Het regent, het is mistig en ik zit met de laptop op schoot in de woonkamer. De twitterapplicatie op mijn laptop vernieuwt elke drie seconden het beeld.
De tweets stromen als rode bloedlichaampjes de hartkamer binnen. Mijn vingers ratelen over het toetsenbord en spuwen de meest komische letter- en woordencombinaties het wereldwijde web op.
Terwijl ik mentions beantwoord, tweets retweet en geniale ingevingen omzet in tweets, denk ik na over het nut van Twitter. Over de zin van Twitter – dat gaat ongeveer op dezelfde manier als nadenken over de zin van het leven: het eindigt in het niets.
Ik maakte mijn account anderhalf jaar geleden aan uit nieuwsgierigheid. Van het volgen van BN’ers ging het naar socializen met vrienden, om te eindigen bij (verwoede?) pogingen grappig over te komen.
Twitter werd voor mij zoiets als een afgetrapte hangplek waar het altijd koud en troosteloos is, waar de lege blikjes bier de zakjes wiet overstijgen, maar waar al die jeugd elke middag weer zit te verkleumen. Mensen die langs de hangplek fietsen vragen zich af hoe die tieners zich daar ooit middag na middag toch kan vermaken.
Maar soms is Twitter ook best leuk. Via Twitter kun je iPads, Macbooks en hotelovernachtingen winnen. Gratis. Via Twitter kun je bijbaantjes vinden, vrienden worden en een relatie krijgen. Via Twitter ontdek je links naar sites met de mooiste natuurfoto’s en de meest getalenteerde hondjes.
Maar Twitter is ook energievretend en verslavend. Twitter is, net als die hangplek, voor buitenstaanders totaal onbegrijpelijk. Elke dag (hoogtepunt: maandag) lees ik op Twitter over mensen die ‘zó-ontzettend-moe’ zijn dat ze ‘nu-eeeecht-de-hele-middag-gaan-slapen’. Alleen bij het lezen al vallen mijn ogen bijna dicht. Zonder Twitter zou ik op zo'n maandagmiddag nog een halve marathon kunnen lopen.
Als ik lees dat een vriend een nieuw paar schoenen heeft gekocht of een acht op Engels heeft gehaald, zit ik verbouwereerd met mijn oude gympen en een zes op wiskunde achter de computer. Terwijl ik zonder Twitter intens gelukkig zou zijn met mijn zesje. Op wiskunde.
Kort gezegd: de voordelen wegen voor mij niet langer op tegen de nadelen. Ik hoef geen gratis iPad, Macbook of hotelovernachting. Ik stop daarom per direct met het beantwoorden van mentions, ik annuleer alle geniale ingevingen die vanuit mijn pruttelende hersenpan naar boven komen en ik typ verwijder Twitter in op Google.
Dat blijkt echter nog een karwei. Na in drievoud en in achttien talen aangegeven te hebben dat ik Twitter écht wil verwijderen, is-‘ie definitief verwijderd. Dacht ik. Als ik binnen dertig dagen nog één keer inlog, zijn alle verwijder-acties ongedaan gemaakt. Slim hoor.
Die dertig dagen moet ik zien te overleven. Daarachter wacht mij een zorgeloos leven zonder pottenkijkers en zonder afleiding als ik echt-even-heel-hard-met-school-bezig-moet.
Nu mijn Facebook-verslaving nog overwinnen.
