geef je mening
ff n studiebreak
Jarenlang keek Merel uit naar haar auditie van de toneelschool. Hele monologen in d'r kop gestampt, maar wat moet ze spelen? Een spin.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum eerste druk: oktober 2007
Aantal bladzijden: 176
Uitgegeven bij: Van Gennep te Amsterdam
Beschrijving voorkant
Op de fraai gebonden uitgave staat de afbeelding van een eenvoudige boerderij ( “Ora et labora”) zoals die in het boekje een rol speelt.
Het boekje heeft een opdracht: “Voor Janine.”
Genre van het boek
“Sneeuweieren”is een psychologische roman over een boerengezin met een geadopteerd kind,waarin de mensen ten onder gaan aan hun niet uitgekomen illusies.
De aangeleverde flaptekst
Olga is een artistieke en dromerige vrouw en woont met haar man Harm, een norse kippenboer, en hun zoon David in een afgelegen boerderij. Elke week zingt ze in het plaatselijke koor. Het zingen herinnert haar aan haar jeugddroom: ze had een beroemd zangeres willen worden. Als haar zoon op een dag niet thuiskomt, verandert Olga's wereld in een steeds donkerder en beklemmender wordend decor. De kerk wordt gesloten, het koor ontbonden en ze raakt in een isolement. Ze vindt een oud boek dat afkomstig is uit de kerk. Elke dag leest ze er in. En wat ze leest is wat ze steeds sterker voelt: alles is voorzien. Sneeuweieren is een intrigerende en meeslepende roman over verlangen, verlies en opoffering. De eenzaamheid van het Brabantse land en de verdwijnende traditionele rooms-katholieke dorpsgemeenschap vormen de achtergrond van dit ontroerende verhaal. Het beschrijft op beeldende wijze hoe het menselijk verlangen naar een volmaakte wereld tot vernietiging leidt.
Titelverklaring
“Sneeuweieren” is de naam van een mierzoet toetje dat Olga heel graag bereidt voor haar geadopteerde zoon uit Ghana. Die is er blijkbaar dol op. Over dikke gele vla worden gepocheerde eieren gelegd. Wanneer haar zoon David naar het moeras vertrokken is, bereidt ze het toetje (blz.67) Het dessert komt later nog een keer in de roman voor (blz. 145) Zolang als ze bezig is, hoeft ze niet aan het ongeluk met haar zoon te denken.
Structuur en/of verhaalopbouw
Er zijn twee delen in de roman te onderscheiden.
Deel I omvat de hoofdstukken 1-12 en beschrijft de handeling tot aan het noodlottige ongeluk.
Deel II omvat de hoofdstukken 13-26 en beschrijft wat er met de achtergebleven Olga gebeurt.
De hoofdstukken zijn vrij kort. Ze dragen geen titel. Heel kort geeft de verteller in beide delen iets over het verleden prijs (bijvoorbeeld over de kennismaking tussen Harm en Olga in deel II en de dood van het dochtertje) Het vergt veel aandacht van de lezer om niet over allerlei gegevens heen te lezen die later van belang blijken te zijn in de roman. (bijvoorbeeld het nadoen van dierengeluiden krijgt later een functie, de aansteker met de aangestoken vogelverschrikker is natuurlijk al een voorbode van het latere dubbele onheil) Van de Coevering speelt een gedegen spel met terug -en vooruitwijzingen. Merk je die als lezer niet op, dan mis je veel aangereikte gegevens. Twee keer lezen van de kleine roman is op zich geen slechte gedachte voor diegene die de roman goed wil analyseren.
Het einde is gesloten vanwege de vuurdood die Olga ondergaat.
Gebruikt perspectief
De belangrijkste personale verteller is Olga Wagenaar, de vrouw die in het leden zangeres wilde worden maar de vrouw van een kippenboer werd. Ze is het meest tragische slachtoffer in dit plattelandsverhaal. Aan al haar illusies komt een einde. Zij vertelt in de o.v.t in deel I en in de o.t.t. in deel II . Dat is natuurlijk wel verhaaltechnisch noodzakelijk vanwege de afloop van deel II. Geheel deel II wordt voor rekening genomen door Olga: immers Harm Wagenaar en David zijn niet meer ten tonele.
In Deel I vertellen Harm en David ook een hoofdstukje. David vertelt o.a. het hoofdstuk waarin hij het moeras intrekt met alle noodlottige gevolgen van dien. Die geschiedenis wordt eerst ook verteld vanuit het standpunt van Harm. Zowel Harm als David vertelt in de personale vertelstijl en ze doen dit in d e o.v.t.
Tijd van het verhaal
De tijd van het verhaal is gemakkelijk uit de tekst op te maken.
Deel I speelt op 28 oktober 2005: dit valt af te leiden uit twee tekstgegevens: de datum op de grafsteen van David (blz. 136) en de gegevens over het ongeluk in een krantenverslag (blz. 162) Uit dat verslag kun je trouwens ook opmaken dat Harm een 39-jarige man is.
Deel II speelt precies een half jaar later en dat moet dus april 2006 zijn. Olga bezoekt o.a. Harm in de gevangenis, waar hij negen maanden moet zitten vanwege zijn wandaad. Over drie maanden zal de straf voorbij zijn.
Plaats van handeling
De plaats van handeling is het Brabantse platteland. Genoemd worden in de roman de boerenplaatsjes Ampel en het stadje Hovenbosch. Even buiten Ampel is de boerderij “Ora en Labora” ( wat: “Bid en Werk” betekent) Die boerderij is natuurlijk het symbolische decor van de roman. Immers alles draait om de boer die zijn kippen houdt en een moeizaam bestaan tussen bidden en werken leidt.
Wat de topografische plaatsnamen betreft: ze zullen wel verzonnen zijn door de schrijver want intikken in Google levert geen vindplaatsen op.
Motto
Er is geen motto.
Samenvatting van de inhoud
In deel I maakt de lezer kennis met de drie hoofdpersonen van de roman. Er is een 39-jarige boer Harm Wagenaar die een grote kippenboerderij op het Brabantse platteland heeft. Zijn vrouw heet Olga en ze hebben samen twaalf jaar geleden een Ghanees kind geadopteerd. Deze David is de substitutie van het bij de geboorte overleden dochtertje van Harm en Olga.
Dat is vijftien jaar geleden gebeurd, waarna Olga haar baarmoeder en eileiders was kwijtgeraakt. Hierdoor was ze onvruchtbaar geworden en hadden ze samen besloten om een kind te adopteren.
Deze David is de oogappel van Olga: ze verwent en vertroetelt hem (o.a. met het heerlijke toetje sneeuweieren en staat hem veel meer toe dan haar wat norsere man Harm. Die ergert zich af en toe dood aan het ventje, omdat hij helemaal geen interesse toont in de zaken van de kippenfarm. Hij laat zijn stiefvader voor de zaken opknappen en Harm denkt op een ogenblik dat het zo jammer is dat er geen Pools kind geadopteerd is. Zijn grote illusie zou natuurlijk zijn dat David later het bedrijf kan overnemen, maar daar ziet het helemaal niet naar uit. David is goed bij de tijd en ten tijde van het verhaal zit hij zelfs in de eerste klas van het gymnasium en zijn grote droom is arts te worden. Intussen haalt hij vervelende dingen uit: zo heeft hij de vogelverschrikker bij de buurman in de fik gestoken nota bene met Harm eigen zilveren aansteker, die hij even “geleend” had. Olga weet dat wel, maar Harm niet. Ze regelt het zo dat Harm zonder al te veel stennis te kunnen maken zijn aansteker weer terug krijgt die ze zogenaamd gevonden heeft. David moet voor straf van haar wel een paar dagen op het erf blijven.
Harm ergert zich zo aan zijn adoptiekind dat hij af en toe zijn handen niet kan thuishouden en hem een oplawaai verkoopt. Een dag voor zijn dood heeft hij dat mooi symbolisch met een klomp gedaan.
In het eerste hoofdstuk vangt David een prachtige maar oude nachtvlinder. Intelligent als hij is, weet hij dat het een soort is die ook in Afrika voorkomt. Hij is van plan het diertje in het moeras terug te zetten. David is behalve wetenschapper in spe ook iemand die heel goed dierengeluiden kan nadoen, al weet hij in het begin van het boek niet dat die vaardigheid hem uiteindelijk fataal zal worden. Olga is op de fatale dag (28 oktober 2005) op zoek naar David en Harm zegt dat hij zijn zoon in de richting van het moeras heeft zien lopen om een vlinder vrij te laten.
Harm is jong zijn moeder verloren (zijn zus heeft hem als een moeder opgevoed) en op zijn 18e stierf zijn vader. Daarna moest hij het bedrijf overnemen. Hij heeft het van een gemengd bedrijf veranderd in een kippenfarm.
Olga gaat intussen naar de braderie en wil een antiek tafeltje kopen maar doet dat uiteindelijk niet. Ze bezoekt ook nog een kerk en denkt aan de as van Inge die ze hebben laten cremeren. Daar heeft ze wel spijt van. In de kelder van de boerderij staan nog twee wiegjes (één van Inge en één van David) Ze is ook wel dol op kerken en zingt ook in een kerkkoor. Wanneer ze weer terugkeert naar de boerderij, is David er nog steeds niet. Ze ziet met afschuw hoe Harm een kip een kopje kleiner maakt. Ze blijft bezorgd om het feit dat David nog niet terug is en dwingt Harm hem te gaan zoeken. Die heeft echter een mentale klap te verduren gekregen, want zijn kippen hebben die dag minder eieren geproduceerd. Wat kan daarvan de reden zijn? Dan ziet hij sporen van een vos en hij gaat meteen klemmen zetten. Ook kan hij dan David zoeken. Uit de conversatie blijkt dat de liefde tussen Harm en Olga hun geen kippenvel meer bezorgt. Olga overweegt in de toekomst zelfs haar eigen weg te gaan. Wanneer Harm met zijn jachtgeweer vertrekt, gaat Olga het lievelingsgerecht van David klaarmaken: “ sneeuweieren
Op weg naar het moeras ontmoet Harm Malle Lien, de dorpsgek zou je kunnen zeggen die met raadselachtige spreuken aangeeft dat hij maar eens goed om zich moet heenkijken, als hij de vos wil pakken. Toch wijst ze hem op het spoor en Harm gaat op weg. Onderweg hoort hij de roep van een loops vossenwijfje.
We gaan dan een hoofdstuk mee in het hoofd van David. Die vertelt vanuit zijn eigen beleving nog wat dingen die hierboven staan vermeld (o.a. de aangestoken vogelverschrikker, de verveling tijdens de vakantie, de hekel die hij heeft aan het werk in de kippenschuur)
Hij geeft aan dat hij de mot wil gaan vrijlaten in het moeras en Harm vindt het best. Die is naar het hutje van Malle Lien gelopen. Hij gaat wel met deze Malle Babbe om, maar ze is er niet . Dan gaat hij met zijn zelf gemaakte vlot het meer in het moeras op om de vlinder vrij te laten. Misschien zal het dier naar Afrika vliegen. Hij blijft wachten tot het donker is en denkt na over zijn verliefdheid op school. Hij krijgt een erectie en denkt dan terug aan de keer dat hij Harm op een kip zag klaarkomen. Je kunt gerust stellen dat Harm de kip als het lekkerste stukje vlees beschouwt. Als hij de vlinder heeft vrijgelaten, is het ongeveer half zeven (de zon gaat op die tijd onder op 28 oktober, weet hij) en zijn moeder zal wel ongerust zijn geworden. Hij gaat terug naar Ora et Labora. Onderweg maakt hij zijn dierengeluiden na. In de verte ziet hij iemand aankomen en hij imiteert de roep van een vossenwijfje na. Dan klinkt het schot.
Olga is nog alleen op de boerderij en ziet toe hoe kippenvangers de ren leeghalen. De kippen worden namelijk na een tijdje verkocht. Dat gebeurt op een ruwe manier. De kippenvanger heeft zijn zoon meegenomen. Wanneer ze naar buiten loopt, ziet ze een heel felle ster. Op dat moment is David neergeschoten door Harm. De symboliek is derhalve duidelijk. Ze wil gaan oefenen voor het zingen van de liederen in de kerk, maar loopt nog een keer naar buiten om zowel Harm als David te roepen. Einde deel I (blz. 101)
In deel II is er alleen nog sprake van Olga, die alleen overgebleven is. David is neergeschoten door Harm (een ongeluk of opzet ?) Later in dit deel blijkt dat Harm negen maanden gevangenisstraf heeft gekregen vanwege “dood door schuld”. Er waren verzachtende omstandigheden nl. dat David dierengeluiden had nagebootst, waardoor Harm had gedacht dat hij de vos op het spoor was. Olga kan de dood van David maar moeizaam verwerken. Het is intussen een half jaar geleden. Ze heeft zichzelf verwaarloosd, draagt dag in dag uit dezelfde versleten kleren en is 15 kilo lichter geworden. Ze denkt terug aan de dramatische begrafenis van David. Daarna hoorde ze een dierengeluidje: er lag een kleine kater op haar deurmat. Ze noemde hem Mozes (symbolisch: de Bijbelse figuur die in een rieten mandje als baby werd gevonden door een Egyptische prinses)
Ook denkt Olga terug aan vroeger: toen ze klein was, wilde ze zangeres worden. Maar ze was niet zo goed op school en mocht niet naar de havo: die opleiding was echter wel nodig voor het conservatorium. Ze werkt al als poetsmeisje van veertien bij een man die haar later uitnodigt om in het kerkkoor mee te gaan zingen. Later had ze op een boerderij Harm leren kennen die een jaar of vier ouder was dan zij. Hij zocht een soort huishoudster, omdat zijn zus die altijd voor hem gezorgd had, ging trouwen. Olga vindt Harm naarmate ze hem beter leert kennen, steeds aantrekkelijker. Ze blijft daarna ook slapen en het onvermijdelijke gevolg is dat ze zwanger is en bovendien ongetrouwd. Een half jaar later trouwen ze. Dat was vijftien jaar geleden. Harm moest toen dus 24 jaar geweest zijn en Olga zeer waarschijnlijk twintig.
In het dorp Ampel is de bevolking verdeeld in twee groepen: de ene groep staat achter de ongeluksversie van het verhaal, de andere groep denkt dat Harm opzettelijk geschoten heeft. Ze bezoekt haar ouders en ook haar vader is niet van Harms onschuld overtuigd. Op de televisie bij haar ouders ziet Olga dat er een boerderij in brand staat. (vooruitwijzing) Ze zegt tegen haar moeder dat alles voorbestemd is. Haar moeder weet niet wat ze bedoeld. Daarna bezoekt ze ook het graf van David. Onderweg gaat ze in een kapelletje bidden en steekt er kaarsen aan met de zilveren aansteker van Harm. Ze bidt : “De duivel is een vos, maar ik vertrouw op U, God.”
Wanneer ze weer op de boerderij aankomt, doodt ze een oude kip en slacht hem. Ze moet haar
eigen maaltje immers koken. Ze is Mozes even kwijt, maar die komt gewond binnen door een beet van de vos ( die de duivel is!) Ze heeft de vos die bij het ongeluk betrokken was, ook nog eens gezien. Hij heeft huisgehouden in de kippenren, want door de arrestatie van Harm moet alles nu gedaan worden door Olga die meer bidden kan dan werken. De kippen worden verwaarloosd en de boerderij gaat helemaal ten gronde. Er komen dreigbrieven voor de betalingsachterstanden, maar ze doet, zoals gezegd, meer aan bidden. In de kelder heeft ze een privé-kapel met koperen kandelaars ingericht en ze bezoekt die dagelijks. Een man die haar geholpen heeft de zware kandelaars thuis te bezorgen, heeft daarna een doos met boeken verloren op het erf. Een daarvan gaat over de uitverkiezing van de mens door God en Olga gaat dat boek lezen en ze wordt min of meer een godsdienstwaanzinnige: alles is immers voorbestemd.
In haar oude trouwjurk afgezet met kippenpennen en - veren gaat ze een soort concert geven in de kippenren. Daarin liggen intussen duizenden kippenlijken, maar Olga gaat voor de kippen zingen. Ze oogst een denkbeeldig groot applaus. Dan komt er een vos met een dode kip in haar bek. Ze sist de vos toe dat hij haar maar moet opvreten.
Ze leest de laatste tijd veel uit het boek der voorzienigheid. Ze begint het allemaal te geloven wat er in het boek staat: alles is voorbestemd. De lezer krijgt dan een verslag van de rechtzaak te lezen: Harm krijgt negen maanden gevangenisstraf. Elke week zoekt ze hem op in de gevangenis. Ze vertelt hem van haar goddelijke inzichten en dat het allemaal geen toeval geweest is, wat er is gebeurd. Harm gelooft er helemaal niet in en heeft zelfs een leus op zijn muur gekalkt: “God our devil.” Harm wil de ren gaan verhuren aan varkensboeren die zeugen hebben. Zo kan hij de schulden misschien weer aflossen. Dat is een schrikbeeld voor Olga, maar Harm wil zijn schulden gaan aflossen. Op de terugweg komt Olga in een klooster en ze mag daar deelnemen in het koor, spreekt ze af met een nonnetje. Ook dat beschouwt ze als een roeping en geen toeval. Ze hoort een koor zingen : “Ich freue mich auf meinem Tod“ (vooruitwijzing!)
Maar wanneer ze thuis komt, wil ze de kaarsen in de kelder uitblazen. Een kandelaar valt om vlam en karton vat vlam. Ze ziet Mozes nog wel en sluit hem met opzet buiten, zodat hij gespaard blijft. Daarna gaat ze terug naar binnen en wacht op het vuur dat komen gaat. Ze bidt en dankt God. (einde roman)
Thema, motieven en interpretatie
Het thema van Sneeuweieren is volgens mij de desillusie in het leven van de mens. Mensen komen verwachtingsvol ter wereld, maken zich illusies over hun werk, hun partner en hun kinderen en worden daarin keer op keer teleurgesteld. Het werkelijke leven is immers veel harder dan de droom die velen zich vanaf hun kinderjaren voorstellen.
Zo gaat het o.a. met Harm Wagenaar die zijn moeder al verliest bij de geboorte, maar geen echte nood, want zijn oudere zus blijkt die rol van moeder toch nog te kunnen opvangen. Het probleem ontstaat dan wel wanneer zijn zus (lees ook huishoudster) na de dood van zijn vader gaat trouwen. Harm wordt een vroege versie van “Boer zoekt vrouw”. Maar dan komt de vier jaar jongere Olga Harm uit de brand helpen. En de seksuele hooibergrelatie die ze hebben, mondt uit in een zwangerschap. Dat wordt dus een trouwpartij maar het ellendebrood moet tot het bittere einde worden gegeten, want Inge sterft kort na de geboorte. De beoogde opvolger van zijn bedrijf (intussen van een gemengd bedrijf een kippenfarm geworden) wordt hem vooralsnog niet gegund. Zelfs een meisje zou voor hem geen probleem geweest zijn, omdat dat immers ook het bedrijf had kunnen overnemen.
De geadopteerde Afrikaanse zoon David betekent nieuwe hoop voor Harm, maar de bruine jongen is te intelligent voor het boerenbedrijf, toont gaandeweg steeds minder belangstelling voor kippen en steeds meer voor planeten en andere wetenschappelijke onderwerpen. Ook die hoop op opvolging ziet hij dus vervliegen. Van de Coevering geeft nog een mooie verwijzing naar dit motief in een verwijzing. De man die de kippenren aan het eind van deel I komt leeghalen, heeft wel een zoon bij zich en deze jongen gaat zijn vader in het bedrijf opvolgen. Hij heeft zelfs een wagentje voor hem gekocht, waarmee het vuile werk wordt gedaan.
Harm ergert zich aan de luie en vervelende David en krijgt de kans hem te doden: in het moeras in een camouflagepak gekleed en een loops vossenwijfje imiterend is David het ideale mikpunt voor de geïrriteerde boer. Hij verliest nog meer hoop op de toekomst na een veroordeling tot negen maanden. Zijn vrouw verwaarloost de boerderij en richt zich meer op het “ora- dan op het laboramotief. “De harde werker die moet concurreren tegen grotere kippenfarms, merkt dat zijn vrouw meer om God dan om de kippen geeft. Ze vindt dat alles voorbestemd is, maar Harm is zijn geloof (de volgende desillusie) steeds meer kwijtgeraakt. Hij telt de dagen in de gevangenis af en zint al op een manier zijn bedrijf weer rendabel te maken. Maar het idee dat hij oppert in een gesprek met Olga, is indirect weer de volgende schakel in de keten der desillusies.
Olga is namelijk ook al een vrouw die veel verloren heeft. In het begin van haar leven wilde ze graag zangeres worden, bijvoorbeeld van klassieke muziek. Maar ze is te dom voor de opleiding: ze moet naar de “huishoudschool” in plaats van naar de havo en de weg naar het conservatorium is afgesloten. Van poetsvrouw bij een dirigent wordt ze huishoudster bij Harm en ze mag wekelijks zingen in een kerkkoor. Het lijkt toch allemaal weer wat hoop te geven. Maar ze wordt zwanger en de baby sterft direct bij de geboorte. Daarna is ze meteen onvruchtbaar en de weg naar de adoptie is de nog de enige die leidt naar een nieuw kind. David wordt zo een substitutieliefde. Maar ze merkt in de loop der jaren wel dat David niet aan de verwachtingen van Harm voldoet, terwijl zij hem zelf als een oogappeltje beschouwt. Ze verwent hem (o.a. met sneeuweieren) en is overbezorgd. Dat moet natuurlijk fout aflopen in het moeras. (Een situatie die me trouwens doet denken aan de moord in het moeras rond de Clausboerderij van de Metsiers.)
Olga had er al eens aan gedacht om Harm te verlaten. Na het ongeluk blijft ze zoeken naar David. Haar nieuwe substitutieliefde is het katertje Mozes dat zich niet voor niets aandient op de dag van de begrafenis. En ook niet voor niets hebben beiden een Bijbelse naam. Mozes blijkt later een reële vervanger van David te zijn (hij ligt op de bank op de plaats van David, hij is ook een dikkerdje en ze verwent hem evengoed als ze met David deed.)
Een desillusie voor Olga is natuurlijk ook de rechtszaak met de negatieve afloop, de bezoeken aan de gevangenis en de verwaarloosde kippenfarm. Even lijken er nog wat lichtpuntjes in haar leven te komen: ze geeft een concert voor de kippen en beeldt zich in een geweldige zangeres te zijn. De passage met de met kippenveren opgetuigde trouwjurk kan je als lezer kippenvel bezorgen. Ook heeft ze door haar godsdienstige inslag weer vertrouwen in God gekregen: immers, alles lijkt voorbestemd in het leven leest ze in een door een passant achtergelaten boek. Maar op bezoek bij Harm in de gevangenis merkt ze twee dingen op: Harm moet niets meer hebben van het geloof (Op de muur van de gevangenis staat “God Our Devil” en om er financieel bovenop te komen wil hij van de kippenfarm tijdelijk een varkensboerderij maken. Daarvan gruwt ze door een ervaring uit haar jeugd. Het is dan niet toevallig dat ze na thuiskomst een kandelaar omstoot en geduldig wacht op het verlossende vuur, want waar Harm met zijn labora-opvatting meer ziet in een aards paradijs,(o.a. blz.23) kiest Olga in haar ora-idee meer voor het Paradijs na dit leven, waarin ze volgens haar opvattingen verenigd zal worden met Inge en David.
Motieven
Andere motieven die aan dit thema verbonden zijn:
- de moeder-zoonverhouding
- de vader-zoonverhouding
- godsdienstige elementen
- het “toevallige” ongeluk
- het noodlot
- de dood
- de substituut-liefde
- de dierenliefde van David (vgl. de mot die hij wil vrijlaten in het moeras)
Vooruitwijzingen
Het verdient aanbeveling om de roman enkele keren te lezen. Bij herlezing blijkt hoe vernuftig Van den Coevering zijn roman heeft opgebouwd. Er zijn talloze kleine details die later een betekenisvolle inhoud krijgen. De schrijver speelt een volledig spel met vooruitwijzingen en terugverwijzingen. Ook symboliek speelt een belangrijke rol in de roman.
Enkele voorbeelden van vooruitwijzingen:
1. Verwijzingen naar het einde met de brand in de boerderij en de dood van Olga verwijzen enkele eerder genoemde passages:
- de in de brand gestoken vogelverschrikker (blz. 17)
- Een gedachte van Olga : (blz. 27) “ Als je echt in de hemel gelooft, met hart en ziel, ga je nog liever op een brandstapel staan dan dat je moet doen alsof de hemel niet bestaat.
- de brand in een schuur op de televisie wanneer Olga op bezoek bij haar ouders is (blz. 131)
2. Verwijzingen naar de dood van David:
- het feit dat hij dieren heel goed kan imiteren en de roep van een vossenwijfje goed kan imiteren(blz. 15) ; wanneer hij dat in het moeras doet, (blz. 96) wordt hem dat fataal
- de voorspellende spreuken van Malle Lien (Blz. 76 : Eet het en je weet het. Het paradijs op aarde hier en nu. tegen Harm als hij in het moeras verkeert.
- de geïrriteerde Harm die met een jachtgeweer op zoek naar David gaat (ho 10)
- Op blz. 33 bezoekt Olga het kerkhof. Ze constateert Een paar van de oudste graven waren omgespit zodat er ruimte kwam voor nieuwe, de aarde glansde dof.
3. Verwijzingen naar de substitutieliefde Mozes
- David denkt in het moeras aan de verschijningen waarin hij als dier zou willen terugkeren; één daarvan is een kater.(blz. 90) Op de dag van zijn begrafenis ligt het katertje op de stoep, min of meer afgeleverd als een adoptiekindje. (blz. 109)
Mozes was immers ook een adoptiekindje.
4. Dat Mozes een substitutie van David is, blijkt o.a. uit
- beide zijn dikkerdjes (blz. 12 resp. blz. 111)
- Mozes ligt op de bank op de plaats van David (blz. 111)
- De kater wordt door Olga net zo verwend als haar adoptiekind
- Ze droomde ervan David ooit de borst te geven, en in deel II ligt ze melk te drinken waarvan ze op haar borst morst. Ze laat Mozes naar haar borst kijken (blz. 159)
- Ze hebben beide een Bijbelse naam
5. De speelgoedtractor die Harm voor zijn kind heeft gekocht als symbool voor de opvolging in zijn bedrijf (blz. 29) wordt een “Friendly Birdcatcher” bij de man die de kippen komt ruimen. (blz. 98) Diens zoon is wel opvolger geworden. In plaats van een speelgoedtractor heeft hij een echt hulptuig voor zijn zoon kunnen kopen. Dat maakt het contrast alleen maar groter.
Mening
Uit de uitvoerige analyse hierboven blijkt wel dat Ricus van de Coevering een hecht gecomponeerde roman heeft geschreven. Hij heeft zijn weefdraadjes mooi door het hele verhaal gesponnen. Vooruitwijzingen en terugverwijzingen alsmede symbolische elementen maken “Sneeuweieren” ondanks de geringe lengte en de uiterst prettige bladspiegel een stevig nummer voor je literatuurlijst. Helder taalgebruik en een juiste dosering van gegevens uit het verleden van de hoofdfiguren, maken de roman tot een pareltje onder de debuten. Er blijft net voldoende te raden over en van uitleggerij kun je de schrijver niet berichten.
Het zou mij niet verbazen wanner de auteur hoge ogen gooit bij de toekenning van de Debutantenprijs voor 2007. Dat het boek op de shortlist daarvoor zal staan, is buiten kijf. Het boek heeft bovendien de fysieke uitvoering die het verdient.
Scholieren lezen! De roman is goed te combineren met een klassieker op de literatuurlijst: “De Metsiers”van Hugo Claus. Ook met de tijdgenoot Gerbrand Bakker en diens “Boven is het stil” kan het boek een goede combinatie voeren. Het boek verdient m.i. dan ook een waardering van drie punten op onze literatuurlijst. En om de literaire waarde aan te geven: in schoolcijfers zou ik een 8 toekennen.
Recensies
Debutanten kunnen in Nederland meestal rekenen op kritische recensenten. Een positief besproken debuut kan voor een schrijver natuurlijk heel veel betekenen. Ricus van de Coevering mag niet klagen over zijn eerste recensies.
In 8weekly van 17 januari 2008 stelt Sebastiaan Kort : Sneeuweieren is een redelijk strak ingekaderd verhaal dat maar zelden uit de bocht vliegt. Je houdt wel een paar vragen over aan sommige passages (is er dan niemand die weet dat David wel degelijk kan zwemmen? Wat mijmert de als vroegwijs geïntroduceerde David nu over de mogelijkheid ‘vanavond nog' terug te wandelen naar Ghana?), maar dat staat volstrekt niet in verhouding tot de grote kracht die dit boek herbergt. Eerst hou je als lezer rekening met het feit een vooral erg degelijk geschreven debuutroman in handen te hebben, waardoor het wat woester verlopende tweede deel extra hard aankomt. En o ja: de scène waarin Olga in een zelfvervaardigde jurk de kippenschuur betreedt, is weergaloos en maakt je voor het eerst alert op wat eigenlijk met dit boek zou moeten gebeuren: er zou een film van moeten worden gedraaid. Waar je als toeschouwer natuurlijk kippenvel aan overhoudt.
Wel heel positief is Karen Overmans in Het Parool van 23 november 2007. Ze vergelijkt de roman met “Boven is het Stil “van Gerbrand Bakker, omdat de handeling ook op het platteland speelt..
Daarmee houdt de vergelijking met Bakkers roman op, want Sneeuweieren kan uitstekend op eigen benen staan; het is een verbluffend goed debuut. In 175 pagina's ontvouwt Ricus van de Coevering (1974) een fatale geschiedenis, kalm en met uiterste beheersing opgeschreven, maar achter de sobere zinnen schuilt het noodlot. Je voelt vanaf het begin dat het misgaat - en Olga, de overbezorgde moeder, voelt de dreiging ook. Zij is diep ongerust, zij tuurt om de haverklap naar buiten: 'In het donker gloeide het fosfor, het leek of er vluchtige, blauwachtige zielen tussen de rietvelden doolden.'
In BN/De Stem (29 december 2007) is Sonja de Jong in haar recensie lovend. Zonder effectbejag of overbodige opsmuk weet Van de Coevering vooral Olga levensecht neer te zetten in al haar gelaten verdriet. Het is dankzij deze ingetogenheid dat de dramatische ontwikkelingen in het verhaal niet ontaarden in goedkoop melodrama. De laatste hoofdstukken zingen lang na in je hoofd. Hier wordt verdriet en de machteloosheid om daarmee om te gaan op zeldzaam mooie wijze beschreven.
In De Volkskrant (28 december 2007) is Davidle Serdijn een kritische recensente. Ze begint met een positieve passage Deze debutant groeide op in Noord-Brabant en vertelt in zijn roman Sneeuweieren het verhaal van een kippenboer en zijn gezin. Het is een treurige, maar keurige geschiedenis; netjes ingehouden, fijn verzorgd en degelijk geschreven. Beetje braaf misschien, maar beslist niet onaardig. [……….]Is het kind eenmaal begraven – en dat is al halverwege het boek – dan verliest het verhaal z’n doel. De spanning is eruit, zoals de loop op een feestje waar alle prominenten binnen zijn en de eersten al weer weggaan.
Wat valt er nog te verwachten? We zien dat Olga vereenzaamt als Harm in de gevangenis zit. Ze klampt zich vast aan het geloof, maar raakt toch de kluts nog kwijt. Wanneer ze de kippenboerderij in de fik steekt, is het helemaal gedaan. Ingetogen heft het platteland zichzelf op
Uit de NRC van vrijdag 28 december 2007 door Arjen Fortuin: Sneeuweieren van Ricus van de Coevering (1973) is een authentiek en eenvoudig plattelandsdrama, met een norse boer, een dromerige vrouw en een problematisch adoptiekind. Knap zet hij de groeiende weerzin tussen boer en vrouw neer. Nadat een dramatische gebeurtenis de familie uiteen heeft geslagen, beschrijft Van de Coevering de gevolgen met veel gevoel voor onuitgesproken zaken. Woest opwindend schrijft hij nooit, maar uit de roman spreekt een grote nieuwsgierigheid naar hoe mensen in elkaar zitten.(…) Wie wordt dé debutant van 2007? Voorlopig lijkt de wat boertige, gelaagde roman van Ricus van de Coevering de beste papieren te hebben. In sfeer sluit hij aan bij het nostalgische verlangen naar het platteland. Maar tegen die achtergrond toont hij zich een bijzonder nieuwsgierige schrijver die midden in het leven (van alle tijden) staat.
En verder nog de recensie van Joost de Vries in “De Groene Amsterdammer” van 7 december 2007.:
"(…) In de interne monoloog van de eenzame moeder houdt Van de Coevering heel fijntjes de balans tussen de emotionele observaties, die de nuchtere lezer zonder meer accepteert, en vervreemdende gedachten die haar langzaam naar de afgrond trekken. Gedachten die steeds meer godsdienstig worden, totdat er op het laatst alleen nog een catharsis mogelijk is die doet denken aan de beklemmendste stukken uit ‘Knielen op een bed violen’. Listig houdt Van de Coevering de lezer op het puntje van zijn stoel – om vervolgens die stoel venijnig onder hem uit te trekken."
Over de schrijver
Ricus van de Coevering werd op 20 maart 1974 in Asten (NB) geboren. Hij bezocht er met veel plezier de lagere school maar werd enkele jaren later van de middelbare school verwijderd omdat hij tegendraadse antwoorden gaf. Zo beantwoordde hij eens tijdens een proefwerk godsdienst elke vraag als volgt: ‘Zum Christentum wird man nicht geboren, man muss dazu nur krank genug sein.’ (Friedrich Nietzsche) Toen hij voor Nederlands een opstel moest schrijven, schreef hij een kritisch en gedetailleerd verhaal over de vrouw van de rector. Het fictieve aspect daarvan werd kennelijk niet opgemerkt, want hij werd geschorst. Uiteindelijk behaalde hij zijn diploma aan het Peelland College in Deurne.
Zijn ervaringen op de middelbare school motiveerden hem om de lerarenopleiding te volgen – zoals jongeren die van het ene ziekenhuis naar het andere worden doorverwezen vaak arts willen worden. Hij koos voor de studierichting economie vanwege de mondiale haat-liefdeverhouding tussen economie en emotie. Hij ging studeren aan de hogeschool van Arnhem en Nijmegen en aan de University of Brighton.
Tijdens zijn verblijf in Engeland begon hij brieven te schrijven aan zijn vriendin. Deze brieven kregen al snel een magisch-realistisch karakter. Hij werkte ze uit tot verhalen die kort na zijn afstuderen werden gepubliceerd in literaire tijdschriften en bloemlezingen, onder andere bij uitgeverij Prometheus. In de avonduren gaf hij economieles.
Zijn eerste roman, Sneeuweieren, verscheen in het najaar van 2007 bij uitgeverij Van Gennep. Zijn tweede roman, De groene fee, zal in 2009 verschijnen.
Bibliografie
2007 Sneeuweieren
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.