ik werd een beetje ernstig gestemd. ‘Zeg goeroe, wanneer denk je dat het God zal behagen mij uit deze razende wereld weg te nemen?’ ‘Zodra je je rijbewijs hebt, bhakti.’” (blz. 119)
2. “Hij keek mij met wijd open ogen en verbijsterde blik aan, en opeens begreep ik, dat hij zich steeds minder op zijn gemak was begonnen te voelen omdat hij niet wist wat hij aan me had, en misschien het liefste meteen zou vertrekken.” (blz. 97)
6. Welke ontwikkeling maakt de hoofdpersoon door?
Gerard Reve maakt niet echt een ontwikkeling door. Het hele boek door vertelt hij dingen die hij ziet, dingen die hij zich herinnert en hij drinkt en gaat bij mensen langs en krijgt mensen op bezoek, verder gebeurt er weinig.
1.“Ook herinnerde ik mij, dat, vijf en dertig of zes en dertig jaar geleden, mijn moeder aan de ingang van de dierentuin een ballon voor me wilde kopen en hoe de koopman, hoewel er volop ronde, rode ballonnen aan de tros zaten, een gele, komkommervormige ballon aan mijn pols was begonnen vast te binden; na van ontzetting enkele sekonden tot ademloze ontzetting te zijn veroordeeld, begon ik te schreeuwen en te krijsen tot de verschrikking ongedaan was gemaakt en ik een gewone, rode, mensenballon kreeg.”
(blz. 53)
2. “Ik wandel wat meer dan gewoonlijk, en kom daardoor wat vaker dan ik zelf goedkeur – want ik ben een tegenstander van kafeebezoek – in mijn kroeg te B. terecht, de laatste keer op een Woensdagmiddag, toen het in het bedrijf erg stil was, zodat ik met eigenaar W. en zijn knecht, Koning Eéntand, ruimschoots van gedachten kon wisselen over de vraagstukken waar de moderne, naar alle kanten openstaande mens zich voor geplaatst ziet.”
(blz. 111)
7. Welke belangrijke bijfiguren komen voor en welke invloed hebben ze op de hoofdpersoon en zijn probleem/leven? Welke personen in de roman zijn het meest tegengesteld aan elkaar?
Belangrijke bijfiguren die voorkomen, zijn ‘Teigetje’ (Willem Bruno van Albada) en ‘Wimie’ (Wim Shuhmacher). Zij zijn twee mannen waarmee Gerard Reve een relatie heeft gehad. In het verhaal wordt mij niet helemaal duidelijk wie van de twee nou zijn vaste vriend is, of dat hij gewoon een soort driehoeksverhouding met ze heeft. ‘Prijsdier’, ‘Tweede Prijsdier’ en ‘Bullie’ komen ook redelijk vaak voor, maar ik weet niet precies wat hun aandeel in het verhaal nou is. Ook zijn er niet echt twee personen die heel duidelijk tegengesteld zijn aan elkaar. Misschien Gerard en Teigetje, omdat Teigetje wat rustiger is en niet veel drinkt en Gerard doet dat wel.
1. “Toen ik boven aan de trap voetstappen hoorde, was het al te laat, want het volgende ogenblik kwam Wimie binnen: ik had me, omdat mijn horloge stil was blijven staan, in de tijd vergist.” (blz. 105)
2. “Teigetje zou erg ziek worden, nog deze zelfde nacht, en er zouden verscheidene dagen volgen vol diepe zorg en nog meer angst, maar dat wisten we nog niet.” (blz. 86)
8. Op welke plaatsen / in welke ruimtes komt de hoofdpersoon? Waarom zijn die plaatsen / ruimtes van belang?
Hij komt in Greonterp en Huize Algra. Die plaatsen zijn van belang, omdat hij in Greonterp woont en waar Huize Algra precies is, weet ik niet.
1. “Huize Algra, Dorpsweg 34-36, G., gemeente W., Woensdag 1 juli 1964.” (blz. 13)
2. “Greonterp, 21 mei 1964.” (blz. 7)
9. Hoe is het tijdsverloop in de roman? In welke tijd spelen de gebeurtenissen zich af?
Het tijdsverloop is chronologisch, met een aantal flashbacks – herinneringen van Gerard Reve. De gebeurtenissen spelen zich af rond 1964 en 1965.
1. “Ik hield het allemaal nog bijeengepropt in mijn hand. Ik had het niet moeten doen, dat zoeken nu: alles, maar dan ook alles was tranen, want bij de aanblik van de vodjes papier hoorde ik zeegvogels en overspoelde mij een herinnering, die mijn ogen weer nat maakte.” (blz. 54)
2. “Het moet wel twee en dertig jaar geleden zijn dat ik, op een namiddag in de herfst of late zomer uit school komend, bij ons thuis een nog betrekkelijk jonge vrouw aantrof, die een meisje bij zich had van ongeveer dezelfde leeftijd als ik of iets ouder – evenals zij, onaanzienlijk van uiterlijk – en een kleine, zwart met wit gevlekte hond van een of ander straatras.” (blz. 13)
10. Heeft de roman een open of gesloten einde?
De roman heeft een open einde, want het verhaal houdt ineens ergens op, zonder dat je verder te weten komt hoe het leven van de personen verder zal verlopen; het schrijven van brieven houdt op.
1. “‘Wat ziet gij?’ Ik zag geen ‘ziedende pot, komende van de Noordzijde’. ‘Wat ziet gij?’ ‘Ik zie stoffige ramen, achter geel geworden vitrage, onder oud zonlicht.’ ‘Gij hebt goed gezien.’ ‘Wat hoort gij?’ ‘Soms ja, soms hoor ik een stem. Ach Here! Ik kan wel spreken, want ik ben niet jong meer.’” (blz. 124 en 125)
2. “Nu weet ik wie gij zijt, / de Jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna, / nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg. / Ik hoor mijn Moeders stem. / O Dood, die waarheid zijt: nader tot U. (blz. 125)”
11. In welk opzicht is deze roman tijd- en plaatsgebonden? Zitten er veel beschrijvingen in de roman? Zo ja, wat is de functie daarvan?
In de roman worden omgevingen beschreven, zoals die er in de jaren ’60 uitzagen. De avondjes uit in café’s, waren wat anders dan tegenwoordig, ook al was het voornaamste doel van een cafébezoek, net als nog steeds tegenwoordig, wat drinken. Er zitten niet zoveel beschrijvingen in het verhaal. De personen worden niet echt beschreven en omgevingen ook niet. De gebeurtenissen worden gewoon beschreven.
12. Wat heeft de schrijver je met deze roman duidelijk willen maken? Geeft hij een optimistische of pessimistische kijk op het leven / de samenleving / de problemen die aan de orde komen? Licht je antwoord toe met voorbeelden uit de roman.
Ik zou eigenlijk niet zo goed weten wat hij duidelijk heeft willen maken met deze roman. Misschien de leegheid en doelloosheid van het leven.
Hij geeft een pessimistische kijk op het leven, want hij zegt vaak hoe hij zich dingen voorneemt, maar zijn voornemens steeds uit blijft stellen en dat hij God wel wil zoeken en in Hem geloven, maar hij niet zeker weet of God wel weet dat hij bestaat.
13. Geef beargumenteerd je oordeel over deze roman.(minimaal 60 woorden)
Ik vond deze roman meer een brievenboek, niet echt een roman met een duidelijke verhaallijn. Ik vond dat er in zijn brieven een soort verveling weerklonk, hij leek niet echt te weten wat hij nou met zijn leven moest doen.
Het taalgebruik vond ik prettig, niet lastig, alleen vond ik de zinnen soms wat te lang, wat een beetje vervelend kon zijn.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.